Am Waldbad – voorjaarsweekend in Uelsen

01 boomEr gaat geen jaar voorbij dat we niet één of twee nachten doorbrengen in Hotel Am Waldbad in het “Feriengebiet” vlak achter Uelsen (graafschap Bentheim). Het is nog geen anderhalf uur van mijn huis in Groningen; het ligt zo’n beetje recht tussen Emmen (noord), Hardenberg (west) en Enschede (zuid). Jawel, aan drie kanten omsloten door Nederland. Maar echt 02 beek‘Nederlands’ is het hier niet. Gaan de mensen hier plat praten, dan komt het wel weer in de buurt van het Twents. En her en der zie je nog Nederlandse namen bij fabrieken en winkels.
Maar de ramen van de huizen zijn kleiner, het baksteen is roder, alle verkeersborden geel, de auto’s groter. Zo’n fysieke landsgrens is niet zomaar iets. Ook niet in deze Europese tijden. Het zijn verschillen die een Afrikaan niet zou ontwaren. Maar wij wel. De sfeer is totaal anders.

UelsenWat het bijzonderste ‘anders’-achtige hier is: de natuur! Het is gewoon geméén, dat Duitsland deze hap uit Nederland heeft genomen. (Ik heb overigens geen enkel idee van de oorzaak ervan.) Dit stukje van Duitsland is zo prachtig! Het gaat nog niet eens over dat hele Duitsland-vierkant dat uit Nederland is gehapt, nee, het gaat alleen om de stuk in het zuidoosten ervan, ten noorden, oosten en zuiden van Uelsen. Natuur kan mooi zijn, cultuur kan mooi zijn, maar het mooist is het, vind ik,  wanneer de mens de natuur heeft aangepakt zonder de boel te verknallen. Als vrijstaande bomen niet ook nog uit efficiëntie-overwegingen uit de wei zijn gehaald, maar er als oude relikwieën stoer in de wind staan. Als beekdalletjes omzoomd worden door een variëteit van bomen en struiken. 04 glooiEen akker helemaal glooiend geëgaliseerd ligt te pronken, maar daarnaast er nog een oud koeienweitje verrommeld bij ligt.

Er bevindt zich hier een fraai heuvellandschap. Dat tref je in Nederland hooguit in Zuid-Limburg ook aan. Stukjes bosgebied, doorkijkjes met wat verspreide eiken, keuterboerderijtjes en grote strakke boerderijen, kleine gehuchtjes, onverharde paden het bos in, verweerd weidehekwerk, jagershutten op palen. En dan zomaar een hoge uitkijktoren, om vanaf boven ver weg te kijken en torenspitsen te zien in Nordhorn en Denekamp.

amwaldbadWe hebben vrijdagmiddag en vooral zaterdag eindeloos gewandeld. Met de voorjaarszon op ons hoofd en bloesems in de bomen. 06 bierOnze fietsen kwamen niet eens van ons campertje af. Ons gezelschap heeft het niet zo op fietsen, wandelt liever. Ook goed.

En dan Hotel Am Waldbad, waar we altijd weer zo hartelijk ontvangen worden. Nee, ze zijn niet alleen voor ons zo hartelijk, dat zijn ze ook voor mensen die géén familie zijn! Vrijdag had ik een rumpsteak en zaterdag een lachsforelle. Oioioi, wat een geweldig eten. Als Hollander moet je wel even schakelen: je krijgt minsten eenderde méér eten op een Duits bord! Wat moeten de Duitsers wel denken als ze in Nederland zijn en naar hun beleving altijd vast en zeker te weinig voer voorgeschoteld krijgen!
Om nog maar niet te beginnen over die fraaie Erdinger-halveliterglazen. En dan een paar van die glazen na een wandeling door het Uelser heuvelland, inclusief zaterdag trouwens nog door het Springendal-natuurgebied in het noorden van Twente: hemels!03 bloei

Song van de week (77) : Jim James – Hide in plan sight

Jackie

jackieNathalie Portman kan bij mij geen kwaad meer doen. Als 12-jarige speelde ze Mathilda in de weergaloze film Léon. Ze speelde het dochtertje in een drugsgezin dat wordt uitgemoord door de drugshandelaar, die feitelijk een corrupte DEA-officer is in New York. Er zijn drie bijzondere ‘hoofdrollen’ in deze film: Léon wordt vertolkt door Jean Reno, die ik sindsdien eigenlijk gewoon bijna niét kan zien in andere films, domweg omdat hij Léon is. En dan heb je Gary Oldman, die de slechterik op een onvergetelijke manier speelt. Alleen al de grimassen die hij trekt terwijl hij coke snuift zijn huiveringwekkend. Die doen weer wél totaal de acteur erachter vergeten, zó overtuigend is dit. Nou ja, komt misschien ook omdat hij (alsthans bij mij) van veel meer films bekend is dan Jean Reno.
En dan dus Nathalie, nog maar 12 jaar oud. Wat is ze weergaloos goed! Nu is ze de dertig gepasseerd en krijg je haar bij de eerste beelden van Jackie vól en schermgroot in het gezicht. Ja, daar is Mathilda, gaat even door me heen. Ze heeft nog dezelfde uitstraling.
Maar in een paar minuten heb ik in de gaten, hoe volbloed actrice ze is: wat een rare maniertjes heeft Jackie Kennedy! Dit is een enorm ingestudeerde rol. Ze is kennelijk helemaal in de huid gekropen van Jackie. Ik ken Jackie verder helemaal niet. Ja, alleen van foto’s en zo. Maar hoe geaffecteerd en kinderlijk theatraal ze praat, dat wist ik niet.

De film speelt zich helemaal af tussen de moord op JFK in Dallas en de begrafenis, een dag of zes (??) later. Afgezien dan van enige terugblikken naar een televisie-interview dat Jackie ga, een paar jaren eerder, in het Witte Huis, dat ze zodoende toonde aan het Amerikaanse volk. Juist deze scenes zijn heel bijzonder, omdat ze dit ‘typetje’ Jackie erg goed laten zien. Haar onzekerheid, maar ook haar ijdelheid. Alleen op indirecte wijze komt naar voren, dat ze ook een heel decadente kant had, met grote feesten en zo. Eigenlijk lijkt ze vrij sober. En het idiote huwelijk dat ze had, dat komt totaal niet naar voren. Hooguit in de opmerking, dat ze nooit bij haar man slaapt.

Eigenlijk is er maar één “ding” dat deze film echt bijzonder maakt en dat is ‘Jackie’, helemaal uit de dood teruggeroepen, voor mij dan als een figuur dat ook fictie had kunnen zijn, gepersonificeerd door Nathalie Portman. Zij had de Oscar 100x meer verdiend dan Emma Watson in La La Land. Twee uur lang helemaal gebiologeerd naar de film zitten kijken, terwijl… hoeveel ik er ook over nadenk.. ik kom niet verder dan Nathalie/Jackie. Ja, de bizar-bijzondere gelijkenis van de Deense JFK-acteur met de echte president, de knappe bijrollen van broer Bob en de journalist, die het Jackie-verhaal optekent, een week na de moord, die zijn erg goed, maar toch vooral ondersteunend.

Tot slot nog wel een bijzonder moment: John Hurt in een rol als priester, waar Jackie mee gaat praten. John Hurt, zo stel ik mij voor, hoefde nauwelijks te acteren. Dat oogt zo ‘terloops’ en tegelijkertijd zo naturel. Helemaal goed. Hij overleed een paar maanden geleden.

Gratis treinkaartjes!?!?

ns-nep1Een mailtje van NS Klantenservice, deze morgen: “Er liggen 4 treinkaartjes voor u klaar, haal ze op!”
Da’s niet verkeerd. NS doet zulke dingen soms. Voor vaste klanten. Ik krijg vaak aanbiedingen. Maar 4 kaartjes, en dan gratis, dat is wel heel erg verwennerij! Maar het is een ‘goedmakertje’: “De afgelopen tijd zijn wij helaas negatief in het nieuws geweest en daarom bieden wij u onze excuses aan.” Nou, nou,  nou, die NS toch!
ns-nep2Ik klikte op de link en toen daagde het al: ah, nee, dit ziet er niet “NS-like” uit, hoezeer ze ook hun best hebben gedaan in de NS-stijl en -kleuren te blijven. “Haal mijn kaartjes op” wordt nu ‘maak kans op..’. Hmmm…

En dan valt m’n oog op de URL, het website-adres. Ik weet genoeg. Klopt niet. ns-nep4

Ik werp nog een extra blik op het initiële mailtje en zie nu in de aanhef staan “Beste treinreziger”. Zou dat nu weer de minimale taalblunder zijn? Of is dit een geintje waarmee je juridisch er weer mee kunt wegkomen?

ns-nep3Tot slot nog aardig, om dan eens te kijken naar op het webdomain-adres van het emailadres, dat is gebruikt: klantenservice@domaiin.com; inderdaad met twee i’s achter elkaar. Dat levert het volgende plaatje op:

ns-nep5

Wekelijks, nee dagelijks, komt er spam-rommel binnen bij mij. Deze gaat wel héél ver. Benieuwd of dit nu gewoon ‘gefundenes Fressen’ is, of de (echte) NS nu met (plaatsvervangende) excuses gaat komen.

 

Moonlight

Nu heb ik beide Oscar-hits toch gezien. Vorige week in het vliegtuig vanuit Tanzania kon ik kijken naar La La Land met Emma Stone en Ryan Gosling. Zes Oscars en een 8.4 op IMDB! Een klein beetje huiver zat er wel: zoveel heb ik niet met musicals. Maar goed, dit zou echt ‘something else’ zijn.
la la landNee, niet dus. En ik heb er eigenlijk helemaal niet zo’n verhaal bij. Het is gewoon helemaal geen bijzondere film. Natuurlijk spelen de hoofdrolspelers prima. Ik heb me niet verveeld. Maar ik kon me maar niet aan de stijgende verwondering losrukken, waarom dit nou zo’n filmhit is. Er is gewoon helemaal niet zoveel aan. Het script is niet bijzonder, de muziek is niet bijzonder, de opnamen zijn niet bijzonder. Het enige dat pakkend is, dat is het alternatieve scenario, verstopt in een droombeeld, aan het einde van de film. Verder verder??? Pfffff…  Gewoon veel te veel eer.

Die andere Oscar-hit zag ik gisteren in het Groninger Forum: Moonlight. Natuurlijk is het mooi dat de twee tophits van het jaar beide “kleine films” zijn. Geen blockbusters. Geen films die een half miljard hebben gekost. Moonlight is zelf nóg een stuk “kleiner” dan La La Land.

Er valt weinig te lachen bij Moonlight. Het zijn allemaal intrieste taferelen. De muziek in de film doet een geslaagde poging om nog een gevoel van harmonie te creëren, zo nu en dan. En uiteindelijk creëert de film veel warmte. Dan heb je al zoveel kou gehad, dat een voorzichtige glimlach al voelt als een extatische uiting van liefde. Wat dat betreft zijn de Afro-Americans in Miami en Atlanta net Groningers. Als er zó weinig gezegd wordt, dan kunnen een paar woorden de wereld betekenen.

moonlightJe krijgt drie afzonderlijke films te zien. Het leven van Chiron als kind, als puber en als volwassene. Als kind word-ie gepest omdat iedereen denkt dat-ie homo is. Als puber gaat dat nog een stapje verder, maar zie je ook al, dat hij trots en sterk is, deep down inside. Als volwassene heeft hij zich geweldig gepantserd, maar zie je hoe hij gekweld opgesloten zit in z’n harnas. Je ziet ook, dat hij niet anders heeft kunnen doen dan worden wie hij nooit wilde zijn. Zijn homoseksualiteit heeft hij veiligheidshalve ook maar weggedrukt. De wijze waarop daar nog weer wat van gloort, alleen maar in gewoon tedere intimiteit van lichamelijke aanraking, is overtuigend en oprecht sentimenteel.

De film gaat bij uitstek over eenzaamheid. Ik kan me voorstellen, dat je exact hetzelfde verhaal zou kunnen verfilmen, maar dan met een Chiron als blanke zakenman in de volwassenenrol. Met als kind- en pubervariant emotionele verwaarlozing in een rijkeluisomgeving.
Gossie wat is deze film (7.7 op IMDB en slechts 3 Oscars!) veel beter dan La La Land. Gelukkig ging de allerbelangrijkste Oscar wel naar Moonlight.

Het negerboek – Lawrence Hill

negerboekDit boek, aan alle kanten losgescheurd uit de band, nam ik mee vanuit Ghana, toen ik op bezoek was bij de One Love Foundation, bij Stefny & Brendan. Stefny vertelde me dat het een erg mooi boek is. Het gaat over het op waargebeurde historische feiten gebaseerde verzonnen verhaal van Aminata Diallo, die op 11-jarige leeftijd in 1757 wordt ‘geroofd’ uit haar geboortedorp Bayo in de buurt van Segou, nu in Mali. Bij deze roof worden haar ouders vermoord. Ze maakt in een nekjuk met nog 50 aan elkaar vastgebonden andere aanstaande slaven een erbarmelijke voetreis naar de kust bij Bance Island, vlakbij wat nu Freetown in Sierra Leone is.

Daarvandaan worden ze verscheept naar Amerika, naar Charles Town (wat nu Charleston is). Ze maakte verschrikkelijke dingen mee, vertelt ook in de breedte over hoe de slavenhandel en het gebruik (en misbruik) van slaven verloopt.
Natuurlijk is Aminata een enorme persoonlijkheid en worstelt ze zich altijd weer los uit de totale verlorenheid. Ze is leergierig en intelligent en weet daardoor altijd op posities te komen, hoezeer ook slaaf zijnde, die haar ‘belangrijk’ maken. Ze verliest tot tweemaal toe haar kinderen; ze verliest ook haar man en daarnaast zoveel dierbaren over de jaren.

Met een flinke groep andere slaven kan ze naar een ‘vrij leven’ op Nova Scotia, nadat de Britten hun Amerikaanse koloniën (a.s. Verenigde Staten) hebben opgegeven. Die vrijheid is er alleen in naam en de ex-slaven leiden een gruwelijk leven van discriminatie en misbruik in de Canadese koude.
Dan komt er een kracht op gang om de negers weer naar Afrika te brengen.
Aminata komt terug, samen met meer dan 1000 terugkerende Afrikanan, bij Bance Island, herkent alles nog. Ze wil zó graag terug naar Bayo en wil zich er notabene door een slavenhandelaar naartoe laten brengen. Dat loopt verkeerd: ze zou zomaar weer als slaaf verkocht zijn, als ze niet goed genoeg had opgelet. Dan laat ze haar ambities van ‘thuiskomst’ varen en gaat naar Engeland om de abolitionisten terzijde te staan bij het afschaffen van de slavenhandel (niet de slavernij zelf). Dat is de finale in het boek, waarbij natuurlijk een emotioneel finale-moment wordt gecreëerd door de hereniging met haar dochter.

Heel soms bekroop me het ‘Antonia’-syndroom. Da’s nog van de film Antonia, met Willeke van Ammerooy. Ik heb met die film een geweldige weerzin tegen goedkope zwijmelheldenepos-verhalen ontwikkeld. Maar Het Negerboek is, hoewel soms beetje te hagiografisch, een heel doorwrocht verhaal. Ik had nog nooit van dit boek gehoord, maar dat ligt echt aan mij: het is heel goed verkocht; meer dan 10 drukken in Nederland. En ik ben ook al meerdere mensen tegengekomen, die ’t gelezen hebben.
Lawrence Hill is eerder een optekenaar van een heel mooi verhaal, dan een interessante schrijver. Hij is dan ook journalist, van huis uit, en zijn vader is in een vorige eeuw ook uit Afrika gehaald. Het gaat vooral over het verhaal en over de geschiedenis. Voor mij is het vooral een geweldig leerzaam boek. Op de achterflap staat het ook in meerdere verwoordingen: denk je wel zo’n beetje waar de slavenhandel, de slavernij, over ging, nou, niet dus: dit boek leert je heel veel meer! En dat is veel belangrijker dan het domweg lezen van een mooi boek.

Tanzania 2017 (28) – de grote wandeling en richting vliegveld

0703 MVPKilimanjaro Airport, 7 maart, 20.30 uur

Van die 48 is bijna de helft inmiddels voorbij. Ik kon vannacht bijna niet in slaap komen en was om vier uur klaarwakker. Het had te maken, ik weet het bijna zeker, met toenemende onzekerheid over de wandeling de berg af. Vorig jaar had ik het laatste half uur het best zwaar. Ik zat te veronderstellen, dat m’n conditie nu minder is dan vorig jaar. En verder gewoon ook de drukte in m’n kop. Er speelt zoveel. Alle sores rondom m’n moeder, die morgen, als ik nog onderweg ben, gaat verhuizen; zoveel bespiegelingen, waarvoor geldt dat ik de ter zake doende spiegels moet gaan richten; de lange reis met veel geregel, nog in Tanzania…
0703 afscheidsfotoUiteindelijk toch iets na zevenen gedoucht en al weer in het Mambo-huis, waar ik direct Maggie weer aantrof en wederom een half uur met haar in gesprek raakte. Daarna de zakelijkheden regelen met Herman, m’n laatste Dutch omelette, afscheid nemen van iedereen en, natuurlijk, de finale groepsfoto. Dat is traditie bij MamboViewPoint.

Om kwart over acht vertrok ik met Yusufu, een nieuwe gids, en Gijs, mijn gezelschap voor deze morgen, naar beneden. We namen een andere route dan die ik in juni had. Nu oostelijk van de Mambo-berg. Gijs zei me dat deze route ietsje ‘makkelijker’ is. Dat heb ik verder niet gewerkt.
Jusufu had ook de honden van Mambo weer bij zich.
0703 viewIk ben nogal gericht op m’n knieën. Houden ze het goed?! Vooralsnog heb ik geen enkele last. Het eerste stuk is veruit het steilste stuk. Ik houd me goed voor, heel goed te kijken waar ik stap; alles met beleid. Spaar het om je heen kijken maar voor momenten om even bij stil te staan (letterlijk). Net als vorig jaar spookt de Tafelberg door m’n lijf. Maar ja: dat ongeluk was niet tijdens het klimmen of dalen, maar tijdens het steentje hoppen op de top! 😉

0703 boompje op de vlakteMaar voor me uit, eigenlijk zonder dat het me ook maar één seconde ontgaat, het geweldige diepe dal met in de verte het kleine dorpje: daar zal straks m’n pikipiki-brommertje klaarstaan met m’n rugzakken. Ik heb helemaal niks op m’n rug; alleen een halveliterflesje met water, dat uit m’n kontzak steekt. “Jij bepaalt het tempo”, zegt Gijs. Zij lopen telkens een klein stukje voor me uit, een meter of tien. Dat hangt louter met m’n voorzichtigheid samen. Jusufu en Gijs zeggen dat ik eigenlijk nogal hard loop. Anyway, het voelt als een fijn tempo.
Ik ben uiteindelijk niet één keer echt uitgegleden. Een paar keer even slippen in het grintige zand. Geen enkel probleem verder.

En ook niet met adem en knieën dus. Als je stilstaat, dan is het leuk om even de andere kant op te kijken. Gijs probeert zijn eigen huisje, dat een klein stukje ónder de top tegen de 0703 de bergtopbergwand aangeplakt is, aan te wijzen. Wat is dat toch een spectaculair plekje!
Gijs is hier nu zo’n anderhalf jaar; in juni liep hij ook een stuk met mij op, deze wandeling naar beneden. Hij heeft nog steeds een muziekimpressariaat in Zuid-Holland; dat wordt momenteel door anderen gerund namens hem. Hij gaat zo nu en dan een maandje naar huis, maar is meestentijds hier. Hij was afgelopen weekend erg druk met een mountainbike-arrangement voor een groep Tanzanianen en Amerikanen, woonachtig in Dar en Arusha, op bezoek bij MamboViewPoint. Ze reden zo’n 50 kilometer per dag onder leiding van Gijs door de bergen. Toen ik zaterdag aankwam, was er een uitvoering van het Mambo Sarakasi wa Toto, het kindercircus. Dat is ook een productie van Gijs. Ze hebben alles hier: éénwielers, hoelahoeps, banken uit gymlokalen, etc. etc. Het meeste is verscheept vanuit Nederland. Ook één van de éénwielers van mijn eigen meiden rijdt hier rond sinds een jaar of wat.

0703 wandelen over de vlakteTijdens het laatste stuk van de wandeling, vanmorgen, als we door de mais- en bonenvelden lopen richting het dorpje bij de onverharde weg die de hele vallei doorloopt, zitten we een tijd te kletsen over zijn leven hier. Net zoals bij iédereen uit ‘het westen’ die hier zo’n beetje ‘rondwoont’, geldt voor hem ook de tweeslachtigheid. Eén kant trekt de mensen naar het hier blijven, eventueel ‘forever’. Dat wordt geschetst met álle voor het grijpen liggende factoren: het prachtige landschap, het ontbreken van de westerse drukte, het thuis altijd maar moeten presteren, het lekkere weer, het avontuur van alle dagen weer bijzondere ontmoetingen met bijzondere mensen, etc. etc. En kijk toch eens, wat een geweldige onderneming MamboViewPoint toch is!
Maar er is nadrukkelijk ook die andere kant: wat ís dit voor een land? Wat is dit voor een volk? Wij zijn zó gewend ‘ergens op te kunnen bouwen’; hier moet je erop voorbereid zijn, dat álles morgen weer anders kan zijn. Je bent nóóit zeker van je zaak. De interculturele kloof is zó groot, dat je je met recht en reden kunt afvragen, hoe je ‘vriendschap’ nu moet definiëren. Marion en Herman leven in een bijzondere wereld: allemaal mensen om hun heen, die afhankelijk van ze zijn, die heel hartelijk zijn. Waarvan je echt kunt denken: dít zijn de mensen in mijn leven en wellicht ook gewoon… in mijn hart. Maar als puntje bij paaltje komt, dan zijn het natuurlijk geen vrienden. Dan zijn het werknemers. En is de afstand altijd redelijk groot. Gijs legt hier ook een aardige klemtoon op en vraagt zich af, wat hij nu wérkelijk deelt met alle Mambo’ers. Ook hier zijn en leven de mzungu’s met elkaar.

0703 in de boomOp verschillende plekken houden we even rust. Op een richel staat een boom, waar ik op verzoek van Gijs even in klim. Dat is een mooi plaatje altijd, zegt-ie. Daar zit ik even met m’n benen om een dwarstak heen. Oppassen dat ik geen kramp krijg. Dat gebeurt gelukkig niet. Ik stuurde deze foto later via Whatsapp naar wat mensen in Nederland door. Van eentje kreeg ik een berichtje, of ik wel wist wat ik aan het doen was. Ik zoomde nog even in op de foto en zag toen, dat er niet zoveel vrolijkheid in me zat. Ik voelde me toch prima, dacht ik, en zat te genieten. M’n gezicht sprak gek genoeg andere taal. Ik was kennelijk toch wel érg “bezig” met m’n fysieke challenge.
Hoewel ik uiteindelijk de hele tocht geen enkel probleem heb gehad, zit het toch in m’n systeem: het gevoel van en de angst voor lichamelijk verval. En ook wat ergernis, omdat ik er te gemakkelijk mee omga. Als gezegd: ik wil wat gaan veranderen.

Beneden gekomen is het dus nog een flink eind door de velden banjeren. We nemen een drooggevallen rivier; Jusufu is met de honden inmiddels weer terug naar boven gaan lopen. Gijs loopt met me mee naar het einde en neemt daar een brommertje de berg weer op; de steile onverharde weg achter Mtae. De rivier is droog, maar je kunt zien, dat er nog niet zo lang geleden wel water was. Gijs zegt dat het enige weken geleden een keer zo hard regende dat de vallei gewoon onder water stond.

0703 in dorpjeAls we bij het dorpje aankomen, staat het brommertje met mijn tassen achterop al klaar. Zoals dat normaal gaat: een boel gesteggel over hoe nu verder. Het chauffeurtje zegt dat-ie eerst mij naar de hoofdweg brengt, dan terugkomt en met Gijs weer de berg op gaat. Gijs is not amused: dat was de afspraak niet en gaat veel te lang duren. “Waarom, godverdegodver, doen ze nou nooit eens iets gewoon volgens afspraak”, laat hij zich ontvallen, ook z’n eigen altijd aanwezige ergernis over de communicatieproblemen ventilerend.

Maar even later zit ik achterop het brommertje, dat met een gangetje van zo’n 50 à 60 kilometer per uur (ja echt: de snelheidsmeter doet het; dat zie je niet vaak hier!) door de vallei scheurt. Ik koop een literfles water en drink ‘m op het brommertje in een paar minuten helemaal leeg. Aan m’n linkerzijde de oprijzende bergen van Usambara, waar ik nu ook zelf het waarschijnlijk nóg mooiere uitzichtpunt bij Mbaru ontwaar. Gijs was daar met de fietsers en was er laaiend over. En rechts, een paar kilometer naar het noorden, de Pare-bergen, die een veel minder coherent berggebied vormen en soms even helemaal afvlakken. Dit tochtje duurt bij elkaar bijna een uur. We rijden dus wel 50 kilometer door de vlakte, waar niet zoveel groeit. Dorre steppeboompjes, acacia’s, wat verdord gras. Verderop, als we een stuk lager zijn, zijn er ineens uitgebreide rijstvelden, die direct een wat oosterse sfeer ademen. Ook hier hebben de boertjes van die sombrero-hoeden op.

0703 bij de hoofdwegDe wandeling had 2,5 uur geduurd; het geëmmer bij de pikipiki-drivers een half uur en daarna dus een heel uur op de brommer. Om halféén ben ik bij de hoofdweg waar ik een plastic stoeltje krijg onder een acaciaboompje. Een jong ventje heeft zich hier kennelijk opgeworpen als de bushaltehouder. Hij heeft inderdaad ook een ticketboekje. Maar voor mij gebruikt-ie ‘m niet. Ik betaal hem uiteindelijk ook niet. Hij komt naar me toe, na een half uurtje, en zegt dat de volgende bus de mijne is. Heeft kennelijk telefonisch contact gehad met deze bus.

Heerlijk, de bus zit maar half vol. Ik kan lekker 2 stoeltjes nemen. Had me zo voorgenomen om lekker te gaan lezen of muziek luisteren, maar ik merk, dat ik onwijs gaar ben en alleen maar zin heb in helemaal niks. Ik lijk wel een Tanzaniaan: zit uren te dommelen met m’n ogen open.

De rit naar Moshi duurt zo’n 4,5 uur. Gek genoeg gaat ’t toch snel voorbij. Er komt ook 0703 marskramerweer zon busmarskramer in het gangpad. In Moshi staan we een tijd stil op het drukke busstation en koop ik wat eetwaar vanuit het raam. Helaas voor mij stroomt de bus nu wel helemaal vol en zit ik het laatste uur naar het vliegveld lekker opgepropt met m’n benen in het gangpad. Wat de nodige problemen met de gangpassanten oplevert. Maar ik kan ze écht nergens anders kwijt.
Op de weg naar Arusha ontwaar ik ineens de top van de Kili boven de wolken uit. Wat een imposant gezicht weer. Mijn hart schreeuwt ’t weer uit: daar wás jij, jongen, helemaal bovenop!
Een kwartier lang rijden we 5 kilometer per uur, achter een vrachtwagen die heuvelop écht niet harder kan! Echt krúipen is dit!

Bij de afslag naar het vliegveld word ik eruit gezet en staan er direct allemaal pikipiki’s om me heen. Eentje wil me helpen, maar verstaat geen Engels. En ik heb nog een verzoek: ik zou zó graag even douchen! Is er misschien een lodge in de buurt, waar ik even heen kan. Ik moet het aan een ander vragen. Er is helemaal niks daar; wel een lodge vlakbij het vliegveld. De Engelssprekende jongen wil me achterop, maar ik zie die eerste jongen vragend kijken. ‘Sorry mate, he was first’, zeg ik. En dat neemt-ie sportief op.
Voor 3000 shillingen (dat ritje van een uur was 15.000 shillingen; zo’n 6 euro) brengt-ie me naar het vliegveld, dat aan het einde van een vijf kilometer lange toegangsweg ligt. Op het bekende terrasje – het enige op het hele vliegveld – zit ik even later aan één van de lekkerste koude biertjes ever en klets telefonisch even bij met Fen, die nog op school zit.

Tja, ik heb nog geweldig veel uren tot m’n beschikking. Maar toch, ik had écht geen zin om eerst naar Moshi te gaan. Ik red me hier wel.
Bij het vertrekhal spreek ik een meneertje aan met de vraag of ik misschien ergens kan douchen. Wat een geluk: hij neemt me mee naar personeelsruimte, waar ik een douche aangewezen krijg. Ohhh, wat heerlijk is dat!

En nu zit ik in het restaurant van het vliegveld, is het halftien en heb ik nog steeds vijf uren te gaan! Even doorbijten nog.