Song van de week (112) – Rustin Man – Judgement Train

Advertenties

Malawi 2019 – 26 – Laatste dag in Mzuzu, terug naar Lilongwe

Lilongwe, Mabuya Camp, 3 februari 2019, 13.30 uur
Weer terug in Lilongwe. Heb nu nog de hele dag om te schrijven en te lezen. Vanavond om 11 uur word ik opgehaald door Henry of z’n zoon Dalitso, die me met hun taxi naar het vliegveld brengen.dav
Zojuist voor de derde keer het traject Mzuzu-Lilongwe afgelegd, een busrit van bijna 6 uren. Ach, die duur van de busrit, is allemaal psychisch. Eigenlijk is ’t in een vloek en een scheet voorbij. Ik dommel wat, kijk nog een aflevering van Black Mirror, pak m’n boek, neem de omgeving in me op. Het is een prima bus, een prima weg, een fijne rit.

Gistermorgen de tijd genomen. Ik had nog één belangrijke afspraak staan: met Sister Florence, die wederom in Mzuzu zou zijn. Ze draait er haar hand niet voor om, dat heen-en-weer gedoe tussen Mwambazi en Mzuzu, drie-en-een-half uur hobbelen. Ze kwam niet speciaal voor mij naar Mzuzu. Het was een bijzondere feestdag: álle Holy Rosary-zusters waren bijeen in Mzuzu, bij het ‘moederhuis’. Sowieso had ik nog belangrijke post voor haar. Ik was koerier voor Xevia, die me in Lilongwe vorige week al een envelop had overhandigd voor Florence. Maar voor mij was ’t wel heel belangrijk om haar nog te spreken, want het moet voor ons voor de toekomst duidelijk zijn, wie onze aanspreekpersoon wordt voor alles rondom Mzambazi, Rumphi en ook voor St.John’s Hospital in Mzuzu. Sister Florence regelt alles met het ophalen van de mensen vanaf vliegveld (een dagreis voor haar), neemt ze mee naar NMC voor de permits om hier te mogen werken. Het is niet echt fijn, als het telkens andere mensen zijn, die dit moeten regelen. En ook v.w.b. de gastgezinnen: liefst alles in één hand houden, dat scheelt ons in Nederland een hele zorg.
Weer warme ontvangst in het ‘mother’s house’, waar ik haar tref en natuurlijk ook er weer een lunch bij krijg. Alles goed afgestemd. En daarna met een bunch blauwe zusters in een Landrover, word weer afgezet bij de Coffee Den, waar ik aan het werk kan met m’n verslagleggingen. Jawel: ik ben aan het werk hier!

Juist met het hiermee bezig zijn, met alles rondom het realiseren van afrondende verslagleggingen, kom ik helemaal in de vertrekmodus. Het is wel goed zo. Ik ben tevreden. Mission accomplished. En ik ben ook eerder dan bij de voorgaande reizen weer toe aan hereniging met mijn eigen wereldje in Nederland.

norAan het einde van de middag wandel ik naar de grote, moderne ‘mall’, waar wat jongens bezig zijn met ‘promotion’-activiteiten voor de Shoprite, de grote winkel. Dat is een apart fenomeen. Er staat een kleine partytent, daaronder een tafeltje met apparatuur en daarvoor een stapel van een stuk of vijf mega-geluidsboxen. De muziek die er uit deze boxen komt is zó keihard, dat ’t geweldig vervormt. Maar dat maakt niet uit: het moet gewoon zo hard mogelijk.
Er loopt een jongen rond met een draadloze microfoon en hij schreeuwt tussen de muziek door keihard z’n promotions, die ik natuurlijk niet versta.
Penjani komt eraan lopen, ik had hier met haar afgesproken, en ik kom met de voordehandliggende retoriek: waarom moet dat nou zó belachelijk hard? Iedereen moet ’t toch horen, zegt ze, en ze kijkt me aan alsof ík niet goed kan nadenken: duuhhh!!

We nemen nu maar een taxi naar huis, wel zo makkelijk.
mdeHet gezin van Penjani is erg leuk. De kinderen zijn nieuwsgierig naar me, stellen allerlei vragen. Zo kom ik ook helaas terecht in die ongemakkelijke situatie ten aanzien van mijn kerk, mijn geloof en zo. Heb deze keer niet ’t achterste van m’n tong laten zien en ben blijven hangen bij Niko-de-gemiddelde-westerling: het geloof is niet zo belangrijk meer in het westen, men gaat niet zoveel meer naar de kerk, etc. etc. Ze snappen dat echt niet.
Hier zit een bijzondere cultuurkloof tussen de Afrikaan en de Europeaan. Ik voel dan ook echt, dat ze naar ons, naar mij kijken met een blik van: wat een arremoe bij jullie, als het geloof niet het mooiste, beste, belangrijkste, etc. in je leven is! Misschien is het voor hen nog wel veel moeilijker om mdezich hierbij een voorstelling te maken, als dat het voor ons is om ons in te leven Afrikaanse beweegredenen, waar wij weer zoveel moeite hebben (denk aan: nooit op tijd komen, lening niet terugbetalen, kinderen op school meppen met een stok, etc.). Want ze zien de westerling wel als verstandig, geleerd, nadenkend, etc… En dan toch Jezus afwijzen! Of althans: onvoldoende prijzen. Dan moet er wel een steekje aan je los zitten!

Penjani is een mooi mens, fijne moeder voor deze kinderen. Ze doet ’t helemaal in haar eentje. Ze heeft zich voorgenomen om álles in het werk te stellen om haar kinderen alle kansen in het leven te kunnen geven. Ze heeft op zich maar een gewoon baantje, moet alles alleen doen. Dit huisje is helemaal van haar zelf, heeft ze zelf laten bouwen, beetje bij beetje. ‘Kijk, het gezin hiernaast, die hebben een auto, maar die huren hun huis”, zegt ze. “Laat mij maar fijn lopen naar de stad, dat kost geen geld!”. Ze heeft helemaal gelijk!
davNee, zo doet het trouwens niet alleen: juist de kinderen doen enorm mee. De jongens zijn aan het kokkerellen in de keuken. Dat heb ik nog niet vaak gezien: mannen die koken. Laat staat jonge jongens! Petje af. En Cecilia, de mooie dochter van een jaar of 17, zij studeert in Blantyre, aan de andere kant van het land, is nu thuis vanwege vakantie.
Cecilia heeft een doek om haar haar gebonden. Ik vraag haar waarom. Wil je je haar niet laten zien? Ik ben wel benieuwd. Alle dames dragen het haar óf heel kort óf het is een pruik. Hoe zou ’t met Cecilia zijn? Ze zegt dat ze de doek om heeft om haar pruik beter te beschermen, vooral voor de nacht, in bed. Pruik dus. Maar ik ben niet voor één gat te vangen: hè, maar waarom doe je ‘m dan niet gewoon áf tijdens het slapen? Uhh, nee, dat gaat niet: hij zit vast op het hoofd.dav
Dat zal dus wel de normale situatie zijn: een pruik, maar eentje die wel vastgemaakt is op een ondergrondje van het eigen haar. Wat een gedoe!

Vanmorgen was het hele gezin er om 6 uur uit. Cecilia en Emanuel, de eigen kinderen van Penjani namen afscheid van me in huis, de twee andere jongens pakten mijn tassen en wandelden met mij en Penjani mee naar de hoofdstraat van deze wijk, Hilltop genaamd. Daar had Penjani al een taxi voor me geregeld en zo namen we afscheid, waarbij ik moest beloven, dat ik terug zou komen en dan mijn vrouw en dochters zou meenemen.

Harlan Coben – Momentopname

coben-momentopnameDit boek is uitgegeven onder de titel ‘Just One Look’. Coben is een veelgelezen thrillerschrijver. Ik houd nogal van thrillers in de bioscoop of op televisie, maar een boek, dat duurt me te lang, dat is een te grote investering. Maar goed: ik had m’n boeken uit en m’n Kobo-tje heb ik niet bij me op reis, deze keer. Op de Mushroom Farm bij Livingstonia trof ik dit boek, in Nederlandse vertaling.  In een paar dagen uitgelezen. Hierbij de overall bevestiging: nee, zulke boeken hoef ik eigenlijk niet te lezen. Het is een ingenieus en complex verhaal, maar er is helemaal niets hermetisch aan. En dan is complex eerder het resultaat van wildgroei, dan het resultaat van een geweldig verhaal-bouwwerk. Dan krijg je het vermoeden dat er alleen gebrouwen is tussen een begin en een eindpunt, ter overbrugging. Ik voel me altijd een beetje genaaid (gebeurt ook in films), wanneer er sprake is van personages, waaraan je plot-relaties denkt te moeten toekennen, en dat ze dan op het einde eigenlijk alleen maar bliksemafleiders, schijnbewegingen waren. Voor het effect dus.
Als de karakters diepte krijgen, dan heb je daar nog steun aan. Maar dat gebeurt ook al niet. Zo was dit niet meer dan tijdverdrijf. Dat paste wel bij de overdosis uren die me ten deel vielen onderweg en bij de Mushroom Farm in Livingstonia.
Gauw weer aan een écht boek beginnen! 😉

Malawi 2019 – 25 – Mother’s House en St.John’s Hospital

Mzuzu, 1 februari 2019, 21.15 uur
Kijken zie niet naar voetbal, dan kijken ze naar die ongelooflijke tragi bollywood-series. Doen ze dat niet, dan kijken ze naar dat totaal-idiote fake-wrestling in Amerika. Ik kon het net niet nalaten, de jongens hier te vertellen, dat het allemaal fake is. Geloofden ze niks van. Het is niet om aan te zien.
De afgelopen week was iedereen op dit tijdstip van de dag al ‘op stok’. Hier niet. Het hele gezin zit nog om me heen, er is nog visite bijgekomen ook; ze laten zich verder nauwelijks wat aan mij gelegen liggen. En dat is wel weer ontspannend.
Ik ben in Mzuzu nu bij één van ‘onze’ gastgezinnen. Over 2 weken komt er een stagiair via ons in Mzuzu, die hier komt ‘wonen’. We zijn zonet ook nog even wezen kijken bij het andere gastgezin waar de andere stagiair – ze komen beide van de dezelfde verpleegkunde-opleiding – komt te wonen. Tien minuten wandelen hiervandaan. Denk dat dit wel een leuk gastgezin is.

Vanmorgen na een geweldig gevulde wrap als ontbijt bepakt en bezakt de stad in gewandeld, op zoek naar Penjani, die werkt in een internetcafé. Bij Penjani slaap ik mijn twee laatste nachten in Malawi. Bij Penjani heb ik m’n grote rugzak alvast achtergelaten. Daarna heb ik een taxi gepakt en me laten brengen naar Mount Rosa. Daar huist in Mzuzu de congregatie van de Sisters of the Holy Rosary. Hier is het hoofdkwartier, dat eigenlijk over het gehele bisdom gaat. Ik ga er naartoe voor een gesprek met Sister Mariarosa, die feitelijk het hoofd is van álle zusters in het bisdom. Vooral in Rumphi benadrukten de zusters, dat ik ook met haar moet praten, want zij is uiteindelijk hoofdverantwoordelijk voor de vrijwilligers als ze er zijn.dav

We rijden noordelijk het centrum van de stad uit. Het is heel groen hier. Een dal door met veel riet en moeras, maar daar voorbij weer een ander stuk van de stad, veel luxe huizen, resorts, publieke gebouwen, particuliere scholen, etc.mde
In het complex van Mount Rosa (ik moet ook maar eens op www.mountrosa.org gaan kijken) tref ik geen mensen, dus ik wandel wat door de gangen totdat ik stemmen hoor. Da’s precies bij de deur waarop staat ‘mother superior’. Ik klop en zeg ‘hodi’ (net als in Swahili). De dame die open doet, dat is dan ook precies Sister Mariarosa. Ze zegt dat ze net een appje wilde sturen met de vraag, hoe laat ik zou gaan komen.
Samen zitten we een uurtje te kletsen over de zaken waarover we optimaal willen kunnen afstemmen t.a.v. de vrijwilligers. Aan het einde biedt ze me een kop koffie aan, gaan we in de keuken zitten en kletsen nog wat over Malawi en over Nederland. Fijn mens. Voor de toekomst hartstikke goed, dat we kennis maken. Denk dat we er nog veel profijt van kunnen trekken. Mariarosa is ook heel bereikbaar. Heeft een computer op het bureau staan, die voor de verandering eens niet meer dan 10 jaar oud is. Da’s redelijk uniek hier.

Ze loopt met me mee naar de weg om me te wijzen, hoe ik moet lopen naar het St. John’s Hospital. Half uur wandelen door dit Wassenaar van Mzuzu. Zo kom ik uit bij het ziekenhuis, meld me bij de receptie en wordt naar een kamer gestuurd. Voordat ik daar aankom, komt Chrispine, de ‘matron’, al op me aflopen. Ik herken ‘m van z’n WhatsApp-profielfoto. Chrispine is het hoofd van de verpleegkundigen. Dan ben je dus ‘matron’, ook als je een man bent.dav
Chrispine’s gezin is nu zelf het gastgezin voor onze vrijwilliger, die vorige week is aangekomen, volgende week naar Mzambazi gaat, doch haar introductie (op elke afdeling 1 dag) in dit grotere ziekenhuis moet doen. Dat zijn regels van de Nurses and Midwives Council (NMC) in Malawi.

Chrispine is ontzettend blij met een vrijwilliger uit Nederland. Hij zit gelukkig op alle denkbare fronten op ons Ontmoet Afrika-spoor. Dat maakt de interculturele twist een stuk makkelijker, dan kun je beter op direct wederzijds vertrouwen rekenen.

We gaan even kijken bij Chrispine’s huis, zo zie ik ook even het gastgezin-huis. Natuurlijk staat daar een lunch voor me klaar. Ik ontmoet Chrispine’s vrouw en z’n zoontje van 4 jaar en ook z’n zoontje van 2 weken oud. Chrispine en z’n vrouw Ashley hebben beide net een universitaire bachelorgraad gehaald. Chrispine in Blantyre, Ashley in Livingstonia. Ze hebben beiden 3 jaar lang doorgebracht op grote afstand van hun huis en familie in Mzuzu. Hun zoontje verbleef bij hun ouders en ze zagen hun hele familie alleen tijdens de vakanties. Maar het was de motie meer dan waard: ze hebben nu beide een baan met veel toekomstperspectief. Chrispine vertelt dat het een hele toer was om telkens weer alle centen voor deze opleiding bijeen te krijgen.dav

Hij neemt me daarna mee het gehele ziekenhuis door. Dit ziekenhuis dient voor ons niet alleen maar als introductieziekenhuis; het is ook mogelijk dat vrijwilligers/stagiairs hun gehele werktijd aan het werk gaan. Dat geldt nu juist voor de twee stagiairs die over 2 weken hier aankomen. Eén van deze twee zal dus in dit huis, bij Penjani, ‘wonen’.

Op een van de afdelingen tref ik onze vrijwilliger. Een verpleegkundige van mijn eigen leeftijd. Ze heeft haar eerste cultuurshocks al gehad. Eerst een paar taxichauffeurs die met elkaar op de vuist gingen, dingend om haar gunsten. Daarna een sterfgeval op de eerste dag van haar werk. Maar ze begon er al aardig in te komen. Heel herkenbaar, dit ‘vol van verwachting en toch ook onder spanning’-zijn.
Wachtend op de start van een publieke presentatie hebben we veel tijd om bij te kletsen. Ze heeft een flink aantal vragen voor me; fijn dat ze dit nu allemaal even bij me kwijt kan. Dankzij het 45 minuten te laat starten van deze bijeenkomst hebben we fijn de tijd. Als ik zie dat de bijeenkomst wordt geopend, neem ik gauw afscheid van onze vrijwilliger en van Chrispine.

Verder gewandeld, terug naar de stad, tot de Coffee Den, het plekje met de fijne cappuccino’s. M’n laptopje uit de tas en wat aan het werk. Om half vijf naar de Computer Connection gewandeld, Penjani weer opgezocht. Ze was de dagboekhouding aan het opmaken. Ze is de ‘cashier’ bij dit internetcafé.

Onderweg naar haar huis wandelen we via de markt, waar ze van alles koopt voor de maaltijd van straks. Een ‘jambo’-visje uit Lake Malawi, een zakje vol met die oranje bospaddestoelen, die er eigenlijk veel lekkerder uitzien dan dat ze zijn, een zak vol mango’s. En dan verder de stad uit. Ze zegt dat ’t allemaal heel dichtbij is, maar dat ben ik toch niet helemaal met haar eens. We wandelen sowieso ongeveer 2,5 kilometer. En als ik dan bedenkt dat St.John’s Hospital ook 2,5 kilometer de ándere kant op is, dan dringt zich aan me op, dat de vrijwilligers best een einde moeten gaan alvorens ze op hun werkplek zijn.

In Penjani’s huis is het gezellig druk. Ze heeft twee kinderen van zichzelf, vader is al geruime tijd niet meer in beeld, betaalt ook niet mee aan de kinderen. Daarnaast is er nog een neefje en nog een adoptiekind. Paar dikke bankstellen, zowaar een flatscreen-televisie, een aparte douche met stromend water, een schone wc en een klein slaapkamertje voor mij. Welke kind nu tijdelijk bij z’n broer of zus wordt ondergebracht, dat weet ik niet precies. Op de vloer zie ik nu wel een dode kakkerlak liggen.
We zijn ook nog even wezen kijken bij het andere gastgezin, dat is 10 minuter lopen, nóg wat verder uit de stad. Vast en zeker ook een prima gastgezin, al is het wel jammer dat ze geen kinderen thuis hebben. Hun twee pubers zitten beide op een boarding secondary school, ergens in het land.

 

Malawi 2019 – 24 – Terug naar Mzuzu

Mzuzu, Joys Place, 31 januari 2019, 21.30 uur
Vanmorgen wakker geworden met de monotone gebeden aan de andere kant van de muur. Boek gepakt. Uur later, om zeven uur, douche genomen en m’n tassen in gaan pakken. Ontspannen zitten ontbijten met de dames.sdr
Zuster Bernadette vertelde me dat de auto van de parish er zo aan zal komen, een pickup met laadbak. Zuster Devotha gaat achter het stuur, ik ernaast. In de laadbak de andere zusters. Ze gaan me uitzwaaien, maar moeten zelf overigens ook in het stadje zijn. Leuke foto gemaakt van de blauwe zusters in de laadbak. Op het busstation van Rumphi kan ik direct instappen in een shared taxi, ik neem afscheid van de zusters en iets meer dan een uur later ben ik al in Mzuzu.dav

In Mzuzu het lange zandpad afgewandeld naar Joy’s Place. Daar vond ik uit, dat het feit, dat ik geen internet heb op m’n laptop, terwijl ik wel ‘online’ ben, niet te maken heeft met m’n eigen data of de hotspot-verbinding, maar domweg met mijn laptop: ook met de wifi van Joy’s Place kan ik niks doen op internet. Joy zegt me, dat in de stad een techneut zit en ik besluit daar maar naartoe te gaan. Samen met deze jongen een tijdje zitten klooien, totdat hij met de tip kwam, om alle wifi-netwerken, opgeslagen in het geheugen van mijn laptop, te ‘deleten’. Echt, dat waren er wel 200! Allemaal van die adressen van hotels, campings, etc., waar ik de afgelopen jaren ben geweest en van hun wifi-netwerk gebruik heb gemaakt. En ja hoor: toen deze allemaal verwijderd waren, kon ik weer online!
Mijn hemel! Verzin het maar!sdr

Terug naar Joy’s Place en de rest van de dag zitten lezen en m’n dingetjes gedaan op internet. En de nodige afspraken gemaakt voor morgen.
Nog een aardige anekdote. Ik heb alweer anderhalve week last van die rare netelroosaanvallen. Dan wordt ineens een groot stuk huid vuurrood en gaat jeuken. Het was alweer een paar jaar geleden, dat me dat overkwam. Daar speelde altijd iets heel merkwaardigs bij: kreeg ik het op één kant links op het lijf, waar dan ook, dan kon je er donder op zeggen, dat het gespiegeld aan de andere kant ook zou gaan beginnen. Dat gebeurde nu helemaal niet. Raarrrrrr!dav
Deze keer had ik het op m’n bovenbeen, daar waar de linker broekzak zit, vooraan.
Een dag of vijf later een nieuwe grote rode plek. Deze keer onder het borstzakje van m’n blouse. Heeee, dat is raar: dat zijn precies de plekken waar ik de vieze, vettige, verfrommelde bankbiljetten bewaar, mijn daguitgaafbedragje althans. De rest zit beter opgeborgen. Dus het schoot al door me heen: zou er een relatie zijn.
En jawel, een dag of wat later: het geld in m’n rechterbroekzak en nu precies daarachter een rode vlek. Aldus kan ik concluderen dat ik allergisch ben voor geld!
Zo zit ik alweer twee weken aan de antihistamine. En gelukkig wordt het verder helemaal niet erger. Mooier word je er niet van, maar dat is nu van minimaal belang.

Malawi 2019 – 23 – Rumphi

davRumphi, St. Patricks Seminary, 30 januari 2019, 17 uur
Het is lekker slapen hier. Fijn bedje, fijne temperatuur, eigen kamertje. Ik hoorde om zes uur het geprevel in het kapelletje hiernaast. Daar beginnen de zusters hun dag mee.
Een gekookt eitje voor m’n neus, brood erbij. En een schaaltje ‘porridge’. Kop thee. Ze bidden staande achter hun stoel, ik ga er ook zo bij staan en zeg aan het einde ook maar ‘amen’.dav

Na het eten met Sister Bernadette naar de velden gelopen. De gardens van de zusters zijn zeer uitgebreid. These gardens are mine, zeg Bernadette. En later: these gardens are the gardens of Trinitas. Mooie Velden met mais in lange rijen, bonen, groundnuts, pompoen er tussendoor (voor de bladeren; de pompoenen zelf zie ik hier verder niet), zoete aardappel, gewone aardappel. Op de diepste gedeelten kun je zien, dat er water heeft gestroomd. Als het veel geregend heeft, dan komt ’t in grote hoeveelheden naar beneden, vanaf de bergen, en moet ’t tussen de tuinen door richting de rivier, nog dieper in het dal. Hier tref je tussen de landerijen ook weer mooie joekels van baobab-bomen.
Verderop komen we bij een gebouwtje, waarin twee machines staan. Maalmachines, de dav‘grindery’. Hier wordt alle mais in twee fasen, door beide machines heen, tot het basismateriaal voor de ‘nsima’ gemalen. Daarnaast een varkensstal.

Alle zusters hebben een eigen stuk land. Daarop hebben ze ook weer hun werklui aan het werk, hoezeer ook geldt dat ze zelf graag op het land werken en het veel doen.

We komen nu uitgebreid te praten over voedsel en voedselvoorziening in Malawi. Juist vorig jaar was een heel moeilijk jaar, met heel weinig oogstopbrengst. davBernadette zegt, dat het vooral komt, doordat de boeren geen geld hebben voor ‘fertilizer’. Om de mais mooi tot wasdom te kunnen laten komen, is het nodig, dat er 2x gebruik gemaakt kan worden van deze ‘fertilizer’. De eerste is nog redelijk goedkoop, die doen de meesten wel, maar de 2e, daar komt men meest niet aan toe. Daar is geen geld voor.
Het lastige is, dat uiteindelijk de opbrengst vele malen lager is, dat het kostenverschil tussen wel of niet deze 2e ronde van bemesting. Zo schiet het niet op dus.
Ik vraag ook nog even na, wat dat dan is, die ‘fertilizer’. En jawel, dit is onnatuurlijke kunstmest, ik vreesde dat al. Toch, Bernadette benadrukt: our famine is really only because there is no money for fertilizer.

sdrNa een uurtje weer thuis en gaan we eerst in het ziekenhuisje kijken. Dat ziekenhuis is dus niet helemaal gesloten. Of: het is op een bescheiden manier al bezig met het heropenen. Vorige week is er ook weer eens een kind geboren in de maternity. Ook komen er weer mensen langs voor medicijnen en vage klachten. Een paar mensen zijn weer aan het werk; ook de dokter is er nog, hij is blijven wonen in één van de huurhuisjes voor het personeel van het ziekenhuis. davDe meeste huisjes zijn nu aan anderen verhuurd, maar moeten weer vrijgegeven worden, als het ziekenhuis weer helemaal start. Het blijft evenwel vaag, wanneer dat weer gebeurt.
Bernadette benadrukt, dat er nog veel opknapwerk aan het ziekenhuis moet plaatsvinden. Maar ook nu al ziet dit ziekenhuis er een stuk beter uit dan menig ander ziekenhuis dat ik heb gezien in Afrika.

We wandelen daarna direct door naar de nonnenschool, met boarding. Drie zusters zijn alle ‘in charge of’ een ‘klas’. Sister Bernadette leidt de aspirants. Er zijn er momenteel 4. Ze komen meestal rechtstreeks van de secondary school. Een aspirant ben je een half jaar.sdr
Daarna stroom je door naar de ‘postulants’. Deze groep wordt geleid door Sister Devotha, bestaat momenteel ook uit 7 ‘studenten’, en een postulant ben je voor één jaar. Tot slot stroom je dan door naar de klas met ‘novices’. Momenteel zijn er vier novices, waarvan er twee momenteel ‘op stage’ zijn; dan gaan ze 3 maanden naar een andere diocese. Sister Mary begeleidt deze groep.
Naast deze sisters zijn er nog sisters: Sister Martha en Sister Ernestine. De laatste is verantwoordelijk voor de ‘special needs children’, die hier verblijven in het zogenaamde ‘Magdalena Center’. Sister Martha gaat over andere zaken, waaronder de ‘factory’, die nu evenwel gesloten is.

Dus we komen bij een gebouw naast het zustergebouw waar ik verblijf en daar binnen zijnde merk ik pas, dat dit een mooie aaneenschakeling van gebouwen is, met geheel omsloten pleintjes met tuinen er tussenin. Onwijs sfeervol.
Ik bekijk de verschillende kapelletjes in de gebouwen, de slaapverblijven. De drie verschillende groepen hebben ieder hun eigen afdeling, dus ook eigen kapel. De drie zusters hebben een eigen kantoortje. sdrEr is ook nog een uitgebreide bibliotheek met alleen maar stichtelijke boeken.
Het groepje student-nonnen van Bernadette, de aspirants, is bezig met een test. Dat kunnen ze wel doen zonder dat Bernadette erbij is. Tijdens het eten, later, vraag ik haar nog of ze dan niet gewoon alles met elkaar bespreken, afkijken bij elkaar, etc. Haar subtiele antwoord is, dat dat niet zo veel uitmaakt, want het gaat per slot van rekening vooral om hun ‘faith’. Ze staan achter hun bureaus en stellen zich om de beurt aan mij voor, waarna ik zelf ook even vertel waarom ik hier ben.
sdrBij het klasje van Sister Devotha van hetzelfde laken een pak. Een groot deel van de student-nonnen komt uit het noordelijk gelegen Karonga.
Komen we bij de derde groep, de novices, tref ik ineens een nog veel mooier gebouw aan met heel sfeervolle binnenplaatstuin. De twee novices die ik zie, dragen inmiddels al de felblauwe kleding die de zusters zelf ook dragen. Sister Mary neemt ons mee naar de gemeenschapsruimte van/voor de novices en vraagt of we een kop thee lusten. Ze heeft er superlekkere bananen-met-groundnuts-cake bij. Oei, daar wil ik het recept wel van! Hier hebben we een fijn gesprek over alle fascinerende verschillen tussen onze culturen. Ik hoor mezelf dan uitgebreid m’n best doen om het ‘mooie, rijke leven in het westen’ te relativeren, een klemtoon te leggen op wat de mensen hier nog hebben wat heel mooi is en wij zijn kwijtgeraakt in onze individualiserende maatschappij.dav

Als we weer ‘thuis’ komen, hoor ik dat Nancy, de leidster van het Magdalena Center, langs is geweest. Ook verneem ik dat het hoofd van de basisschool me vanmorgen had verwacht. Nou ja, vanmiddag lukt ’t ook wel.
Bij de lunch zowel kip als vis. En gesprekken over de verschillen qua geloofsbeleving in Nederland en in Malawi. Zolang niemand mij de vraag stelt, blijft mijn eigen geloofssituatie onbesproken. Ik houd dat het liefst zo. Maar er zijn wel dingen, waarover ik me best graag uitlaat als het wordt aangeroerd. Zo hoor ik een zuster vertellen over het onnatuurlijke van homoseksualiteit. Dan vertel ik graag, dat er in het westen veel erg toegewijde christenen zijn, die homoseksueel zijn, dat er zelfs veel homoseksuele priesters zijn. Ze schudden ontdaan hun hoofd. Maar als ik vertel, dat ik het véél erger vindt, wanneer zulke mensen, met zulke gevoelens, in de gevangenis worden opgesloten – zoals dat hier gebeurt – dan zijn ze dat gelukkig erg met me eens.sdr

’s Middags met Sister Bernadette naar de primary school gewandeld, op zoek naar het hoofd van de school. We treffen hem bij z’n huisje vlak achter een van de schoolgebouwen, hij zit met z’n hand in de msima, wast eerst rustig z’n handen, pakt twee stoelen, brengt ze naar buiten en zo kunnen we aan de praat. Geschikte kerel, die er érg naar uitkijkt, dat er een keer vrijwilligers komen uit Nederland. Hij had er al een beetje op gerekend, dat ze n.a.v. het bezoek van mijn collega, zomer 2017, al zouden komen.sdr
Hij laat me daarna de schoolbouwen zien en ook het gebouwtje met administratie, de lerarenkamer en zijn kantoor. Natuurlijk wil ik de school zelf ook nog zien, maar ik weet inmiddels hoe dat gaat, dus laat weten, dat ik twee klassen genoeg vind. En daar gaan de 60 tot 80 kinderen in het lokaal weer staan om mij te verwelkomen. De klassen zijn hier een stuk minder groot dan in Mzambazi, maar nog altijd zijn het er 600 in 9 klaslokalen.

De vrouw die de dagelijkse praktijk van het Magdalena Center draait, heet Nancy. Ze is naar huis om te lunchen en we wandelen daar vervolgens naartoe. sdrZe woont net aan de overkant van de grote weg naar Rumphi; direct tegenover het schoolgebouwencomplex, waarnaast momenteel gebouwd wordt aan nieuwe katholieke kerk. Er heeft eerder een kerkgebouw gestaan hier, maar dat is er niet meer. Sindsdien gingen de mensen naar de kerk in Rumphi. Toch wilden ze liever wel weer hier een eigen kerk en deze kerk wordt nu gebouwd voor én door de mensen zelf! Er is een bouwopzichter aan het werk, maar naast deze man wordt het bouwwerk gedaan door de mensen uit deze buurt zelf. Is dat niet geweldig!sdr

Het huis van Nancy is ook vooreerst het enige ‘gastgezin’-huis. Het heeft één nadeel; iets dat eigenlijk in gaat tegen onze ‘voorwaarden’: Nancy heeft geen elektriciteit in huis. Op zich is dat niet zo’n probleem, denk ik, want op de plek van het werk is er altijd stroom.
Nancy woont in een vrij donker huis, maar het is voorzien van de juiste ‘gemakken’. En bovendien: Nancy is een fijn mens en ze is dan ook meer dan een gastmoeder; ze begeleidt dan (uiteindelijk, straks) ook de vrijwilligers, als we ze vinden, in het Magdalena Center.sdr

Daar komen we later aan. De kinderen gaan weer, net als gisteren, alle kleine stoelen verslepen naar het overdekte gedeelte. Voor sommigen is dat een hele toer, met maar halve armen, of zonder vingers, of op één been. Ze gaan klaarzitten voor deze gast. Een jongen met een waterhoofd (dat had ik héél lang niet meer gezien), veel ontbrekende ledematen, vergroeiingen, een nogal ernstig verbrand hoofd, een spastische jongen. Ook een aantal, dat op zich lichamelijk niets lijkt te mankeren, maar geestelijk erg ver achter loopt. De sfeer is hier erg goed, het zijn vrolijke kinderen die, zoals ik ze hier zie, niet lijden onder hun handicap.

Ze wonen en leven hier. De meesten worden in vakanties opgehaald door familie. Ze zijn dus niet ‘verstoten’ of zo; hun ouders betalen ook een kleine bijdrage. Aan de linker- en de rechterzijde bevinden zich de slaapverblijven, voor jongens en meisjes apart.

’s Morgens krijgt de groep hier ‘les’, drie uren lang, van Nancy. Daarna neemt Nancy ze mee naar de primary school verderop en dan maken ze voor een deel van de dag deel uit van de reguliere schoolklas. De kinderen op school daar – en dat is dus dubbel winst! – wordt geleerd, dat gehandicapte mensen gewone mensen zijn. Ze gaan geleidelijk het veel ‘normaler’ vinden. Dat lijkt me een heel belangrijk winstpunt: gehandicapten uit het verdomhoekje halen, waarin veruit de meerderheid verkeert.

mdeHet is heel stil hier nu. De zusters gaan straks eerst weer hun gebeden doen in het kapelletje naast mijn kamer. Daarna de avondmaaltijd, waarna de dag er al heel snel weer op zit. Morgenochtend naar Mzuzu.
’s Avonds doen de zusters een spelletje. Ze gieren het uit van de pret. Ik snap geen bal van de regels.

 

Malawi 2019 – 22 – naar de zusters

Rumphi, St. Patricks Seminary, 29 januari 2019, 18 uur
De zusters zijn aan het bidden, zoals ze dagelijks doen op dit tijdstip van de dag. Over een half uurtje zit ik met ze aan tafel. Zit me weer eens op te vreten over het onverklaarbaar ontbreken van de mogelijkheid om op internet te komen. Hotspot werkt, computer geeft aan online te zijn, maar…. ik krijg geen website geopend. ‘Geen internet’ zegt-ie dan. Wat zie ik over het hoofd? Breek m’n kop er over. Was juist wel fijn geweest, nu weer even wat internet te hebben, zodat ik wat kan doen met mail en zo. Heb wel goed internet op telefoon, maar da’s geen doen, vind ik. Wel voor Whatsapp natuurlijk.

Liep zonet door het stadje en was weer helemaal blij. Het klopt toch wel, wat ik schreef: het is zoveel leuker om echt gewoon tussen de mensen te zijn, niet als onderdeel van de toeristische setting.

Vannacht weer urenlang regen. Regelmatig wakker ervan, gekletter op het golfplaten dak. Tegen zessen was het droog en lag ik op bed weer te lezen bij het daglicht. De anderen in m’n dorm nog slapende. Om zeven uur douche met op houtskool verwarmd water. Om half acht m’n spiegeleitjes op brood en een pot koffie. Om half negen begon het weer te regenen; om negen uur zou Griffin me komen halen. Gelukkig was het om negen uur weer droog. Maar ja, dat zal nog steeds wel een glibberpartij worden op de haardspelbochten naar beneden, achterop de bromfiets.

davGriffin is gelukkig een heel voorzichtige chauffeur. Hij zegt ’t zelf ook: naar beneden is veel lastiger dan omhoog. Zo doen we bijna een uur over de 10 kilometer. Griffin remt op z’n rem en op de motor tegelijk, we doen ’t eigenlijk helemaal op zwaartekracht. En op dat terrein ben ik een flinke bijdrage! Vaak moet ik er even af. Dan is ’t echt té modderig en glibberig, te diepe sporen ook. Maar eigenlijk zijn de stukken die droog zijn, de rotsige stukken, misschien wel gevaarlijker. Een grote stuiterpartij is het dan. Ondertussen spectaculair uitzicht op het dal beneden, tussen de bomen door.

Beneden haal ik de mooie houtsnijwerk-sleutelhangers op, die ik op de heenweg heb besteld en wordt er al heel snel een bus voor me geregeld. Kan zo instappen, naast de bestuurder zelfs. Luxe!dav
Daarna een paar fijne uren in ’t busje. We rijden weer hoog de bergen in, de M1, de hoofdweg van noord naar zuid door het hele land (zo’n 1000 km) kronkelt omhoog naar de hoogvlakte, die volgens mij zeker 800 meter hoger ligt dan het meer. Het is op zich geen hoogvlakte eigenlijk, je zit gewoon in een berggebied, trekt een dal tussen hoge toppen door. Hartstikke groen land. Nu ineens weer veel zon. Veel bavianen op de weg.
Bij de afslag naar Rumphi ga ik eruit en kan zo overstappen in een kleine taxi. Die staan davdaar standaard klaar om iedereen voor 1000 kwacha naar het stadje te brengen. We rijden tussen twee bergen door, langs een klotsende bruine rivier, tot we een kwartiertje later vlakbij Rumphi zijn. De chauffeur zet me af bij St.Patrick’s Seminary, rijdt daar zelfs 500 meter een onverharde weg op.

davBeetje vergelijkbaar met Mzambazi kom ik hier op een heel groot terrein met verspreide gebouwen. We passeren de parish-gebouwen, de gebouwen waar de ‘Fathers’ zitten, een primary school en ook, naar ik later weet, de boardinggebouwen van de ‘special needs’ kinderen, zeg maar: de gehandicapte kinderen.
Achterin tref ik het ziekenhuisje, dat momenteel gesloten is, maar binnenkort weer zal worden geopend. En daarnaast het gebouw van de zusters. Daar moet ik wezen.

sdrEr komt een oudere zuster, precies zo in het blauw als in Mzambazi, vrolijk en enthousiast naar me toe gelopen. Dit is Sister Bernadette. Ze neemt me mee naar binnen en toont me direct op de hoek alvast mijn kamer. Leg m’n spullen alvast neer. Daarna gaan we zitten in een kamertje met allemaal feautuils, model jaren vijftig, en komt ook Sister Trinitas er bij. En daarna een novice, Apollonia. De dames zijn open en verwelkomen me hartelijk, stellen allerlei vragen.
sdrAls we in de aangrenzende kamer, waar een grote tafel staat met stoelen eromheen, gaan zitten, sluiten er nog 2 sisters aan, Martha en Mary. Ik word echt prinselijk binnengehaald. De novices gaan door hun knieën als ze me begroten. Dat is even vrij ‘vormelijk’, maar het deert me niet: ze zijn heel open en doen verder totaal niet onderdanig. Ik doe zelf ook m’n best om zoveel mogelijk ijs te breken. Wat gelukkig prima lukt.sdrWe lunchen met rijst, geroosterde visjes en die ‘spinazie’ van pompoenbladeren met fijngestampte groundnuts erdoor. Prima te eten. Ik zal vanavond of morgen vast en zeker wel een keer aan de nsima gaan, de maisbal. Tot dusver is ’t er nog niet van gekomen, de afgelopen 3 weken.dav

Sister Bernadette neemt me daarna mee naar het huis van de gehandicapte kinderen. Ik tref een paar gebouwen rondom een binnenplaats. Daar zitten kinderen tussen de 4 en 16 jaar oud (schatting), er is een jonge vrouw bij en een andere jongen. Er worden stoeltjes bijgepakt en een paar grote stoelen neergezet voor mij en Bernadette. Ze zitten afwachtend naar ons te kijken, totdat een meisje uit de groep, jaar of 13, met het ‘liedje’ begint: ‘welcome, welcome, visitor’. Het gaat hier net wat lijziger aan toe, dan bij een ‘normale’ groep kinderen. Er zijn er bij die niet kunnen praten, er zijn wat spastische kinderen bij. Wat kinderen waarvan sommige ledematen ontbreken. Een zwaar verbrand meisje.

We wachten feitelijk op Nancy, die deze kinderen begeleidt. Maar nu blijkt dat zij naar een begrafenis is. Een jongetje van 12 van de basisschool verderop, de school waar al deze kinderen ook naartoe gaan, is plotseling overleden.
Zo heb ik dit alvast even gezien, hebben de kinderen verwachtingsvol naar me zitten kijken, maar nemen we afscheid zonder dat er verder iets is gebeurd.

dig[De duurste auto,, schoongemaakt door een tomatenverkoopster bij haar stadje. Zou-ie van haar zelf zijn? ;-)]

(30-1, 6.30 uur)
Dan is het half vier, had even hard geregend, maar nu is het heel zachtjes aan het regenen. Bernadettte geeft me haar paraplu mee en ik ga naar Rumphi wandelen. Me even een beetje oriënteren hier.
sdrDit seminarie ligt een paar kilometer vóór Rumphi. Ik wandel het pad af naar de grote weg en sla daar rechtsaf.
Rumphi is geen mooi stadje. Ach, welk stadje is hier wél mooi. Het is smoezelig, rommelig, levendig. Tussendoor soms grotere huizen, een ‘conferentiecentrum’, wat bankgebouwen. Zo wandel ik wat rond, zie de levendige markt, drink een biertje in een gelegenheid, waar ik de enige gast ben. En wandel weer terug, her en der groetend. davHeb geen blanke gezien, maar dat houdt hier gelukkig helemaal niet in, dat je nagekeken wordt.

’s Avonds zit ik met de zusters aan de tafel en blijkt, dat ze echt onwijs lekker voor me gekookt hebben. Homemade spaghetti, met van die heerlijke bospaddestoeltjes. Superfijn gezelschap. Ja, deze dames lachen wat af; heel wat anders dan die wereldreizigers in Mushroom Farm.