Annejet van der Zijl – De Amerikaanse prinses

de amerikaanse prinsesNet als waarschijnlijk bijna iedereen die “De Amerikaane prinses” van Annejet van der Zijl heeft gelezen, had ook ik nog nooit gehoord van Allene Tew. Bij mij ging het zelfs nóg een stukje verder: toen ik aan het laatste deel van het boek toekwam, was het nog steeds een grote verrassing, toen ze een ‘tante’ van Prins Bernhard en een ‘peettante’ van Beatrix bleek te zijn. Op die relatie met het Hollandse koningshuis wordt in het verhaal niet gepreludeerd. Slim van Van der Zijl, want dat had effectbejag geweest, beetje goedkoop.
Trouwens, als Wilhelmina niet onverwacht toch zwanger was geworden, dan was er nog een vorstenhuis ergens in Pruisen, waar dan hoogstwaarschijnlijk een prins vandaan was getoverd. Had Allene ook iets mee te maken, maar het is me alweer ontschoten. Het is werkelijk bizar hoe koningshuizen zijn verzonnen en verwinkeld in de voorgaande eeuwen. Een rare combinatie van waardering van traditionele bloedlijnen en een (bij mij) gevoel van “nou, zet hem daar maar neer, dan hebben we blauw bloed en kunnen we verder”.
Van der Zijl was enige jaren voordat ze dit boek schreef (al drie jaar oud, maar nog steeds haar laatste boek; geen idee waarmee ze nu bezig is), gepromoveerd op haar biografie van Prins Bernhard. Tijdens haar onderzoek stuitte ze op Allene Tew en dacht: over haar ga ik ook een boek maken.
Het is een heel onderhoudend boek geworden. Pas toen ik op tweederde van het boek belandde bij de ‘tijdwissel’, vanaf waar ‘ons koningshuis’ erbij betrokken werd, snapte ik waardoor dit boek zoveel is verkocht. Tot dan vond ik het ‘interessant’, maar relatief onbetekenend. Allene Tew was een Amerikaans meisje, dochter van een man, die een beetje de mislukkeling in een ‘American dream’-ondernemersfamilie was in de 2e helft van de 19e eeuw. De familie trok naar de bossen bij het Eriemeer en stichtte daar Jamestown.

Allene (waarschijnlijk een schrijfverbastering van Eileen) was enig kind en uitzonderlijk knap. En daarbij nogal slim en gewiekst. Ze trouwde met een stinkend rijke erfgenaam, trad het wereldje van de superrijken binnen en bleek gehaaid genoeg om zich daarin te handhaven. Ze maakte nogal wat mee: haar eerste twee echtgenoten waren niet de leukste. De ene overleed op z’n 30e na een leven van gokken en drinken, het volgende huwelijk liep op een scheiding uit, maar bracht haar ook alleen maar meer welstand. Het derde was een heel gelukkig huwelijk, niet meer voortgekomen uit haar schoonheid.
Maar deze echtgenoot overleed en…. alledrie haar kinderen overleden! De eerste als peuter aan een ziekte, de andere twee in 1918. Zoon als piloot in de RAF, eerste wereldoorlog, dochter aan de Spaanse griep, een half jaar later.
Allene Tew liet zich niet klein krijgen. Haar beste jaren moesten toen nog komen. De twee volgende huwelijken waren verstandshuwelijken en brachten haar naar Europa, vooral naar Parijs. Met de eerste (haar vierde dus) redde ze een oud vorstenhuis van de post-eerstewereldoorlog-armoede. En zo werd ze dus ’de Amerikaanse prinses’. Via deze familie kwam ze in contact met de ’Von Lippe-Biesterfeld’s, met de moeder van Bernhard. Maar ook daar scheidde ze weer van vanwege haar pro-Nazi’-echtgenoot. Toen was daar de laatste echtgenoot. Een Rus die nog de persoonlijke beschermer was geweest van de laatste tsaar. Een prima verstandshuwelijk, maar waarschijnlijk nauwelijks een liefdesrelatie.

Allene Tew wordt door Van der Zijl mooi in het zonnetje gezet. Het is geen hagiografie, daarvoor is de schrijfster teveel een historicus, maar ze schrijft wel liefdevol over haar. Ik kan me voorstellen dat er ook schrijvers kunnen zijn, die een grotere klemtoon hadden gelegd op haar strategische capaciteiten om welstand na te jagen.
Wat mij nog het meest zal bijblijven, dat gaat over ons koningshuis. Hoe grijs en saai Wilhelmina was, hoe onbetekenend en lelijk Juliana was. Hoe doelgericht de opportunistische, nietsnuttige en armoedige Bernhard was in zijn streven naar macht en rijkdom door in te trouwen in het Nederlandse koningshuis. Je weet (en wist) het eigenlijk wel, maar het is toch onthutsend om het zo knip en klaar te lezen.
Ik lees dit soort boeken bijna nooit. Het zal ook wel kern in de door nog veel méér mensen gelezen Bernhard-biografie zijn: het hele koningshuis is toch maar een rare constructie.

Oja, één ding is superirritant in dit boek. Van der Zijl haalt regelmatig zinnetjes aan, in het Engels, zoals ze zijn uitgesproken door mensen in dit verhaal. En telkens schrijft ze daar direct de vertaling in het Nederlands achter. Ontzettend stom, dat leest heel idioot, beetje debiliserend. Het is een knieval richting alle lezers die in het geheel geen Engels kunnen lezen, vermoed ik. Op zich sympathiek, maar het gaat wel érg ver. Terwijl de context toch altijd al genoeg zegt. Denk dat niemand erover zou zijn gevallen, als ze dit achterwege had gelaten.

Advertenties

Song van de week (106) – Tim Maia – Rational Culture


Deze Braziliaanse held is al 20 jaar dood en…. ik kende ‘m nog helemaal niet. Sta ik een kledingzaak in Batavia Stad in Lelystad, hoor ik dit, houd m’n Shazam-telefoont erbij, en zo denk ik “iets nieuws met een heerlijke ouwerwetse soulsound te hebben ontdekt..
Maar OK, daar wordt ’t niet minder mooi van. Heerlijk!! En groovt heerlijk eindeloos door!!

Watertoren

Hij staat er deze week, tijdens de Groningse ‘indian summer’, wel héél erg mooi bij!dav

Herinnering

herinnering

zoals we daar lagen
in schovend korenluister

jouw opgewonden glimlach
van rozebruinzachte laagjes
netjes over elkaar gelegd

het licht vroeg zich niets meer af in middagschemer

je opende je langzaam
terwijl ik – in verbazing – keek

zo is het genoeg
zei je

zo is het genoeg voor de eerste keer

[Aangetroffen begeleidend bij een foto, bij een tentoonstelling van amateurkunst, Verhildersum, Leens. Het is van Harry van Velsen, ‘foto’s met gedicht’. Zonder toestemming geplaatst. Vind dit gewoon een erg mooi gedicht. Als Harry bezwaar heeft, dan hoor ik ’t misschien wel.]

 

Ghana 2018 – 15 – Elmina en naar huis

Groningen, 6 oktober, 16 uur
Nee, inmiddels thuisgekomen! En geen tijd meer gemaakt, tijdens de reis, om nog wat op te schrijven. Dit wordt een afraffelaar. Maar dat dondert niet, het was toch ‘gewoon’ een reisdag, maar nog wel met een bijzonder hoogtepunt: het bezoek van het kasteel van Elmina.

De wekker gistermorgen nog ietsje eerder gezet; we wilden om half zeven ontbijten, om zeven uur in de auto. Ik zet die wekker iedere keer trouw, maar het slaat eigenlijk nergens op: ik ben standaard minimaal een uur éérder wakker dan de ingestelde tijd. Deze nacht zelfs redelijk belabberd geslapen. Van de nood een deugd gemaakt en zowel aan de voor- als aan de achterkant van de korte nacht een halve (dus bij elkaar één) film zitten kijken op m’n iPad.
Al vóórdat het ontbijt er was, liep ik eventjes naar het tentje van Florence. Ik heb gewoon zin om nog wat bij haar achter te laten en ik krijg de cedi’s (Ghanese centen) in mijn portemonnee toch niet op op deze laatste dag. Florence was er niet, maar haar moeder nam het dankbaar aan.

davWe ontbeten vlot, ik rekende af bij de dames van Dadson’s Lodge en we reden de binnenplaats af. Daar stonden Florence en haar moeder ons op te wachten, met….. twee zakken vol met flesjes water en met vers gebakken omeletten op brood! Gossiegossiegossie, wat ontzettend lief! Ze kregen nog een dikke hug van me.

In de auto ben ik, zodra we voorbij Agona kwamen en de weg een stuk beter werd, gaan schrijven in mijn logboek (zie verhaal voorgaande dag) en reden we al snel Takoradi voorbij. Een kabbelend tochtje van bijna 3 uren tot we bij Elmina aankomen.
Elmina heb ik 2 jaar terug bezocht, toen ik er in mijn eentje was. Volgens mij heb ik er toen 2 nachten geslapen in een supergoedkoop en slonzig hotelletje. davElmina is gezellig druk, maar heeft ook iets ‘relaxed’. Twee Europees ogende kerken doen direct denken aan de geschiedenis van dit stadje: handel met de Portugezen, de Nederlanders, de Engelsen. In het stadje op een heuvel het St. Jagu-fort, gebouwd door onze landgenoten in de 17e eeuw. “We”, uhh… de Hollanders, hebben dit fort vooral gebruikt om… het kasteel van Elmina in te nemen. De eerste 150 jaar was het kasteel Portugees, daarna wel 250 jaar Nederlands, tot het werd verkocht aan Engeland, zo’n 150 jaar geleden.

sdrVan alle ‘slavenforten’ langs de kust worden er 3 gerekend tot ‘kasteel’, omdat ze veel groter zijn dan de andere en ze meer bestemmingen hadden dan de militaire. Elmina is van deze drie (de andere in Cape Coast en in Accra) veruit de grootste en ook de oudste. Elmina is gebouwd in 1482, dus tien jaar vóórdat Amerika werd ontdekt. Columbus is hier ook zelf geweest, voordat hij naar Amerika voer. Elmina is het oudste gebouw in Afrika, als je even het Afrika boven de Sahara (ahum, de piramides bijvoorbeeld) niet meetelt.

Na een tijdje vanaf de brug over de sfeervolle vissershaven en vissersmarkt te hebben gekeken, gaan we de ophaalbrug over, het kasteel in. We kunnen zomaar aansluiten bij een groepje met een gids, dat nog maar nét begonnen was. De gids stelde zich voor als Martin en begon aan zijn verhalen.

dav

Binnen enkele minuten dacht ik: shit, ben ik hier ooit eerder geweest?! Tuurlijk wel, maar nu krijg ik verhálen! De vorige keer niets van dat al. Deze man gaat de diepte in, vertelt honderduit, en toch kun je goed horen dat hij in een repeteerstand staat. Als je vragen stelt, dan schakelt het gerepeteer uit en wordt z’n stem warmer, gaat hij langzamer praten.
Opvallend dat hij de Afrikanen bepaald niet spaart: de grootste slavenhandelaren, dat waren de Afrikanen zelf. Het was al vele eeuwen langer traditie, dat als volkeren met elkaar op de vuist gingen, dat ze dan slaven maakten. De Ashanti’s waren er erg goed in. Een echt krijgersvolk.

Moeilijk voor te stellen, de kerkers, en hoe daar 150 vrouwen bijeengepakt zaten, met niets, met alleen hun eigen troep en viezigheid, terwijl direct daarboven de ‘dining hall’ van de officiers was. davEn dat je dan op plakkaten leest, in 17e eeuws Nederlands, hoe nobel en godvruchtig deze mensen zichzelf vonden.
Zo dwalen we rond door het hele kasteel en over de kasteelmuren. Ondertussen pakken donkergrijze wolken zich samen boven het vasteland terwijl de zee onder de stralende zon blijft. Dat belooft nog wat voor het vervolg van onze tocht, straks.dav

Na zo’n anderhalf uur zijn we aan het einde van de rondleiding, we bedanken Martin hartelijk en stappen weer in onze auto. Kawawa zegt dat het nauwelijks extra tijd kost om ook even bij het kasteel in Cape Coast langs te gaan. Maar een half uurtje later zijn we daar, stappen even uit, maken wat foto’s, schudden wat handelaartjes van ons af, en vervolgen onze weg weer. Ook Fort Amsterdam gaat op deze manier nog even aan ons voorbij.

Daarna komen we in een lange file terecht en regent het soms flink. We weten wel hoe veel tijd we nog hebben, nogal veel, dus het maakt niet zoveel uit. Ik ben maar weer een film gaan kijken.dav
Bij een lunchpauze, waar we onze laatste jollof verorberen, gaan we nog even aan de slag om de moringa-olie, waar we 2 maal 4 liter in grote ronde plastic flessen hebben zitten, over te pompen in kleine flessen, waarvan we denken dat ze wat makkelijker te vervoeren zijn in onze rugzakken. We hebben zodoende allemaal één fles met 2 liter en Okko een zak met vijf kleine flesjes. Ik heb deze flessen nu thuis en het is de bedoeling dat ze naar Philippe gaan, naar Gent. Philippe is bezig met het zoeken van de Europese markt voor de moringa-olie, het ‘groene goud’ (Green Gold). Volgens Femke is het uiteindelijk, bij consumentenverkoop, zo’n 60 dollar per liter waard.

Om vijf uur zijn we bij het vliegveld en nemen afscheid van Kawawa en van onze Hi-Ace. Ik bel vanaf het vliegveld alvast even met Cindy, die verantwoordelijk is voor dit deel van het arrangement: we zijn alle vier erg tevreden over de auto en over Kawawa.

davDe nieuwe terminal van Kotoka International Airport is nog niet helemaal klaar. Dat houdt in, dat er nog nauwelijks winkeltjes en barretjes zijn.  Oei, we hebben nog meer dan 3 uren! Zo gaan we toch maar even bij de ‘business lounge’ kijken. Blijkt dat we daar 25 dollar (eigenlijk 35, we krijgen ‘korting’) moeten betalen om te mogen verblijven. Daar staat dan wel tegenover dat je mag  eten en drinken wat je wilt. Wij hebben nog wel drie uren te gaan, dus…. hm…misschien toch wel interessant! Hebben we dus maar gedaan.

De nachtvlucht doorgebracht met één film (Silence of The Lambs, herzien) en een halfslaap. Daarna zelfs in de trein nog gedommeld.
Ik merk dat ik echt veel vermoeider ben, mentaal vooral, dan na mijn langere trips in m’n eentje. Ondertussen moet ik werkelijk zoéken naar ook maar iéts dat is ‘tegengevallen’ ten opzichte van de verwachting. En ik kan niets vinden.

— // —

 

Ghana 2018 – 14 – De fishfarms en wandelen naar Butre

sdrOnderweg richting Elmina, 5 oktober, 7.30 uur

Een heel leuke verrassing, zonet toen we wegreden. Ik was een half uurtje daarvoor, voordat we gingen ontbijten, even bij Florence’s eettentje langsgelopen. Florence was er nog niet, haar moeder was er wel. Ik ging even 50 cedi brengen, leuk om haar nog beetje te ondersteunen. Moeder nam het heel dankbaar aan.
Toen we wegreden kwamen Florence en haar moeder naar ons toe met twee zakken. Eentje met flesjes water, eentje met vier sandwiches met omelet. Zo lief! Nog even huggen en een foto.
Nu zijn we een half uurtje op pad, rijden op de weg richting Takoradi. Over een paar uur een laatste evenement: het kasteel van Elmina bezoeken. Daarna verder naar ‘huis’. Hoop dat ’t verkeer in Accra beetje meevalt. En áls het meevalt dan zijn we úren te vroeg op ’t vliegveld. 😉

davGistermorgen was Arthur er om 8 uur; we gaan met ‘m mee naar de fishfarms: zijn project. Hij studeert voedingstechnologie, is hier nu een week en gaat hier nog bijna 5 maanden blijven. Mr. Arthur, een van de fishfarmers (naamovereenkomst is een aardig toeval) is er ook en daarnaast Joseph, Evans en Joe, ook eigenaars van een viskwekerij. Joe ken ik ook van mijn voorgaande bezoeken; hij zat toen in het bestuur van Black Star Development. Inmiddels is dat niet meer het geval, maar hij is wel Arthur’s mentor. Ze hebben allemaal een machete in de hand; dat hoort bij de standaard toerusting als je de bush in gaat.
Het is een prachtige wandeling door de paadjes met palmen.dav

De eerste viskwekerij is direct de mooiste en meest uitgebreide. Hij ziet er vele malen beter, meer ontwikkeld, uit dan vorig jaar. Toen waren de dammetjes tussen de vijvers gewoon van leem, nu zijn ze heel netjes opgebouwd met bricks. Een stuk of zeven verschillende vijvers met meervallen. Eigenlijk past het Engelse woord, catfish, veel beter bij ze. Joe gooit wat voer in het water en direct krioelt het van die brede bekken boven het water, met lange snorharen eraan.
Vooral Evans is supergretig om van ons advies te willen krijgen. Van Arthur had ik al vernomen, dat hij vooral uit is op financiële ondersteuning en ik onderken dan ook direct dat dat ook nu de dubbele agenda is van hem. Ik maak er direct maar even werk van, dat Arthur hier vooral is voor werk, advies, studie-doel, inzet, etc., en niet voor financiële support. davArthur heeft in een week tijd, zolang als hij er nu is, al in de gaten, dat er veel aspecten voor verbetering vatbaar zijn en dat deze vooral te maken hebben met samenwerking en het creëren van een boekhouding/administratie. Daar is nu in het geheel geen sprake van.
Bovendien is er een uitgebreid geprint document, zeg maar een syllabus – ik heb ‘m zelf vorig jaar ook bekeken – waarin álles wordt uitgelegd, alles wat je moet doen om een goeie viskwekerij op te zetten en te beheren. Arthur heeft al ingezien, dat geen enkele viskweker dit document tot basishandvest heeft verheven. Het komt erop neer: ze doén maar wat!dav
Over enige weken komt Vincent hier, een andere student uit Nederland. Ze kunnen er diep in gaan duiken. Ben geweldig benieuwd, wat ze hier voor verschil kunnen maken.

We wandelen verder naar de grote fish pond een stuk verderop in dit stroomdalletje, waar ook wat mais- en cassaveplantages zijn. Bij deze grote visvijver zijn net enige weken geleden twee nieuwe kleine visvijvers gegraven. Deze zijn het product van de samenwerking tussen de viskwekers. Juist sdrmorgen gaat er voor het eerst vis in. De grote vijver is buiten gebruik. Hier klopt niet zoveel van; hij stroomt altijd over en dan ben je de vis weer kwijt. Gewoon niet zo goed nagedacht over de plaats. Het doel is dat er naast deze twee nieuwe hier veel meer visvijvers kunnen worden gecreëerd.
Opmerkingen, vragen, suggesties volgen. Van de technieken heb ik geen kaas gegeten; een klemtoon leggen op de nood voor registratie en administratie en samenwerking kan ik wel. Evans benadrukt, dat hij een waterpomp nodig heeft. Je zou denken: laten ze samen één waterpomp doen. Maar dat is erg bewerkelijk; deze verplaats je niet makkelijk. Wel zouden ze goed kunnen inzetten op gezamenlijke inkoop en het gezamenlijk produceren van visvoer op verschillende wijzen. Arthur heeft daar ook al gedachten over.

davJoe klimt in een hoge kokosnotenpalm, met grote behendigheid, en zit even later in de kruin van de boom, wel zo’n 8 meter hoog, en trapt kokosnoten naar beneden. Met de machete kapt Joseph er een dekseltje in, waardoor we de kokosnoot leeg kunnen drinken. Lekker spul, die kokosmelk.

Dan wandelen we het hele pad weer terug. Joe plukt een bidsprinkhaan van de weg. Mal beest. Je kunt zien, waarom dit beest z’n naam heeft gekregen. Later wandelen we langs wat huisjes, waar Joe me davvoorstelt aan een meisje bij een huis, volgens Joe 16 jaar oud. Hij vertelt dat dit meisje kortgeleden is geopereerd aan haar arm. Je kunt een groot diep litteken zien bij haar schouder.

dav

Ze had een infectie aan haar arm, die haar arm tot een grote open wond maakte, waaruit het bot stak. Ze had dringend een operatie nodig, want anders zou ze haar arm verliezen, of er domweg dood aan gaan.

Twee van onze vrijwilligers, die hier dit voorjaar aan het werk waren, hebben de operatie betaald. Potdorie zeg! Het meisje zag eruit alsof ze 12 is, nog nauwelijks puber. Joe vertelt, dat ze een enorme groeiachterstand had opgelopen, doch nu, na de operatie, weer gaat groeien.

davTot slot gaan we bij de visvijver van Evans langs. Die ligt op een heel andere plek, dicht tegen de lagune aan. Daar zie ik ineens mangrove-bosjes staan; die had ik hier nog niet eerder gezien. De vijver van Evans is voor tilapia, niet voor meervallen. Dat heeft te maken met het feit, dat het water hier, vanwege de lagune, veel zouter is. Evans doet nog een poging zijn nood voor investeringsgeld ter tafel te brengen.

Ebenezer heeft geregeld dat ik om half elf een paar dames kan spreken namens de gastgezinnen voor Ontmoet Afrika-vrijwilligers en -stagiairs. Ze komen naar het kantoortje van Black Star, waar Ebenezer al zit te wachten. Linda komt eraan, zij is de dochter van Kofi, die ik al meermaals gezien heb. Ze hebben een tweekamergebouwtje met veranda staan pal aan het strand. Een echt gewéldig plekje om te verblijven. Arthur vindt het daar ook heerlijk. Het huis waar Linda met familie woont is er zo’n 100 meter vandaan. davSoms brengt ze Arthur z’n maaltijd, soms komt Arthur bij hen thuis. Voor mij wel belangrijk om namens Ontmoet Afrika te blijven vertellen, dat wij graag een flinke dosis ‘thuis’-gevoel willen creëren voor onze deelnemers. Daar zit de ‘ontmoeting’ ten slotte in, in de gastgezin-situatie.
Dit geldt nóg meer voor de situatie bij Vivien, van het andere gastgezin. Zij blijkt ‘Sabina’s Guesthouse’ te runnen. Ze heeft wel een stuk of 8 kamers. Een klein beetje bezorgd wandel ik later met haar mee naar haar ‘guesthouse’. Ze had me al bezworen, dat in haar guesthouse wel een optimale situatie is: ze woont er zelf, haar kinderen zijn er. Het is echt een situatie met en voor de lokale mensen. Op zich is dat wel prima, maar ik realiseer met ook, dat we daar niet tegelijkertijd meerdere vrijwilligers naartoe moeten sturen.dav
Het is mooi om te zien en te weten, dat we hier goeie gastgezinnen hebben. Juist komend weekend vindt in Busua de begrafenis van Elisabeth plaats. Zij was een gastmoeder; heeft een paar jaar geleden ook nog een vrijwilliger via ons gehad. Ze was 71 en al een tijdje ziek. Ebenezer gaat binnenkort eens kijken, of haar kinderen graag ook in de toekomst nog een Ontmoet Afriika-gastgezin willen of kunnen blijven.

davWe gaan lunchen bij Florence, onder haar houten afdakje. Blijft een fijn plekje. Als ik hier lang zou verblijven, zou ik hier lekker elke dag m’n ontbijt of lunch nemen. Haar oude moedertje snijdt de cassaves en de yam, Florence staat bij haar fornuisje. Ze is helemaal opgetogen, dat ik er weer ben. ’t Is ook zó’n fijne ‘mama’ in het heerlijke dorpje Busua.
davEr lopen hier een paar jongens rond in hun blootje. Ze kunnen niet praten, ze zijn niemand tot last, ze lopen gewoon maar wat rond, meest op en rond de driesprong in het centrum waar ook Florence haar hutje staat. Deze jongens kunnen hier een min of meer vrij leven leiden, worden zo’n beetje door het hele dorp onder de hoede genomen. Nu geldt dit natuurlijk alleen maar omdat ze niemand kwaad doen, maar toch: het is mooi dat dit zo kan.

davOm een uur of twee gaan we aan de wandel. Arthur en Ebenezer en z’n Zwitserse vriendin Rebecca gaan ook mee. Een heerlijke wandeling van zo’n drie kwartier langs het bij vloed heel smalle strand. Aan de andere kant van de baai de beboste heuvel op en een half uur klimmen en dalen. Bovenop een machtig uitzicht over een dal dat heel jungle-achtig aandoet.sdr
Aan de andere kant naar beneden komen we uit in het dorpje Butre, dat weer een totaal andere sfeer heeft dan Busua en Dixcove. Dit dorpje staat letterlijk op het strand. Je moet er niet aan denken, dat er een storm of tsunami zou komen: er zou niéts van dit dorpje overblijven. Het ligt verscholen in de baai, waarschijnlijk daardoor redelijk ‘verzekerd’ tegen dit soort onheil. Op de heuvel boven Butre ligt de ruïne van Fort Batenstein.dav

Door het zanderige hoofdstraatje, waar niemand erg opkijkt van toeristen, wandelen we naar het bijzonderste plekje hier: de houten brug over een smalle stroom naar een lagune. Deze brug is echt fantastisch. Brede schots-en-scheve planken op wat houten staanders gaan in het midden scherp omhoog en weer omlaag. Zo’n brug is absoluut uniek en in z’n entourage is dit een exotisch plaatje van jewelste.dav
Aan de andere kant van de brug een houten strandtent genaamd de Johannesburg Bar en ietsje verderop de Hideout Lodge. Dit is écht een backpackersbountyparadijs. Vandaar ook dus dat ze in Butre, wat toch een héél authentiek vissersdorpje is, niet opkijken van blanke toeristen. Ze hebben op zich niets voor deze toeristen, laten zich er ook niet door verpesten.dav

Bij de Hideout Lodge nemen we het er even van, met een ‘large Club’, een biertje dus. Maar dan wel zo’n fles van 0,64 liter. Okko wil heel graag de heuvel in het dorp, leidend naar de ruïne van Fort Batenstein, op. Dat had ik 2 jaar geleden nog niet gedaan, dacht dat het een flinke en lastige klim zou zijn. Echt onzin; het is maar vijf minuten omhoog vanuit het centrum van het dorp.
Maar hier is wel sprake van een ‘trap’. We worden naar een oud mannetje verwezen, dat daveen kwitantieboekje haalt uit een zwarte plastic zakje. Hij vertelt, dat het 20 cedi per persoon kost. Tjezus, da’s belachelijk. Bij het opgeknapte kasteel van Dixcove betaalden we 10 cedi en kregen er een échte gids bij. Maar goed, we zijn er nu en willen het toch zien. Er worden wat kinderen met ons meegestuurd.

Fort Batenstein is al begin 19e eeuw in verval geraakt. digZe hadden het niet goed gebouwd: als ze de kanonnen gebruikten, schudde het fort op z’n grondvesten. Wetende dat het al zo lang verlaten is, ziet het er eigenlijk nog best goed uit. Vanaf het fort een prachtig uitzicht op de lagune en op het bijzondere dorpje Butre. De jongetjes zijn bepaald geen gidsen. Ze willen wel op elke foto die je maakt, ze zijn irritant en ze vragen om geld. Als we later weer langs het oude mannetje komen, vertelt hij ons ook nog, dat we de jongetjes geld moeten geven. Dat vertikken we. Hij moet zelf maar wat gaan delen met ze.sdr

Daarna de heuvel weer over en de wandeling over het strand terug naar Busua. Het strand is nu breder; we doen de schoenen uit en wandelen lekker door de branding. Wat een paradijselijk middagje zo. Als we terug zijn in Busua is de zon bijna al onder aan het gaan. Even lekker douchen en loungen op onze kamer.

Okko trakteert op het ‘laatste avondmaal’: we gaan naar de Busua Inn, waar op het grote bord ‘French Cuisine’ staat. Het eten is hier bizar duur in vergelijking met de lokale tentjes, waar we normaliter eten: zo’n vier keer duurder. Maar dan nog is het in Nederlands perspectief helemaal niet duur; dan kom je uit op eetcafé-prijzen uit.sdr
Vooral wát je eet, da’s anders. Derek had gazpacho vooraf. Ik had een mozzarella-salade met tomaten, maar de mozzarella was natuurlijk geen mozzarella. Maar wel lekker. De kip was zonder botjes! De crèpe chocolat bleek een met chocopasta besmeerde pannenkoek, maar de roasted groundnuts erop waren wel erg lekker.
Joe kwam nog even langs om gedag te zeggen en Ebenezer en Rebecca om nog een laatste biertje met ons te drinken.

Daarna naar huis en de spullen pakken. Ik had totaal geen slaap en heb nog een hele speelfilm gekeken op de iPad.
Vanmorgen kwam Arthur om 7 uur langs om ons uit te zwaaien. Straks nog Elmina en dan naar huis. ’t Laatste stukje van dit verhaal waarschijnlijk, zoals meestal, vanuit de trein onderweg naar Grunn.

Ghana 2018 – 13 – Dixcove

davBusua, 4 oktober, 6.10 uur

Okko werd net ook wakker; ik zat al weer dik een half uur naar Saving Private Ryan te kijken op m’n iPad; gisteravond ook een stuk. Okko is bijkans een nóg makkelijkere slaper dan ik; geluid en licht maakt hem ook niet uit. Zonet vanaf het balkon een klein filmpje als clip gewhatsappt naar Fenny. Half bewolkt, zacht ochtendzonnetje, net opgekomen, schijnt z’n licht uit over de kabbelde Golf van Guinea. dav

Gistermorgen zat ik hier ook om 6 uur te schrijven; het is hiervoor een heerlijke plek en moment. Zou hier met heel veel plezier langer vertoeven. Arthur is hier nu een week, blijft bij elkaar 5 maanden. Hij vroeg zich af hoe hij het hier over 3 maanden (nog) zal vinden. Ik ben er aardig zeker van, dat hij dat aan het ‘aarden’ is hier, dat hij in een andere flow is gekomen.

davGistermorgen om 7 uur een omelet en een flinke bak koffie. Alles verder prima geregeld hier in Dadson’s Lodge. We zijn natuurlijk weer de enige gasten hier. (Dag later ineens veel meer gasten, vanwege een ophanden zijnde begrafenis.)
digOkko en ik zijn gaan wandelen; Quinten en Derek waren nog niet uit hun kamers tevoorschijn gekomen. We wandelden het strand af, langs de grote houten visserskano’s. Een stuk of wat jongens zijn bezig met een nieuwe kano. Prachtig ambachtelijk werk. Geweldig mooi, dat dat hier nog zo gaat; dat dit wereldje niet overgenomen is door ‘plastic shit’ uit China of zo.
Over de lagune ligt de afgeragde, roestende metalen brug. Het is een Bailey-brug, leert Okko me. Superstevige constructie uit WOII. Zoiets kun je heel snel opbouwen. Door het dorp wandelen we de andere kant op, waar Busua Beach Resort is. Dat terrein was ik nog niet eerder op gelopen. davLuxe huisjes, mooie grasperkjes met palmbomen, onderste meter witgeschilderd, ertussen. Zwembad. Zo’n huisje kost hier zo’n 100 euro per nacht. Andere koek.
Daarna ook even gekeken bij Alaska, een kleinere, lokale resort met kleine ronde hutjes met rieten dak. Veel leuker, romantischer, lieflijker en hier weer gewone prijzen: voor 20 euro heb je ’t hier alweer geweldig.
Bij de school zie ik het opgeknapte speelterrein, met mooie nieuwe schommels en wipwap’s. Sarah was hier vorig jaar één van onze vrijwilligers. Ze is teruggekomen met sdreen fonds van zo’n 1000 euro en heeft dit allemaal laten bouwen. Ze is juist een weekje geleden weer weggegaan, na hier weer een maandje met een vriendin te zijn geweest. Ik heb foto’s gemaakt, bel haar in Nederland even op: leuk om hier nog een verhaaltje van te maken voor de Ontmoet Afrika-nieuwsflits. Complimenten voor Sarah!

Terug bij Dadson’s Lodge zitten Quinten en Derek net aan het ontbijt. Ik maak een afspraak met Ebenezer om bij te praten over alles, samen. En zo zit ik half uurtje later bij het Black Star Development-‘kantoortje’ in een bilateraaltje en nemen we alles door over de wederwaardigheden van Black Star. davEr waren het afgelopen jaar nogal wat vrijwilligers van ons hier. Deze plek heeft nogal wat ‘appeal’, is zo anders dan alle andere plekken bij de andere partners in het land, zo bij het strand in een laid back-sfeertje. Er zijn wel eens issues geweest met gastgezinnen; we willen wat meer zicht hebben op hoe Ebenezer samenwerkt met zijn bestuur, kunnen niet te afhankelijk zijn van hem alleen. Alle zorgpunten op goeie manier besproken; ik heb er vertrouwen in, dat hij alles hier naar behoren regelt.sdr
Ebenezer vertelt me, dat hij nu druk bezig is met de bouw van z’n nieuwe huis; hij wil me dat huis graag laten zien. Dus we wandelen een paar honderd meter landinwaarts en dan wijst hij me op een huis, hoger op een heuvel. Mijn hemel: hij is hier een prachtig huis aan het bouwen, met een veranda achter Griekse pilaren, met zicht op de zee over de huizen van Busua heen. Eén van de eerste vragen die ik hem plompverloren stel, in mijn verwondering: je betaalt dit huis toch écht niet met centen van Ontmoet Afrika hè? Dat blijkt dus gelukkig geenszins het geval. De pilaren zijn nota bene betaald door Rens, die wat wilde sponsoren. Rens was een stagiair van Hanzehogeschool Groningen, die hier dit voorjaar stageliep via ons. davEbenezer is een neefje van de chief, die hem dit land min of meer heeft geschonken. Ebenezer vertelt, dat hij al 10 jaar aan het sparen was voor deze nieuwbouw. Bij elkaar gaat de nieuwbouw hem ongeveer 10.000 euro kosten. Hij wil er ook twee kamers reserveren voor vrijwilligers. Dus ik beklemtoon nog wel even de filosofie van Ontmoet Afrika: dit is dan niet echt een ‘gastgezin’-situatie. Jaja, dat weet ik hoor, maar ik heb ook vrijwilligers en gasten via andere kanalen en het is ook belangrijk, dat ik backup heb voor als er problemen zijn.
Ebenezer is er niet zomaar eentje. Hij is slim, weet zijn eigen zaakjes nogal goed te regelen, is erg druk met het muziekfestival dat hij jaarlijkse organiseert. Het afgelopen jaar was dat vierdaagse festival, met zo’n 4000 bezoekers, een groot succes. Anyway: we hebben wel goed afgesproken, dat hij de ontwikkelingen rondom het nieuw inrichten van het Black Star-davbestuur goed met ons zal bespreken. Er is een ‘assemblyman’ die in het bestuur zal komen en ook iemand van de ‘koninklijke familie’ (iemand namens de chief, of misschien hem wel zelf).

Terug bij Dadson’s Lodge gaan we met z’n vieren aan de wandel, richting Dixcove. We gaan de Bailey-brug over en daarvoorbij een beboste heuvel over, waarachter het drukke stadje Dixcove ligt. Een totaal ander stadje dan Busua: vissersplaatsje, helemaal geen toerisme, geen strand.

dav

Wel het Fort Metalen Kruis, gebouwd in 1683, waarvan de geschiedenis een flinke Nederlandse klemtoon heeft. De slaven verbleven met z’n 25’en drie maanden in een hok van 4 bij 4 meter, werden er dan uitgehaald en kregen een brandmerk op hun rug in de vorm van een metalen kruis, alvorens ze verscheept werden naar de west. Heel fraai.
davMaar het is een prachtig fort. Quinten, Derek en Okko zijn erg onder de indruk. En dan hebben ze Elmina nog niet gezien!
Een ‘gids’ leidt ons rond en zo hoor ik verhalen, die ik nog niet kende, want ik herinner me geen gids van mijn vorige bezoek. Dit fort is door Britten in de jaren zestig helemaal gerestaureerd, is nu een World Heritage-site.dav

Daarna door het stadje gebanjerd. Geen marktdag, dus niet zo heel druk. In de hoofdstraat tref ik 3 rouwadvertentie-plakkaten van mensen die ruim over de 100 jaar oud zijn geworden. Van vóór de geboorteregistratie dus.
Hier word je weer veel meer aangesproken door de mensen, want zoveel obruni’s treffen ze hier niet. Een mannetje wil weten waar ik vandaan kom. Het woord ‘Groningen’ is absoluut onuitspreekbaar voor hem.

davOp de terugweg, over de met dichte palmoliepalmbomen (dus geen kokosnoten, maar van die grote struikpalmen) begroeide heuvel, slaan we af naar ‘Paradise Beach Resort’, om even te kijken. ‘Your relaxation is our service’, staat op het bord. Het blijkt splinternieuw te zijn, wel open, maar totaal verlaten nog. Er zijn wat mensen aan het werk en we gaan zitten op het overkapt terras, bestellen een bier en een snack. davDat blijken zware koeken te zijn, met honing besprenkeld en een beetje naar amandelspijs smakend. Best lekker. Toch vraag je je af, hoe dit allemaal wat worden moet, of dit wel een toekomst heeft.

Later zit ik met Okko bij de Coconut Dream te relaxen en neem een duik in de zee. Er staat een flinke stroming, landafwaarts. Je moet nog aardig opletten. Arthur vertelde dat hij eens wat verder weg was gaan zwemmen en ervan schrok hoe hij zijn best moest doen om weer terug naar het strand te komen. Op dighet strand voor het terras van Coconut Dream wordt een voetbalwedstrijd gespeeld. De grote jongens hebben allemaal prachtige gespierde superdonkere lijven. In het water spelen wat kinderen. Aan de andere kant van het terras een pooltafel, waaromheen lokale jongens en blonde meiden. Het was Arthur ook al opgevallen (na één week al), dat alle obruni-meisjes hier zich inlaten met een lokale jongen. Echt állemaal! Wij hebben er onze bedenkingen bij. Verder kun je de blanke jongens categoriseren als ‘surfer dudes’, wat dreadlocks, wat ‘relaxed als imago’.

Arthur was aan het werk op z’n laptop bij een ander tentje, even verderop. Ik heb ‘m daar opgezocht, naast hem een boom met allemaal prachtige gele weaver-vogeltjes, en een uurtje bijgekletst over zijn bevindingen bij de fishfarms. Hij is erg enthousiast, zit vol met verwondering, vol met vragen. Zijn opleiding (HBO, voedseltechnologie) vraagt om een werkplan, uiterlijk morgen in te leveren. Leuk en aardig, maar hij moet natuurlijk eerst wat meer inzicht krijgen in hoe het hier allemaal loopt. davIk benadruk dat hij nu beter nog enige weken gewoon in de vrije modus blijft: eerst deze wereld verder ontdekken en dan pas tot voorzichtige ‘conclusies’ komen op basis waarvan je echt goed het gesprek met ze aan kunt gaan.

davAls het net donker is, zitten we bij een ander tentje bij het strand, Kangaroo Pouch genaamd, met Arthur erbij en nog een jongen, die zich bij Arthur heeft gevoegd. Hij is leraar op een school hier en wil dat we morgen komen kijken bij ‘m op school. Ik kan zo wel zien, dat dit geen onbaatzuchtige interesse is. Dat wordt later wel duidelijk, als blijkt dat hij “per ongeluk” op onze kosten heeft meegegeten. Natuurlijk ook onze eigen schuld.