Vakantie Frankrijk 2018 (2)

7 augustus 2018
’s Morgens knapte er een zekering; Fenny wilde haar haar föhnen. We hebben een zeer sympathiek Hollands stel als buren; ze rijden rond in een tot camper verbouwde brandweerwagen en zijn de enige andere Nederlanders hier op de camperplaats. Via deze buren – ze hebben zelf hun eigen bus totaal verbouwd – krijgen we enig inzicht in onze eigen wagen: waar de zekeringen zitten en… een vervangende zekering.
Zo konden we na ontbijt de fiets pakken en de klif af fietsen, naar het stadje. Met de wetenschap dat we deze berg ook niet meer op hoefden fietsen, want dan is er de funicolaire! 😉
f12Even later fietsen we rond de haven en over het sluisje naar de andere kant, waar Mers les Bains is. We fietsen wat rond over de kades. Het is weer zonnig en al snel lekker warm. Langs de boulevard staan in Mers les Bains heel bijzondere huizen uit het begin van de vorige eeuw. Duidelijk dat de rijkelui van die tijd hun pracht en praal etaleerden middels deze bijzondere panden. Veel verschillende pasteltinten, veel hout en houtsnijwerk, heel sierlijk. Wat misschien wel het ‘mooist’ van alles is, dat is de teloorgang die zo herkenbaar is in de meeste van deze panden. Natuurlijk is het een monnikenwerk om hier de boel onderhoudstechnisch goed bij te houden met al dat houtsnijwerk, maar het is duidelijk allemaal net wat te achterstallig. Sommige huizen zijn zelf gewoon leeg, dichtgetimmerd. Wat zonde!

f13Aan het strand staan allemaal witte strandhuisjes. Zo is er, samen met de statige huizen, nog de schijn van de badstrandgeneugten, zoals ze in de oude films zijn vastgelegd. Verderop drinken we een cappuccino in een strandtentje, draaien nog wat rondjes op de fiets en rijden het stadje uit richting Eu, een stadje vier kilometer landinwaarts. Eu is oud, hier komen de voorouders van Richard Leeuwenhart nog vandaan.
Het is een totaal foute route die we rijden. Het lijkt soms alsof we op de rijbaan van een veel te drukke autoweg rijden. Duurt gelukkig niet te lang en een kwartiertje later klimmen we omhoog naar het hart van Eu, waar een majestueuze kathedraal oud en statig staat te zijn, met een oud paleis er pal tegenover. f14Rondom oude straatjes, maar hier lijkt niets écht te zijn gericht op toerismewinstbejag. Enerzijds is dat een fijn gevoel, maar anderzijds is het niet leuk dat het overal maar wemelt van de auto’s in de smalle straatjes.
Zoveel is er nu ook weer niet te zien alhier. We willen niet dezelfde weg terug en vinden, mede dankzij wat navragen, een fijnere route, langs een oude waterweg, terug naar Le Tréport. Oude populieren hangen over het water, dat vroeger een trekvaart was, maar nu niet meer in gebruik. Vederop loost een grote fabriek afvalwater. Het water is groen en vol algen, maar ook vol met oude halfafgebroken boomstammen.
Zo rijd je op een verlaten paadje en een kilometer verderop zit je weer in het kusttoerisme in Le Tréport, waar veel mensen slenteren langs toeristenkraampjes met kleding en parafernalia. Het net-niet-helemaal-nette van deze omgeving heeft wel charme, vind ik. In Nederland is het allemaal rond, klaar en afgemaakt; dat heb je hier niet. Zelfs totaal verwaarloosde panden staan tussen de opgeschmuckte winkeltjes en restaurants. Je kunt goed zien, dat zo’n stadje gloreerde in de fin-de-siècle periode.f17
Aan de kade drinken we nog wat. Het is nog vroeg, een uur of twaalf, maar het is drukkend warm, boven de dertig graden en juist nu ontwaren we donkere wolken vanuit het zuiden. We nemen de funicolaire naar boven, pakken de auto in en tien minuten na het wegrijden vallen de eerste druppels.

Veel stelt het nog niet voor. We rijden langs wat D-wegen en ook een stukje snelweg. Doel is vooreerst: nog wat krijtrotspracht zien bij Yport en Etretat. Natuurlijk, dit zijn erg toeristische plekken, vooral Etretat. We proberen telefonisch te reserveren bij de camping, heel goed aangeschreven, bij Yport, maar niemand neemt op.
Uiteindelijk komen we aan in Yport, blijken alle campings helemaal vol. We rijden door naar Etretat, rechtstreeks een toeristenfuik in. Echt iets om heel verdrietig van te worden. Inmiddels was de zon ook alweer terug; we sloten aan in de rij auto’s op zoek naar een parkeerplaats. Die was er niet. Ik bedoel: parkeerplaatsen zat, maar allemaal bezet. Je kon geen kant op, mee in de colonne. Vanuit het raampje zag ik de beroemde rotspartij van Etretat, met de boogpoort.
Het maakte ons niet uit. Gauw weg hier. Dus we schudden de kaarten nog een keer. Uitkomst: we zoeken de Marais Vernier op. Dat is nog hooguit een uurtje rijden.

We klooiden nog even wat rond bij de verkeerschaos bij Le Havre en namen toen de grote brug over de Seine, de Pont Tancarville. f18Dat is niet die héle grote, de Pont Normandie (die zelfs als enige brug bergpunten oplevert in de Tour de France), maar het is ook een machtige brug, 123 meter boven het water van de Seine. Tien minuten verder komen we aan bij een prima camping vlakbij Pont-Audemer, waarvan ik al had gelezen, dat het een schilderachtig oud stadje moet zijn.

Zo kwam het toch nog helemaal goed.
Inmiddels werd het weer enigszins dreigend. Wat dachten nog met de fiets het stadje in te gaan, maar in de verte zagen we al bliksems, dus toch maar met de auto. davIn Pont-Audemer namen we gauw nog wat blikken mee van het stadje, met een klotsend riviertje, met wat zijkanaaltjes (waardoor ze ook de kreet ‘Frans Venetië’ uit de kast durven halen) eraan verbonden. Ook hier veel mooie vakwerkgebouwen van minstens drie eeuwen oud. Zulke stadjes vind ik altijd het fijnst, het leukst, het meeste sfeervol, het minste verpest, het meest authentiek. (Het is ook nooit goed met mij, of met toeristen: is het té toeristisch, dan is er téveel rekening gehouden met toeristen; staan alle auto’s nog op het centrale plein, dan is dat ook weer zo zonde van de foto’s.)
davToen we bij de crèperie zaten, een oud pand dat ingebouwd leek in de gotische kathedraal, barstte het onweer helemaal los. We zaten heerlijk onder de luifel te genieten van een pizza (ik) en een ‘feuileté’ (Fenny). Zo’n feuilleté is het regionale specialisme. Het is een soort van mega-pastei, met allerhande ingrediënten, waaronder ook aardappel.
Na het eten was het onweer ook voorbij. Dat was allemaal prima gearrangeerd.

8 augustus 2018
’s Morgens om 8 uur verse baguette op de camping, lekker ontbeten, en daarna gauw de fiets op. Waarom waren we naar Le Marais Vernier gekomen? Vanwege de mogelijkheid van een mooie fietstocht door dit bijzondere landschap. Voor de laatste ijstijd had de Seine een andere loop dan de huidige. Toen liep de Seine hier met een lus zuidelijk langs een bergkam. Later werd de Seine efficiënter en koos een pad ‘rechtdoor’. Toen is er een gebied van zo’n 6 bij 6 kilometer geleidelijk dichtgeslibd, het werd moeras. davEn later werd het landbouwgrond. Dit stuk land heet de Marais Vernier. En je kunt hier dus fijn fietsen.

Onze camping was nog aan de andere kant van de bergrug. Daar dus eerst overheen. Was nog een aardige klim. Daarna langs de oude oever van de Seine, een land met prachtige oude vakwerkboerderijen, allemaal rietgedekt. Huizen zoals je ze kunt sfeertekenen met de ‘shires’ van Lord of the Rings, de homeground van Frodo Balings. De bergrug ligt als een boog om de Marais Vernier heen; het ontbrekende deel van de cirkel, dat is de huidige Seine, die zich vooral toont middels de altijd zichtbare Pont Tarcarville in de verte.dav

In het dorpje Marais Vernier drinken we een kop koffie op een terras met mooi uitzicht over de oude vlakte, vol met populieren, wilgen en koeienweiden. sdrMen is trots op het eigen koeienras, de Pienormandie-koeien. Nieuwsgierig komen ze naar ons toe gelopen, als we stoppen om foto’s te maken. Het is heerlijk fietsen hier, mede omdat het hier lekker vlak is.

Het plan was om in Quielleboeuf, aan de overkant van de vlakte, op de oever van de Seine, lekker te gaan lunchen. Die vlieger ging helaas niet op: daar was helemaal niks te beleven Daar aan de Seine was het uitzicht fascinerend: allemaal raffinaderijen, een zwaar industrieel gebied.

digWe fietsen verder naar het zuiden, richting Pont-Audemer. Om dat te bereiken moeten we wederom over de bergrug heen. Da’s weer even afzien. In Saint-Opportune la Mare drinken we nog een bier/wijn op het terras tegenover de mairie en daarna fietsen we naar beneden, naar Pont-Audemer.dav

Om drie uur zitten we daar op een terrasje en aan de lunch. Na een fietstocht van zo’n 50 kilometer is dat heerlijk verpozen, met zicht op de hoofdstraat van de oude stad, de kathedraal en met meest gewoon de lokalo’s om ons heen.
Later doen we nog goeie boodschappen en fietsen nog wat rondjes door de stad en struinen nog wat rond bij in een grote oude schuur met een ‘vide grenier’ alvorens naar de camping te fietsen, nog een paar kilometer daarvandaan.
Thuis lekker ons eigen maaltje en veel lezen.

9 augustus 2018
Wekker op 7.30 om om 8 uur weg te kunnen rijden. Eerder was niet mogelijk, want pas om 8 uur kunnen we onze baguette ophalen bij de receptie. Goeie faciliteiten, we zijn op een camping!, dus wel lekker douchen hier en een schone WC! Camperplaatsen zijn OK, maar tussendoor ook graag af en toe een camping met de nodige voorzieningen.
Wat al enige dagen bekend was: deze dag, deze donderdag, zou een regendag gaan worden. Niet alleen hier, maar in de wijde omgeving. Daarom hadden we deze donderdag al enige dagen geleden tot D-Day-dag uitgeroepen. Arromanches, het centrale stadje voor de D-Day-memorials, was anderhalf uur rijden. We eten de broodjes in de auto en gaan snel op pad.

We waren nog maar nauwelijks de camping af of de eerste druppels vielen. Geen probleem verder. We zetten voor het eerst nu zelfs wat eigen muziek aan in de auto en waren rond kwart voor tien bij Arromanches. Het regende gestaag door, maar het bleef wel een druilregen, werd niet hevig.dav

Eerst bezochten we ‘360 Arromanches’, een 360-graden filmspektakel van zo’n 20 minuten. Een mooie introductie van het hele verhaal rondom D-Day, waarvan het concrete belang in mijn hoofd minder groot was, dan waar ik me nu, na de D-Day-memorials van vandaag, van bewust ben. Deze 360-film vond ik echter veel te bombastisch, veel te veel op sensatie en emotie spelen.
Met een gratis pendelbusje reden we naar ‘beneden’, naar het stadje, dronken een lekkere cappuccino in een restaurantje en zochten daarna het Museum du Debarquement op: het museum dat alles uitlegt over Arromanches tijdens operatie Overlord. Heel fascinerend, dit hele project. Potdorie, wat een mega-aanpak was dat! De kunstmatige haven in Arromanches moest domweg in een vloek en een scheet aangelegd worden. Nogal ongelooflijk allemaal.
Ook hier kregen we naast maquettes met uitleg, om hetgeen je met eigen ogen in de zee kon zien nog extra te versterken, tweemaal een film te zien. Erg blij met al deze indrukwekkende input.

Het bleef maar regenen. En toen we verder gereden waren naar Longues sur Mer, om de German batterires te gaan zien, was het zó regenachtig en stonden we naar bak beton te kijken en dacht ik: zo is het ook wel goed hoor, laten we nu weer de vakantie opzoeken.
Maar het liep enigszins anders. digWe kwamen bij Cloville bij Utah Beach uit, één van de stranden, waar de Amerikanen aan wal gingen op 6 juni 1944 (D-Day). Dat ging niet helemaal goed daar. Bij elkaar zijn 10.000 Amerikaanse soldaten gesneuveld in die maand van operatie Overlord. De Amerikanen weten wel hoe ze herdenken moeten: bij Utah Beach hebben ze een memorial opgezet bij de immense cemetary. Zo ken je de velden: eindeloze reeksen witte kruizen in het gras. Een prachtig terrein, hoog op de heuvel, waarvan de rand uitkijkt op de stranden met al hun verhalen. Ook hier weer film om naar te kijken en om je even goed te laten voelen, wat zich hier heeft afgespeeld.

Na wat rondlopen over het veld met de kruizen en het lezen van alle namen op de kruizen zochten we de auto weer op en besloten door te rijden naar Mont Saint Michel, zo’n 160 kilometer verder richting Bretagne. Het idee was: we zoeken daar een plek voor ons en voor ons campertje en dan gaan we morgen lekker vroeg Mont Saint Michel bezoeken, nog vóór de invasie van toeristen op het eiland afkomt.
davToen we echter om 6 uur aankwamen bij onze camperplaats, tevreden met ons stekje voor de nacht, pakten we gauw de fiets: laten we eerst maar eens gaan kijken, wat we nog kunnen zien. Inmiddels was de zon weer terug. We zagen het piramide-eilandje al lang liggen in de baai. Een heel markant baken is dat, zo’n Harry Potter-eiland, maar dan écht.
Dame op de camping had gezegd: je kunt er wel heen fietsen, althans: na 6 uur, maar je kunt er niet op met je fiets. Maar, ha, wat bleek?: je kunt je fiets wel gewoon vastzetten aan het einde van de brug, bij het begin van het eiland. Zo liepen wij dus domweg om half zeven het eiland op, waar het nu niet meer naargeestig druk was, doch gezellig druk. We zijn zelfs eerst maar lekker wat gaan eten: mosselen met frietjes, met een Leffe Blond erbij. Toen we uitgegeten waren, was het nóg rustiger op de trapstraatjes naar boven. Het uitzicht over de baai werd, in het avondlicht, steeds mooier.

sdrBoven gekomen, bij de entree van de oude abdij, werd ons duidelijk, dat we ook ’s avonds de abdij in konden. Wel een flink bedrag betalen voor een licht- en geluidshow, maar het leek ons interessant genoeg. Daar hebben we geen spijt van gekregen. Deze abdij is megagroot. We dwaalden, met bordjes telkens doorgestuurd naar een volgende ‘voorstelling’, met projecties en bombastisch geluid/muziek. Altijd goed geïntegreerd in de omgeving. Het was niet zo bombastisch dat het afbreuk deed aan de omgeving, gelukkig.mde
Bij het grote kerkgebouw, hoog op het eiland, kwamen we zelfs uit op een groot kerkplein, buiten, hoog aan de andere kant van het eiland, en daar kregen we een extra cadeautje: een prachtige zonsondergang. Zelfs de grote kerkpoort werd okergeel gekleurd door de zon. sdrTjonge, dit avond-bezoek aan de abdij is echt een mega-ervaring. En wat is het heerlijk om hier te zijn zónder de megadrukte van overdag. We hadden absoluut niet gerekend op zo’n topattractie.

Als we het eiland verlaten, de fiets weer van ’t slot halen, en de brug en dijk weer af fietsen, kijken we regelmatig om, ook om soms nog weer een foto te maken van het eiland dat geleidelijk zich in kunstlicht gaat baden. sdrAan het begin van de strekdam is een nieuwe dam gebouwd. Daar zitten en staan veel mensen om foto’s te maken van Mont Saint Michel, terwijl het geleidelijk donker wordt.

digdig

 

Advertenties

Vakantie Frankrijk 2018 (1)

3 augustus 2018
We rijden om 15 uur weg, voor het eerst met ons rode kampeerbusje, uit Groningen voor een rit van een uur of drie, naar het Brabantse Heeze, waar we welkom zijn bij onze vriendin, die in de wolken is met haar nieuwe vriend. Wij zijn uitgenodigd om hem te komen ‘keuren’. In Brabant is het nóg droger dan in Groningen; van het gazon in haar tuin is helemaal niéts meer over. De wijn, het eten en de vriend zijn helemaal OK. Ze heeft een eigen gastenverblijf, dus we slapen nog niet eens in de camper.

4 augustus 2018
Na heerlijk te hebben ontbeten in de tuin vertrekken we richting het Noord-Limburgse ‘witte stadje’ Thorn. davHier waren we eerder, een paar jaar terug; het leek ons wat om een fietstochtje langs de Maasmeren te doen. Het was alweer drukkend warm.
Het VVV-kantoor in Thorn leverde ons de fietskaart en via Neeritter en het Belgische Kessenich en Ophoven reden we langs de Maas tot een pontje ons weer naar Ohé bracht, met een terrasje en een Leffe Blond. Eígenlijk is het niet écht bijzonder hier. Bovendien is het warmer dan warm. De frisheid van de Friese en Hollandse meren zit in mijn hoofd. Ik vind deze hier niet. Komt dat door Limburg of door het weer?
En dan was er de hoge verwachting van het historische stadje Stevensweert, midden tussen de Maasmeren. Best een mooi stadje, maar er is niemand! Samen met de hitte levert dat een verlorenheid op die alleen maar vraagt om maar weer verder te fietsen. Richting Maasbracht langs de ‘oude Maas’. Die staat stil en is groen. Hmm. Tja..
In Maasbracht is wat meer leven, daar zijn wat terrasjes, maar zó uitnodigend zijn ze nou ook weer niet. Alles in de omgeving is nieuw voor ons; we vervelen ons niet. En het is warm, niet te veel wind om te fietsen. Zoveel geeft het niet.
sdrHet fietspad gaat langs de A2 de Maasmeren over. Een lange brug met prachtig uitzicht over Wessem en daarachter Thorn. Wessem is waarachtig ook nog een mooie oud stadje. Mooi straatjes met oude huizen. Veel huizen hebben boogpoorten met grote houten deuren naar een vermoede binnenplaats, als oude boerenhofsteden.
En zo komen we weer terug in Thorn. In Ittervoort staan we op de camperplaats. Prima plekje, maar wel een beetje doods, qua sfeer. sdr
Ittervoort is een heel saai dorp, maar we treffen hier wel een bakkerij. Dat is fijn: broodjes voor morgenochtend! Wat blijkt: ze zullen ook op zondagmorgen om 8 uur alweer open zijn, met vers brood! Op dit front zijn de Limburgers ons noorder- en westerlingen weer een stapje voor.

5 augustus 2018
Dat bleek de volgende morgen des te meer: iets na achten ’s morgens zat het terras bij de bakkerij annex eet- en drinkgelegenheid al halfvol. Heerlijk ontbijtje daar!
En dan voor een goed uur de auto in naar een bestemming in Geel, een eind weegs richting Antwerpen. We brachten een visite aan de ouders van een goede vriend. Zeer hartelijk ontvangen, met uiteindelijk nog een lunch erbij ook.
Eigenlijk begon de échte vakantie pas toen we daar wegreden, want bij een echte vakantie horen geen visites. Onzinnige redenering, maar zo is dat soms met gevoelskwesties.

België is een flink groot land als je van oost naar uiterst west gaat. Eerst nog langs Antwerpen, waar enige file is, maar dan ben je bij Gent nog láng niet in de Westhoek. Ons doel is het stadje Bergues in het uiterste noorden van Frankrijk. Het is hier eigenlijk nog Vlaanderen en de oude naam van Bergues is Sint Winoksbergen. Kort voor Veurne gaan we de snelweg af en bij Houtem op een klein landweggetje de grens over. davDaar ligt direct al een klein en sfeervol stadje, Hondschoote, met een joekel van een oude kerk op het plein.

Bergues zit al jaren in mijn hoofd als het stadje van de film ‘Bienvenue chez les Ch’ti’. Dat is een Franse speelfilm, een komedie, over een Zuidfranse postbode (geloof ik), die naar het noorden wordt ‘verbannen’ voor werk. Voor de gewone Fransman zou het een straf moeten zijn, zo erg naar het noorden te ‘moeten’. Vergelijk het met de Amsterdammer, die te werk gesteld wordt in Roodeschool. Zoiets. Maar Bergues is dus een prachtig oud stadje, met middeleeuwse stadsmuren en een belfort, dat tot de mooiste van Frankrijk wordt gerekend. Bergues heeft een hele rijke historie, maar is 200 jaar geleden totaal overvleugeld door Dunkerque (Duinkerke).
De film heb ik overigens nog nooit gezien. Wel heel leuk om ‘m nu toch maar eens op te snorren, na het stadje verkend te hebben.

davBergues was erg leuk op deze zondagmiddag, mede dankzij een artisanale markt op het plein bij het belfort en het pronte stadhuis. Daar waren twee jongens op een gitaar oude bekende liedjes aan het spelen, begeleid door een zangeres. Fijn sfeertje. Kneuterig stadje. Wel met toeristen, maar vooral veel lokalen. Het was bovendien een stuk minder heet dan de vorige dag.
De uitgestrekte stadswal deed in de verte denken aan Carcassonne (al overdrijf ik nu wel mega).  In Bergues is flink huisgehouden tijdens de grote oorlogen, maar ze hebben ook goed hun best gedaan, de oude glorie weer voelbaar te maken. Het belfort is domweg ‘nieuw’; was totaal verwoest in WOII en in 1951 helemaal weer opgebouwd. Helaas zijn ze juist nú weer aan een flinke onderhoudsbeurt toe en staat de toren in de steigers. Op de ‘Groenberg’ in de stad staan wat indrukwekkende ruïne-overblijfselen van de oude abdij. Verder vooral huizen uit de afgelopen twee eeuwen.

davLuisterend naar de live-muziek op het plein drinken we een glas rosé. Daarna nog een uurtje, via de snelweg, voorbij Calais, om de kustweg te zoeken. De ‘Cote d’Opal’ heet deze kust. We zijn hier vlak tegenover Dover en treffen ineens een bijzonder mooi landschap. Misschien wel mede door de droogte lijkt het hier wel Toscane! De beige velden glooien sierlijk, omzoomd door stukjes bos en groene bietenvelden. De graanvelden allemaal voorzien van die grote rolbalen van stro. Ze zijn het product van moderne landbouwmethoden maar ze hebben een heel authentieke boerenuitstraling. Of denk je onbewust aan een vredige uiteenwaaierende kudde.
Richting de kust rijdend zien we de grote witte veerboten eerder dan dat we de zee zien. Ze glijden langs de velden, een merkwaardig gezicht.

En dan is er een bijzonder moment als we net voorbij Sangatte een bocht draaien bij een uitzichtpunt en plots een sprookjesachtig dal inkijken. davDaar ligt Escalles, een klein dorpje, ingeklemd tussen de velden in het dal. Dit is echt zo’n vierkanten seconde die een onvergetelijk beeld oplevert. Je kunt er wel een foto van maken, maar die doet alleen maar afbreuk aan de intensiteit van zo’n eerste totale verrassing.
In Escalles rijden we een klein wegje in richting ‘plage’, onder een hoogteafzetting door, waar geen echte campers meer kunnen komen; wij kunnen er nét onderdoor. Daar, aan davhet einde, zijn net de meeste auto’s met ‘badgasten’ aan het vertrekken. Het is al half acht of zo. Er is een doorgang naar beneden, naar de zee, uitgehouwen uit de krijtrotsen. Echt strand is hier niet. We zien naar het noorden en zuiden de hoge krijtrotsen oprijzen. En we zien de kust aan de overkant: Engeland. Het is avond en heiig; de zon zakt onder boven Engeland; de kustlijn aan de overkant is vaag.

Eerst gaan we nog even kijken op Cap Blanc-Nez, een prachtig uitzichtpunt. Hier vooral tijd en aandacht voor dat eerste verrassingsbeeld, nu verder uitgebreid met zicht op de witte steile rotskust. Fenomenaal! En de zon zakt verder over de zee. Geleidelijk zien we zelfs de lichtjes aan de overkant. Het Kanaal, één van de drukst bevaren stukken zee op aarde, maar het is zo’n stille watervlakte! De enkele boten in de verte maken het alleen maar nóg stiller, qua beeld.

digWe parkeren onze bus bij de ‘plage’, een klein parkeerterreintje pal boven de kust op de rots. Er staan hier nog een paar auto’s en we vernemen, dat het eigenlijk niet mag, maar dat hier altijd wel wat mensen in campertjes overnachten. Inderdaad nog een T3, een T4 en een T5 staan bij ons in de buurt. Ook vanavond hoeven we nog niet te koken: gisteren en vandaag de pastasalade van de thuisgekookte pasta; zo maken we het meestal voor onszelf wat gemakkelijker voor de eerste dagen.

6 augustus 2018
Op onze overnachtingsplek geen water, WC of douche natuurlijk. Gisteravond al steeds meer zicht op alle lichtjes aan de overkant, nu tekenen, met het licht vanaf de andere kant, de ‘white cliffs of Dover’ zicht echt af. Wat een bijzondere gewaarwording dat dit zó dichtbij is! We zien de grote witte veerboten af en aan varen.
We pakken onze boel weer in en rijden naar Escalles. Daar gaan we heerlijk ontbijtbuffetten in het hotelletje op de centrale kruising in het dorp.

digDaarna onderweg, zuidelijk de Opaalkust langs. Het is mooi, deze hele tocht van een uurtje richting Boulogne sur Mer, maar het wordt nergens meer zó mooi als bij Escalles. Bij Boulogne sur Mer zoeken we de snelweg op en rijden een kilometer of 50 zuidwaarts, doen onderweg nog ergens de boodschappen en gooien de tank vol en zo zijn we rond 13 uur in Le Tréport, het uiterste noorden van Normandië. In Le Tréport zijn de hoogste krijtrotsen van Europa. Hier ruim 100 meter steil omhoog vanaf zeeniveau.dig

We komen binnen via Mers les Bains, rijden langs de haven naar Le Tréport. Werpen een blik op de camping in het stadje. Dat lijkt ons niks, dus toch maar naar bovenop de rotsen, waar de camperplaats is. Hoewel we eigenlijk wel zin hebben in een hoger voorzieningenniveau (lees: douche), pakken we deze mogelijkheid maar. Hopelijk is er een douche bij het strand.
davHier, vanaf bovenop de hoge krijtrots, gaat een ‘funicolaire’ naar beneden, naar de benedenstad en naar het strand, nog 100 meter verder. Dit ‘treintje’ door de rotsen was er al in 1906. Later zien we dat hierboven eertijds ook een statig hotelgebouw heeft gestaan. De Duitsers hebben dit gebouw verwoest, en ze hebben de funicolaire gebruikt voor het plaatsen van kanonnen. Pas in 2006 is de oude funicolaire hersteld, met lichtgewicht lift-treintjes.

Onder de krijtrotsen ligt een deel van het oude stadje, met statige doch ietwat verloren straatjes. Maar tussen deze oude straatjes en het strand is een rare oostblokflat gebouwd. Een anomalie van jewelste. Heel bizar eigenlijk. Zul je zien, dat hier nog een gerenommeerde Bauhaus-architect voor verantwoordelijk is geweest.
In de middag hebben we hier een aantal uren doorgebracht; we namen onze campingstoelen onder de arm mee de funicolaire in. Makkelijk zat. Zo heb ik deze middag m’n eerste boek uitgelezen, enige malen onderbroken door een gang in het water, kopje onder en er weer uit. Het was wederom een warme dag, maar niet zinderend.

Voor het eerst ook een eigen maaltijd bereid in ons stoere busje. Na het eten nog wat rondgereden op de fiets, de verschillende ‘viewpoints’ aandacht gegeven, wat mooie foto’s gemaakt.
f11De camperplaats is een lang terrein aan de kustweg boven de rots. Aan de overkant van de weg zitten de vakantiemensen op de bankjes naar de zonsondergang boven de zee te kijken, fles wijn erbij. Een zwoele avond, maar een frisse zeebries en altijd het geluid van meeuwen vanuit de diepte onder de hoge rotsen.

Esther Gerritsen – Roxy

roxyTja, Roxy is gewoon een kutwijf. Dat is wel het belangrijkste dat bij mij blijft hangen na het lezen van deze roman van Esther Gerritsen. Nee, ik ben niet te simpel voor een psychologiserende roman over een vrouw die moet ‘dealen’ met het verlies van haar man. Deze man is omgekomen bij een bizar ongeluk: hij zat met z’n geheime minnares (z’n stagiaire) in de auto, beiden naakt, toen deze overhoop werd gereden door een vrachtauto. Hoe simpel, hoe flauw wil je het hebben. Daarbij is manlief een bekende filmproducent, dertig jaar ouder dan Roxy, en is Roxy zelf een schrijfster, die met een jeugdtraumaroman een groot publiek heeft gescoord, doch wier latere boeken flopten.

Eerst word je als lezer misleidt richting een compassie-gevoel jegens Roxy, maar dat wordt me toch een partij afgebroken zeg!: Roxy is een totaal geschift individu. De alleswetende verteller ‘verklaart’ Roxy’s emoties alle op een impliciete wijze. Eigenlijk kun je zo wel álles maken wat je wilt.

Dan zijn er wat betrokkenen in Roxy’s omgeving. Een meisje dat zich over Louise, Roxy’s driejarige dochter, ontfermt en de assistent/rechterhand van Arthur, Roxy’s omgekomen, vreemdgaande echtgenoot. De rollen van deze twee mensen zijn de link naar een vorm van normaliteit, verantwoording en redelijkheid. En de tegenpolen: de ouders van Roxy, waar ze naar het schijnt al 10 jaren terug abrupt afstand heeft genomen, mede middels het van zich af schrijven van haar jeugd in haar succesdebuut. Die dringen zich nu weer aan haar op. Maar ik ben niet te vangen voor het simpele kopieergedrag-fenomeen. Dat is een te goedkope psychologievariant in dit verhaal. Ze haalt haar ouders links en rechts in op egoïsme en wreedheid. Gerritsen haalt een onrealistische krachttoer uit, op het lachwekkende af, door Roxy allemaal schapen te laten vermoorden, door ze op de rug te leggen, waarna ze niet meer eigenhandig op hun poten kunnen komen en zo verstikken. Wat een banalieit!

Ik weet niet welke confrontatie literair zinvol spiegelend is; ik weet niet waarom deze roman her en der 4 of 5 sterren kreeg in de grote landelijke kranten, van Arjen Fortuin, van Arjan Peters, ik begrijp het echt niet. Het is gewoon een heel erg lelijk boek. Zelfs zwaar misantrope verhalen halen diepte uit het tonen van bijzondere ‘warmtes’, al is het maar als tegenhanger, hoe dan ook. In dit boek is daarvan helemaal niets te vinden. Het is alleen maar verschrikkelijke lege lelijkheid, zelfs als reactie op concreet en onpruimbaar leed. Ik beloof mezelf niet gauw weer iets van Gerritsen te lezen.
(Ik heb ‘Dorst’ en het boekenweekgeschenk uit 2016, van de hand van Gerritsen, ook gelezen; heb er zo direct geen herinnering aan. Zal wel ‘o ja’ prevelen, als ik mijn stukjes hierover herlees; nu niet gedaan.)

Data lekken

dav

Song van de week (101) : Jessie Reyez – Figures

Een coupé verder… – Eddy Hekman / Alasam Samarie

een coupé verderSubtitel: ‘Over het drama van Baflo, wat eraan voorafging en wat erop volgde’. Eddy is de vader van Renske Hekman. Renske en de politieagent Dick Haveman vinden de dood in april 2011 bij een dramatische gebeurtenis in Baflo, waar Samarie, de vriend van Renske, in een psychose raakt, Renske doodslaat met een brandblusser en daarna Dick doodt met z’n eigen dienstpistool.
Samarie en Renske hebben al twee jaar verkering, zijn gek op elkaar. Samarie, gevlucht uit Benin, dreigt te worden uitgezet, krijgt geen permanente verblijfsvergunning. Hij loopt al jaren rond met een PTSS als gevolg van traumatische geschiedenissen, gebruikt dubieuze, gevaarlijke medicijnen, hem nota bene voorgeschreven. Tijdens het lezen van dit hele verhaal moest ik ook vaak denken aan ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ van Rodaan Al-Galidi: hoe instituut-Nederland omgaat met vluchtelingen. Daar word je niet blij van.
En dan leidt blinde machteloosheid tot doodslag. Wat een verschrikking.

De kern van het verhaal is erg liefdevol. Voor de ouders van Renske blijft leidend, dat Samarie eerder slachtoffer dan moordenaar is, ook al zijn deze mensen hun dochter kwijt. Soms wordt het verhaal een beetje té privé. Dan geneerde ik me een beetje, dat ik zo’n verhaal zit te lezen. Maar ik begrijp ook dat ouders op de één of andere manier moeten omgaan met hun emoties.
Erg treffend is hoe ook het verhaal van Samarie is verweven in het boek. Je zult maar in zulke schoenen moeten staan.
Meer kan ik er niet over zeggen, eigenlijk. De woorden van een buitenstaander (als ik) zijn al gauw overbodig, redundant. Zo’n verhaal mag je alleen heel bescheiden lezen, vind ik.
Samarie krijgt na hoger beroep een boel kwijtschelding, doch wel TBS. Deze uitspraak is van 2017, nog maar kort terug, kort voor het afronden van dit boek. Geen idee, hoe ’t verder gaat met hem. Renske’s ouders en broers doen hun best om naar de toekomst te kijken. En ze houden contact met hun ‘schoonzoon’.
Op de laatste bladzijde vertelt vader/Eddy, dat hij het was, die Renske tipte nog één coupé verder in de trein te stappen, ‘omdat het daar wat rustiger leek’. In die coupé trof ze Samarie, met de uiteindelijk fatale gevolgen.

RTV Noord-uitzending over dit boek over het drama van Baflo

En ik zie nu pas, dat Eddy Hekman zelfs in april 2017 is aangeschoven bij Matthijs van Nieuwkerk. Kun je ook nog terugzien!

Naar Noord-Noorwegen – Harstad

Slechts een maandje geleden gepland, nu ligt alweer achter ons: een week naar het noorden van Noorwegen, op bezoek bij schoonzus, die daar een paar maanden werkt als fysiotherapeute, een soort van van vakantie-vervanging. Ze werkt in een revalidatiecentrum en is helemaal onthutst over de grote verschillen in aanpak in Nederland en in Noorwegen. Waarbij de Nederlandse werkwijze veruit te prefereren is. Haar eigen inzet wordt nogal hoog aangeschreven, zodoende.

digWe sliepen zes nachten bij haar op haar zolderkamer, vijf kilometer ten zuiden van het stadje Harstad, zo’n 25.000 inwoners. Harstad is een regionaal centrum. Bij regionaal moet je daar echter denken aan een nogal veel groter gebied.
Hoe groot en hoe ver; ik leg ’t even uit. We vlogen eerst naar Oslo en… waren toen in kilometers ongeveer halverwege. Harstad is vanaf Groningen ongeveer net zo ver als het noorden van Marokko!
Harstad ligt op Hinnoya, het grootste eiland van Noorwegen (afgezien van Spitsbergen, dat dichtbij de Noordpool ligt). Aan de zuidkant van Hinnoya begint de eilandenreeks, die Lofoten heet. Lofoten is veel bekender als toeristische bestemming, maar Hinnoya, Langoya en Andoya, de wat noordelijker gelegen eilanden, zijn (en dat zeggen de Noren ook) net zo mooi.
digHinnoya is over land alleen te bereiken middels één brug. Ook de Lofoten en Andoya zijn alleen via deze brug te bereiken. De eilanden zijn bergachtig, de bewoonde gedeelten, de stadjes, bevinden zich vooral aan zee. De wegen gaan langs de zij-/zeekanten van de (schier)eilanden. Dorpjes zijn er her en der. Daar staan mooie houten huizen, met grote auto’s ervoor.
Het stadje Harstad is totaal niet bijzonder. De dorpjes op zich ook niet. De huizen liggen verspreid, hebben allemaal grote veranda-balkons. Iedereen heeft zeeën van ruimte. Het meeste is van hout. Dat was origineel in Harstad ook het geval, zo zag ik op oude foto’s. Maar nu is minstens de helft in Harstad gewoon van steen en beton en ziet er wat trooste- en sfeerloos uit. Vlakbuiten het centrum een giga-winkelcentrum, overdekt, heel luxe, meer dan 60 winkels. Maar in het stadje is ’t een dooie boel. Maar goed: we werden aardig voor de gek gehouden, want het is natuurlijk doorgaans helemaal niet zo zonnig en warm als dat het er deze week was. Dit was nog unieker dan de tropen in Nederland, deze maand: vierhonderd kilometer boven de poolcirkel en overdag overstijgt de temperatuur de 30 graden! Ongelooflijk!

davIn Harstad is het havengebouw het mooiste gebouw. En ook dát wilden ze 10 jaar geleden afbreken. Da’s gelukkig niet gebeurd. We zien er de expresboten naar Tromso en andere bestemmingen liggen. De ‘Hurtigruten’, de ‘postboot’, die de hele Noorse kust afreist in 7 dagen, tot aan Kirkenes, bij de Russische grens, doet Harstad ook aan.

De eerste dag was het weer nog even ‘normaal’. Dat beviel ons achteraf heel erg goed; we maakten een mooie wandeling heuvelopwaarts, door een mooi open berkenbos met meertjes, tot een heuveltop, Trollvassasens, met een geweldig uitzicht op de fjord tussen Hinnoya en het vasteland. De terugweg werden we nat. dig
We kwamen weer beneden, vroegen in een supermarkt, waar we paraplu’s kochten voor een prikkie, hoe we in de stad konden komen. De supermarktmedewerker ging voor ons uitzoeken, waar en hoe de bussen zouden gaan. Wat een voorkomendheid, dachten we, maar toen was er al een meneer, die het één en ander aanzag en vroeg of we naar de stad wilden. Stap maar in!
We hebben eigenlijk alleen maar zeer open, vriendelijke en gastvrije Noorse mensen getroffen, de hele week.

davDe volgende dag een mooie autotocht, zo’n 200 kilometer, over Hinnoya, met halverwege een stuk over een zeearm met een ferry. Ons einddoel was het stadje Sortland, dat de ‘hoofdstad’ van de Vesteralen-regio is. Sortland laat zich graag ‘de blauwe stad’ noemen: ze hebben er veel huizen blauw geschilderd. Het ligt op Langoya, een groot eiland westelijk van Hinnoya. Om Langoya te bereiken, rijd je eerst meer dan 100 kilometer over Hinnoya. Wil je naar A (het verste Lofoten-stadje, op de A hoort eigenlijk zo’n rondje), dan moet je vanaf de brug nog wel 200 kilometer doorrijden, over een vijftal verschillende eilanden heen.
We dronken wat in Sortland en hebben ons toen laten adviseren, naar een oud sanatorium op de heuvel te gaan. davDaar runt een echtpaar, waarvan de dame schilderes is, een uitspanning met tevens een galerie met haar schilderijen. Meneer ontving ons allerhartelijkst en vertelde trots dat Harald en Sonja, de koning en koningin, hier ook een aantal weken hebben vertoefd. Lihallen, hun optrekje, ligt geweldig mooi op de berghelling, kijkt uit over fjord en zee. Een paradijselijk oord. En wij blijven elkaar maar herinneren aan het unieke van deze dagen: zulke tropische temperaturen zijn hier heel zeldzaam. Het sanatorium is in de jaren 50 opgebroken, omdat er in de buurt veel lawines waren en huizen werden meegesleurd de fjord in.

Ten noorden van Harstad gaan ferry’s naar meer eilanden. Eerst naar Gryttoya en vervolgens naar Bjarkoy. Tussen Gryttoya en Bjarkoy wordt momenteel zelfs gewerkt aan een tunnel! Ongelooflijk: ze bouwen een tunnel tussen een eiland met 500 inwoners en een ander eiland met 500 inwoners! Die stinkendrijke Noren!
davIn Harstad kijken we nog naar het oude kerkje van Trondenes, iets buiten de stad. Deze kerk dateert van de 13e eeuw; is de oudste kerk in het noorden van Noorwegen. Als je niet beter zou weten, dan zag je ’t er niet zo specifiek van af. Het is een redelijk sober gebouw, maar van binnen wel heel sfeervol, veel houtsnijwerk. Maar toch wel duidelijk, dat de katholieken het hier te koud en te leeg vonden. ‘Stoer’ zou een noordelijk woord kunnen zijn, ‘gezellig’ niet.

davRokenes (met streepje door de ‘o’) Gard ligt ook een stukje buiten de stad, aan de weg naar de ferry naar Gryttoya. Een prachtige houten huis uit de 18e eeuw. Dé feest- en trouwlocatie voor de mensen van Harstad, vast en zeker. Het ligt, omo-wit geschilderd, te blinken in de zon. De mensen zijn blij met deze zomer: de hele juni-maand had het geregend. Het voelt een beetje dubbel: we zien nu jetski’s op het water en, oei, wat zijn er veel jachtjes! Toch bijna niet voor te stellen, dat ze dat allemaal aanschaffen voor die éne week per jaar, dat het weer echt genietbaar is?! Hmm, 98% van de bootjes is in de haven, slechts 2% op het water. Hoe zit dat nu?
Daarin zit ‘m waarschijnlijk het perceptieverschil. Veel van de huizen en hutten, zowel in de stad als ver daarbuiten, zijn ‘buitens’, familiehuizen, waar ooit opa en oma woonden, waar nu niemand permanent woont, maar waar families tijdens vakanties samenkomen. Bijna iedereen heeft wel zo’n ‘cabin’, zo’n hutje, zo’n houten huis in het bos, op de berg, of aan zee. En dan kan het best zijn, dat ze zelf in Oslo wonen, 1200 kilometer verderop. Ach, er zijn ook Nederlanders genoeg met huizen in Frankrijk..
Wat in de Auvergne gebeurt, dat gebeurt hier ook: de jeugd trekt weg. De familiehuizen zijn voor de familienostalgie.

davWe gingen barbecuen in zo’n hut in het bos. De eigenares, Noorse vriendin van schoonzus, is het huisje zelf aan het bouwen. Granieten blokken worden opgestapeld. Daartussen worden plaggen mos met karnemelk als versteviging gepropt.
Ik kijk gefascineerd naar de omgeving. Het is wonder(lijk) mooi. Maar het is ook meer en tegelijkertijd minder dan dat. De bossen zelf zijn niet per se ‘mooi’. Veel naaldbomen, veel berken, veel struikachtig opschot. Geen dikke eiken of beuken. Tegelijkertijd wel heel veel kleur in de natuur. Ik word erop gewezen, dat de bermen in Nederland er vroeger ook zo uitzagen, met ridderspoor en andere bloemen, die je tegenwoordig bij ons helemaal niet meer ziet. Ik ben ben me daarvan onvoldoende bewust.

davHet weekend vertrokken we naar Gryttoya en Bjarkoy. We namen de tent mee; op Bjarkoy, aan het einde van het eiland, is een camping. Zelfs ’s nachts komt de temperatuur nauwelijks onder de 20 graden. Op Gryttoya wandelen we rond op het jaarlijkse visfeest. De prijzen worden net uitgereikt; tijdens de morgen zijn de viswedstrijden gehouden. Nu zitten we aan biertafels bordjes met kabeljauw, aardappel en tomatensaus te eten. Aan de ene kant is het authentiek, is het tijdloos, maar tegelijkertijd liggen er hele luxe boten in het haventje en doen vaders stoer op van die idiote jetmotorski’s met kleine kinderen tussen hun benen geklemd. In de gymzaal van het enige schooltje van het eiland wordt heerlijke door de mama’s zelf gebakken taart geserveerd.

Daarna de volgende ferry, naar Bjarkoy, waar we eerst een kijkje nemen in een ongelooflijk mooi huis, bijna afgebouwd, tegen de rotskust boven zee gebouwd, met direct uitzicht vol naar het noorden, naar de middernachtzon. Dat bouwen ze dan weer helemaal zelf en het is lúxe! Het is móói!
Er rijden hier auto’s uit Finland en Zweden rond; zij gaan hier ook op vakantie.

davLangs de noordkant van het eiland naar het westen, daar aan het einde van de weg: de camping. Er is alleen een groot gezin, met meerdere tenten.
Het water ziet er heel aantrekkelijk uit. De kleur is zelfs enigszins turkoois; het zou zomaar warm kunnen zijn. Nee hoor: het is 11 graden!! Noren houden het langer uit in dit water dan wij!
dig

Onze vriendin scoort zomaar een paar grote kabeljauwen (ze lijkt overal iedereen te kennen) en we gaan weer barbecuen. Nou vond ik die vis eigenlijk alleen maar een wat flauwe hap. Je moet zo’n vis toch ook goed klaarmaken om ‘m lekker te krijgen. Maar het idee is wel geweldig: net gevangen in het water voor onze neus.
davVoor onze neus daalt de zon heel langzaam; veel langzamer dan in Nederland. De midzomernachtzon is alweer verleden tijd: de zon gaat inmiddels wel een paar uren onder, van middernacht tot 2 uur. Om half twaalf raakt de zon de kim; pas om 12 uur is-ie helemaal verdwenen. digEn de lucht wordt alras roder. Een unieke ervaring! Het heeft iets magisch. Prachtige luchten, heuvels en groen achter ons, de hoge kliffen van Gryttoya naast ons, de eilanden Hinnoya, Langoya en in de verte Andoya achter kilometers zee. Dichtbij kleine vuurtorentjes op kliffen die uit Bjarkoy steken.

davZes dagen in Noorwegen, om eens goed te proeven van een onbekende omgeving. Terwijl ik de momenten opsla in mijn geheugenalbums vol met favoriete ervaringen, bedenk ik me elke dag weer, hoeveel zin ik heb in de kómende vakantie, naar het zuiden. Natuur is prachtig, maar ik ben zelf toch meer een cultuurmens geworden, zo realiseer ik me. Het allermooist is het natuurlijk, wanneer cultuur en natuur samengaan. En deze observatie is sowieso onzinnig: ik moet het hebben over cultuurverschillen, niet over meer/minder cultuur. Excuus.

dig

Dit was de lucht, ’s morgens om half vijf, zon al uren rijzende, bij de bushalte, waar we wachtten op de bus, die ons weer naar het vliegveld zou gaan brengen.