Groninger Museum: Mendini en Roosegaarde

Mendini1Zondagmiddag: zullen we eens naar “de FC” (zo spreekt men hier over het Groninger voetbalteam) of zullen naar “het museum” (zo spreekt men hier over het Groninger Museum). Geen spijt van gekregen, dat ’t het laatste is geworden. De FC ging thuis onderuit in een miezerig, winderig stadion. In het museum was het best een rustige zondagmiddag en konden we ons laten verrassen door een paar mooie exposities.

De architect van het museum, Allessandro Mendini, zou een mooie overzichtsexpositie krijgen; ze waren al flink in overleg met ‘m. Maar toen overleed hij begin dit jaar. Ach, dat maakt de expositie, genaamd Mondo Mendini misschien wel nóg specialer. Mendini2Een mooie expositie over een zeer veelzijdig kunstenaar en daarbij iemand met vooral oog voor ‘alles wat het leven een klein beetje mooier maakt’. Soms is het pure kitsch, maar het is ook altijd ‘tongue in cheek’, wat bijvoorbeeld heel mooi tot uitdrukking komt in een heel leuke tekening met tekst erbij. Die laat ik hier even zien.

(Zie hier de clip van Oog TV over Mondo Mendini, de naam van deze expositie.)

De andere expositie was Presence, van Daan Roosegaarde. De introductietekst:
Daan Roosegaarde – Presence is het eerste grote museale soloproject van kunstenaar en innovator Daan Roosegaarde. Het is een nieuw, baanbrekend, interactief kunstwerk dat Roosegaarde speciaal voor het Groninger Museum ontwikkelde. Dit is de eerste keer dat hij als ‘buitenkunstenaar’ de binnenruimte verkent, met een groot lichtgevend landschap dat door de aanwezigheid van bezoekers van vorm en kleur verandert. Alle ruimtes zijn open voor publiek en je mag alles aanraken.”
De expositie toont zich als een ‘living lab’, wat maakt dat ’t (vooral) erg interessant is voor kinderen, ook als ‘introductie in kunst’. Het heeft een flink interactief gehalte. Je kunt ‘spelen met licht’, jezelf ‘fotokopiëren’ en tekenen met het licht van je zaklantaarn op je telefoon.
Zoals te doen gebruikelijk worden veel woorden gebruikt om alle interactieve verbeeldingen binnen het jargon van de edele kunst te vervatten, terwijl er toch voldoende ruimte is om het allemaal ‘geinig’ te vinden en te interpreteren als creatief gebruik van moderne hulpmiddelen. Aldus: jawel hoor, ik vond ’t erg leuk en spitsvondig, maar verder ben ik dit zo weer vergeten. Wat niet geldt voor edele kunst, hoezeer óók met flinke lading kitsch, van Mendini.

De Dijk in de Oosterpoort

DeDijk1Ik doe niks meer aan Sinterklaas, nauwelijks nog wat aan kerst, maar, jawel, ik doe nog wel elk jaar aan ‘De Dijk’, was weer present bij dit jaarlijkse feestje. Ze komen al sinds jaar en dag begin december voor twee aansluitende avonden naar Groningen.
Nu hebben ze notabene een nieuwe plaat uitgebracht. Denk dat de meeste toeschouwers het niet eens wísten! Dat is wel een beetje een tragisch fenomeen: de 1600 mensen in de uitverkochte grote zaal van de Oosterpoort zijn eigenlijk niet zozeer “De Dijk-fans”, maar fans van een setje van zo’n 20 De Dijk-songs, die gespeeld moeten worden.
Maar wat moet je dan als band, met die mooie nieuwe liedjes die je gemaakt hebt, waar je trots op bent, maar….. waar het hele publiek eigenlijk nauwelijks op zit te wachten! Vriendinlief zelf was daar heel eerlijk over: nee hoor, die liedjes hoeven van mij echt niet. De tweede toegift was aan de gang en ze had nog steeds een paar van haar favorieten nog niet gehoord.

DeDijk2Op zich ben ik geen haar beter natuurlijk, misschien wel érger. Want ik zit stiekem alleen maar uit te kijken naar ‘Onderuit’, het grote hoogtepunt van het jaarlijkse feestje. ‘Dood in m’n armen, dood in haar armen, doodgaan en opstaan, in een t-shirt van haar,
doodgaan, heel even maar’. Ja, één van de zeldzame momenten in m’n leven, dat ik keihard meegalm.
De liedjes van de nieuwe CD ‘Nu of nou’ waren ‘best mooi’, maar ik vrees dat we die volgende jaar, bij het zoveeleenvijftigste concert van De Dijk in Groningen niet meer zullen horen.

Song van de week (129) – War on Drugs – Thinking of a place

The Irishman

the irishmanGrote verwachtingen van de nieuwe Scorsese. Drie-en-een-half uur! Lyrische verhalen, een 8.3 op IMDB. En m’n filmmaatje vond ‘m ook al geweldig..
Dus ik ga er eens goed voor zitten. Thuis dus, want hij staat direct ook op Netflix.

Geen spijt van gehad.

Ik bedoel: geen spijt dat ik ‘m vanaf de bank in m’n voorkamer heb bekeken. Want hiervoor hoef je écht niet naar de bioscoop!

Was-ie dan zó slecht? Nee, dat bedoel ik dan weer niet. Maar wel dat je voor zo’n film écht geen bioscoop nodig hebt. Zou dat misschien hebben meegewogen bij die hoge scores? Dat ook de recensenten de film niet op groot scherm hebben gezien?

Ik vond ’t meer een gespeelde documentaire of zo. Met fantastische acteurs, dat natuurlijk wel. Tja, het woord ‘saai’ is te simpel. Het is een prachtig doorkijkje in het maffia-wereldje in de jaren 50, 60. Waarbij het vooral gaat om de psychologie, om de mores. “It is what it is”, dat kernzinnetje, als een pseudo-tragisch vonnis. Ze zijn niet eens boos. ‘It is what it is”. En Frank Sheeran begrijpt wat ‘m te doen staat. Enerzijds de lieve oom, anderzijds de hitman. En hij heeft ’t nog zó geprobeerd Hoffa aan z’n verstand te peuteren, dat-ie wat toe moet geven.
Moet die aardige oom toch de trekker overhalen, o zo lelijk in de rug, in het achterhoofd.

the irishman2Die scenes waarin de top-mafioso hun ondergeschikten vertellen dat het is zoals het is, ze duren minutenlang, en deze dialogen bevatten nulkommanul bedacht literair gehalte. Het is wat het is. Geen achtergrondmuziek, zelfs nauwelijks ‘fotografie’, het kan overal zijn en kan anytime zijn. Mijn hemel, wat is deze film sober! En dat 3,5 uur lang.
En dan bedenken dat ze 200 miljoen hebben gespendeerd, wat voornamelijk moet zijn gaan zitten in dat ‘aging’ van de bejaarde acteurs, die ook hun jongere versies moeten spelen.
Nee, ik geef het toe: ik vond er toch maar heel weinig aan. En die lyrische verhalen frustreren me, want het lijkt dan verdorie net alsof ík iets mis. (Wat, sorry, volgens mij helemaal niet zo ís!)

Forum Groningen

Forum-uitgelicht-1-1500x600Vrijdag, en ook de navolgende zaterdag en zondag, liep heel Groningen uit om nu eindelijk eens binnen te kijken in het grote nieuwe, nogal beeldbepalende multifunctionele cultuurgebouw in hartje van de binnenstad: het Forum. Forum6

In 2003 is er een referendum geweest, waarbij de Groninger bevolking voor dit ontwerp koos. Maar laat daarmee niet gezegd zijn, dat de gemiddelde Groninger enthousiast was over deze plannen. Als nep-Groninger kan en mag ik wel zeggen, dat de Groninger het ‘kat uit de boom kijken’ aangeboren is. Eerst maar eens zien, en tot die tijd… heeeeel veel scepsis! De aard van het beestje.

Forum5In dat licht bezien is het onwijs leuk om te bemerken hoe e.e.a. nu aan het indalen is. Potverdorie zeg, het mag dan een wellicht iets té prominent aanwezig gebouw zijn, waarvan je met recht en reden kunt denken: is dit nu wel “mooi”? (Om over ‘nuttig maar niet te spreken, want dat doen de Groningers zelf al genoeg.)
Maar tjonge zeg, hier gebéurt wel wat! Dit is toch een statement zeg!

Forum4

En iedereen herinnert zich nog de vorige keer, een kwart eeuw geleden, met het Groninger Museum, waar nu zelfs íedere Groninger trots is. Nog steeds geldt (ook voor mij) hier ook voor: is dit nu “mooi”??
Het is juist zo aardig om te zien, dat het hele concept ‘mooi’ een anachronisme is geworden, wat bewezen wordt met dat eerdere referendum, dat de nieuwe Waagstraat heeft opgeleverd en ‘vlees noch vis’ is, gecreëerd op motieven van nostalgie naar de oude stad, oftewel: hoe wij hebben ‘geleerd’ wat mooi is en wat niet.

Nee, als er al iéts leidend is, geprononceerd door dit nieuwe Forum, dan is het dat Groningen voor iets geweldigs kan staan. Hoe het heden en verleden, historie en toekomst geweldig met elkaar verbindt. Het gebouw is mega-groot, maar valt wel weer heel slim weg áchter de oude bebouwing. Forum1
En dan moet straks het verbindende nieuwe plein ook nog in volle glorie erbij komen. Ik kan niet wachten en heb een eigenaardig gevoel van trots om ‘mijn’ stad.
Tuurlijk, het is duur, het is megalomaan. Maar ja, geldt dat niet altijd voor grandeur. Soms moet er uitgestegen worden. Soms moet verbeelding de baas zijn. Soms.

Forum2

Hermann Hesse – Narziss & Goldmund

narziss en goldmundHet laatste boek dat ik las in Ghana, de afgelopen week, was Narziss & Goldmund van Hermann Hesse. Ik had 5 boeken bij me. Was net eentje te weinig. Maar deze roman trof ik aan op de boekenplank van het kantoortje van mijn partner Meet Africa Tamale, het is daar jaren terug eens achtergelaten door één van de vrijwilligers van Ontmoet Afrika.
Het boek was helemaal verfomfaaid, vergeeld, smoezelig en het lag uit elkaar. Ik ben tijdje aan de gang geweest om er weer één stuk van te maken, heb er veel plakband voor nodig gehad.
Het toeval was, dat ik juist Narziss & Goldmund aangehaald had in de bespreking van het eerste boek dat ik in Ghana las. Beetje vaag was dat wel: die Duitse roman van Benedict Wells deed me denken aan Narziss & Goldmund, maar alleen maar vanuit een ‘gevoel’, want – en dat weet ik nu ná wederom lezing – ik wist eigenlijk helemaal níks meer van deze beroemde roman van Hesse. Ik weet zeker dat ik Demian, Steppenwolf, Narziss & Goldmund en nog wel meer van Hesse zo rond m’n achttiende heb gelezen en dat ik ’t geweldig vond, dat ’t domweg bij m’n persoonlijke post-puberale ontwikkeling hoorde, net zoals Echoes van Pink Floyd and Naturträne van Nina Hagen. Maar zoals melodieën kunnen blijven, of terugkomen in m’n herinnering, ook na tientallen jaren ze niet te hebben gehoord, zo geldt dat niét per se voor romans. Hooguit dat ’t in een klooster speelde en zo’n vijfhonderd jaar geleden. Maar verder: helemaal niets.

Goed, en wat vond ik er nou van, zo tegen de veertig jaar later? Tja, da’s een beetje ‘dubbel’. Dat Hesse in de hippietijd opnieuw werd uitgegeven, zo’n 40 jaar nadat deze boeken geschreven zijn, dat had de uitgever toen heel goed gezien: de tijdgeest was er naar. Het zijn meditatieve romans, bespiegelingen op ‘waar het leven over gaat’, ruimte scheppend voor zelfontplooiing op een heel avontuurlijke wijze. En dan natuurlijk al helemáál in de wijze waarop het gericht is op het exploreren van de lusten: de vrije liefde, de onvoorwaardelijke overgave. Ha, moet je toch indenken: Narziss & Goldmund kwam eerst uit in 1930! En toch was Hesse wereldberoemd: kort na de oorlog zelfs de Nobelprijs voor literatuur!
Dus ja, ik snap ’t nog wel. Ik zie wel dat dit in een tijdsbeeld past. En ook wel dat het als een romantische schelmenroman is geschreven, een soort Papillon (ook zo populair in die hippie-jaren) maar dan niet in een bed van misdaad en straf, maar in een middeleeuwse ridder- en kloosterwereld.

Het gaat alleen maar om dialectiek in dit verhaal: je kunt het leven alleen maar ten volle leven als je het leeft in de eeuwige tegenstellingen van leven en dood. Goldmund zwerft door het grootduitse rijk als de pest woedt: “Als de dood de hand aan het leven sloeg, dan deed dat niet alleen maar zo rauw en krijgshaftig aan, maar even goed diep en liefdevol, herfstachtig en verzadigd, en in nabijheid van de dood begon het levenslampje helderder en warmer te stralen. De dood kon voor iemand anders een soldaat zijn, een rechter of een beul, een strenge vader – in Goldmunds ogen was de dood ook een moeder, een geliefde, en zijn lokroep een lokroep van liefde, aanraking en huivering van liefde.” (blz. 200)
Mal hoor: eigenlijk word ik alleen maar kregelig van zulke predikzwangere taal. En toch is het wel mooi om te lezen. Het is beetje pseudo-therapeutisch om zo alles in een ander licht te kunnen stellen. Dat is waarschijnlijk die hippie-kracht: zonder iets te ontkennen het toch tegengestelde kleuren te geven. Alles ontkrachten door een eigen en nogal gratuite krachttoekenning.
Mijn toch nog enigszins wakkere kant haalt de schouders op: wat een draallyriek. Maar ik ben ook enigszins bevreesd voor ál te veel rationalisering; er schiet nog wat ruimte over voor deze droomwereld. En zo neemt ook zo’n boek me mee en ben ik éven verdwaald in een wereld die vijfhonderd jaar jonger is dan de huidige.

Ghana – November 2019 – 26 – Jolinaiko, slot

Accra, Kotoka International Airport, 28 november 2019, 19 uur

Voor 20 dollar een salon genomen, zo kan ik lekker zitten, wat eten, nog wat werk doen en laatste verhaaltje optekenen. Ben zonet weggebracht door een paar jongens die bij Jolinaiko, bij Cindy en Apollo, langskwamen. Ze waren bezig met de promotie van een plastic soort wc-tje, eenvoudig in te bouwen in de vloer, kost maar 30 cedi, geurloos, hygiënisch. Best een handig dingetje. Ze zijn dit in het land aan ’t promoten namens USAID.
Ik had de eraan voorafgaande uren met Apollo aan de tuintafel gezeten, wat biertjes drinkend, waarbij m’n net schone t-shirt ook weer doorweekt raakte van ’t zweet. En in hun auto stond de airco op ‘fris’. Pfff… niet lekker! Op de één of andere manier was ik actief ‘actief bezig’ te voorkomen dat ik zou gaan rillen, kou zou vatten. T-shirt was weer helemaal droog, toen ‘k op het vliegveld voor de allerlaatste keer de klamme hitte nog éven meemaakte, alvorens de grote vertrekhal in te lopen. Ik ben er wel even klaar mee, die hitte. Helemaal geen verkeerd vooruitzicht, morgenochtend het frisse Holland. Maar ik weet natuurlijk ook wel, dat dat na een paar uur al weer anders zal worden beleefd!

Deze laatste dagen waren zo vol niet meer. Veel tijd om de Weissensee-serie af te ronden en ‘Narziss & Goldmund’ helemaal uit te lezen. En ondertussen me overgegeven aan gesprekken met Cindy en Apollo. Het is niet zo, dat ik nu nog heel veel toe te voegen heb aan deze Ghana-maand.
Vanmorgen zat ik aandachtig te luisteren naar Apollo en een vriend van ‘m, toen ze me uitgebreid vertelden over hoe Afrika z’n eigen identiteit heeft ‘verkwanseld’ aan invloeden uit Europa en Amerika. Om te beginnen natuurlijk met de christelijkheid. De aanleiding was: de invloed die vooral in Benin nog bestaat van, wat ze hier noemen, het Voodoo-geloof. Ik had (en heb) er eigenlijk nauwelijks een beeld bij. Tja, obscuur. Dat is ’t wel zo’n beetje. Maar ik begrijp dat ’t een stuk “echter” en ‘natuurlijker’ is dan dat. Het is wat nog rest van de traditionele Afrikaanse manier van ‘geloven’ en het is onzin om het af te doen met ‘primitief’. Er vielen enige schellen van m’n ogen, toen ze me simpelweg het verschil tussen de Aziatische ‘identiteit’ en de Afrikaanse uiteenzetten. Hindoeïsme en Boedhisme zijn veel ‘normaler’, geaccepteerder voor ons; die maken onderdeel uit van een gerespecteerde oosterse cultuur. Voor de Afrikanen geldt, dat hun cultuur voor een groot gedeelte domweg uit het noorden is gekomen, met het kolonialisme mee. Toch wel bijzondere inzichten, hoezeer ook geldt dat me de helft van hun eindeloze verhalen ontgaat en ik kamp met hoofdpijn-neigingen van het gespannen concentreren op het vertalen van hun lastige Afro-engels.

F214Gisteren ging ik met Cindy mee de kinderen van school halen in de grote jeep; goeie momenten om bij te praten, want ze heeft ’t deze week laaiend druk met haar kantoorwerk voor haar reisorganisatie. Gaat trouwens erg goed met hun bedrijf; ze hebben altijd wel grote groepen toeristen die op pad gaan door West-Afrika.
Hun dochter is 8, zoon is 10 (ik schatte ze in m’n vorige stuk weer veel te jong in, heb die neiging vaker). Dochter kwam op school traag en loom uit de ziekenboeg lopen. Dus later stapte ik weer bij Cindy in de auto, op weg naar het ziekenhuis voor wat checkup’s. Eerst gedacht aan (wederom) een malaria-aanval, maar het was deze keer wat anders en vroeg om eindeloos wachten en dan nog een en nog een gedoetje bij een loket, met een prik hier, een prik daar. Dus daar zat ik dan, wachten, wachten, loom op m’n telefoon wat dingen lezend, terwijl vanaf een gang eindeloos ‘gloria in excelsis deo’ klonk, live door een flinke groep mensen. Kerst is in aantocht. Aan het einde van de gang zag ik mensen klappen, kijkend naar de zangers en zangeressen die ik niet kon zien. En ik ‘durfde’ toch niet te gaan kijken; dan zou ik immers alle aandacht krijgen. Geen zin in.

F211[Kawawa, onze driver tijdens de projectreis in september 2018, kwam ook nog even langs.]
Gisteren wel nog even de flinke wandeling gemaakt die ik hier 2 jaar terug ook gemaakt heb. Het is een bijzondere omgeving. Een hobbelige zandweg loopt het land in en aan weerszijden allemaal grote plots met enorme vrijstaande huizen erop, waarvan nog niet de helft bewoond is; de rest is in aanbouw, maar goed is te zien, dat de bouw soms al lang stilstaat. Tja, men bouwt dan weer verder als er weer geld is. Waarom zijn al die huizen zo bizar groot, zo vraag ik me de hele tijd af. Aan de straat her en der kleine houten hokjes, waar mannetjes in zitten, loten verkopend van één of andere loterij, waarbij je verwonderd denkt: hmm, maar hier komen toch veel te weinig mensen langs? Ach, er is áltijd weer veel te veel, dat je domweg niet begrijpt.
Eén tuin is heel bijzonder: een zorgvuldig aangelegde tuin met in het midden, als centrale aandachtstrekker, een gigantische termietenheuvel.
Doorweekt kom ik dan later weer terug op m’n heerlijke kamertje bij Cindy, trek de natte kleren weer uit en ga onder de fan op m’n bed liggen. Het bekende psychologische effect van de ‘laatste dagen’-sfeer: in m’n hoofd en hart ben ik al beetje met naar huis gaan bezig.
De lust om te schrijven sijpelt nu ook weg.

Belangrijk voor mij was nog het goeie gesprek met Wisdom, werknemer van Jolinaiko. Hij gaat de komende maand twee van mijn stagiairs begeleiden. Ze gaan in Liate Wote, in de Volta-regio, waar Jolinaiko community-projecten doet, met het opzetten van de ‘Green Club’ aan het werk: een project dat gaat over ‘waste- management’, vooral gericht op bewustwording bij de kinderen.

Maar wat een maand was het weer zeg, alles bij elkaar! Zo’n maand waarin een soort van heel leven past. Zoveel verschillende plekken, zoveel verschillende mensen en sferen. Een verhaal met zoveel verschillende hoofdstukken! Ik ga zo nog even m’n laatste beltegoed opmaken door wat mensen te bellen, nog even gedag te zeggen en te bedanken alvorens ik wegvlieg. Ik vergeet ’t zelf nog wel eens, om mensen op te bellen, te vertellen hoe m’n reis was, of ik goed ben aangekomen, als ik diezelfde morgen bij ze vertrokken ben. Mij bellen ze ook zomaar, gewoon om te vragen, hoe ’t verder gaat met m’n reis, Victoria, Rahi, Namaawu, Ebenezer, Prosper…

Thuis wacht de nodige spin-off van deze reis. Alles verwerken in de Ontmoet Afrika-documentatie online, projectbeschrijvingen aanpassen, toegezegde communicatie oppakken, etc. etc.
Als deze reis érgens een belangrijke bijdrage heeft geleverd, dan is het wel dat Ontmoet Afrika in de breedte nu helemaal naar mij toegroeit.
Straks nog een rustige nachtvlucht naar huis en thuis de komende weken dit verhaal aanvullen met foto’s.