Stotteren

Vorige week stond er een zwarte jongen met een bleke uitstraling voor me, toen ik na gebel de deur opendeed. Hij vertelde dat hij de bezorger van de Groninger Gezinsbode is (wekelijks gratis in de bus). Daar leek hij het bij te houden; hij weifelde wat bij het verder praten. Maar ik keek ‘m verwonderd en afwachtend aan. Het is augustus. Als kerst in aantocht was, dan was verwondering niet logisch.
“Ik heb deze week voor het laatst de bezorging gedaan”, vertelde hij verder in keurig Nederlands, maar met sympathiek vreemdelingenaccentje.
“OK, heb je een andere baan?, vroeg ik.
“Nee, ik ga op reis. Ik ga naar Congo voor een DNA-test, en dan zie ik misschien mijn moeder weer. Misschien hebben ze mijn moeder gevonden, maar dat weet ik nog niet zeker. Daarom ga ik er naartoe.”
Zo, ik was wakker. En geïnteresseerd! Dat was te zien, kennelijk, want hij ging vertellen.
“Ik was kindsoldaat in Ruwanda. U weet misschien wel van de oorlog twintig jaar geleden. Ik moest toen vechten.”
Het komt er vloeiend uit, zijn woorden zijn vooraf gekozen, zo lijkt het. En direct laveert mijn verwerking tussen ‘hee, goed bedacht verhaal’ enerzijds en ‘dit is authentiek, want zoiets verzinnen, dat is té erg’. Maar dat vloeiende is relatief: hij is een stotteraar. En ook dat brengt de lelijke gedachte: is dit tactisch stotteren?
Terwijl hij vanuit zichzelf al verder vertelt, weet ik dat ik meer wil weten, en vraag mezelf tegelijkertijd af of dat ter controle of uit interesse is. Ach, beide natuurlijk.
“Mijn vader is vermoord. De meeste van mijn familie ook. En ik kan ook niet meer nadenken over alles wat er is gebeurd en wat ik zelf heb gedaan. Ik ben mijn moeder kwijtgeraakt en heb altijd gedacht dat zij ook dood is. Maar nu heb ik nieuws gekregen vanuit een vluchtelingenkamp in Congo. Misschien is mijn moeder daar. Dus daarom moet ik er naartoe voor een DNA-test.”
“Wauw, dat is ongelooflijk nieuws! Maar kom je dan weer terug?”
“Ja, natuurlijk. Misschien kan mijn moeder mee. Gezinshereniging. Als het mijn moeder is.”
“Maar dan ga je daarna toch weer de Gezinsbode bezorgen?”
Nu kijkt hij ietwat schuldbewust.
“Ja, dat hoop ik wel. Maar ik heb niet genoeg geld om de reis te betalen.”
Hm, nu voel ik me weer wat kinderachtig, dat ik hem dit heb laten verantwoorden.
De volgende minuten vraag ik door, alleen al om niet later mezelf te hoeven verwijten, dat ik naïef ben geweest en ergens ben ingetuind. Emotioneel weet ik allang, dat hij centen van me krijgt.

Gisteravond stond er een witte jongen met een nog veel blekere uitstraling voor me, toen ik na gebel de deur opendeed. Hij viel met de deur in huis: “heeft u wat over voor mij, zodat ik het slaaphuis kan betalen?”
Hij zag eruit alsof-ie 17 was, maar waarschijnlijk is-ie zo’n 25. Mager, enigszins holle ogen. Maar absoluut geen schijn van drugsgebruik. “Wat is er aan de hand met jou? Hoe kom jij in deze situatie?”, vraag ik.
Hij vertelt dat hij een baantje bij een klussenbedrijf had, maar er was niet genoeg werk meer en een maand later kon hij de huur voor zijn kamer niet meer betalen en is op straat gezet. Nu is hij in afwachting van een bijstandsuitkering, maar het duurt vier weken voordat hij deze krijgt. Zolang heeft hij domweg niets en zwerft hij door de stad.
Hoe zit ’t met ouders?
Ik moet regelmatig lang wachten, alvorens ik meer informatie krijg: het stotteren van deze jongen is vele malen ergens dan dat van de Ruwandees. Zó’n goeie toneelspeler kun je niet zijn, denk ik bij mezelf. Maar een duiveltje in mij geeft me de tip om later even stiekem om de hoek te zien, hoe hij in vloeiende woorden met een maat spreekt, met zijn glimmende iPhone 6, hem vertellend dat-ie weer gescoord heeft. Ik luister maar zelden naar mijn duiveltjes.
“Mijn moeder…” – alleen al het woord moeder neemt een halve minuut in beslag, met 25 pogingen om voorbij de ‘m’ te komen – “… heeft me op mijn 18e uit huis gezet. Ze wil geen contact. Met mijn oudere zus heeft ze dat ook gedaan. Mijn vader ken ik niet. Ik weet ook niet waar mijn zus is. Ik heb altijd alleen voor mezelf gezorgd. Maar ik was wedstrijdzwemmer; daar was ik best goed in. Nu helaas lukt dat even niet meer. Maar ik wil weer een baan vinden. En een kamer. Eerst bijstand, maar dat duurt dus een maand.”
Het komt er allemaal natuurlijk hortend en stotend uit. Ondertussen staat hij daar met ingevallen schouders en z’n handen bescheiden samen voor z’n kruis.

Beide jongens hebben wat van me gekregen. Nadat ik de deur weer sloot, in beide gevallen, was ik helemaal overtuigd van hun verhaal. Ook heb ik in beide gevallen mijn twijfel geuit. Voor wat het waard is. De Ruwandees vertelde me zelfs, dat-ie hier aan het einde van de straat woont.
Tja, ik weet het dus niet. Ik voel me een lelijke cynicus met mijn twijfel. En tegelijkertijd voel ik me een naïeveling van wie zomaar wat af te troggelen valt.
Dus ik val maar weer terug op mijn eigen kleine levensmotto’tje: ‘liever een sul dan een lul!’.

Song van de week (67) – Case/Lang/Veirs – I want to be here

Tweede gesprek met de HRM-coach

[Drie jaar geleden heb ik enige gesprekken gevoerd met een door mijn werkgever (van toentertijd) ingehuurde personeelscoach. Het tweede gesprek was nogal opmerkelijk; ik heb het daarna uit het hoofd opgetekend. Durfde het echter toen niet te delen, gezien de ‘gevoeligheid’ richting mijn werksituatie. Het is nu drie jaar later en nu wil ik het graag alsnog doen. Want ik vind het zelf ook nog steeds een heel bijzonder verhaal! ;-)]

Tweede gesprek met de HRM-coach

“Ik moet je zeggen: ik was blij met je mail. Die dingen die ik je heb aangereikt, zijn ook niet meer dan een handvat. Ik kan lezen dat je op zoek bent naar dat wat essentieel is. Jezelf! En dan maakt het natuurlijk niet uit, hoe je dat doet. Als we maar de juiste dingen in beweging kunnen krijgen.”

Nee, niet je armen over elkaar doen, bedenk ik me. Ik neem een rustige en open positie in. Handen open op de tafel. Licht naar voren zitten, ontvankelijk overkomen.

“Ja, ik kan ook nog vertellen, dat het inmiddels snel lastiger wordt om het allemaal op te brengen. Het is echt niet te zuinig, zo’n crisissfeer als er heerst. Iedereen is in onzekerheid en iedereen heeft dubbele agenda’s. Men draait wat om elkaar heen en probeert bij de ander te peilen, hoe hij er mentaal in staat. Je moet weten: het is voor die anderen veelal nog heftiger: dat zijn allemaal dure inhuurkrachten, die op zoek mogen naar ander werk. Erg onzeker in deze tijd. Ik zit daar nog een beetje anders in, enerzijds omdat ik in een vastcontract-situatie verkeer en anderzijds omdat ik dus geen geloof heb en diep van binnen alleen maar denk: steek toch de fik in de mieterse bende!

Wat zo bevreemdend is, dat is dat ik een toneelstukje zit op te voeren, de godganse dag. Ik doe net alsof ik ook nog attachment voel bij dit programma. Maar dat is dus helemaal niet zo. Wel kan ik rustig op ze reageren, wanneer ze mij vragen, hoe ik het dan voor me zie, als al onze werkzaamheden opgeschort worden. Ik zeg: ach, misschien neem ik dan wel een sabbaticaljaar. Ze kijken me met bijna jaloerse blikken aan dan.”

Hij zit achterover, schuin langs de ovalen tafel. De enkel van z’n linkervoet rust op de knie van z’n rechterbeen. Ontspannen in een houding van overwicht. Lekker zo laten. Ik ga even achterover zitten. Reageer eerst maar, denk ik. Maar direct daarna ga ik weer naar voren zitten en leg mijn handen om het lege cappuccinobekertje.

“Zelfde als bij mij, vier jaar geleden. Jij moet een ontwikkeling door, die ik toen ook heb doorgemaakt. Ik zei het je de vorige keer al. Als je datgene doet, wat aansluit op de juiste energie, dan werkt het altijd. JIJ bent het die het doet, JIJ bent het die het voelt. Niemand anders. Niemand anders. Het is jouw autonomie.

Je geeft aan, dat je zelf jouw kansen nog een hoog luchtfietserijgehalte toekent. Daarbij moet je je wel realiseren, dat dit komt doordat je je laat beperken door de verwachtingen die je veronderstelt dat anderen van je hebben. Dat werkt negatief door. Daarin zit je angst. Bedenk je wel, dat je dat niet hoéft te doen. Het is jouw leven, jouw autonomie.

Ik heb vier jaar geleden mijn contract gewoon ingeleverd. Mijn vrouw was daar toen ook niet blij mee. Maar ik had een erg sterke belief in mijn eigen ruimte. Daar heb ik altijd de kracht aan ontleend. Daarna is alles min of meer vanzelf gegaan, puur omdat de wil er was. Dat geldt voor jou natuurlijk precies hetzelfde.
Ik laat me nu alweer jaren gewoon inhuren, maar bepaal zelf wat ik aanneem en wat niet. ”

Als je de woorden hoort, dan vermoed je een sprankeling, maar die is er niet. Hij zegt het allemaal op een pseudo-betrokken toon. Hij ergert me, want – ojee, nu zit ik in zijn jargon – hij ‘levelt’ niet. Of is het iets in mij, dat zijn empathie betwijfelt? Ik voel me – voor hem – een situatie, een geval, een gelegenheid. Hij is niet warm. Hij gaat verder.

“Kijk”, en hij duwt met zijn beide wijsvingers op zijn navel, “het zit hier”. En dan gaat het over chakra’s en kan ik niet meer luisteren. Ik denk aan mijn zus met haar India-blik en ik begin te vrezen voor de volgende episodes in dit gesprek. Godver, straks komen we op dat bizarre pad, waar autonomie en lot op metaniveau weer gekoppeld worden. Daar waar het geloof van de zweefseculieren begint.

“En het moet naar hier.” Zijn wijsvingers gaan naar boven en stoppen bij zijn hart. “Weet je wel, dat er in je hart ook hersenen zitten? In onderzoek is aangetoond, dat elke te verwerken stimulans zes seconden eerder het hart laat reageren dan de hersenen. Dat kan alleen maar als ook het hart de capaciteit heeft om te analyseren. Dit analyseniveau zit niet voor niets bij het hart. Daar zit je ik. De hersenen in je kop zijn je instrumentarium, die dienen je. Dat kun je zelf hendelen; dienstbaar maken aan je hart. Maar dan moet je wel die autonomie herkennen in jezelf. Dat JIJ degene bent die stuurt. En dat je daar vrij bent.”

Laat ik meegaan met hem. Hij is per slot van rekening voor mij nu het instrumentarium. Hij is dienstbaar aan mij. Dat is zijn rol.

“Snap ik. De externe krachten zijn wel heel belangrijk natuurlijk. Hoe reageer je op je omgeving. Ik onderken ook wel, dat ik nog zo weinig concreets tegenover mijn onvrede kan benoemen. Wil ik bereiken, dat men positief op mij reageert, dan moet ik ook meer verhaal hebben en niet telkens uitkomen op ‘tja, dat weet ik dus nog niet’. Soms denk ik: ik zou eens in janken moeten uitbarsten, of helemaal in moeten storten, of fysieke problemen krijgen, waardoor de dokter iets met mij kan. Maar al die dingen gebeuren niet: ik ben fit, slaap goed, ben de grote grapjesmaker, terwijl ik diep van binnen denk: sodemieter allemaal een eind op. Tien jaar geleden had ik zo’n bizar moment, dat ik ook zo herkenbaar voor mezelf vind en dat ik nu weer herken: ik was net gescheiden en voelde me dieptriest, zat op de fiets en realiseerde me ineens dat ik zat te fluiten. Dus dat het dieptrieste in mij me van geen enkele banale en lichtvoetige gedachte afhield. Alles is er altijd tegelijkertijd. Het smoort elkaar en het voedt elkaar. Het maakt altijd dat alles er is, anytime. Snap je dat?”

Hij kijkt me aan alsof ik net heb gezegd, dat ik mijn sleutels kwijt ben, terwijl hij ze voor me op tafel ziet liggen.

“Jij bent het allemaal zelf. Hoor nu eens hoe autonoom je bent. Al die invloeden van buitenaf: jij bepaalt wat je daarmee doet. Jouw innerlijk weet het allang. Kijk maar naar hoe je hart reageerde. Je kon gewoon fluitend over straat. Je hersens heb je dat verder niet laten verpesten. Zie je het? Die innerlijke kracht, daarover ben je allang eigen meester. Je laten beïnvloeden door je omgeving is natuurlijk prima en prachtig, maar alleen JIJ bepaalt, wat je meeneemt en wat niet. Het gaat om je éigen verwachtingen, niet om de verwachtingen van anderen, die je over jezelf afroept of waar je bang voor bent.

Je hele belief system wordt continu attacked door je omgeving. Je hebt geen idee, hoeveel energie het kost om échte autonomie te bereiken. Als je zover bent, moet je ook houvast vinden bij een in-en-out-basis: je blijft onderdeel van je omgeving, maar je bent ook een vrij mens. Ons menselijk ritme, door de natuur gegeven, is geënt op een trilling van 432 Hertz. Daarin zit van nature ons evenwicht. Weet je wel dat alles op televisie op 440 Hertz tot je komt? De gevolgen daarvan zijn immens. Het heeft een tranquilizing effect op de mensen. Daar zit natuurlijk een doel achter. Dat zijn de stuurkrachten, waar je je tegen in het geweer moet stellen.”

“Sorry, ik ben je kwijt. Wie stuurt wat?”

“Je hoorde vanmiddag de koning de Troonrede uitspreken, toch? Wie denk je dat dat allemaal schrijft? Denk je dat het toeval is, dat hij Beatrix na precies 33 jaar opvolgt. Weet je nog dat er na die twee torens in New York nog een derde toren instortte, een uur of vijf later. Hoe kon dat? Daar waren toch geen vliegtuigen ingevlogen. Op televisie kon je zien, dat reporters eerder melding maakten van het instorten van deze toren, dan dat deze feitelijk instortte. Hoe denk je dat dat kan?

Gelukkig zijn er steeds meer mensen, die inzien dat dit allemaal niet klopt en dat we deze situatie moeten doorbreken. En we kúnnen dat ook. Kijk bijvoorbeeld maar eens op www.ikclaimmijnnaam.nl. Daar kun je lezen wat er aan de hand is. Jij denkt misschien dat het een normaliteit is, dat je een ‘staatsburger’ bent, maar je bent daarin wel een deelnemer aan een systeem, dat je daarmee zelf legitimeert. Die legitimiteit is er van zichzelf natuurlijk niet. Is jou ooit gevraagd, of je daar lid van wilt zijn?”

“Waauw, is het een complot?”

Hij veert niet op, zijn toon gaat niet omhoog. Hij blijft praten, alsof hij het over de kwaliteit van stoeptegels heeft.

“Hoe kwam het dat er in de twintowers helemaal geen Joden waren? Vertel me dat dan maar eens. Er zijn families die alles in controle hebben. Je kent ze ook wel, de Rothschild’s en zo. Ons eigen koningshuis zit in de hoogste loge van de Vrijmetselaars. Je ziet toch ook wel dat Alexander geen trouwring draagt?

Het systeem werkt aardig feilloos. De mensen blijven TV kijken op 440 Hertz en worden zo veilig in een comforting zone gehouden. En als het functioneler is om even een opwinding te construeren, of dat nu omwille van een afleiding van iets groters is of omwille van een sensatie of een bestendiging van een belief system is, dat maakt niet uit. Al die tactisch gecreëerde oorlogen, allemaal false flags.”

Pffff, gaat dit nog over mij?, zit ik te denken. Maar ik ben ook altijd gespleten in deze dingen. Enerzijds de scepticus, anderzijds de nieuwsgierige, de naïeveling.

“Je doet me denken aan die vriend van me, toen ik achttien was. We keken eens naar een kamerdebat of zo, meer dan dertig jaar geleden. Dat was nog in de oude Tweede Kamer. Hij wees op het grote blauwe gordijn achter de voorzitter en zei: ‘Weet je wel, waar de echte machthebbers zitten? Die zitten daar achter dat gordijn!’. “

Ik lach even schel en ga achterover zitten. Schrik direct daarna van mezelf, want neem een houding aan van ‘kom maar op’ en dat wil ik niet. Ik ga weer naar voren zitten en vouw mijn handen samen voor mij op tafel.

“Je triggert mijn nieuwsgierigheid, maar het lijkt mij toe, dat zo’n totaalcomplot een organisatieniveau vergt dat elk collectief vermogen te boven gaat. Er zouden op zijn minst veel meer van dit soort lelijke systemen zijn, die elkaar bevechten. Volgens mij is dit pseudoreligie.”

Geen ergernis, hooguit een heel lichte glimlach, die ik niet eens als een meewarige kan herkennen. Hij legt zijn handen in zijn nek achter zijn hoofd. Ik vraag: “Wat verwacht je, zeg, de komende 25 jaar?”

Hij maakt het nog een stuk actueler: “Deze maand, maar waarschijnlijk in oktober, dan gaat er wat gebeuren aan de oostkant van de VS. Dit compromis tussen Rusland en de VS geeft nu een verkeerde incentive. Het vijandsbeeld heeft op korte termijn een hardere bodem nodig. Ik verwacht een eruptie, waarschijnlijk veel geweld. Geen idee hoe ’t eruit zal zien. Maak ik me ook geen zorgen over en ik heb ook geen voorstelling nodig.
Het is voldoende om te onderkennen, dat het systeem illegaal is. Je hoeft geen econoom te zijn om te weten dat de Federal Reserve een illegaal en corrupt systeem is. Ze drukken bankbiljetten en creëren fakewaarde. Dat is evident. Ze houden zo alle touwtjes in handen. Er zijn steeds meer mensen, die dit in de gaten hebben en zich er van af keren. Je kunt nu ook echt je staatsburgerschap opgeven. Dan hoef je ook geen belasting meer te betalen; hoef je niet meer je bijdrage te leveren aan iets waarvoor je nooit zelf hebt gekozen. Je kunt tegenwoordig al steeds meer muziek downloaden op 432 Hertz. Doe maar eens. Je kunt echt wel merken, dat dat wat met je doet. Verdiep je er maar eens in.”

Ik betrap me op de stiekeme gedachte: wat gebeurt er met deze man als ik deze praktijken deel met de directie die hem inhuurt? Waar gáát dit over? Ik ben hier als medewerker, ontevreden met zijn werk en denkend aan de mogelijkheden een andere toekomst te zoeken, in gesprek met de HRM-manager cq. –coach en krijg dan dit soort informatie?!
Maar ik ben ook iemand die easily overrompeld is, die ook gegrepen wordt door de simpele woorden, de situaties, de anekdotiek. Ik herinner me ook juist, dat ik één van die mensen was met de ‘stel je voor!’-gevoelens bij de eeuwwisseling en de mogelijke consequenties van softwarefouten. Voor apocalypse-achtige voorstellingen dus. En anderzijds denk ik ook vaak: ‘nothing really happens, nothing happens at all. The needle returns to the start of the song and we all sing along like before. And we’ll all be lonely tonight and lonely tomorrow’. Wat een mooie liedje was dat!

Tot slot reikt hij me aan, dat ik de drie ‘way out’-scenario’s, zoals ik ze had opgeschreven, uitwerk met behulp van het NLP-instrument, hoe luchtfietserig ze ook zijn. Hij zegt het expres met een combinatie van klemtoon, accent, toonhoogte en mimiek – ik voel het zelfs in de handdruk – om mij te laten voelen dat ik die kenschets van luchtfietserigheid er zelf bij construeer; dat ik het allemaal kan als ik erin geloof; dat ik de hele wereld aankan, veroveren kan; een God ben in het diepst van mijn gedachten; de hele mieterse bende van me af kan schudden; een totaal autonoom mens ben.

Jawel, dat ben ik ook wel. Maar is dat nu een kwestie van acteren in de wereld of is dat een kwestie van continue reflectie? Hoe zit het met de zijne? Wie is meer gevangen: degene die tralies ziet of degene die ze niet ziet?

Over twee weken zien we elkaar weer.

(18 september 2013)

NB: het derde gesprek is er nooit meer gekomen. Ik nam uiteindelijk een maand later een ‘sabbatical’ van 4 maanden op. Die vrijaf-periode was de eerste aanzet tot afscheid van de onderhavige werkwereld.

Naar Italië (28) – EINDE

1We zijn direct vanuit Alba richting huis gaan rijden. Overnacht op een parkeerterrein in Luzern, halverwege Zwitserland. De volgende morgen nog even door het stadje gewandeld en dus ook over de beroemde Kapelbrug, die in 1993 helemaal affikte, maar natuurlijk weer prachtig is opgebouwd.
En vervolgens ene hele dag op de Duitse snelweg. ‘s Avonds om 7 uur (zo’n 24 uur na vertrek uit Alba) waren we weer thuis.

1Op dit weblog heb ik een boel kleine stukjes gewijd aan wat we allemaal hebben gezien. Daarnaast is er natuurlijk ook veel gedaan en beleefd. Daarvan dus niet of nauwelijks gewag gemaakt in deze stukjes.
Tenminste nog vermeldenswaard is nog enige informatie over onze manier van vakantievieren: rondcrossend met ons zopas aangeschafte kampeerbusje: onze Volkswagen T4 Westfalia. We hebben bijna 4000 kilometer gemaakt het onze wagen heeft het werkelijk prima gedaan!

2Eigenlijk wil ik gewoon even kwijt, dat zo’n campervakantie domweg de fijnste wijze van vakantie vieren is. Het is de perfecte combi van ‘gemak’ en ‘avontuur’. De auto rijdt lekker, je kunt er overal mee komen, je kunt ‘m overal parkeren (zo groot is-ie niet). En tegelijkertijd ben je hyperflexibel: hij staat in vijf minuten en je bent ook in vijf minuten weer weg. We hebben de fietsen achterop en kunnen dus ook gemakkelijk fietstochtjes maken. Eten koken in je eigen auto is ook elke dag een leuke bezigheid, als hebben we redelijk vaak ‘buiten de deur’ gegeten.

Om alles even samen te vatten in zo weinig mogelijk woorden: we hebben absoluut een topvakantie gehad!!

 

Naar Italië (27) – Alba

SONY DSC

SONY DSC

(…) Pas halverwege de middag gaan we richting Alba, weer een ritje van zo’n drie kwartier door de heuvels en de wijngaarden. Het is maandag de 15e augustus. Ferragosto. Een Italiaanse feestdag. Het is erg stil in de stad. Misschien denk je dan: da’s fijn, niet allemaal toeristen en zo. Nou, da’s 3mooi niet zo. Het voelt echt nogal ‘zondags’. Er is niet zoveel sfeer in de stad. Alba is ontzettend netjes. Je ziet her en der mooie oude gebouwen, heel mooi gerestaureerd, maar ze worden te vaak omzoomd door moderne wat sfeerloze gebouwen. Alba biedt nogal wat monumentale overblijfselen onder de grond. In een net gerestaureerde kerk zien we resten van een oude Romeinse arena. Ook op andere plaatsen in de stad worden zulke archeologische vondsten getoond. Daarnaast zijn er ook de nodige statige, sobere vierkante torens en zijn er mooie arcadegebouwen op de pleinen. 1Toch valt Alba me tegen. Mondovì bekoorde me veel meer. Alba is ook een volledige vlakke stad.
Veel aandacht in Alba voor de truffel! Dit is een rijk truffelvindgebied. In veel winkeltjes allerhande truffelproducten. En natuurlijk ook grote truffels! Kosten 10 tot 30 euro per stuk!!
En zo waren we aan onze laatste uurtjes toe. Die waren geweldig fijn: op een terrasje in de hoofdstraat van Albi hebben we met z’n zessen lekker gegeten en gedronken.2

Naar Italië (26) – uit eten in het kasteel in Costiglione

SONY DSC

SONY DSC

(…) Fenny en ik hadden nog een tip: het kasteel annex kokschool in Costiglione! We kwamen daar tijdens ons wijnroutedag al bijna 2 weken geleden. Dat leek ons nu leuk om met z’n allen te doen: in het restaurant van het kasteel uit eten gaan. 2Het was wel een uurtje rijden, prachtig slingerend door het wijnlandschap.

Uiteindelijk viel het eten zelf een beetje tegen, maar de entourage maakte nogal veel goed. We hebben de wijnkelders in het kasteel bekeken. Daar ook een soort van kleine ‘collegezaal’, tussen de wijn- en olijvenflessen. Daar krijgen internationale chefkoks extra les in Italiaans koken. Zo’n 65 studenten verblijven er tegelijkertijd, 3meestal voor een ‘stage’ van 2 maanden. Het is nu vakantie, dus de studenten zijn er niet. We hebben geen idee, of dát een oorzaak is voor de toch redelijk doorsnee kwaliteit van de maaltijd. Overigens was mijn tagliata geweldig lekker!

Naar Italië (25) – Gorrino

3(…) Het gehuchtje Gorrino ligt pal bóven het huisje dat Ruurd en Wilma gehuurd hebben, maar over de weg moet je een andere route nemen en een alternatief stelsel van 1haarspeldbochten draaien. We rijden naar de top van de heuvel.
Er zijn nog maar 12 mensen over die in Gorrino wonen. Toch een ‘dorpje’, dat we 10 kilometer naar beneden al op de borden staat. Een kerk, een oude poort naar een drietal huizen aan het kerkplein en een weggetje rondom het geheel, dat dus tevens het topje van de heuvel rondt. Het is nogal pittoresk. Bij de poort staat ook een ‘vendesi’-bord. Ruurd zegt al: volgens mij is het hele dorp te koop!2

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.