Song van de week (111) : Jim James – Same old lie


Dit is een live-akoestisch optreden van Jim James (My Morning Jacket) in een boekenwinkel. Het gaat mij vooral om het nummer “Same old lie”, het begint na 2.50 minuten. De rest van het optreden is net zo mooi natuurlijk, maar de song ‘Same old lie’, die neemt me altijd mee, naar ergens waar ik zonder deze song niet kan komen.
En dit is weer eens het bewijs, dat ‘productie’ een liedje uit z’n voegen kan trekken. Het ‘origineel’ van deze song, zoals in de studio op genomen en op de plaat gekomen, is zóveel minder dan deze pure, naakte versie!

Advertenties

Jubileum van De Dijk: 50e keer in Groningen

En daar waren we weer! Het jaarlijkse weekend van De Dijk in de Oosterpoort in Groningen, altijd begin december, een vrijdag en een zaterdag. In de zaterdagkrant stond een artikel erover: het is de 50e keer, deze zaterdag, dat De Dijk optreedt in Groningen. Natuurlijk zal Huub ook in Enschede, Tilburg, Maastricht en Alkmaar de verhalen wel vertellen, jaarlijks, hoe hij zo’n speciale band heeft met elk van de steden. Toch slaagt hij erin om bij de volle grote zaal over te brengen, wat voor ‘speciale band’ hij heeft met Groningen. In een café aan de Visserstraat heeft hij 30 jaar geleden de inspiratie opgedaan voor het nummer ‘Bloedend Hart’. Er gaat geen concert voorbij waarin De Dijk dit nummer niet speelt.huub_van_der_lubbe_dijk_800

Een enkele keer denk je: ‘hmm, welk nummer is dit eigenlijk?’, maar het is zeer uitzonderlijk. Want een De Dijk-concert is een nostalgie-feestje met een juichend publiek bij de herkenning bij de inzet van elk nummer. Huub is nu 65, maar van enige stramheid is zo op het oog écht geen sprake. Hij doet zelfs z’n best te laten zien, dat-ie ook heel aardig kan dansen. Opmerkelijk lang houdt hij wel z’n jasje en giletje aan; pas bij de toegift gaat de boel uit en heeft-ie een nieuw T-shirt aan, met pront ‘De Dijk’ op de borst.

Zit er dan geen enkele sleet op De Dijk? Het zal het publiek worst zijn. Ook voor ons zelf geldt, dat we bij dit concert weer bekenden tegenkomen, die we een jaar niet gezien hebben: andere De Dijk-diehards. En zo wordt het “jaarlijkse reünie”-sfeertje alleen maar manifester.

Voor mij is er altijd een specifiek hoogtepunt in het concert van De Dijk: ‘Onderuit’. Ik ben niet zo carnavalesk, maar “Dood in mijn armen” galm ik ook liefst keihard mee. Eén van de mooiste liederen aller tijden. En een van de mooiste liefdesliedjesteksten. Hoe mooi nu ook weer de saxofoonsolo was en hoe aardig de jonge nieuwe gitarist (hoewel…. sinds een jaar of 4 al) bij de band past, ik mis dan toch JB Meijers wel. Met hem als gitarist kreeg de gitaarsolo veel meer inhoud.

Hierbij de clip van Onderuit, live gespeeld in de Oosterpoort, in de uitvoering van 2009. Grappig: Huub vertelt het publiek hier, dat dit ongeveer het 25e concert in de Oosterpoort is. (Toch ziet-ie er hier wel een stuk jonger uit, zie ik nu.) En deze versie dus met JB Meijers.

Hadewych Minis – Minis Plus

minis_plus_-_hadewych_minis_c_sofie_simao_2Alweer buiten, na deze ietwat korte voorstelling, in de regen, sprak een goeie kennis van mij me aan. Zij hadden de voorstelling ook gezien. ‘Nou, dit was wat zeg’, kwam er direct, nogal verontwaardigd uit. ‘Wat een weggegooid geld!’
Nee, ze vonden er totaal niks aan.
Zoiets snijdt me altijd door de ziel. Wat ik had gezien was zó gemeend en persoonlijk, was zo erg wat Hadewych Minis wíl brengen, zo erg haar creatieve product, dat ik éérst bekijk of het bij mij zo geland is als zij het wil. Dus ik heb nog niet er iets van ‘gevonden’, het is nog aan het indalen. Ik heb gelachen, ik heb me betrokken gevoeld bij wat ze vertelde, zong, schreeuwde, verhaalde, speelde. Niet altijd totaal gepakt, zelfs me even wat generend voor het overdrevene, geforceerd abstracte, waar ik me soms mee geconfronteerd voelde. Maar haar rap ‘Koekje van eigen deeg’ alleen al was geweldig mooi, met een geweldige tekst. Toen ze begon met het stukje over ‘Flierefluiten’ was ik éven helemaal ‘out’ – mens, doe normaal! – maar viel dat op het einde juist weer prachtig terug op aarde: ‘zie je wel, ik kán het gewoon niet, flierefluiten!’. En zo was het een mooie opmaat voor weer iets dat Hadewych tekent.

Een show over jezelf, over wie je bent, en waarom, over die struggle…. Tja, je moet ’t maar durven. Het ís natuurlijk ook een exposé, waar geen spiegel op past: ik moet er niet aan dénken, zo mezelf letterlijk te kijk te zetten. Het moet ook iets zeggen over iemand. Maar ja, ik ben consument, zij is artiest. Ieder z’n rol…
Dus, zo bij elkaar… jawel, ik vond het mooi. Mooi genoeg. Ik sta wel open voor deze pathetiek. Uiteindelijk zie ik hoe deze kennis reageerde toch een beetje als de zo typisch Groninger propositie: door maar gewoon. Dit is téveel extravertie en veronderstelde zelfingenomenheid. Hadewych steekt kop boven het maaiveld.
De muziek is mooi, de uniciteit is er, de presentatie is fijn. Héél goed is het verder niet. In de recensies zie je het ook terug. Misschien moet ze uiteindelijk toch maar meer focussen op acteren en op muziek maken. Deze variant op cabaret is niet helemáál op haar lijf geschreven. Maar een mooi persoonlijk levend document is het wel.
(Kleine Zaal, zo goed als vol, Oosterpoort, Groningen, 7 december 2018)

Recensie Theaterkrant

Song van de week (110) : Hercules & Love Affair – Blind

Texel

sdrNovember was voor mij de ‘weekendje weg’-maand: Ljubljana, Athene en het afgelopen weekend naar Texel. Familieweekend met broers en zus. In het huisje van onze nicht en haar gezin uit Amsterdam, die hier met haar gezin al vijftien jaar heel veel tijd doorbrengt. Ik was jaar of 10 terug ook een weekendje in hun huisje geweest.
Als noorderling ben ik nogal gericht geraakt op de VTAS-eilanden. De eerste T, van Texel, hoorde daar nooit zo bij. Bovendien gaf Texel me een stuk minder eilandgevoel, om bekende redenen.

digHet zou pokkenweer worden, ’t hele weekend. Maar net zoals dat gold voor m’n weekends naar Ljubljana en Athene: ik schijn de regenwolken te verjagen. Zaterdag op Texel was zelfs een uitgesproken zonnige dag, waar ’t in het midden en oosten van ’t land grauw was en in ’t zuiden ’t veel heeft geregend. De kou, graad of 3, kon de pret niet drukken.

davWe verbleven in het huisje met de mooie naam Phoca. Wikipedia zegt: Phoca is a genus of the earless seals, within the family Phocidae. Da’s helemaal nieuw voor mij. En ik weet niet eens van een ‘genus’ is. Wiki zegt:  A genus is a taxonomic rank used in the biological classification of living and fossil organisms, as well as viruses, in biology.
Toe maar.

Phoca bevindt zich ietsje noordelijk van Den Burg in de bossen achter de duinen. Het huisje staat met nog een handvol huisjes gezellig verstopt aan een bosrand. Een heerlijk huisje, met vloerverwarming nota bene. Maar geen overdreven luxe, een fijn kneuterhuisje zogezegd. We zijn met z’n vijven en er zijn maar vier slaapplaatsen. Ik wist raad: nam m’n kampeerbusje mee, kon zo goed dienstdoen als mobiele logeerkamer.

sdrWat doe je met z’n vijven, vooreerst een heel weekend met mekaar in de wetenschap dat we nu écht helemaal de seniorgeneratie zijn? Bespiegelend kletsen over vroeger en nu, spelletjes doen, en zo nu en dan niet meer bijkomen van het lachen. En fietsen en wandelen. Eten! Heerlijk eten! Veel drinken. Klaverjassen natuurlijk!

Texel is eigenlijk best een eiland! 😉  We hebben deze conclusie min of meer afgedwongen: het hele eiland rondgefietst. Zo kom je niet onder het eilandgevoel uit. Langs de Slufter, tot het puntje bij de vuurtoren, waarvandaan ik zomaar keek naar een voor mij veel bekendere plek: het drenkelingenhuisje op de oostpunt van Vlieland. De mooie vuurtoren beklommen en het interessante verhaal tot ons genomen over de Georgische soldaten in WOII die hier schuilden en beschoten werden.
Over de Waddenzeedijk terug, tot Oudeschild, een mooi oud vissersdorpje.
En zo naar Den Burg met gezellige centrumallures, knusse pleintjes en nog wat prachtige historische gevels.

Zondag een flinke strandwandeling en een heerlijke volle en dikke soepkom snert bij Paal 17. En voldaan weer op die enorme boot terug naar Den Helder.
We spraken af, dat we met z’n vijven hier vast en zeker weer eens een weekendje naartoe gaan.
Texel4

Song van de week (109) : Michael Kiwanuka – Love & Hate

Athene

Athene, 16-20 november 2018

Mijn allereerste vliegreis, op m’n 23e, en m’n tweede notabene ook, waren naar Griekenland, naar Kos en naar Kreta, jaren 80. Daarna ben ik nooit meer in Griekenland geweest. Juist Turkije kwam, veel later, nogal eens aan bod. Dit weekend was ik in Athene, wederom samen met een dochter; twee weken terug met de andere naar Ljubljana.

In het vliegtuig passeerden we Ljubljana toen we halverwege waren en het al vroeg in de avond was. Griekenland is best ver weg. Met de metro naar de stad, wel een kilometer of 40. Daarna nog 10 minuten lopen richting Monasteriaki, waarvlakbij onze B&B bij Evita thuis, via AirB&B geboekt.
Evita heeft een flatje van bij elkaar zo’n 36 meter (6 bij 6?). Ze heeft wel drie baantjes en haalt haar inkomen nog een beetje op met B&B. Ze slaapt nu zelf op de bank in de kamer. Het lijkt zo wel sociaal werk, zo’n stedentripje! 😉
Maar het is allerminst een belasting. We hebben een slaapkamer met een heel groot bed, we kunnen alles uit de koelkast pakken, koffie zetten, er is vers brood. En ondertussen gaat Evita haar eigen gang.
digOm vrijdag niet het gevoel te hebben gehad alléén maar gereisd te hebben, gaan we laat op de avond toch even een stuk aan de wandel; toch even de Akropolis bekijken, vanaf een afstandje dan. En jawel, een hoekje om en daar staat de rots als in een mega-etalage te blinken in het avondlicht. Fenomenaal! De beste appetizer voor de volgende dag. Dus drinken we even wat op een terras onder een luifel en gaan gauw te bed.

De weersvooruitzichten waren allerbelabberdst: regen, regen, regen. Wel meer dan 25mm per dag! Nota bene hebben we een fietstoertocht besteld! Dat wordt wat!
Om 9.30 komen we aan bij het Nederlandse bedrijfje ‘Let’s Meet in Athens’. Nee, de davGrieken zijn helemaal niet van het fietsen; je ziet ze nauwelijks in de stad. Onze gids is Jan, een 58-jarige Hollander die z’n hart al een jaar of 8 verpand heeft aan Athene. Vooraf vertelt hij dat hij onderweg echt niet de hele tijd aan het vertellen zal zijn. Niets is minder waar: Jan praat honderduit. En Jan’s verhalen gaan daarbij telkens net over het verhaal achter het verhaal. Hier wordt duidelijk geen reisboekenwijsheid geschilderd. Juist als hij de geschiedenis induikt, dan plaatst hij het in de actuele context. Zo is het bijzonder om te leren, dat het oude Griekenland zo’n beetje door de niet-Grieken naar Griekenland teruggebracht is. Een eeuw geleden leek zelfs de Griekse taal naar de achtergrond te verschuiven. De Grieken waren helemaal niet zo erg ‘into’ hun eigen geschiedenis. De uit Duitsland  gehaalde koning Otto, in de negentiende eeuw, stond bekend als een phylo-hellenist (een echte adept van de oude Griekse beschaving) en heeft z’n best gedaan, om Griekenland en Athene weer op de geschiedeniswereldkaart te krijgen.

Te bedenken, dat de stad Athene 200 jaar geleden zelfs nog maar 4000 inwoners over had! Ongehoord! Juist buitenlandse invloeden liggen ten grondslag aan de werderopleving van Athene. In eerste instantie, toen Griekenland na de Ottomaanse overheersing eindelijk zelfstandig werd, waren twee andere steden hoofdstad. Alleen maar om z’n geschiedenis is Athene hoofdstad geworden, en daarna kon de stad gaan groeien. Wildgroeien dus.
Athene is dus ook geen “mooie stad”. Je kunt echt op veel manieren naar Athene kijken. Natuurlijk staan alle oudheden centraal, met als gezichtsbepalend middelpunt de grote Akropolis-rots. In de 19e eeuw zijn er heel wat neo-classicistische bouwwerken verrezen. Maar die zijn ook niet bijzonder verder. Dan zijn de kleine bizantijnse kapelletjes, her en der in de stad, zo’n 1000 jaar oud, veel bijzonderder.
Door het hele centrum heen tref je opgravingsplaatsen. Kijk je door een hek naar een oude muur, wat dorische pilaren, tempelresten. De hele stad is één grote archeologische site. Jan vertelt hier uitgebreid over. Je kunt een stuk grond kopen, maar ga je graven en tref je iets oudheidkundigs, dan kun je maar beter het geheim houden en de boel weer dichtgooien, want je raakt je zeggenschap over je eigen terrein domweg kwijt.

davWe fietsen in een gezelschap van zo’n 8 fietsers met Jan mee de stad door. Zo komen we aan bij het presidentieel paleis, waar we een tijd staan kijken bij de Evzones: de presidentiële garde, ‘soldaten’ die hun ‘silly walks’ doen bij dit paleis en ook bij het parlement.
Er zijn er jaarlijks 100 van, deze evzones. Het is een elitecorps. Het ziet er totaal niet uit, je moet wel enige feeling hebben met de kracht van een traditie. Jan doet z’n best om dat over te brengen. Ben je evzone geweest, dan is het bedje voor je toekomst gespreid, dan kun je overal aan het werk en krijg je altijd gratis eten, zegt Jan. Of dat waar is, betwijfel ik. Maar je bent in ieder geval wel een soort ‘held’. We horen ook, dat jongetjes in Griekenland op jonge leeftijd bij gelegenheid deze malle rokjes te dragen krijgen en zo’n idiote pompoen op de schoen.
De rokjes en panty’s zijn nog tot daar aan toe, de silly walks zijn echt raar. Je moet je best doen, om met je gedachten weg te blijven bij willekeurige belachelijkmaakgedachten. De evzones doen het 9 maanden lang, gedurende hun dienstplichttijd. Krijgt je moeder de brief, dat haar zoon is uitgekozen en het voorstel krijgt, evzone te worden, dan kun je er écht niet meer onderuit zonder je moeder tot op het bot te beledigen. Deze 9 maanden zijn een enorme opoffering en beproeving, zowel fysiek als mentaal. Verdiep je er maar eens in.

davWe fietsen langs het grote Panatheense stadion, waar alle prijsuitreikingen tijdens de Olympische Spelen waren. Daar vlakbij is een groot 19e eeuws gebouw, een congrescentrum. En dat gebouw was….het Holland-Heineken-House in 2004. Nou ja zeg!

Om een uur of één ’s middags hebben we goed zicht op de stad gekregen. We hebben het met ’t weer ook nog eens aardig getroffen: de poncho’s konden al na een half uurtje uit en verderop in de middag kwam er zelfs een beetje zon bij kijken.

Wij gaan ’s middags aan de wandel, via Psisi naar Monasteriaki en zo wandelen we de Plaka-wijk in. Dat is het toeristische centrum van Athene. De winkelstraten zijn levendig, maar deze omgeving is bepaald niet ‘mooi’. Ook in het centrum tref je veel totaal vervallen panden aan. Het wemelt overal van de ‘street art’. Jan had ‘t ’s morgens al vermeld, dat hij zo gek is op alle street art in Athene. Dat is soms echt hartstikke mooi, davmaar voor minstens de helft is nauwelijks street art te noemen: gewoon graffiti van het lelijkste soort. Ook hier veel ‘artiesten’, die alleen maar hun eigen ‘token’ achter willen laten.
Toch spelen deze beschouwingen met me: zo smoezelig, zo rommelig, zo chaotisch, zo ‘lelijk’…. Het straalt iets uit, dat ook een antwoord is op het totaal aangeharkte dat Nederland de laatste 20 jaar is gaan vertegenwoordigen. Kom daar later nog op terug…

Het mooiste dat we zaterdagmiddag ervoeren, dat was Anafiotika. In mijn boekje werd het een oud gehucht genoemd, op de flanken van de Akropolis-berg. Lijkt raar: het hangt aan de centrale Plaka-wijk, daar kan toch geen ‘dorpje’ zijn? Toch wel. Achter de winkelstraten zijn er wat paadjes omhoog en ineens tref je nauwelijks meer iemand en lopen er smalle oplopende gangetjes van nog davgeen meter breed tussen omowit geschilderde huisjes door, boven je de Akropolis-rots. Bijna surrealistisch. Totaal verstild en toch in het centrum van de stad.

In Plaka stikt het van de restaurantjes. De mannetjes plukken je van de straat om je bij hun restaurant naar binnen te praten. Dat voelt als de toeristenval. Niet leuk. Het wemelt van de toeristenwinkeltjes. Eigenlijk moet je hier verder niet zijn. Dat had Jan al aangegeven en kon je tussen de regels al lezen in de boekjes. Wil je wat authentiekers, dan moet je in Psiri zijn, of naar Axarhia, de studentenwijk.
Jan raadt ons Klimataria aan, een restaurantje in Psiri, waar de locals zelf graag eten. Dat restarantje was zó leuk, dat we er op zondagavond wéér zijn gaan eten. Op een rij van vijf stoelen, op een klein podium, zitten de muzikanten. Ze spelen de blues van Griekenland: rembetiko. Terecht de blues, want het is de weemoed van de Griekse vluchtelingen uit Smyrna (nu Izmir).
davHet restaurant staat vol lange tafels, waar grotere gezelschappen aanzitten als zijn ze op hun eigen feest. Ze zitten hier urenlang, eten, lachen, kletsen, slaan elkaar op de schouders, drinken. Af en toe staan er een paar op en gaan zo typisch Grieks heel slow halfdansen met hun armen breeduit. Ondertussen kan ik m’n ogen niet afhouden van een stel mannen aan een tafel tegenover me; ze zijn zo uit The Godfather weggelopen. mdeWe konden hier op Sicilië zijn. Of in een Little Italy ergens downtown in de VS. Wat een geweldig sfeertje hier!! Ik ben nog nét wat te bescheten om zelf naast zo’n dik mannetje te gaan schuifelen met m’n armen om de wereld heen. Nee, dit is een vorm van pathos-romantiek die gewoon té ver staat van de Hollandse nuchterheid. Soms hang ik aan die nuchterheid, nu verfoei ik ‘m. (Kijk hier voor een impressie).

We stappen heel wat rond in dit Athene. Alle dagen ruim 23.000 stappen! Alles is heel goed te belopen. En oriëntatiepunten zijn er te over, al is die ene, Akropolis, natuurlijk altijd al voldoende. Ermou, de straat die dwars door het hele centrum loopt, kom je altijd weer tegen.

davZondagmorgen: naar het Akropolis-museum. Het regende flink toen we er om half tien ’s morgens naartoe liepen. Het hele gebouw is glas, van de buitenkant, maar ook de vloeren zijn vooral van glas. Je kijkt dus de hele tijd naar buiten, naar het Parthenon op de Akropolis. Zoals alles in het centrum van Athene, staat ook dit gebouw bovenop archeologische vindgebied. Door het glas onder je voeten kijk je naar muren en resten van pilaren van 2500 jaar oud. Het lastige van zóveel monumenten is, dat het zicht op het unieke teniet wordt gedaan. Hoe geniet je van een boom als je in een bos wandelt waarin alle bomen even bijzonder zijn? Wij vinden Zuid-Limburg zó prachtig, zo mooi, zo bijzonder, maar als we ergens door Frankrijk tuffen, dan zien we één mega-Zuid-Limburg om ons heen, maar zijn ons veel minder bewust van de schoonheid. Beauty and endlessness don’t go together. davDaar staan grote zalen vol met antieke beelden, opgegraven her en der in Athene. Je leest de teksten bij een stuk of wat en daarna is het wel klaar. Opmerkelijk hoe snel ik het dan ook wel gezien heb, zogezegd.
We proberen het ook nog even met de Griekse mythologie; even wat verdieping zoeken: wie is wie het land van de Griekse goden? Maar geleidelijk merken we dat we er gekscherend over doen, hoe Dionysos uit de heup van Zeus kwam en wie-ook-weer uit het hoofd voortsproot. Als je oude rituele verhalen hoort uit Afrikaanse overleveringen, dan kleurt dat nog steeds anders dan de ‘autoriteit’ die de Griekse mythologie heeft, maar waar is het geleerde en waar de eigen beschouwing?

Op de bovenste verdieping iets heel bijzonders. Het Parthenon kende een doorlopende fries (reliëf-beeldhouwwerk) van 160 meter, verdeeld in zo’n 146 blokken/taferelen. Er is natuurlijk het een en ander verloren gegaan met vernielingen en aardbevingen door de tijd heen. Maar het meest is gejat door Lord Elgin, die 200 jaar terug ambassadeur was van Engeland in Constantinopel. Deze Elgin Marbles worden in het British Museum tentoongesteld; we hebben ze in 2009 daar gezien. Ik heb er toen ook al over geschreven, op dit blog: die moeten eigenlijk gewoon terug naar Griekenland! Nee, dat doen de Engelsen dus niet.
In dit museum hebben de Grieken deze misstand heel mooi gevisualiseerd: De bovenste verdieping heeft dezelfde grootte als deze omloop op het Parthenon. Hier kun je precies zien, welke in Engeland zijn, welke hier en welke verdwenen. Deze ‘diefstal’ is totaal-aanwezig hier! Dikke vinger van de Grieken! 😉  (Enige verdieping: zie hier!)

davNa een paar uren in het Akropolis-museum gaan we weer naar buiten en, jawel, het regenen is opgehouden! We kunnen zo de berg op wandelen. Het is nog niet zo druk. Eerst langs het Odeion-stadion, daarna de Propylaën, de entree tot het plateau van de berg. Daar kom je bij het immense Parthenon. Wat nu ook opvalt, dat is de rommeligheid. Her en der staan er keten omheen, hijskranen erin en ernaast, hele stukken staan in de steigers. Vanaf beneden viel dat totaal niet op, gek genoeg.
sdrHeel bijzonder om zo om te lopen op zo’n fascinerende plek op Aarde. Maar de aandacht gaat ook enorm uit naar het uitzicht dat je vanaf hier hebt. Heee, de zee is ook hartstikke dichtbij, zie je nu ineens. Veel vrachtschepen voor anker in de verte, waar op zee een vaal zonnetje schijnt.
En naar de stadskant toe: de Agora beneden, met tempels en met de Stoa, het enige écht in oude staat opgeknapte klassieke gebouw, en de Lycabettusheuvel aan de andere kant van het centrum, met een kleine kapel bovenop. Aan de andere zijde de resten van de grote tempel van Zeus en het Panatheens stadion.

We wandelen over de heuvel waar Paulus voor het eerst in Europa het christendom probeerde te verspreiden weer naar beneden en laveren door Plaka, Monasteriaki en Psiri. Het terrein van de Agora, in de antieke tijd was hier het levendige centrum van Athene, is rommelig en afgezien van de opgeknapte Stoa en de prachtige tempel, met zelfs nog een stuk van het dak, alleen interessant vanuit je kracht tot (letterlijke) davverbeelding vanuit een tijdreis van 2500 jaar. In het centrum zijn alle winkels open, vooral op toerisme gericht. De ‘flea market’, wordt veel over geschreven en naar verwezen, is helemaal geen vlooienmarkt, maar gewoon de ‘medina’, maar dan zonder echt authentiek te zijn.
We willen niet in een toeristenrestaurantje terecht komen, maar kunnen zo gauw niet zo gauw iets vergelijkbaar met Klimataria. Dus…. gaan we gewoon weer naar Klamataria. Dat levert weer net zo’n fijne avond op is gisteren. Een andere band, met zangeressen. Ze zijn nog wat bluesy’er dan gisteren. Heerlijk! sdr
En het eten is goed. En een hele liter wijn voor 7 euro, opgediend in een koperkleurige gebutste kan.
’s Avonds nog wat omwegen door de stad, het is hier zo fijn wandelen ’s avonds, veel straatgezelligheid. De verlichte Akropolis-berg steekt bijna surrealistisch af tegen de zwarte hemel.

Maandagmorgen: de zon! Een prachtige dag wacht. Het wordt 20 graden! We wandelen dwars door Monasteriaki en Plaka naar Kolonaki, de wijk onder de Lycabettusheuvel. Daar nemen we een kabeltreintje dat door de heuvel heen gaat naar de top. Boven bevindt zich een restaurant met terrassen op verschillende niveaus en helemaal boven een pleintje voor het kapelletje, dat hier 200 jaar geleden gebouwd is. Een fenomenaal uitzicht over de stad met de Akropolis nu aan de andere kant. Deze Lycabettusheuvel is het hoogste punt in de stad. In de verte kun je de grote gebouwen herkennen, zoals je ze op de kaart ziet, zoals het grote stadion in Piraeus. En het eiland Egina in de verte, op anderhalf uur varen van Piraeus. Egina is zelfs nog hoofdstad van Griekenland geweest, direct na het eindelijk weer zelfstandig worden van Griekenland.dig

Na een paar cappuccino’s de andere kant van de berg naar beneden gewandeld. Daar wandelen we de studentenwijk in: Exarhia. Dit geeft een totaal ander beeld van Athene, hoewel ook in Psiri hiervan veel terug te vinden is: Athene heeft, qua sfeer, nogal wat weg van onze steden 30 tot 45 jaar terug, toen Nederland er nog niet zo netjes, opgeknapt, gerestaureerd, schoon, keurig (zeg maar: aangeharkt) uitzag. Nou vind ik het in het algemeen geweldig dat bij ons alles zo netjes geconserveerd is, door de afgelopen decennia heen, maar… tja,… ik herken hier wel iets van een sfeer waar ik enigszins nostalgisch van word. Geen gebouw dat niet onder de graffiti zit. Jan, de fietstourgids, had het al over de ‘street art’ gehad. Nu zie ik goed wat hij bedoelt. davEn hoezeer ook geldt, dat het hooguit voor 25% gaat om iets dat je ‘art’ zou mogen noemen, het geeft wel zicht op een speeltuin van ‘vrije mensen die zich niet zoveel aantrekken van schoonheidscommissies omdat ze zelf wel willen bepalen, zonder regie, wat ze willen met hun omgeving’. Dat heeft wel wat. Ik voel zomaar zelf iets van die weerbarstigheid van de inborst van de anarcho’s, die hier nog zoveel invloed hebben. sdrHier in deze wijk waren een paar dagen terug ook de rellen: 17 november, de jaarlijkse herdenking van de studentenopstand tegen het dictatoriale kolonelsregime. Deze rellen lijken een soort van culturele traditie te worden. Naar wij begrijpen is er ook sprake van een soort van provocatie a priori: als de soldaten zich niet zo zouden manifesteren, dan zouden de communistische studenten geen tegenstander hebben. Het schijnt er jaarlijks heftig aan toe te gaan; we zagen dat het ook in Nederland een Teletekstpagina opleverde.

In deze wijk bevindt zich de universiteit, het traditionele eindpunt van de demonstratieve optocht. Het enige wat wij er nu nog van merken dat is de grote hoeveelheid groene glasscherven op straat. dav
In de straatjes veel kleine winkeltjes met oude LP’s, zelfgebakken groentetaarten, veel boekenwinkels. Overal kleine terrasjes, waarbij je twijfelt of het een écht terras is om dat gewoon wat mensen stoelen op straat hebben geplaatst. Veel totaal vervallen panden, waar bomen uit de gevels en daken groeien. Veel rokers ook, nog steeds, in Griekenland. Hier wordt ook in de restaurants veelal nog gewoon gerookt. Maakt niet uit of er naast je iemand aan het eten is. Officieel mag dit ook hier niet, het betreft immers Europese regelgeving (toch?), maar Griekenland is wellicht écht wel het meest anarchistische landje in de Europese Unie.

davNaast de Polytechnische School (universiteit?) bevindt zich het grote Nationaal Archeologische Museum, één van de plekken waar je toch ‘geweest moet zijn’. Hoewel je hier eigenlijk twee maal lánger zou moeten verblijven, om alles goed te bekijken, dan in het Akropolis-museum, zijn wij er uiteindelijk ongeveer half zo lang. Zóveel beelden bij elkaar! Ik zie door de bomen het bos niet meer. Probeer er overheen te kijken, te kijken naar wat de primaire blik vangt. Dan blijf je hangen bij dat wat groter is dan het andere. Is geen goede leidraad. Ik lees de verhalen en bemerk daarna dat het verhaal me niet meer koppelde aan het stuk waarnaar het verwijst. Er staat een heel bijzonder bronzen beeld van een galopperend paard met een jongetje als jockey erop. Dat is potdorie meer dan 2000 jaar oud. Telkens is vooral het realiseren van de ouderdom de belangrijkste voeding voor fascinatie. dav
Een tijdelijke expositie heet ‘The Countless Aspects of Beauty’. We wandelen er doorheen zonder ook maar énigszins te begrijpen, wat nu deze samenstelling heeft bepaald. Heb je archeologie gestudeerd, dan zie je vast en zeker heel wat anders dan wat wij hier zien.

Op een pleintje in Exarhia zoeken we de zon op. Een mooi uithoekje op het plein geeft nog een vol uur zon. Wij pakken ons boek erbij, drinken ijskoffie en bier en ‘chillen’ de dag uit.
sdrAls het geleidelijk begint te schemeren, wandelen we nog wat andere wijken langs, door Kerameikos en Gazi, dat vroeger een industriegebied was, maar voor de Olympische Spelen in 2004 omgetoverd is tot een modern woongebied. Eigenlijk wilden we hier een eethuisje vinden, maar we vinden niks leuks. Dus we zoeken toch weer Psiri op. Onze laatste verrassing aldaar: een poortje ter grootte van een gewone deur trok wat aandacht door muziek en stemmen. We zagen daar een pijpenla-terras, dat zich een heel eind naar achteren uitstrekte, tussen vervallen panden, waarvan de wanden aan de terraskant witgeschilderd waren, de dichte luiken donkerblauw.

mde

Alleen maar Grieken hier. En wederom een oud mannetje, dat al aardig in de lorem z’n weemoedpasjes danste met de armen wijd. Gossie, wat een heerlijk plekje weer! We namen allebei een dik bord mezze’s, grote bier erbij. Onze laatste uurtjes..

Om een uur of negen thuis, waar ik op m’n telefoon keek naar Duitsland-Nederland, de Nations League-wedstrijd, de wedstrijd die de geschiedenis in zal gaan als de wedstrijd met ‘het briefje van Lodeweges’.
Een korte laatste nacht. Om half zes de wandeling naar de metro, die ons weer naar het vliegveld zal brengen.