Ghana 2017 – 18 – Laatste dag in Tamale, aankomst in Karimenga

Karimenga, 17 november 2017, 21.00 uur
Het is nu alsof het midden in de nacht is. Het Zwitserse semi-bejaarde koppel is al een tijdje onder zeil. Ik heb nog een tijd met Ibrahim zitten kletsen onder het rieten dak; de bewaker lag er ook al bij te slapen. En nu is Ibrahim naar z’n huis vertrokken; hier een paar honderd meter vandaan. En zo zit ik hier alleen. Een paar honden houden me gezelschap. En honderdduizend sterren. En krekels.
Dit is zó’n geweldig sfeervol en rustig plekje! Om dit ronde veranda-achtige open gebouwtje heen staan de ronde slaaphutjes, eentje voor mij. Vorig jaar heb ik ’t geprobeerd om op het dak van één van de gebouwtjes te slapen, onder de sterrenhemel. Dat werd uiteindelijk wat te koud, ik ben toen weer naar binnen gegaan. Het kan hier ’s nachts dus een stuk kouder zijn, dan wat ik de afgelopen week gewend was in Tamale.

Vanmorgen werd ik daar voor het laatst wakker op een nat laken en met een nat kussen. Zweten in de nacht. Ik was er op zich wel aan gewend geraakt. Vanaf een uur of vijf liet ik, wakker maar nog niets doende, alle geluiden van de startende dag over me heen komen. Me even alles realiseren voor een soort mindmap van herinneringen. Daarna alvast al mijn spullen weer eens geordend en op inpakken voorbereid.

Om halfnegen waren we weer bij Namaawu’s winkel. Deze keer zit ik bij Jubril achterop de motor. Het is werkelijk de eerste keer dat ik meemaak, dat hij zijn huis en erf verlaat. bdrOp Namaawu’s brommertje achterop is nu mijn grote rugzak opgebonden.
Het werd nog een drukke ochtend. Afscheid genomen van Kaka, Namaawu’s moeder. Bijgepraat met Ayisha, vooral tijdens een flinke wandeling naar het huis van een goede vriend van haar; daar had ze me voor uitgenodigd. Dat bracht me vooral bijzondere informatie over het Sognaalyili-project. Ik was gisteren sceptisch over de ontwikkeling, maar begrijp nu van Ayisha, dat ze er heel veel geloof in heeft en er zelf in wil investeren om het weer op orde te krijgen (en af te bouwen).
Telkens als je hier iets dóór denkt te krijgen, draait het ineens weer helemaal om. Zo fel en stellig pareert ze mijn scepsis. Ik ben erg benieuwd wat ervan komt. Helemaal nú, nu ik Greenhouse Karimenga weer ervaar: dit is zóveel mooier, echter, authentieker, één met z’n omgeving. Met Ibrahim, de eigenaar van Greenhouse (en oom van Namaawu) doorgepraat hierover: hij heeft nooit veel geloof gehad in Sognaayili.
Er is nog een boel te overwegen, ook voor ons t.a.v. de mogelijkheden voor vrijwilligers.

Ik had aangegeven dat ik uiterlijk om 14 uur in de bus naar Karimenga, ongeveer 2 uren rijden, wilde zitten. Natuurlijk gaat alles weer wat trager. Het heeft geen zin om aan de tijd te trekken hier; ze kennen mijn agenda; het komt wel goed. En dat is dan ook zo. Dus geef je maar over.
Lars en Rhodé zoeken ook de dynamiek en gezelligheid bij het winkeltje van Namaawu naast het Meet Africa-kantoor. We hebben leuke gesprekken. Lars en Rhodé zijn zó enthousiast geworden over hun leefomgeving hier en nu, dat ze zich niet kunnen voorstellen, dat dat straks zomaar ‘voorbij’ zal zijn. Beide nu al bezig met: hoe kan ik dit een vervolg geven? Namaawu kan makkelijk een tijdje weglopen; zolang runnen we de winkel wel.
Op vrijdagmiddag halftwee gaat men naar de moskee. Namaawu heeft zich er vandaag ook extra mooi voor aangekleed.

Om halfdrie brengen Ayisha en Namaawu me weg naar het centrum van de stad, waar ik direct in een ‘shared taxi’ kan stappen. Het afscheid is daar en even later zit ik lekker luxe in de auto naar het noorden. Een fijne, ontspannen rit van ruim 2 uren. Ik zit lekker te lezen op mijn Kobo’tje.

En zo loop ik ineens weer hier tussen de lemen huisjes door, met twee rugzakken, over de paadjes naar het Greenhouse-complexje, waar ik nu onder het rieten dak zit. Hoor ik btyvan achter me mijn naam roepen. Daar is Felicia. Ze werkt hier; we kennen elkaar nog. Ze zat natuurlijk al wat op me te wachten. Begroeting en ze neemt één van m’n rugzakken over. Nee, ze heeft niet écht een fijn jaar gehad: haar vader is overleden. En zo hebben we direct een gedeelde ervaring om met elkaar over te kletsen.
Ibrahim is er nog niet; hij is op zijn ‘farm’ aan het werk, de hele dag al. Wel is er een Zwitsers stel, ook juist aangekomen. Sympathieke mensen. Morgen zijn ze waarschijnlijk ook veelvuldig mijn gezelschap, want we gaan fijn met Ibrahim de omgeving verkennen, nornaar z’n boerderij toe, naar al z’n akkers. Vorig jaar trof ik ‘m zó trots op alles wat hij hier aan het ontwikkelen is. Hij is echt aan het opbouwen. Straks moet z’n boerderij zoveel opbrengen, dat hij met de Greenhouse als ecotourisme-project ook veel meer ondernemen kan, het veel mooier kan maken.
Ik blijf het nog steeds enigszins moeilijk te begrijpen vinden, dat het met het toerisme 10 tot 5 jaar geleden zóveel beter ging dan nu. Waarom is de boel nauwelijks weer aan gaan trekken na de korte tijd van het ebola-risico? Dat ligt nu toch ook alweer 2 jaar achter ons. Ik kan daar de vinger niet achter krijgen.

Felicia kookt poto-poto voor ons. Een hutspot van yam en groenten. Zo vind ik yam wél lekker. Vanmorgen nog was er een ander stel uit Europa dat in de Volta-rivier aan het vissen was geweest. Ze hadden veel kleine meerval-vissen gevangen. Die maakte Felicia ook voor ons klaar.
Ibrahim was inmiddels aangeschoven. Binnen een paar minuten waren we weer helemaal in gesprek. Ibrahim is echt een van de fijnste mensen die ik ken in Ghana. Hij is superbevlogen en heeft een enigszins filosofische inslag. Tegelijkertijd is-ie aards en praktisch, gáát totaal op in z’n boerenleven.
Zo is deze overgangsdag aan z’n einde gekomen, ga ik m’n hutje opzoeken. Inmiddels krijg ik al appjes en mailtjes van de mensen in Bolga: wanneer kom je? Morgen de agenda voor de komende dagen verder invulling geven. Maar eerst een ontspannen zaterdag in Karimenga. Helemaal niet verkeerd na een hectische week in Tamale.

Advertenties

Ghana 2017 – 17 – Maata-N-Tudu en Sognaayili

Tamale, 17 november, 6.00 uur
Vanaf 4.30 uur in de morgen begint hier geleidelijk de dag. Eerst met de imams in de moskeeën. Gelukkig is er niet eentje écht om de hoek hier; het geluid komt van wat verder. En dan geleidelijk wordt het gezin wakker, gaan er wat lichten aan, kraken er wat deuren. Tegen zessen, nu, is iedereen wel op. En dan zien ze kennelijk ook, dat bij mij het licht aan gaat en begint ook het praten en roepen.
Het was m’n laatste nacht hier. Mijn Tamale-week zit er bijna op. Deze morgen nog mee naar de school en het winkeltje, nog wat afscheid nemen van iedereen en dan iets na de middag een bus naar Karimenga. Nieuwe omgevingen, nieuwe mensen. Heb er weer zin in.

Donderdag was een nogal enerverende dag. Het begin van de dag is intussen een soort van routine geworden. Namaawu is verschrikkelijk hard aan het redderen in dit gezin. Jubril is altijd erg makkelijk; doet in het gezin feitelijk niets. Maar gisteren heeft hij wel btymijn broek gerepareerd. Die begon te scheuren; hij is kleermaker. Blij mee.
Om kwart voor negen zijn we bij Namaawu’s winkeltje en help ik haar met alles buiten te zetten. Inmiddels kan ik soms ook het winkeltje wel even beheren, zoals Lars dat tussendoor ook al regelmatig doet, bijvoorbeeld als Namaawu even naar gebeden wil gaan doen.
Lars komt er dan ook aan; vooruitlopend op de lessen die hij gaat geven. Ik ontmoet ’s middags, als we hier weer wat staan te kletsen, één van z’n “maatjes”. Die jongen spreekt zomaar wat Nederlandse zinnen uit. Klinkt gewéldig! Stelt zich aan me voor: ‘hoe gaat het met jou?’. Heel verstaanbaar.

Om halfelf ben ik met Namaawu bij het kantoor van Maata-N-Tudu (wat betekent: ‘vrouwen van het noorden), een microfinancieringsorganisatie, waar we al langer een relatie mee hebben, doch waar de afgelopen anderhalf jaar geen vrijwilliger naartoe is btygeweest. Konlan, baas van deze organisatie, is rationeel en zakelijk naar mij toe. Geen zoete broodjes, geen nadrukkelijk uitgesproken belang om met ons samen te werken. Het moet absoluut ook ‘benificiary’ zijn voor Maata-N-Tudu. Hij heeft er niks aan als iemand onderzoek komt doen namens een Nederlandse onderwijsinstelling en dat de onderzoeksvraag er eentje is, die nauwelijks belang heeft voor Maata-N-Tudu. En als er mensen de (groepen) vrouwen, die leningen genieten her in der in het noorden van Ghana (nu zo’n 13.000!), op westerse leest geschoeide boekhoudlesjes komen geven, dat hoeft écht ook niet. De mensen die komen helpen moeten ook écht een toegevoegde waarde hebben voor de vrouwen. Natuurlijk geldt de wederkerigheid: de vrijwilligers komen ook om zélf te leren, dat spreekt voor zich, maar Konlan laat duidelijk weten, hoe scherp hij erin staat. Ik kan dat erg waarderen, maar het is niet zo, dat het daardoor een makkelijk gesprek wordt.
Momenteel heb ik één kandidaat, die mogelijk hier naartoe zou willen. Zij wil echter hooguit een week of vijf; ik vraag me af, of dat zinvol is in het licht van wat me nu nóg duidelijker wordt in dit gesprek. Wel laat ik Konlan weten, dat we érg graag willen blijven samenwerken. Daar is hij gelukkig wel heel positief over.

We gaan daarna op zoek naar Tamale Central Hospital. Met dit ziekenhuis hebben we nog geen relatie. Ayisha tipte me: hier zouden we beter mee kunnen samenwerken dan met het grote Tamale Teaching Hospital. We hebben er een fijn gesprek met een bdrdokter/hotemetoot; misschien was-ie wel de baas van het hele ziekenhuis, maar dat weet ik niet zeker. Hij was enthousiast, maar wil er nog met de staf over praten, daarna zoekt Namaawu ‘m weer op, hopelijk een van de komende weken.
Ik vind eigenlijk zelf ook, dat zo’n ziekenhuis vele malen leuker is om te werken, dan in het grote ziekenhuis. Dit is een kleiner, algemener ziekenhuis. Geen flatgebouw à la een ziekenhuis in Nederland, maar een complex van lage lange, kriskras door elkaar staande gebouwtjes. En een veel beslotener sfeer.

We doen vervolgens nog wat dingetjes in de stad. Ik haal geld op bij Barclay’s en koop een klein telefoontje als vervanger voor mijn andere ‘tweede telefoon’ (met daarin m’n Hollandse simkkaart). Deze telefoon, mijn vorige telefoon in Nederland, een prima Motorola, is een cadeautje van mij voor Namaawu. Ze was helemaal verrukt toen ik ‘m gisteren aan haar gaf, op haar verjaardag.
Namaawu is een beetje stilletjes en vertelt dat ze nogal hoofdpijn heeft. We gaan lekker lunchen in het dakrestaurantje, waar we eergisteren ook waren. Je betaalt er wel de hoofdprijs (jaja, ik heb biertjes gedronken en allebei hadden we een heerlijke jollof rice, zij met kip, ik met een tilapia; kosten bij elkaar: 16 euro!), maar de kok komt dan ook bij je aan tafel alsof je in een sterrenrestaurant zit. Helemaal verrast vraag ik ‘m hoe hij het voor elkaar krijgt om zo’n lekker visje zonder ook maar één graatje op tafel te krijgen.
Later komen Jet en Paula binnen, ook om een hapje te eten. Jet had gehoord, dat je hier pizza kon krijgen. Ooooooh, dat leek haar zo heerlijk: eindelijk een keer weer een Europese maaltijd! 😉
Jet was met Paula mee geweest naar de kliniek waar Paula werkt. Leuk als onze vrijwilligers ook écht ervaringen uitwisselen.

Daarna gaan we terug naar het Meet Africa-kantoor en tref ik weer enige anderen van onze vrijwilligers, die hun werkdag er al op hebben zitten. Fijn om met ze bij te kletsen.

Ik heb nog één agendapunt voor mijn Tamale-week: Sognaayili. Maar voordat we daar naartoe gaan, zoeken we Femke op: de Nederlands arts, die in de toekomst bijstand kan verlenen, als Namaawu’s vrijwilligers gezondheidsproblemen hebben. De afgelopen maand zijn vier van de nu aanwezige vrijwilligers één of meerdere nachten weer bij Namaawu komen logeren toen ze malaria kregen.
We waren al zover dat Femke had uitgesproken, dat ze zou willen en kunnen helpen, natuurlijk tegen normale consult fees. Wel zo goed om de dames elkaar even te laten leren kennen. Dus zijn we nog even bij Femke op bezoek geweest. Namaawu is dan echt op haar charmantst. Ze is dat zó ontzettend voorkómend, rustig en aandachtsvol. Hoewel te gast, gedraagt ze zich dan als een gastvrouw. Wat een mooi mens toch! Dit kan een erg fijn contact worden voor de toekomst en ook voor ons, Femke en Namaawu. Ze blijken natuurlijk veel mensen beide te kennen.

Daarna door naar Sognaayili. Dit is opgezet vanuit een soort van extensie van Meet Africa. Het is een ‘guesthouse’ van traditionele Ghanese ronde huisjes op een omsloten erf, waar toeristen kunnen verblijven een echte Ghanese dorpssituatie kunnen beleven. Het is al een jaar of 8 geleden opgezet, opgebouwd, maar tijdens de ebola-jaren ‘ingestort’. De toeristen kwamen niet meer, de financiën droogden btyop en dan gaat ook letterlijk de boel richting instorting. Zo erg is het nog niet, al staan er enkele huisjes erg slecht bij. Namaawu neemt ook altijd de vrijwilligers wel een keertje mee naar Sognaayili. De huidige groep is er een nachtje geweest. Er kan dan daar ook van alles worden georganiseerd, met de dorpelingen, om het Ghanese leven te ervaren. Ik begrijp dat er twee vrijwilligers naar een waarzegger geweest zijn en dat ze dat geweldig vonden. Maar afgezien daarvan rest de indruk, dat ze het heus leuk vonden, maar toch ook wel bemerkten, dat dit een beetje een verloren boel is. Zo komt het op mij ook over. Superjammer, dat het zo is gelopen. Superjammer, dat het toerisme nog niet weer écht is gaan aantrekken na de ebola-jaren. Ik weet ook niet precies hoe dat komt. Daar ga ik het begin december met Cindy van onze ecotoerisme-partner Jolinaiko nog wel even over hebben.
Een echt sneu verhaal: twee van de huisjes zijn in versneld tempo even echt helemaal op-en-top klaargemaakt, omdat er twee groepen toeristen zouden komen, die voorjaar. Beide groepen kwamen uiteindelijk niet, dus hebben ze het eerst voor niks gedaan. Deze twee huisjes hebben nu een golfplaten dak, terwijl de andere authentieke rieten daken hebben. Waarom?, vraag ik Namaawu. Ze zegt: we moesten wel, het was regentijd en dan hebben we geen riet voor handen.

Als je wat verder uit de stad raakt, zoals hier, dan is de infrastructuur nogal rommelig. Namaawu noemt het hier ‘in the village’, maar het is in feite niet echt ‘een dorp’. Overal zijn bouwplots, meestal half afgebouwd. De twee nogal uitgebreide en (tja, westerse blik) detonerende grote gebouwen die er vlak naar het guesthouse worden gebouwd, zagen er een jaar geleden precies net zo onaf uit. Eigenlijk zou zo’n Sognaayili guesthouse niet in déze omgeving moeten staan om echt interessant en authentiek te ogen. Ik vind het zelf best moeilijk om enthousiast te raken over de mogelijkheden van dit project. We bieden vrijwilligers/stagiairs de mogelijkheid om hier te werken aan de bedrijfsmatige mogelijkheden, een renovatieplan te maken. Natuurlijk: stel dat er ineens twee ondernemende jongens met een enigszins technische achtergrond hier drie maanden naartoe zouden gaan, dat zou geweldig zijn. Nou ja, dat kan ook zomaar gebeuren…

De avond gebruikt voor het verslag leggen van de gesprekken en bezoeken van vandaag. Daarbij ook het geheel van de netwerkrelaties in Tamale bijeengeharkt; overzicht gemaakt van wat er nog gedaan moet worden. Ik krijg het niet helemáál af, maar er is nu goed overzicht om alles betreffende Meet Africa compleet te krijgen. Waar ik nu geweldig veel zin in heb: een paar dagen de rust van Karimenga en als een echt Ghanees wat uren nemen om voor me uit te staren en….. niets te doen!

Ghana 2017 – 16 – Yendi

Tamale, 15 november 2017, 21.00 uur
Namaawu is jarig vandaag. Lianne had het me gisteren verteld. Dus vanmorgen liep ik op haar toe, gaf haar een paar kussen en zei: “Happy birthday, dear Namaawu!”. Ze was helemaal verrast. Ze had er nog helemaal niet aan gedacht. ‘But isn’t it 11th today? It’s not my birthday’, zei ze. Nee hoor, zei ik, het is de 15e. Niet dat dat nou zoveel uit zou maken: ze denken hier niet zo aan verjaardagen. Ja, de rijkere mensen wel, maar voor de mensen die toch niks met cadeaus doen is het eigenlijk verder geen memorabele dag.
Zonet vertelde ik, dat ik een cadeau heb. En ik gaf haar mijn Motorola-telefoon. Die heb ik mee; zit m’n Nederlandse sim-kaart in. Die kan morgen wel in een goedkoop telefoontje dat ik ergens koop. Mijn vorige telefoon, de Motorola, lag thuis ook al een jaar in de lade. Nou, daar is ze maar wát blij mee!

Gisteravond om 22.30 gaan slapen. En wat gebeurt er dan? Ben ik om 4.30 uur wakker. Ik slaap best goed, maar ’s morgens word ik wakker in een nat bed, op een nat kussen. Hoezeer de fan ook boven me loeit, het zweten houdt ook tijdens de slaap niet op.
Ben direct aan het werk gegaan. Van 4.30 tot 7.30 aan de computer zitten werken. Het werd geleidelijk licht. Overigens is er vanaf 5 uur al rumoer in huis; Namaawu is aan de gang met van alles. En ook de kinderen hoor ik dan al rommelen.
Jammer genoeg was het water weer weg uit de kraan en de douche. Dus maar weer een hele grote emmer heel langzaam over me heen kieperen. Het lijkt dan wel alsof je onder een waterval staat. Eigenlijk zou dat best een lekkere stand zijn op een westerse douche met verschillende standen: een trage brede, niet verspreide watergolf!
Vanavond was er weer water, gelukkig. Een échte douche is hier natuurlijk nog veel onweerstaanbaarder dan thuis.

btyOm halfnegen waren we weer bij Namaawu’s winkeltje bij de grote school, na een brommertochtje door de plassen van de bui van gisteravond. We zetten de stoelen en de tafel weer terug onder de luifel. De studenten, allemaal in bruine broek of rok en een mooie lichtbruin bewerkt shirtje, kwamen er alweer aan voor de zakjes water. Vooral dát verkoopt ze, in grote hoeveelheden. Ze heeft een mooie vaste klantengroep met al deze scholieren.
Ayisha kwam er ook aan, om samen met mij op pad te gaan naar Yendi. Ze begon eerst een felle discussie met Namaawu, haar moeder, in het Dagbani. Daar versta ik geen reet van. Ik trok een beetje aandacht, wilde graag weten, waar het over ging; waarover is dochter nu zo bozig op haar moeder, die geleidelijk een beetje als een dood vogeltje in haar blauwe plastic stoel zat? Het ging over hoe Namaawu haar winkel runt. Ayisha zegt: de winkel moet van 6 uur ’s morgens tot 22 uur ’s avonds open zijn. Je moet betrouwbaar zijn voor je klanten en alles uit je voorzieningen halen; je hebt tenslotte al je vaste kosten al betaald. En zo kun je zoveel meer verdienen. Ze moet gewoon iemand in de winkel zetten of er zelf altijd zijn. Ik verdedig Namaawu een beetje: je moeder werkt 20 uur per dag!, zeg ik. Dat weet Ayisha ook wel. Maar het kan prima uit, als ze iemand anders in de winkel zet en zelf alles coördineert en ‘leidt’. Daar is Namaawu, zo begrijp ik van haar dochter, eigenlijk wat te eigenwijs voor. Ayisha maakt zich zorgen om haar moeder. Ze is veel te moe altijd, van het altijd maar doorgaan met te weinig organisatie en planning. Zo zou ze ook moeten stoppen met de brommer, die is veel te duur. Ze zou het gewoon met de yellowyellows (de tuktukjes) moeten doen. Veel goedkoper. Maar ook dat snap ik wel: haar brommer geeft haar veel vrijheid.

Net als gisteren heb ik weer de tijd om bij te kletsen met Lars. Again: wát een leuke vent is dit. Hij vertelde me nu met mooie woorden, hoe hij dit avontuur ervaart. “Toen ik in Accra kwam, was het potdorie net alsof ik in GTA (Grand Theft Auto) was beland. Alsof ik speelde in een game. Dat was echt helemaal te gek, man! Net alsof het allemaal helemaal niet écht is!”

Vandaag was dus mijn dagje naar Yendi. Keek ik erg naar uit. Om een uur of tien reed ik met Ayisha achter het stuur de stad eerst helemaal doorheen en aan het zuiden de afslag oostwaarts naar Yendi, dat zo’n 40 kilometer van de grens met Togo ligt. Eerst was het vrij stil. Ayisha is al een paar weken niet fit, was dus ook in Tamale en niet op haar werk in Yendi. Deze dag ging ze op en neer, met en om mij, hoewel ze uiteindelijk in Yendi ook de nodige zakelijke dingen deed.
Maar geleidelijk kwam ons gesprek wel een beetje op gang. Tja, ik ben nú op pad met haar; dan moet ik er ook wel alles proberen uit te halen. Zoveel mogelijk te weten komen. Dat leverde alles bij elkaar veel nieuwe inzichten op over hoe Meet Africa Tamale werkt; welke rol Ayisha heeft ten opzichte van haar moeder. Ayisha is érg ontwikkeld, universitaire ‘development’-opleiding in Wa (ja, zo heet die stad), heeft ontzaggelijk veel respect voor haar moeder, maar is dagelijks bezig haar moeder aan te sturen op van alles. En ze is bezorgd over de toekomst: Namaawu werkt te hard. Hoe zou het moeten gaan is ik (Ayisha) niet meer altijd in de buurt ben om te (bege)leiden?
Ik vind het mooi en bijzonder om te merken, dat Ayisha met van alles bezig is, maar eigenlijk Meet Africa het allerbelangrijkst vindt. Ze zit vol verantwoordelijkheidsgevoel.

We rijden over een brede asfaltweg, met soms dikke kuilen erin. Dat weerhoudt Ayisaha er niet van om 120 kilometer per uur te scheuren door het savanneland. Land met kleine btyboompjes, struikgewas en gras. Eindeloos land. Licht golvend, vrij vlak. Zo nu en dan komen we door dorpjes, veelal bestaande uit een stuk of vijf ronde hutjes om een binnenplaatsje. Heel authentiek.
Halverwege stoppen we even in het dorp Sang, waar een kleine, armoedig uitzeinde kliniek staat. Hier werkt Haruni, die hier ook een tijd bij Namaawu in huis gewoond btyheeft. De jongens hier noemen hem ‘uncle’. Hij is geen familie, maar Namaawu heeft hem ook deels opgevoed. Hij is nurse (verpleegkundige) in dit kliniekje. Noem het een ‘dokterspost’ of zo, zo’n dorpskliniek. Ayisha benadrukt, dat ze hier ook heel graag eens vrijwilligers zouden willen hebben. Leuk: de ambulance alhier!bty

Na een goed uur rijden komen we in Yendi aan. Een uitgebreide agglomeratie met nauwelijks hoogbouw. Waarbij ik de 1e verdieping al hoogbouw zou noemen. Een stukje naar het noorden in Yendi komen we bij een complex, waar wat gebouwen, kantoortjes, luifels met grote auto’s eronder en ook een grote vrachtauto met boorapparatuur erop. Dit project is vooral een ‘water sanitation’-project. De belangrijkste btyactiviteit: het boren van diepe gaten om waterpompen op te plaatsen. Ze kunnen wel tot 100 meter diep boren. Dit project wordt voornamelijk gefinancierd door de Amerikaanse ‘Church of Christ’. (Opgezocht wat dit nu precies voor denominatie is. In Nederland bestaan ze ook, de ‘Gemeenten van Christus’, zelfs in Groningen.) De Church of Christ btyvind je hier heel veel. Ze brengen uit de VS nogal veel geld hiernaartoe. Op zich doen ze dat wel op een open manier: Ayisha zelf is nota bene moslim. En later bewonder ik het schoolcomplex, dat ook profiteer van de donaties: daar komen alle gezindten bij elkaar.

Ayisha laat me haar kantoor en haar huisje zien. Ze heeft ’t goed voor elkaar. Ze is hier echt de rechterhand van de grote baas. Die woont in een nieuw en vrij luxe huis btytegenover de compound. Ik ontmoet hem en vind het in eerste instantie een stuurse man, die graag wil laten voelen, hoe belangrijk hij is. Als ik ‘m ’s middags weer zie, is-ie echter helemaal ontdooid en zit ik vrolijk grapjes met ‘m te maken. Hoe de standsverschillen hier nog een graadje explicieter zijn dan in Nederland: deze man heeft z’n basischoolleeftijd-kinderen op school in Accra, vliegt meest op en neer (vanuit  Tamale) en leeft een leven op een  hoog welstandsniveau.
btyIk vind het maar lastig om te bepalen hoe het zit met de financiële situaties van de mensen. Dat geldt ook voor Ayisha. Als we weer terug zijn in Tamale, gaat ze even op inspectie bij de bouwers bij haar eigen splinternieuwe winkeltje. De voorziening is nu bijna klaar, maar ze weet nog niet precies wat ze gaat verkopen. Wel heeft ze al iemand, die de winkel gaan bemensen. Ik vraag haar wat de bedoeling nu is; ze heeft immers een drukke baan. Niets speciaals dus. Het is gewoon ondernemingslust.
Nou nee, dat is niet eerlijk. Ze heeft me ook verteld, dat ze 9 ‘siblings’ heeft. De broertjes hier, bij Namaawu, maar haar vader heeft ook 6 kinderen met een andere vrouw. Jawel, ze zorgt voor allemaal; vader heeft ook geen cent te makken. Die man heeft haar trouwens zelf altijd links laten liggen toen ze jong was.

Nadat we het water sanitation complex hebben bekeken, neemt Ayisha me mee naar de het schoolcomplex. We rijden nog langs een complex ronde huisjes. Dit is de ‘chief’s btypalace’. De chief in Yendi is de hoogste chief in de gehele Northern Region. Is dus een hele belangrijke man. Ayisha overtuigt me ervan, dat ook de ‘officiële overheid’ niet zoveel kan doen als de chief er echt tegen is.

Ik sta er aardig versteld van: wat een project is dit! Het ziet er prachtig uit, helemaal btyrood en wit, wat terugkomt in de uniformen van de kinderen, ook rood-wit. Een basketbalveld en een volleybalveld op beton. De 170 kinderen wonen hier allemaal. Er zijn twee grote ‘dorms’ voor jongens en voor meisjes; de kinderen komen vaak van heel ver. Toch is het een school voor arme mensen. De grote baas, waarover ik het net al had, Nathaniel Adams, kortweg ‘Nat’, is de founder van deze school (en dat wil-ie weten: ‘7A’s’ slaat op zijn Adams-gezin met 7 mensen), maar ook hier komt veel geld van Church of Christ. De kinderen betalen echt maar weinig om hier naar school te mogen gaan. Ik zie een computerlokaal met wel 20 goed uitziende computers. Dat heb ik maar bdrzelden gezien hier! En de bibliotheek is ook al vol met boeken.
Het dubbele gevoel, in mijn perspectief t.a.v. inzet van vrijwilligers: jawel, het is een geweldige plek om heel veel verschillende dingen aangaande het schoolleven te doen. Anderzijds: dit is geen dorpsschooltjessituatie, met veel aspecten van de hier toch alom aanwezige armoede. Moet je nu op zó’n school gaan/willen werken? Of zou je toch een impactvollere ervaring hebben op een ‘gewoon’ schooltje, waar zelfs nauwelijks nog overeind staand meubilair te aanschouwen valt? Ik vind dit moeilijk om te bepalen, te beoordelen.

bdrDaarna gaan we het restaurant bekijken. Dit hoort ook bij het gehele project. Ik zie in de keuken de plek waar ook ál het eten voor de kinderen op de boarding school wordt klaargemaakt. Daarnaast wordt een grote eetzaal gebouwd. Dit moet het nieuwe restaurant worden, dat ook gewoon als open restaurant moet gaan dienen. Ayisha zegt, dat ze graag zouden leren van westerse mensen over hoe je een goed restaurant runt, over ‘hospitality’ vooral. Interessant.
Ik heb daarna, naast een bord met jollof rice, een heerlijke fles bier voor me staan. Ohh, dat maakt me gelukkig. Ik drink helemaal niet veel hier, deze laatste week. Hier in huis is natuurlijk nooit alcohol, daar zijn de moslims niet zo van. Ik drink ontzettend veel thee. Dat is ineens bijna verslavend lekker. btyWat gek eigenlijk, dat dat straks thuis weer gewoon over is. Ik taal ook nauwelijks naar koffie hier.

De rest van de middag tuffen we wat rond, moet Ayisha allerlei dingetjes doen op haar werk en kijk ik wat rond. Ik kan me ook aardig mee laten nemen met Astrid Holleeder, “Judas” lezend, over haar broer. Een fascinerend verhaal.

Als we weer terugrijden richting Tamale, wordt het geleidelijk schemerig en zien we een prachtige lome oranje zon boven de savanne staan. Kuddes koeien steken over. Overal zijn geiten en schapen, die de weg btyover lopen. De Ghanezen, ook Ayisha, zijn stapelgek op de claxon in de auto. Die gebruiken ze echter voor/tegen mensen. Is er een brommer een paar honderd meter vóór je, op de weg, dan ga je eerst claxonnen, waarschuwen dat je eraan komt. Terwijl die brommer gewoon netjes aan de kant van de weg rijdt. Nergens voor nodig, zou je zeggen. Maar als er beesten op btyde weg lopen, dan claxonnen ze weer niét! Ik vraag het Ayisha. Ze zegt: het heeft geen zin met die beesten, want die luisteren toch niet.

In Tamale terugrijden we nog bij wat kennissen langs. En bij het winkeltje dat ze binnenkort gaat starten. Om halfzeven, het is al helemaal donker, zijn we weer thuis en neem ik een btyheerlijke douche!
Later heeft Namaawu een flink bord banku voor me. Net zo’n deegklomp als gisteren, maar deze is van mais, niet van yam. Dat scheelt enorm; deze is vele malen beter te eten. Maar vooral de ‘soep’ erbij, met vooral okra en garden eggs, superlekker!

Ghana 2017 – 15 – naar klinieken, ziekenhuis en een nieuwe partner

Tamale, 14 november 2017, 19.15 uur
’t Heeft zonet een uur lang flink hard geregend. Dat was de eerste regen in een maand hier. Ze zijn er blij mee. Jubril, Namaawu’s man, zei me, dat het morgen kouder zou zijn, dat nu de harmattan komt. Dat we morgen geen zon zien. Nou, volgens mij is het morgen btyweer gewoon 38 graden en zonnig, zeg ik eigenwijs. We zullen zien. (Foto: Namaawu’s huis)

Vanmorgen waren we redelijk vroeg weer bij Namaawu’s winkeltje. Ze wil er zijn btyvoordat alle studenten langskomen voor zakjes water bij haar. Ik heb daarna een fijn gesprek gehad met Lars, die er ook al vroeg was. Hij zou daarna zijn Engelse les gaan geven (de Business School waar hij werkt, is pal achter het winkeltje; het Meet Africa-kantoortje is er direct naast). Vertelde me over een leuke, kwisachtige lesmethode die hij aan het opbouwen is. Uitgebreid met ‘m zitten praten over z’n belevenissen hier. Hij gaat er echt vól in, beleeft btyheel veel, bouwt een groot netwerk van relaties op. Hoe hij hier rondloopt, handenschuddend, op schouders slaand en joviaal om zich heen roepend, echt superleuk om te zien. En voor de klas zet hij die houding voort.
Dat mocht ik meemaken. Ik heb z’n klas ook nog even toegesproken, nadat hij me had geïntroduceerd als ‘zijn baas uit Nederland’. Overigens bepaald geen ‘keurige klas’, die ik hier zie. Potdorie, die studenten lopen zo’n beetje in en uit en kletsen overal doorheen. Dat had ik inmiddels van Lars ook al begrepen: orde in de klas is een issue. Hij heeft Shams, de directeur, er al op aangesproken.

bmdToen bij Namaawu’s winkeltje de rust was weergekeerd, zijn we met de brommer de stad in gereden. Eerst eens op zoek naar de Free & Fair Clinic, het ‘medisch centrum’, waar Paula nu aan het werk is als verpleegkundige. Ik ben hier vorig jaar ook geweest. Deze ‘kliniek’ is echt voor de allerarmsten. Het was ook voor Paula een aardige cultuurschok, de eerste dagen. Hygiëne is ver te zoeken; voorzieningen zijn er nauwelijks. Maar iedereen wordt geholpen. Negentig procent betreft malaria. Ze krijgen via infuus wat zakken water met zout toegediend en daar knappen ze in de regel al flink van op. Paula is er maar druk mee. Het is fantastisch om te zien, hoe zij hier aan het werk is. Ze gloreert, is hier helemaal op haar plek.
btyIk zit ook nog even te kijken naar een jongen, die nieuw verband krijgt om een verschrikkelijke wond op z’n onderbeen. Startte met een infectie, niemand weet hoe-ie daar kwam. Paula zegt: ach, jongen, dit is nog helemaal niks in vergelijking met wat ik hier allemaal heb gezien.
Gelukkig kan ik ook nog even de gelegenheid nemen om de baas achter zijn bureautje een hand te geven. Met nog wat extra foto’s is het zo wel goed. Dit is en blijft een prima optie in onze port folio.

btyVervolgens reden we naar het Tamale Teaching Hospital. Veruit het grootste ziekenhuis in het noorden van Ghana. Ik moet zeggen: het ziet er echt wel heel aardig uit. Zou je zoiets in Nederland zien, dan zou je er heel anders tegenaan kijken, maar voor hier is het niet al te aggenebbisch. (Nee, hier vindt Word-spellingchecker geen alternatief voor.) Ik was vorig jaar in het ziekenhuis in Bolga en dat vond ik een stuk minder aangenaam, minder hygiënisch ook.
bdrNamaawu heeft het voorzien op de afdeling fysiotherapie. Daar zouden we ook goed vrijwilligers kunnen hebben. Ben het helemaal met haar eens. Ziet er goed uit, goed gesprek met het hoofd. Maar we hoeven hier verder niets voor te doen – ik maak wat foto’s -, want we hebben al een algemene ingang in dit ziekenhuis. We praten ook nog even met de mensen die werken aan het onderhoud van de apparatuur. Ze kunnen heel goed ‘biological en medical engineers’ gebruiken.
Op een foto aan de muur zie ik ‘onze’ Martijn in het midden van de groep staan. Hij was hier afgelopen winter. Ze hebben goeie herinneringen aan hem.

Vorig jaar heb ik in Tamale een gesprek gehad met iemand die in ‘building construction’ zit. Daar was toen niks uitgekomen, omdat we z’n compagnon (die mij toen veel bdrbelangrijker leek) niet te spreken konden krijgen. We zijn er nu nog eens naartoe gegaan, vooral op instigatie van Lianne: we moeten écht weer een bouwproject in ons aanbod kunnen krijgen. Ik had er helemaal niet zo op gerekend, dus meer zo van ‘niet geschoten, altijd mis’. Maar dat pakte wonderwel mooi uit: na even bellen kwam Dennis op z’n brommer naar ons toe; ik bedoel: naar z’n eigen kantoor, waar wij op ‘m wachtten. Eén van de eerste dingen die hij zei: ik heb het hele jaar gehoopt, dat je weer langs zou komen!
btyEen geweldig leuke vent, een slimme ondernemer, bouwer, architect. Werkt op de gebouwenonderhoudsafdeling van Tamale, maar is daarnaast bouwondernemer. Momenteel is-ie  een kerk aan het bouwen. En hij laat me tekeningen zien van andere gebouwen, die hij aan het ontwikkelen is. Hij wil heel graag kunnen samenwerken met mensen met westerse expertise, mensen die hij dan weer de Afrikaanse methoden kan laten ervaren. Hij zit helemaal op onze lijn. We spreken af z.s.m. ons contact verder op te bouwen via mail en Whatsapp.

btyNamaawu en ik lunchen in de stad; ik eindelijk weer eens met een fles bier erbij. Dat heb ik wel gemist, de laatste week. Lunch met springrolls en samosa’s. Geen westers eten, maar het voelt op zich wel zo. Namaawu moet nog bij familie langs. Iemand in de brede btyfamilie heeft een kindje gekregen, een week terug, en vandaag is het bezoekdag. Dus zo zit ik ineens in een slaapkamer met een moeder met kind aan de borst en naast haar haar man, beide zittend op bed. Ik op een stoel ernaast en Namaawu heeft zich teruggetrokken voor haar tweede gebed van vandaag. Je zou je opgelaten kunnen voelen, maar ik ben wel wat gewend. Dus heb ik gewoon een fijn gesprek met deze mensen.

Daarna zitten we weer een flinke tijd op de brommer. Namaawu wil me nog een andere ‘kliniek’ laten zien. Ik begreep later pas, dat Ontmoet Afrika daar in het verleden ook mensen naartoe heeft gestuurd. Het is een aardig stukje de stad uit, al moet je hier wel héél ver om buiten bebouwde kom te komen.
bdrEn dan komen we op een wel heel bijzonder plekje uit. Deze Shekhinah Clinic is opgebouwd door een zekere dr. Fuseini, die vorig jaar is overleden, 65 jaar oud. Je ziet ‘m hier terug op grote platen aan de muur, waarnaast hij in gedrukte teksten op de muur beschreven wordt als een soort van heilige. Hij was de enige overlever in een gezin van 11 en heeft zich van de allerarmsten omhooggewerkt tot hij dokter was, met opleiding in westerse landen. Maar hij heeft 25 jaar geleden álles opzijgezet, om van onderaf aan een eigen kliniek te bouwen voor de allerarmsten in het land. Zijn eerste operaties deed hij onder een boom.

btyIk krijg deze informatie allemaal verhalend overgebracht door zijn weduwe. Ze heeft dit vast en zeker eerder gedaan; vertelt het verhaal alsof ze een heel betrokken gids is. Ze heeft Maryamma en ze is een prachtigmooie vrouw van op het oog hooguit een jaar of veertig. Ze is werkelijk fantastisch mooi gekleed, met een blauwe hoofddoek, ze is moslim; een prachtig gezichtje tussen de fleurige blauwe stof. Een plaatje.
En deze dame verhaalt over haar heilige op een superinnemende manier. Eén keer word ik er gewoon zélf emotioneel van. Of laat ik me nu wat teveel meevoeren..
Het is een heel opgeruimd en ruim complex van gebouwen. Werkelijk álles is hier gratis. Er wonen gehandicapten en andere uitvallers-uit-de-maatschappij; er is een kliniek waar de mensen gratis behandeld worden. btyEn dan zijn er ook nog de programma’s die ze opzetten voor de allerarmsten in de stad. Dagelijks gaan ze met een jeep de stad in en zoeken ze alle zwervers op om ze van eten te voorzien. “Even on the day my husband died, we were on the streets with our food program!”. Een organisatie van barmhartige samaritanen.
Er staan een paar splinternieuwe 4-wheel drives; gesponsord uit Nederland. En ik zien nog een paar jeeps staan. Daarover vertelt Maryamma nog een aardig verhaal: die zijn door Nederlanders hier door de woestijn helemaal naartoe gereden, al tien jaar terug. Ze heeft nadien nooit meer iets van ze gehoord. Hun ‘programma’ zou ‘landroversforghana’ hebben geheten, of zoiets.
btyMaryamma praat even tegen een vrouwtje dat op de grond zit. Eerder kwam ze me een hand geven. Een verwrongen mond vol met eten tussen zwarte tanden. Deze vrouw was vijftien jaar geleden binnengebracht, helemaal verwilderd, helemaal naakt, uit de bushes. Totaal geen relaties met mensen gewend. Kon, wilde niet, was alleen maar wild. Ze is hier rustig geworden en is nu vriendelijk.
Er moet veel online te vinden zijn over deze kliniek/organisatie. Ik weet niet precies of/hoe dit in ons plaatje van Ontmoet Afrika past; maar eens over praten met de collega’s.

Toen we net een uurtje thuis waren, barstte de regen los. Flink wat water.
Vanavond fufu gegeten. Ik vond ’t wel lekker, maar heb een flinke homp van het deeg overgelaten, de ‘soep’ wel opgegeten. Mijn hemel, wat moet ik altijd veel eten van Namaawu!

Ghana 2017 – 14 – schoolbezoek

Tamale, 13 november, 20.15 uur
Alweer stil in huis, hoewel de fans loeien en buiten hoor ik de krekels.
God, wat was ik blij dat het allemaal meeviel, achteraf, na de rare lichamelijke breakdown gisteravond. Toen alles eruit was, was ’t min of meer voorbij. Goed geslapen. Bij mijn ontbijt kreeg ik nu de lekkere Edammer kaas erbij, die ik zelf had meegenomen uit Nederland. Het ronde Edammertje was niet rond meer, na twee weken reizen in een warm land, een ineendrukte Edammer in een rugzak, 2 weken. Ik ben allang blij, dat-ie verder nog helemaal goed en lekker was.
Er is een grenzeloze loomheid over me gekomen. Heb nu even op een aangename manier helemaal nergens zin in. Ik zet me er overheen voor mijn dagverhaal. En daarna toch nog wat aan de opdrachtteksten sleutelen. Het is veruit het fijnste en het beste, om dat zo snel mogelijk na de inventarisaties te doen. Deze morgen bij de Business School International en deze middag bij Greater Heights School. Op beide plekken zijn momenteel vrijwilligers van Ontmoet Afrika aan het werk.

btyVanmorgen bij Namaawu achter op de brommer. Ik kan gewoon recht voor me uit kijken, want mij hoofd steekt in z’n geheel over Namaawu uit.
Ze opent haar winkeltje bij de Business School. Haar winkeltje draait zo’n beetje op de studenten. Ze verkoopt vooral enorme hoeveelheden van de waterzakjes aan de studenten. Er is geen elektriciteit. Alles langs deze hoofdweg is verstoken van stroom. Lars vertelt me later, dat er sprake is van betalingsachterstanden. De school zelf staat hier los van; die heeft wel stroom. Namaawu heeft een paar grote koelkasten staan, eigenlijk koelkisten. Ze zitten vol water. Dat is niet zo koud meer. Een paar uren later zit ik weer bij haar achterop en gaan we bij een groot militair barakkenterrein, waar soldaten wonen met btyhun gezinnen, een aantal enorme blokken ijs halen. Deze gaan de van energie verstoken koelkisten in. Zo worden de waterzakjes toch nog koud.

Terwijl ik met Namaawu in het winkeltje zit, vraag ik me af of ik Rhodé en Lars hier nu al tref. Ik stuur ze een berichtje, maar direct daarna zie ik Lars op een brommertje aan komen rijden. Hij heeft het apparaat hier gekocht, verkoopt ‘m weer als-ie hier vertrekt. Vandaag geeft hij geen les. We zitten even later samen op het kantoor van Shams, de directeur, broer van Namaawu, te kletsen over de school, over btyLars en over de mogelijke projecten hier. Er komt nog een leuke opdracht bij, over leiderschapsontwikkeling. Een nieuw programma voor de leerlingen, vooral gericht op persoonlijke competenties, die een majeure aanvulling moeten vormen bovenop het diploma. Gek genoeg heb ik nu pas door, dat deze ‘Business School International’ de status heeft van den reguliere Senior High School. Heb je dit diploma, dan kun je naar de universiteit. In Nederland hadden wij het eigenlijk altijd over deze school als een MBO-school. Qua niveau zal het wel kloppen, maar qua lokale statuur natuurlijk niet. Lars gloreert hier. Heeft ’t geweldig naar z’n zin. Hij is sowieso ongelooflijk ‘ingeburgerd’, hij pakt in Namaawu’s winkeltje ook automatisch van alles op; zit met mij te praten, maar helpt tussendoor een klantje als Namaawu even met wat anders bezig is.
Met beide zit ik tussendoor over de ander te praten. Ook nog op beider verzoek. Ze hebben wat moeite met elkaar. Lars is veel te ‘vrij’ voor de zorgzame Namaawu; Lars wil gewoon zijn gang gaan en ‘vertrouwd worden’. Ik vind persoonlijk dat hij dat verdient, maar het past gewoon hier niet zo in het plaatje, dat je zo bent als Lars. Ik snap ze allebei en ik vraag ze allebei gewoon wat meer te accepteren, de nadruk te leggen op het goede en leuke.

Later kwamen ook de dames aanlopen. Ze gaan veelal hiervandaan naar hun werkplek. Rhodé zie ik nu voor ’t eerst. Zo op het eerste oog heeft zijn het ook wel goed hier. Het is niet de allermakkelijkste groep voor Namaawu, dat is me wel duidelijk. Maar ja, we verkopen geen broodjes kaas hier (ik zeg dat de laatste dagen nogal eens tegen mezelf), hier worden mensen in settings geplaatst die totaal nieuw zijn en daarin moeten ze flink sociaal acteren, met de nodige verantwoordelijkheden. Alles bij elkaar stemt het me heel positief. Het is bijzonder om hier zoveel mee te maken te hebben; al deze mensen die ervaringen opdoen, die ze nooit meer vergeten.

Je ‘verliest’ hier gemakkelijk een aantal uren tijd. Het winkeltje is soms lekker druk met de studenten. En dan moeten we er ook nog even uit om de blokken ijs te halen.
Maar dan stappen we weer op de brommer, nu met helmen op. Ik vind dat wel een stuk veiliger; ben ik wel blij mee. Ze toverde ze tevoorschijn toen we naar het militaire terrein zouden rijden. Dat moest wel, want zonder helm laten ze je daar niet toe. Nou, ik houd ‘m maar op. Ook de rest van de week.

Bij Greater Heights word flink gebouwd. De Canadese Dianne, de oprichter en baas van btyde school (hoewel ze ’t samen met haar Ghanese man doet), neemt goed de tijd voor me. Vorig jaar nog was het een tussendorig gesprekje. Nu nam ze me direct weg van de rest van het gezelschap voor een goed gesprek onder vier ogen.
Er spelen enige issues. Sommige van onze vrijwilligers zijn niet helemáál happy met een aantal zaken op de school. En naar nu blijkt, is Dianne zelf ook met enige zaken niet totaal happy. Dat zijn geen zaken voor dit forum, maar wel voor een goed gesprek. Dianne heeft enigszins te stellen met de interculturele problematiek. Ze is hier nu 20 jaar, dus je zou denken, dat btyze dat afdoende geïnternaliseerd heeft om buiten al te grote interculturele frustraties te blijven. Dat is niet echt het geval. Ze kan nog flink te hoop lopen tegen “hoe het hier gaat”. Ze is echter haar energie bepaald niet verloren; is hier, blijft hier en volhardt in dit mega-project. Ze heeft hier zo’n 130 leerkrachten rondlopen en 1500 kinderen. Hoge bomen vangen wind. En ze is natuurlijk vast en zeker de makkelijkste niet. Maar ja, dat ‘comes with the job’.
Ik ben wel weer het nodige wijzer geworden. Dit blijft een specifieke fijne plek voor een groep vrijwilligers/stagiairs. Ik kan nu nog wat beter beoordelen, welke mensen typisch tot deze groep behoren.
En ik krijg daar ook nog een heerlijke Ghanese lunch van rijst met bonen. Tot slot wandel ik nog even het hele schoolterrein door (groot!) om foto’s te maken.

Daarna wil Namaawu mij nog een andere school laten zien. De baas/oprichter van deze school, een dame die op een bank werkt, zou graag met Meet Africa willen samenwerken (ik bedoel: vrijwilligers willen hebben). Namaawu was zelfs al zo ver gegaan, dat ze het btyals proef-alternatief, voor een dag in de week, wil aanbieden aan twee van onze Greater Heights-vrijwilligers. Ik heb haar gezegd, dat ik het OK vind, als ze dit probeert. Het leek er sterk op, dat deze vrijwilligers eigenlijk veel liever op zo’n kleine, overzichtelijke school zouden werken.
Ik heb de school gezien en ik acht de kans best groot, dat ze gelijk heeft in haar observatie. Dus ik ben ook benieuwd of hier een verkennersrol op z’n plaats is. De bankdame komt snel nog even langs vanuit haar werk, om ons te ontmoeten. Ik ben onder de indruk van deze school. Dit is ook een project, dat recht uit het hart komt. Mooi btyom te zien, dat hier ook lokale mensen opstaan om community leaders te worden. Eigenlijk zien we dat nog liever, dan dat er een blanke hier iets opzet.

Op de terugweg stopt Namaawu nog even om een grote kokosnoot te kopen. Thuis zit ik wat te lezen als ze ineens een bord met stukken kokos voor me houdt. Wauw, dat is lekker. Namaawu’s echtgenoot is hard aan het werk. Hij is kleermaker. Zijn werkplaats is de kamer naast de huiskamer.
Ik heb me nog wat neo-koloniaals aan laten leunen vanmiddag: Namaawu heeft al mijn kleren gewassen! Oh, wat heerlijk.bty

 

Ghana 2017 – 14 – Verhalen uit Tamale

btyTamale, 12 november 2017, 21.45 uur
Deze morgen was Namaawu op pad. Ze was op bezoek bij een familielid dat een kindje had gekregen. Ze was om 8 uur en weg en om 13 uur weer terug. Ik dacht bij mezelf: nou, je blijft best lang weg. Maar toen ze weer thuiskwam, begreep ik dat ze twee uren heen en twee uren terug was, op haar brommertje! Potdorie!
Ik heb deze morgen wel héél goed kunnen besteden. Ten eerste vond ik uit, dat de Nederlandse tropenarts Femke, die ik hier in Tamale op zou gaan zoeken, hier een kwartiertje lopen vandaan woont. Wat een geweldig mooi toeval! Ik kon prima met haar afspreken, deze morgen. En toen ik dat Namaawu vertelde, en ook waar ze woonde, zei Namaawu me, dat dat vlakbij het gastgezin van Anja, één van onze vrijwilligers, is.

Ik ben maar gauw aan de wandel gegaan, want Anja appte, dat ze vanochtend met het gastgezin van Isis, een andere van ons, naar de kerk zou gaan. En zo liep ik tien minuten later het erfje van Anja’s gastgezin op. Een compound met lage muurtjes tussen de om een binnenplaats gebouwde huisjes en hutjes. Middenin een verzameling potten en pannen, waarvan sommigen op het vuur, op verhogingen van aarden wallen. En een ‘mama’ bij de pannen, kinderen er omheen. In de periferie wat toekijkende pubers. Een ronde hut: Anja’s vertrek. Ze heeft het prima naar haar zin bij dit gezin.

Daarna wandel ik door en tien minuten later komt Femke me tegemoet. Even later zitten we in haar ruime huis, achter een groot stalen hek. Twee halfbloedjes lopen rond en btydaar is ook haar Ghanese echtgenoot. Femke kwam bij mij terecht naar aanleiding van de uitzending van Max over vrijwilligerswerk. Zo kwam ze op de Go-Ghana.nl-website terecht en mailde me. Ze woont hier al een jaar of zeven, werkt als arts in het ziekenhuis en bij de universiteit. Dat is een goede basis, maar allang niet meer zó bevredigend: ze heeft heel wat te stellen met het ‘systeem’ in Ghana. Net zoals Abraham me gisteren in Kumasi telkens toevoegde: “nothing works in Ghana”: op de één of andere manier verlamt het. Er zijn altijd teveel mensen die belang hebben bij géén verandering. Teveel mensen die btyprofiteren van een status quo. Dat is het grote Afrikaanse probleem. Femke heeft het over jonge collega’s, die al murw zijn en cynisch. Collega’s die kiezen voor veiligheid en zekerheid, ook als ze constateren, dat “we zo nooit verder komen”.
Clement, Femke’s echtgenoot, drukt het met nogal wat vuur uit: de enige manier waarop je in Ghana wél wat kunt bereiken, dat is als je het allemaal gewoon zélf gaat doen.

Dat is dus wat ze doen. Ze hebben 3000 hectare land, nogal een pokkeneind hiervandaan; zo’n 6 uren met de auto, aan de grens met de Volta-regio. Clement verblijft de meeste tijd daar, want ze zijn begonnen aan een groot project: de plant van Moringa-bomen. Daarnaast willen ze ook aan de slag met een heel divers permacultuur-project. Ze hebben ook verblijfsruimten gebouwd. Ziet er geweldig mooi en leuk uit: allemaal gele ronde hutjes. Er is een uitgebreid plan, dat ik voor m’n neus krijg, een meerjarenplan. Ze hebben geduld en beginnen gewoon aan het begin. Ook als ze géén echte sponsors krijgen, dan kunnen ze langzaam groeien. Zelf hebben ze al aardig geïnvesteerd. Liever hebben ze wél beschikking over extern kapitaal. Dat was ook de trigger in de Max-reportage: een Hollandse zakenman die investeert in Ghana. Dát was in de kern ook wel de reden om met mij te praten. Daar kan ik natuurlijk ook niet zoveel mee; al zal ik de verzoeken natuurlijk wel op een open manier delen.
Ik kom echter wel direct op het idee, om ze te koppelen met KITA. Daarover vanmiddag direct een mail gestuurd met beiden partijen. Zou leuk zijn als daar wat uitkomt. Samuel van KITA had immers uitgesproken, dat hij ook in het noorden wilde werken.
En ik ga er ook op aansturen, dat we de mogelijkheid voor vrijwilligers en stagiairs kunnen onderzoeken via Ontmoet Afrika.
[Paar dagen later: de contacten zijn gelegd; KITA biedt aan stagiairs naar het noorden te sturen!]

Toen ik later Namaawu vertelde over Femke, kwam zij direct met het verzoek om Femke ook te leren kennen: het zou zo goed zijn, als ze met vrijwilligers met gezondheidsissues terecht zou kunnen bij een Nederlandse arts! Daar staat Femke open voor. Nou ja, dit alles weer onder het motto van… netwerken!

’s Middags gingen we samen op pad, Namaawu en ik. Eerst naar Kaka, Namaawu’s moeder. Naast de grote Business School International, gerund door Namaawu’s broer Shams, bevindt zich het complex huisjes van Kaka. Daar woont ook nóg een zus van Namaawu. Kaka zit er weer, net als vorig jaar, als een koningin midden in haar grote kamer. Echt iemand om bij op audiëntie te gaan. Ze lijkt wat ouder geworden, ziet er wat minder goed uit. Ze kan nauwelijks meer lopen. Hele dikke voeten. Ze is blij dat ze me weer ziet en vraagt waarom ik zo lang ben weggebleven.
Shams is er ook.  Met hem wil ik nog doorpraten over de projectbeschrijvingen voor de school, waar momenteel twee vrijwilligers (stagiairs) van ons aan het werk zijn. Hij stelt btyvoor, dat ik het eerst even goed met deze twee moet doornemen: they know everything by now.

Nadat Namaawu haar ‘second prayers’ van vandaag heeft gedaan, gaan we naar het kantoortje van Meet Africa, waarnaast ze zelf haar winkeltje heeft. In het kantoortje doet de fan het niet. En het is me toch héét. Pfff!!
btyZe begint te vertellen over één vrijwilliger, die wat gedoe heeft met een gastgezin. Hij is er nooit; gaat er alleen maar heen om te slapen en te eten. Het gastgezin vraagt zich af of ze wat fout doen. En hij is gewoon een jongen, die het liefst met z’n maten uithangt. Verwachtingenmanagement.

Daarna gaan we op pad, op zoek naar andere vrijwilligers. Het is zondag, ze zijn allemaal wel in of nabij hun huis. Dat worden nog wat erg leuke uren. Allemaal bijzondere omgevingen, allemaal traditionele gastgezinnen, waarin spaarzaam Engels wordt gesproken, zich allemaal hutjes rondom een binnenplaats bevinden. De drie dames die ik btyspreek maken hier allemaal een heel bijzondere tijd door in een situatie die niéts gemeen heeft met die van thuis. Er komt wel wat bij kijken. Zo is er geen wc. Plassen kan dan nog in de ‘douche’, die niets meer voorstelt, dan een ruimte waar je een doek voor kunt hangen en waar het water in een putje wegstroomt. De grote boodschap… Eén van onze vrijwilligers geeft aan, dat ze het ’s weekends meest gewoon ophoudt. Oeps, dat zou ik niet trekken. Nou, OK, ze doet het soms ook in een zak. Ze vertelt het me zonder schroom en accepteert die situatie heel makkelijk.

btyLater waren we weer bij een ‘mama’ van één van de gastgezinnen en zat deze dame een tijd bezorgd en nogal heftig gesticulerend met Namaawu te praten.

Tamale, 13 november, 6.30 uur
En hier ging het dus even helemaal fout. Ik werd gisteravond plotseling totaal misselijk, gooide alles er van voren en van achteren uit. Het moet de temperatuur zijn geweest; helemaal heet/koud onder de fan in mijn kamertje. Zit je te zweten en komt er tegelijkertijd een kou-gevoel overheen.
Alle yam er weer uitgekotst. Mijn hemel, ik vind die yam zó vies! En ik maar stoer tegen Namaawu zeggen, “dat ik alles eet”. Ik wil per se de ‘makkelijke vent’ zijn. Maar misschien zou ik toch maar moeten zeggen, dat ik veel liever gewoon rijst eet.

btyToen alles eruit was, lag ik wel weer lekker in bed. Redelijk geslapen en nu wakker geworden met een gerust gevoel over de dag. Het komt wel weer goed. Uurtje liggen lezen in Judas van Astrid Holleeder.

Dus, even verder over deze dame, de ‘mama’ van Paula. Nou ja, mama is beetje raar: Paula is 61. Ze is psychiatrisch verpleegkundige. Bijzonder mens. Pikzwart geverfd haar, ringetje in haar neus, op haar Whatsapp-picture maakt ze een bunjee jump. Stoer wijf. Ze heeft ’t geweldig hier. Oh, wat zou het fijn zijn, veel meer vrijwilligers ‘op leeftijd’ te hebben: die brengen de extra dimensie van volwassenheid en contemplatie mee. Dan betekent het eigenlijk nog zóveel meer. Vergelijk natuurlijk ook mijn eigen situatie, vier jaar geleden. Maar ja: 80% van de vrijwilligers is jong, veelal student. Dat is nu eenmaal de werkelijkheid.

De mama is een vroedvrouw, echt een ‘mater familialis’. Maar goed, ondertussen… dit verhaal. Ze zat heftig met Namaawu te praten en toen we terug bromden op haar brommer vertelde Namaawu wat ze gehoord had. Dat was een verhaal dat hier niet thuishoort, maar wat me danig heeft beziggehouden, de rest van de dag (en daarna).

Bij een ander gezin loopt men helemaal de kantjes er vanaf in het leven. Totale armoede, maar tegelijkertijd: geen enkele drang naar voren. Ik vertel onze vrijwilliger, dat ze met de bijdrage aan het gezin echt genoeg heeft betaald, dat ze werkelijk nooit extraatjes hoeft te betalen. Het blijkt dat dat gezin continu haar kleine dingetjes laat betalen. Het gaat haar, deze vrijwilliger, niet om het geld, dat stelt weinig voor. Maar voor hen is het substantieel. Er is geen vader in het gezin, is pas overleden. De zoons zijn opgeschoten jongens. “Als Allah het had gewild, dan had ik wel een baantje gehad”, zeggen ze. En zo leven ze een niksig leventje. Onze vrijwilliger wordt er redelijk cynisch van. Deze neem ik op met Namaawu; dit moet zo niet. Ofwel stoppen met geld bedelen, ofwel geen gastgezin meer zijn. Maar de ervaringen zijn altijd ‘dubbel’: er is ook weer veel leuks in dit gastgezin. Ik zag gisteren vier gastgezinnen, waarvan drie echt traditionele gezinserfjes, heel authentiek. Hoewel er elektriciteit is – dat is een voorwaarde voor ons – leven ze écht nog totaal als ik-weet-niet-hoelang geleden. Het vierde is dat gastgezin met papa als verkrachter; het gezin waarvan je ziet: de mama is de baas in de familie. Maar ja, ondertussen..

Ghana 2017 – 13 – Reis naar Tamale

Kumasi, 11 november 2017, 9.30 uur
Dit is wel een erg stomme toestand! Ben al drie uren op dit busstation ergens aan de rand van Kumasi. En ik denk dat het ook nu nog uren kan duren, alvorens ik hier weg ben. Zit echt in de val hier. Moet me er aan overgeven, want meer is er niet aan te doen.
btyIk zit op de voorste stoel in dit trotro-achtig busje. Er staat een groot bord ‘Tamale’ tegenaan. Er liggen hier achterin wat passagiers te slapen. Wachten, wachten.

Samuel meldde me gisteren al, dat helaas de STC-bus volgeboekt was, maar een ander staflid, zelf uit Tamale komend, zei dat er zát bussen zouden zijn op het busstation. Dus ik vertrouwde er maar op, al zou het dan een minder luxe bus zijn.
Vanmorgen op een taxi gezet door Andrew, om half zes. Ik weet toch zeker, dat Samuel me had verteld, dat deze Andrew mij zou begeleiden. Maar hij stapte verder niet in. OK, nou goed, ik zie wel.
Half uur in de taxi met een aardige taxichauffeur, die van alles van me wilde weten. Of het mogelijk is om naar Europa te komen.. Waarom doen de westerse landen zo moeilijk met het toelaten van mensen uit Ghana? Er zijn veel te veel regels en voorwaarden. Niet moeilijk om ‘m uit te leggen, dat de westerse landen bevreesd zijn, dat de mensen dan nooit meer terug aan. Dus dat vertel ik ‘m ook: als je op uitnodiging komt en je laat bewijzen zien, dat je teruggaat, dan kan het heus wel.
Daar staat wel het verhaal tegenover, dat ik juist gisteren van Samuel vernam. Een jaar of wat geleden had hij een keer een uitwisseling. Nadat er een groep studenten uit Europa naar KITA was gekomen, was er de mogelijkheid, dat een zevental studenten van KITA naar Europa ging.
Samuel heeft er grote problemen mee gekregen: de studenten verdwenen in Europa in de illegaliteit. Ook voor hem was het een zware dobber: hij was zomaar 7 studenten kwijt. En dit stond nog los van hoe hij er ook op aangekeken werd; alsof hij eraan had meegewerkt.

Eenmaal in Kumasi stopte hij op een plek, die ik toch nauwelijks een busstation kon noemen. Er vertrok er ook geen eentje. Ik begon te vrezen. Na nog wat navragen, kwam hij hier uit, waar ik nu ben. Daar stond een luxe VIP-bus. Helaas, die zou pas vanmiddag om 15 uur vertrekken (ik vond later uit, dat-ie naar Wa gaat, niet naar Tamale, maar dat terzijde). Maar er kwamen mannetjes op me af, die me naar een klein busje wilden loodsen, een busje dat wél naar Tamale gaat.
Nou goed, dat moet ik maar doen, dacht ik. En ik ben niet helemáál op m’n achterhoofd gevallen: ‘when will this bus leave?’. Het antwoord was duidelijk: it will leave right now. Maar waar zijn alle passagiers nu dan? vroeg ik. They will come, don’t worry.
Ik kon wel fijn voorin gaan zitten, verzekerde mezelf ervan, dat het op zich wel ‘luxe’ genoeg is. Ik heb betaald en ben gaan zitten.

Nu is het 3 uren later en zijn er welgeteld 2 passagiers bijgekomen. Dit gaat helemaal niet goed. Een verloren dag. Ik heb een boek uitgelezen, ben aan een volgend boek begonnen en ik zit wat te praten met Abraham, die er ook van baalt, dat het zo lang duurt. Hij gaat op bezoek bij een vriend in Tamale. Daarachter steunen nog steeds twee passagiers met hun hoofd op hun armen op de leuning van de stoel voor hen. Ik dacht éven, dat er nog een paar passagiers bij waren gekomen, maar dat bleken de chauffeur en de conducteur zelf te zijn; ze waren ook maar lekker achterin de bus gaan zitten.
Ondertussen lopen de handelaartjes af en aan langs de busjes hier. Met brood met omeletten, hele maaltijden in wegwerpbakjes, van die oliebollen, pinda’s, en vooral veel telefoonbenodigheden, earplugs, zeep, drinks, etc.
Ik ben niet de enige die zit te wachten. Het enige verschil is, dat het voor mij als ‘wachten’ voelt. Voor de meeste Ghanezen lijkt wachten geen enkel probleem. Tijd is er genoeg. Ik moet er (voor nu) maar proberen wat van te leren.
Voor mij trouwens wel weer de bevestiging over Kumasi: ik heb echt helemaal níks met deze stad. Voor volgende keren moet ik het hier echt anders regelen. Dan maar hier gewoon regelen, dat ik bij iemand thuis kan verblijven, bijvoorbeeld bij Bernice. Het is een grote chaos in Kumasi.

Tamale, 11 november 2017, 23.00 uur
Het werd nog wat erger. Om 11 uur was er nóg niks gebeurd. Er was één passagier bijgekomen. De chauffeur was in geen velden of wegen te bekennen en de twee andere ‘mannetjes’ lagen (letterlijk) te slapen. Eentje ervan was, zo vernam ik, de ‘station officer’; de baas van het busstation. Deze man, een oude man, deed nogal ongeïnteresseerd en zelfs geïrriteerd tegen me. Jawel, hij was degene, die uren eerder bleef zeggen, dat de bus “direct” weg zou gaan (en mijn tegenwerpingen ‘waar zijn de passagiers dan?’ wegwuifde: they come.
Goed, hij ging na weer zeuren van mij op zoek. Op zoek naar wat? Ik had al aangeboden, dat ik voor extra passagiers wilde betalen. Goed, de chauffeur kwam en we reden weg? Waarnaartoe? Abraham, what’s happening? Hij was ook niet zeker.
Een kleine tien minuten later was er herkenning. Echte herkenning! Potdorie, dít is het busstation, waar ik vorig jaar was, met hetzelfde doel! Ja hoor, het was in één keer duidelijk: ik ben vanmorgen vroeg gewoon op een totaal verkeerd busstation afgezet! Maar ja: ik zat dus wel daar in een bus met een gigabord met “Tamale” erop. Wat mag ik mezelf nou verwijten?!

btyDus is er licht aan de horizon. Ook al duurt het nu nóg anderhalf uur, alvorens we wegrijden. Hier is in ieder geval heel veel reuring. En ze zijn al bezig met het voorzien van de nodige materiële vrachten acherop deze trotro-bus. Is daar ruimte voor, vanuit Nederlands perspectief gesproken? Nee. Maar dan gaan ze aan de gang. Het resultaat: de achterdeuren staan wagenwijd open en er hangt een gezwel van vracht tot 2 meter úit de auto. Allemaal touwen er omheen om het bijeen te houden.
Om één uur, dus 6,5 uren nadat ik bij het (vorige) busstation aankwam, rijden we éindelijk de stad uit.

Ik heb gelukkig wel een heel fijne zitplaats: voorin naast de chauffeur. Beenruimte genoeg en ook ruimte genoeg voor m’n rugzak. Ik kan doen wat ik wil. Heerlijk. Eigenlijk maal ik dan niet meer om de uren. Zo reizend heb ik het prima naar m’n zin. Eerst lees ik Ap Dijksterhuis’ “Het slimme onbewuste uit”, een psychologie-boek, beetje (te) populair geschreven, maar wel een heerlijke stimulans om nóg meer op je intuïtie te leven, niet teveel ‘na te denken’, alvorens je beslissingen neemt. En daarna heb ik heel ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll gelezen.
Dit was echt superleuk om te lezen. Ik stapte al lezend 20 jaar terug in de tijd en de hele Disney-film kwam weer naar voren. Ik zie me weer zitten met m’n meisjes naast me en ik hoor de liedjes weer! Wat heerlijk!
Bovendien staan er onvergetelijke springerige gesprekken in, met een creatieve vondsten, die de moeite waard zijn om te onthouden. Zoals deze (blz. 93):
En hoeveel uren per dag had je les? zei Alice, die zo gauw mogelijk op een ander onderwerp over wou gaan.
De eerste dag tien uur, zei de soepschildpad. De tweede dag negen, enzovoorts.
Wat een rare tijden! riep Alice uit.
Elke dag leerden we iets, merkte de griffioen op, en daarom hadden we de volgende dag minder tijd nodig.

Een stukje boven Techiman ligt het stadje Kintampo. Vlak daarvoorbij was er een ‘break’. Ik herkende deze plek van de vorige keer, vorig jaar. Maar zag nu pas, dat er hier vlakbij btyeen waterval is: het restaurant heet “Fall Restaurant” en ik zie een plaatje met een waterval. Ik google even en dat levert iets heel opmerkelijks op: op 20 maart dit jaar is er vanaf bovenaan de waterval een boom naar beneden gedonderd en daarbij zijn 20 mensen omgekomen. In een nieuwsbericht van toen lees ik, dat de waterval eerst voor toerisme gesloten is.
Later rijden we weg en een kleine kilometer verderop zie ik de entree van het ‘park’ bij/naar de waterval. Het is duidelijk weer open; er staan auto’s en een grote poort is open.

Geleidelijk wordt het donker en zijn overal kleine veldbrandjes aan de gang. Dat is kennelijk een landbouwmethode hier. Handiger dan alles maar wegmaaien of zo. We kachelen lekker door, ik doe nog een aflevering van Breaking Bad op de iPad en om acht uur ben ik in Tamale.
Namaawu heb ik onderweg op de hoogte gehouden van mijn whereabouts. Ik hoef maar 10 minuten te wachten en daar komen twee brommers aan: eentje met Namaawu en eentje met Ganiou, haar zoon (is niet échte zoon, herinner ik me; morgen nog eens navragen). Eerst even huggen. “Niko, I’m so glad you’re here!”
Ik kruip achterop bij Ganiou; Namaawu bindt mijn grote rugzak bij haar brommertje achterop. En zo tuffen we de brede weg noordelijk Tamale uit. Nou, niet echt uit, maar een eind uit het centrum.

Thuisgekomen staan de drie zoons me op te wachten. De jongste wil direct dat ik ‘m leer schaken. Hij heeft kennelijk net dit gekregen; het komt uit een nieuwe doos. Zal wel via mdeéén van de vrijwilligers zijn. Er zijn er momenteel wel 7 van ons hier; die ga ik deze week nog wel zien.
Namaawu zet me een flink bord met noodles voor, lekker pittig. Fijn hoor; zoveel had ik vandaag niet gegeten. Wat snacks tussendoor, vooral de oliebollen (zo noemen ze ze hier niet; ze zijn beetje gesuikerd) vullen goed. En veel water drinken, de hele dag.

Namaawu heeft echt weer financieel adem gekregen, de laatste tijd: het is weer druk met vrijwilligers en stagiairs. Het is hollen of stilstaan, daar doe je niks aan; de vrijwilligers bepalen zelf, waar ze naartoe gaan. Nu is de Greater Heights School hier in Tamale sowieso wel de meest populaire werkplek. Het is ook een ‘makkelijke’ werkplek: een goed georganiseerde gigantisch grote school, waar de Canadese eigenares áltijd blij is met Ontmoet Afrika-vrijwilligers. Sinds kort gaat Ganiou weer naar (senior high) school! Dát komt dus doordat Namaawu weer even flink inkomsten heeft via ‘ons’. Van zo’n spin-off effect verneem je niet iedere dag.

Ik neem nog even goed de tijd om bij te praten over van alles. Ze heeft niet een makkelijk jaar gehad; heeft de nodige gezondheidsproblemen gehad en ook financieel dus niet altijd even jofel. Maar nu is ze weer helemaal on top of the world. We gaan morgen maar eens een goed plan maken voor deze week.
Ik heb hier het kamertje van de zoons weer terug. Die heb ik dus ‘weggejaagd’; ze liggen nu op matrassen op de grond in een andere kamer. Zo gaat dat, ook als Namaawu hier thuis de vrijwilligers de eerste dagen ‘host’. Part of the job. Fijn om hier weer te zijn. Zin in deze week.