Zomer in september

Mijn gewijzigde praktische omstandigheden verleiden me nu al een tijd om mezelf van Noord- naar West-Nederland met de trein te laten vervoeren, waarna ik de Randstad per fiets doorcross. De laatste maand was dat bepaald een pretje: de te frisse Hollandse druilzomer manifesteerde zich vooral toen ik in Italië was. De nazomer was (en is!) een stuk fijner. Dus heel wat Randstad-fietskilometers gemaakt tussen Den Haag, Amsterdam en Utrecht.
Afgelopen woensdag Hilversum-Vinkeveen-Utrecht. Paar mooie kiekjes gemaakt op deze geweldig mooie zomerdag, ongeveer 28 graden, geen wolk te bekennen. fietstocht-14-9-1fietstocht-14-9-1bfietstocht-14-9-2fietstocht-14-9-3fietstocht-14-9-4

A trip to the fair…

… but nobody was there!!

Een onvergetelijk mooi werkje van de jarenzeventig-folkpopgroep Renaissance.
Nu vooral even de aandacht voor de geweldige tekst. (Spoel even door naar 3.30 minuten, want daar begint het liedje pas.)

Moest direct aan dit nummer denken, toen ik met mijn moeder in de rolstoel (ze heeft haar heup gebroken) Vinkeveen in was gelopen. Bij de brug naar Demmerik troffen wij, jawel… de kermis!
Maar er was niemand!

Het was het einde van de middag, tegen de 30 graden. En we hebben een oliebol genuttigd – ja, echt waar – aan de kraam rechts op de foto. Ik ben bang dat ze heel wat bollen kunnen weggooien, uiteindelijk.
Oliebollendame stond er maar sneu hoog in haar kar de tragische leegte in te staren. Een stilstaande draaimolen voor haar neus.

kermis-in-vinkeveen

Wat dan echt het ergste is – dat zie je niet op zo’n foto – dat is de luide stem van Frans Duits. Die maakt de stilte oorverdovend! Een overweldigende triestigheid, maar nochtans kom ik bijna niet om de breedte van mijn glimlach heen.

Jason Bourne

jasonbourneHet was een eeuw geleden, dat ik naar de bioscoop was! Vast en zeker mijn ‘bioscooploze periode’-record verbroken, althans voor de laatste 15 jaar. Dat heb je met een relatief uithuizig leven. Heerlijk dus om gewoon in m’n uppie een blockbuster te gaan kijken in het Pathé-theater: Jason Bourne. Het vijfde deel van de Bourne-cyclus, met Matt Damon.

Natuurlijk is de rol Damon op de huid geschreven, met z’n introverte getergdheid. Weinig mensen hebben zo weinig woorden nodig. Maar mijn plezier zit veeleer in de andere rollen. Zowel de CIA-baas Tommy Lee Jones, die – zo zag ik net bij toeval op IMDB – juist vandaag 70 jaar oud is geworden. Hemel, wat gaan z’n oogwallen hangen zeg! Maar hij blijft die hem kenmerkende pseudo-nonchalance gecombineerd met een zekere contemplatieve treurigheid uitstralen. Er zit iets verzachtends in zijn blik en houding, ook als hij de meest verschrikkelijke dingen doet.
En dan is er een veel te jonge Zweedse actrice, Alicia Vikander, die de rijzende ster binnen de CIA speelt. Ze is 27. Dat kan eigenlijk niet. Maar het wordt ook weer beetje rechtgezet in de wijze waarop ze gepiepeld wordt door haar baas, Tommy Lee. Tot slot ook een heerlijke ‘baddy’-rol voor Vincent Cassel met z’n rare getekende kop.
Het einde van de film is een heerlijk verwachtingsvolle cliffhanger: ze heeft stoer gedaan met het uitnodigen van Jason, in de epiloog dus, om weer ‘back on the team’ te komen, als zij de baas zal zijn. Maar in de laatste shot hoort ze het door Jason in haar auto achtergelaten bandje met het afgeluisterde gesprek, waarin ze háár baas lijmt met de belofte, dat ze Jason af zal laten maken, als ze er niet in slaagt hem ‘back on the team’ te krijgen.
En direct daarna zet ‘Extreme Ways’ van Moby in. Prachtig!
Dat zesde deel komt er wel!

Verder, tja, eindeloos kat-en-muis spel met verbeten kijkende (geheim)agenten en langdurige achtervolgingen, in Athene, in Berlijn, in Londen en in Las Vegas. En, wat me altijd zo in de war brengt in verhouding tot ‘real life’: het gemak om binnen een paar minuten, vanuit het ‘intelligence’-lab in Langley, in te kunnen zoomen op de vierkante centimeters aan de andere kant van de wereld. Zulk niveau van controle en orgnisatie staat in schril contrast met de dagelijkse lulligheden van de échte leaders of the world, zoals bijvoorbeeld Clinton’s gestuntel met de communicatie rondom haar gezondheidsproblemen. Duidelijk dat de echte adviseurs zich niet kunnen meten met de adviseurs in de film!

Een 6.9 krijgt deze film. Het is misschien niet een overgetelijke topfilm, maar het is er wel eentje die het terugverdienen van de geïnvesteerde miljoenen (alleen al die honderden auto’s die verpletterd worden door de semi-tank in de straten van Las Vegas) met gemak zal realiseren. Goed vermaak!

“De kunst van het participeren”

(Het kan zijn dat Metro mij vertelt, dat ik ‘m weer van m’n weblog moet verwijderen, maar ik plaats ‘m eerst toch maar. Ik kwam deze column gisteren tegen in de Metro, las ‘m in de trein. Een onhutsend en tegelijkertijd erg mooi opgeschreven ‘eigen ervaringsverhaal’ over lelijke uitwassen van de ontwikkelingen rondom de zorg in Nederland. Geschreven door Belinda Chervet, met mijn complimenten aan haar.)

‘Je moet haar loslaten, je handen van haar aftrekken.’
De ‘haar’ in kwestie was ruim dertig jaar de vriendin van mijn vader. Hij overleed zeven jaar geleden.
Zij bleef achter; achtenzeventig jaar; geen kinderen; geen familie meer en in slechte gezondheid.
Ik ontfermde mij over haar.
Door haar extreem zorg vermijdende gedrag bleek dit een zware opgave. Voor zichzelf zorgen kon ze nauwelijks en toch weigerde ze categorisch alles wat haar aangeboden werd.
Een bezoek aan haar huisarts bracht zij niet en de huisarts niet aan haar.
Er is een vicieuze cirkel ontstaan waarin zij van spoedopname tot spoedopname leeft. Ze lappen haar op waar mogelijk en snel keert ze terug de verwaarlozing in.
Als haar contactpersoon ben ik er in zo’n spoedgeval snel bij; houd haar hand vast tot diep in de nacht; breng haar de nodige en onnodige spulletjes en kom trouw iedere dag op bezoek.
Zo ook toen ze onlangs met een ernstig verwaarloosde longontsteking weer op de SEH belandde. Standaardonderzoeken onthulde meer; borstkanker. Niettegenstaande was ze toch binnen een week weer thuis.
Tijdens een consult bij de oncoloog kwam de volledige diagnose niet als verrassing; door toedoen van haar slechte gezondheid is operatief verwijderen van de tumor niet mogelijk. Tevens zal haar lichaam na twee jaar resistent worden voor de huidige medicatie.

De arts vervolgde: ‘Zolang jij haar contactpersoon bent zal ze niet de juiste zorg krijgen. Stop met zorgen en verzorgen!’
Ze legde haar hand op de mijne als reactie op de traan die over mijn wang rolde.
‘U bedoelt dat ik haar moet laten creperen??’ Ik kijk opzij, naar ‘haar’. Ze glimlacht maar ik weet dat ze ons niet kan verstaan. Een hoopje ellende op een stoel.
‘Zolang er íemand naar haar om kijkt, doen ‘zij’ dat niet. Dát is de participatie maatschappij. De mantelzorgers raken zo volledig opgebrand.’
Vermoeid slaak ik een zucht en hoor de arts nog zeggen dat ze hoopt mij geholpen te hebben.
Ik breng ‘haar’ thuis en geef voor mijn vertrek een judas kus op haar wang.
Dan rijd ik naar Rotterdam om te zorgen voor mijn moeder met haar kakelverse prothese heup.
Nu, drie weken later; de huisarts, alle denkbare stichtingen, de GGD, zelfs de wijkagent hebben haar aan huis bezocht. Hun conclusie: haar toestand is verontrustend, zij kan niet meer zelfstandig wonen. Een zorgplan is opgesteld.

Dat is dus de kunst van het participeren… laten creperen.

Avontuur op de Waddenzee

’t Is alweer een ruime week terug, maar ‘k moet hier toch nog even aandacht schenken aan het verrassend avontuurtje dat we genoten als gevolg van een logistieke complexiteit.
Van het Into The Great Wide Open-weekend op Vlieland hebben we de gehele zaterdag niét meegemaakt, omdat we… op Schiermonnikoog werden verwacht: een uiterst aangename dag werd het: de uitgebreid gevierde 60e verjaardag van een goede vriend.

We vonden uit, dat we, ’s morgens met de eerste ferry afreizend van Vlieland, precies één minuut te laat zouden aankomen om de verjaarsdagsfeestferry op Lauwersoog naar Schiermonnikoog te kunnen halen. Shit!
Er restte ons 2 opties: veel te hard gaan jakkeren om de minuten in te halen, met alle risico’s van dien, of…. kiezen voor de watertaxi.
De watertaxi dus!

Was wel even doorbijten, want deze boot betaal je gewoon voor de boot, dus geen vast tarief per passagier. En als jíj degene bent die ‘m bestelt, dan moet je maar afwachten of er meer passagiers (om de kosten mee te delen) meegaan. Dat was mazzel: er bleken nog 2 passagiers. Overigens nog een leuk verhaal daarbij: het bleek om een vader & dochter te gaan. Dochter zát al op de boot naar Terschelling (bijeenkomst van haar Leidse studievereniging, stond te zwaaien naar haar vader op de wal, toen ze er achter kwam, dat ze dus op de verkeerde boot zat! Ze kon er nog nét af en kon zich vervolgens door haar vader naar Lauwersoog laten scheuren. Ze haalden het net.

Wij zagen inderdaad ‘onze ferry’ nog liggen in de haven, toen we op Lauwersoog arriveerden. Maar ja, we hadden de watertaxi natuurlijk allang besteld. Bovendien kun je nog steeds te laat komen; de auto moet ook nog geparkeerd worden. Dus even rustig een kop koffie bij Rieks (Schierzicht). En daarna ons bootje opgezocht

rescueboatWauw, dat is gaaf! Daar ligt een rubberspeedboat klaar! Er kunnen acht mensen mee. Ze zitten pal voor de kleine halfopen cabine alsof ze paard gaan rijden. Pas op dat moment dringt het tot me door, dat we een geweldige wadscheurtocht gaan maken! En ik voel me een jochie van 10. Gaaafffff!!!!

En zo gaat ’t ook! Bootje gaat de haven uit en daar gaan we de lucht in: de boot gaat zeker 20% hellen door de flinke vaart. De schipper ziet onze euforie en gaat speels wat bochtjes naar links en rechts maken. Echt nat worden we helemaal niet; het water spat van de boot weg.
Schiermonnikoog is natuurlijk verschrikkelijk dichtbij: we zijn er binnen ’t kwartier! Ook dát maakt het bezoeken van Schier zo anders dan Vlieland of Terschelling, waar je het gevoel hebt dat je echt ver weg de zee over gaat. We vertrekken meer dan een half uur later dan de ferry, maar leggen zo ongeveer tegelijkertijd aan bij de veerdam op Schier.

rescueboat2En vertellen ook weer euforisch de verjaarsgasten over onze scheurpartij, als zij iets later dan wij vanaf de ferry ons tegemoet komen lopen. Potdorie, wat was dit leuk!!

Als je gewoon met acht man bent en een mooi tochtje wilt maken, wel of niet enkel of retour naar Schier, dan is het potdorie ook helemaal niet veel duurder dan een ferryticket. Kijk maar op Beleef Lauwersoog! En je kunt ook prachtige tochten maken helemaal om Schier heen, over de Noordzee.

Overigens hadden we ook nog eens een geweldig fijne dag op Schier, waar ik al jaren niet was geweest! En de volgende morgen weer vroeg op. En met een paar paracetamolletjes tegen de kater weer terug naar het festival op Vlieland!

 

Auke Hulst – Kinderen van het Ruige Land

kinderen-van-het-ruige-land-auke-hulstBest lang geleden dat ik zó overweldigd ben door een roman als de afgelopen weken bij het lezen van Kinderen van het Ruige Land. De laatste 50 bladzijden merkte ik dat ik langzamer ging lezen, stukken teruglas, alleen maar om langer in het universum van Auke Hulst te blijven, in het verhaal van zijn jeugd.
Hoewel hij andere namen gebruikt voor zichzelf, zijn moeder, broer en zussen en ook voor de andere passanten tijdens zijn jeugd op het Ruige Land, is het verhaal strikt autobiografisch. Het Ruige Land bevindt zich dichtbij Slochteren en het behelst een gebied dat ik nogal goed ken, omdat ik er een vijftal jaren vlakbij heb gewoond. Nog wat verder ingezoomd is het Ruige Land een stuk bos in het grasland ietsje ten westen van Slochteren, dichtbij het Slochterdiep. Het buurtschap heet in het echt Denemarken en bestaat uit slechts enige boerderijen en huizen.

Auke is Kai in het boek en hij vertelt het verhaal van de vier kinderen die zichzelf aan het opvoeden zijn. Vader is plots overleden, de kinderen waren nog klein, en moeder maakt er daarna nogal een zooitje van, niet in staat zijnde de kinderen “normaal” op te voeden. De emoties schieten naar tegenovergestelde uitersten bínnen termen van enkelvoudige gebeurtenissen: ze worden aan het lot overgelaten én ze zijn koning in hun eigen koninkrijk. Gedurende een nogal bepalende zomer geldt enerzijds, dat mama altijd in de kroeg is en haar kinderen (tussen 6 en 15 jaar oud) totaal verwaarloost en tegelijkertijd dat ze de matrassen uit het huis slepen en in het bos onder de sterren slapen en verstoppertje doen. Paradijs is hel en hel is paradijs.
Maar ondertussen gaat het natuurlijk verschrikkelijk de verkeerde kant op. Het huis wordt een zwijnenstal. Ze eten pizza’s, die ze in een koekenpan klaarmaken, want de oven doet het ook niet. En Kai laat zich helemaal verdwijnen in de boeken die hij leest. Als 12-jarige al literatuur en heel veel science fiction. Extreem escapisme dus. Z’n oudere broer verdrinkt in lethargie. Z’n zussen raken totaal verloren, vooral de oudste (met wie het ook later totaal niet goed lijkt te zijn gekomen).

Maar het boek leest ab-so-luut niet als een deprimerend verhaal. Auke Hulst zit boordevol ironie en betrokken-afstandelijk beschouwende observaties, die op zichzelf al op-en-top het lezen van dit verhaal waardevol maken. Hij neemt je gewoon helemaal mee zijn jeugd in en ik maak voor het eerst mee, dat een jeugd die zich zelfs aanmerkelijk láter afspeelde dan die van mijzelf, aanvoelt als een ‘geschiedenis’, een kleurrijke ‘andere tijd’, met historische referenties naar vooral de 2e helft van de jaren tachtig (Hulst is geboren in 1975).

Het laatste hoofdstuk speelt zich wat later af, wanneer Kai als 23-jarige zijn moeder gaat ‘redden’. Die heeft zich totáál losgezongen van alle verantwoordelijkheden, zwerft ergens rond in Zuid-Frankrijk, maar ondertussen laat ze haar zoon voelen, dat ze nooit in de wereld van haar kinderen kan stappen: ze vindt dat ze het best goed gedaan heeft. Hulst brengt haar dan zó erg ineens naar een bijna full-character, dat je zowat nog gaat geloven, dat de kinderen zich een deel van de ellende maar hebben ingebeeld. Tegelijkertijd krijgt daardoor juist de compassie totaal vorm en ga je je bijna schamen, als lezer, dat je nog zoveel ‘paradijs’ hebt voorgesteld door het verhaal heen en dat je het boek stiekem een beetje als ‘avonturenverhaal’ hebt gelezen, terwijl het natuurlijk een literair geschreven gezinsdrama betreft.

Hier nog een paar prachtige zinnen uit het boek:

(blz. 110)
“….maar pas toen hij een stapel science fiction had meegenomen gebeurde er iets in zijn hoofd. Hij had de loszittende plank in de schutting ontdekt, het gat in het hekwerk, klein genoeg om tegen de omgeving weg te vallen, groot genoeg om je doorheen te kunnen wurmen. Daarachter lag een uitgestrektheid die van hem alleen was.”

(blz. 129)
“Kai had altijd van die merkwaardige ideeën. Maar ideeën waren op hun leeftijd het enige wat ze werkelijk konden bezitten en controleren, en het eerste waar volwassenen afstand van moesten doen om te kunnen bestaan. Daarom waren volwassenen jaloers op kinderen. Daarom voerden ze oorlog tegen hen. De strijd zouden kinderen onvermijdelijk verliezen.”

(blz. 168)
[Kai weet niet of hij zijn te vroeg overleden vader nu mist of dat hij ‘bevrijd is’ van de invloed van zo’n vader] “Hij had het gevoel dat hij ergens aan was ontkomen: de stroperige angst voor iemand die thuis was of nog moest komen. Hij had nooit opnieuw en opnieuw de auto moeten wassen omdat er helicopterzaad op was neergedaald. Hij had niet zijn grote mond hoeven houden of een hand op zijn bol gevoeld die zo ruw was dat het leek alsof zijn hoofd als een peertje uit de fitting zou worden gedraaid. Harde liefde. Hij geloofde niet dat zijn vader zo’n vader had kunnen worden – en toch, zeker weten zou hij het nooit.”

NB: je kunt ook nog een aflevering van ‘De Wandeling’ online bekijken, waarin Auke Hulst geïnterviewd wordt over zijn jeugd en over het boek.

 

Song van de week (68) Rag’n Bone Man – Human