Murals Planetenweg Amsterdam

davVoor werkafspraken ben ik het laatste jaar regelmatig op bezoek geweest in een flat aan de Planetenweg in Amsterdam-Oost, vlak tegenover het Volkshotel aan de Wibautstraat. De flats zijn netjes opgeknapt en het buurtje is een saai maar best aantrekkelijk rustig woonbuurtje vlakbij centrum Amsterdam. Maar wat ze er nu hebben gedaan, dat is werkelijk fantastisch: de beide hoge zijkanten van de vijf flatgebouwen zijn voorzien (10 stuks dus) van prachtige muurschilderingen. Nee, niet zomaar wat afbeeldingen, maar echt ongelooflijk mooie schilderijen zijn aangebracht op de muren. davPotdorie, deze locatie wordt straks opgenomen in stadstochten. Tenminste, wat deden wij in september 2017 tijdens een weekendje in Gdanks? We namen de fiets om in een verre buitenwijk naar zulke muurschilderingen te gaan kijken. En kijk ook achter deze link. Op dit weblog toen natuurlijk ook aandacht aan geschonken.

Maar goed, nu over deze splinternieuwe in Amsterdam. Je kunt op deze website de schilderingen goed bekijken. Maar dus: ga er gewoon naartoe zeg: kwartiertje fietsen van vanaf Amsterdam CS en maar vijf minuten vanaf Amsterdam Amstel!dav

 

Advertenties

Stadspark Live – Groningen

digEen nieuw festival in Groningen: Stadspark Live. In het Stadspark dus, op de drafbaan, waar ook het Bevrijdingsfestival altijd wordt gevierd. In januari hadden we de kaartjes al gekocht, getriggerd door de komst van Anouk en Sting.
Ik ben doorgaans niet zo van de (grote) festivals. Daarop is Into The Great Wide Open de uitzondering op de regel. Maar dat is dan ook ‘hors categorie’, domweg niet vergelijkbaar met … uhh,… festivals. Whatever.

Kort voor het festival vernamen we, dat je er tussendoor niet af mag. Van het festivalterrein, bedoel ik. Het duurt van 13 tot 23 uur en in die tussentijd ben je ‘opgesloten’. Echt stom, dat je niet een bandje of stempel krijgt. Nu ben je ook veroordeeld al het festivalvoer te eten en daarvoor uren in de rij te staan. Wat dus ook gebeurde.
Maar ik wil niet kniesoren. Hoe was het feest?

Gedurende de middag – ik was er vanaf 15.30 uur – had het voor mij de sfeer van een mega-picknick met (te) luide achtergrondmuziek. Later kon ik me vergewissen van het oneerlijke karakter van zo’n kwalificatie. En, erger nog: trok ik het mezelf aan, dat ik ook zo’n festivalfiguur was, die nauwelijks om de muziek maalde, met z’n rug naar de op dat moment spelende band. Je kúnt ook de muziek niet beoordelen, als je gewoon staat te kletsen en door al het gewauwel geen oor voor de muziek zelf kunt hebben. Zo luisterde ik naar Tom Odell, met een scheef oor, zogezegd. Niet eerlijk om je dan te uiten over hoe goed dit optreden was.

Dit gold net zo goed voor The Specials, al durf ik wel te schrijven, dat ik er domweg maar weinig mee heb. En er enigszins een bevestiging in ervoer over ‘sneue nostalgie van grijsaards met jeugdsentimenten’. Ik zat die toen ook al een beetje te projecteren op het finale concert van deze dag: Sting, later op de avond.

Maar om half acht gingen we om toch met aandacht te kunnen luisteren, zo’n 100 meter naar voren, richting podium, voor Anouk. Anouk nog nooit live gezien. Haar CD’s doorgaans wel redelijk goed beluisterd. Altijd wel een aantal prachtige songs, die ik nog wel beluister. Maar of je me nu als een ‘fan’ kunt betitelen?? Niet echt. Bovendien altijd de nodige reserves bij haar ‘presence’ op TV, als jurylid van zo’n talentenshow.
Stadspark Live met AnoukEn wat gebeurde? Ik was helemaal ondersteboven van Anouk! Haar uitstraling is geweldig, haar stem magistraal, haar songs nóg mooier dan op de plaat! En ze heeft precies het juiste contact met het publiek, waardoor 20.000 mensen echt voelen, dat ze óns haar allerbeste Anouk schenkt, zelf ook uit haar dak gaat! Wat een héérlijk uur was dit! Ik was er ontdaan en enigszins emotioneel van. Alleen al dit concert maakte het bezoeken van dit festival ‘worth while’.

Om half tien was daar Sting. Ook voor Sting ben ik naar voren gegaan. Ook al zou ik niet zomaar een ticket voor een concert van Sting gekocht hebben, nu ik ‘m hier zie, wil ik het graag écht beleven en niet als ‘behang’. Mijn hemel, wat ziet deze man er geweldig uit zeg! Hij is 67 jaar, maar toont een krachtige semi-sixpack onder z’n zwarte t-shirt. De sex appeal van een jeugdige Sean Connery. Ook Sting communiceert met het publiek, er is niks blasé aan z’n uitstraling, hij heeft er heel veel plezier in, ook al is er verdomd weinig origineel aan zo’n all-time-wereldhits-optreden. En hij heeft een band om zich heen met allemaal muzikanten die z’n kinderen konden zijn. Het feit dat hij er ook met z’n basgitaar domweg onderdeel van is, telt ook mee. Ook nog met een fijne gospelachtige achtergrondzangeres.
En zo heb ik ook met dit concert een geweldige belevenis bijgewoond.
Echt, iedereen was laaiend enthousiast over deze avond. De middag was een zonnige opwarmer, met veel bier, gezelligheid en hapjes, waarop dan wel véél te lang gewacht moest worden.
Vandaag zie ik allemaal positieve verhalen op internet over dit festival. Moet wel heel raar lopen, willen ze dit niet in 2020 een vervolg geven.

Otmar’s Zonen – Peter Buwalda

otmars zonenMede dankzij het deels samenvallen van het lezen van Otmar’s Zonen met een heerlijke vakantieweek in Griekenland had ik dit boek van 600 bladzijden binnen 2 weken uit. En ik heb ervan genoten. Nog niet zoveel als van Grand Hotel Europa, maar het kwam erbij in de buurt. Ik doorzie overigens wel, dat dit boek misschien wel een stuk ‘moeilijker’ is, vanuit het schrijversperspectief. En wat ook meetelt: het is nog niet klaar. Het is het eerste deel van een trilogie, en heeft nog veel onafgeronde verhaallijnen. Dat vraagt naar meer, alsof je een seizoen van een serie hebt gezien en halsreikend uitkijkt naar het volgende seizoen.

Zoals ik in meerdere recensies al las: meer nog dan om het ‘wat’, is het ‘hoe’ in Peter Buwalda’s tweede roman, waar al jaren op werd gewacht, belangrijk. Het is domweg heerlijk om te lezen. Buwalda’s beschrijvingen zijn prachtig, vrijpostig, origineel, treffend, kleurrijk. Het is een genot om zulke mooie zinnen te lezen. En dan is-ie nog helemaal niet zó erg van de analogieën en spitse vergelijkingen (**).
Na elke zin kun je afslaan van nu naar toen, van hier naar daar, van hem naar haar. En toch verwart het niet; je weet altijd waar je je bevindt. En zo heb je 600 bladzijden achter de rug, ben je op Sachalin, in Lagos, in Londen en in Moskou geweest. Soms tientallen bladzijden op één avond, soms vliegend door een jeugd van jaren. Je zou bijna aan Inception gaan denken.
On top of it all is het leren kennen van de krachtige personages ook al een avontuur, waarin je wordt heen en weer geslingerd tussen anti- en sympathieën. Er lijkt één constante: het zwart neerzetten van de Shell-CEO, maar zelfs dié gaat op de laatste bladzijden, als een soort van ‘cliffhanger’ nog over de kop: wat gaat er straks in het 2e deel een tegengestelde draai krijgen?

Sardonisch, ironisch, cynisch, ontmaskerend, villein, alle karaktertekeningen vliegen in zwierige taalspiegels van het papier; alles heeft altijd meer kanten. En alle kanten komen aan bod. Ja, de titel, die vind ik nog wat moeilijk om te doorgronden. Het is niet zo dat beide zonen van Otmar de hoofdpersonen zijn in het verhaal. Waarschijnlijk verwijst deze titel, vermoed ik althans, alvast naar het vervolg van deze trilogie.
Ik hoop wel, dat deel 2 al het komend jaar uit zal komen. Naar analogie van de tv-serie (Netflix en zo): het moet niet jaren duren, voor het vervolg er is. Ik kijk er naar uit.

** Vooruit, eentje dan, een heerlijke: wat is een ouwehoer?::
“… dit is zo’n ouwehoer die als je hem vraagt waar de plees zijn eerst eens op z’n gemak de ontdekking van het porselein behandelt, hoe Marco Polo de vroegste pisbakken op zijn olifant naar Europa bracht, waarna de befaamde Sphinx-fabriek er duizend jaar later als de kippen bij is. Ondertussen sta jij in je broek te zeiken.” (blz. 85)

Shelf cloud

shelfcloud

Hier word ik beetje jaloers van. Jochen Parentar Mertens werd vanmorgen 6.40 wakker en maakt in de buurt van Sas van Gent deze foto. Er zijn meer mooie foto’s van deze prachtige donderwolken te zien, online.
Maar hier in Groningen….. weer niks! Als de wolken uit het zuidwesten hier komen, zijn ze inmiddels zo goed als leeggeregend. Dat is de hele maand al zo.

Terug in Athene

Geen tijd meer genomen voor baantjes trekken in ons zwembad. We zijn onze spullen gaan pakken, smeerden de broodjes voor in de auto en vertrokken om acht uur richting Athene. Anderhalf uur op rustige (snel)wegen de Peloponnesos uit. Nu met een bewuste overdag-oversteek van het Kanaal van Korinthe, dat er ook vanaf de snelweg spectaculair uitziet. Ook de stad in was het rustig, om rond half tien parkeerden we de auto in een oude stadswijk net noordelijk van Psiri. Ik had een AirBnB-adresje geboekt, waarbij ik me ervan kon vergewissen, dat het centrum op loopafstand is. Een adresje voor nog geen €20. Echt ongehoord goedkoop. Ik dacht alleen maar: we hebben alleen een bed nodig.
We konden in een lege winkelruimte onder onze kamer alvast onze spullen droppen en wandelden de nog stille stad in.
Ik was hier dus een goed half jaar geleden ook al voor een lang weekend, toen met oudste dochter. Mijn beleving werd nu ook door vriendin gereflecteerd: tjeempie, wat een rommelige, smoezelige stad is dit! Je waant je terug in een Nederlandse stad in de jaren tachtig. Heel veel onbewoonde en/of onbewoonbare oude huizen. De bomen groeien soms op de ruïnes. Nee, niet ruïnes van ‘oud-Athene’, gewoon ruïnes van in de steek gelaten 19e en 20e eeuwse bebouwing. Echt geen gezicht, soms staat ‘goed onderhouden’ pal naast ‘niet-onderhouden’. En overal graffiti op de muren, op de winkelluiken. Soms mooi, soms heel lelijk. Maar tegelijkertijd ontkom ik er ook niet aan, enige ‘romantiek’ in het onopgeruimde te wanen.
Na een klein kwartiertje op Monasteraki aangekomen. Daar herkennen we het toerisme. Hier zijn de koffie- en ontbijttentjes open en eet een drinkt men ook op zondagmorgen al op straat. Het is voor de Grieken nu Pinksteren (een week later dan bij ons).  Veel Grieken zijn de stad uit. De toeristen hebben Athene helemaal voor zichzelf vandaag! 😉
dav

Een paar koppen koffie eerst, en dan wandelen we de stad in. We hebben geen boekje of kaart bij ons, maar het is niet zo moeilijk voor mij om te gidsen. Het meeste zit nog netjes in m’n hoofd. En er is sprake van enige heldere oriëntatiepunten. Links zie je Lycabettusheuvel, waarbovenop de kapel. Je kunt er met een ‘funicolar’ naar boven – hebben we niet gedaan. Rechts ligt de Akropolis de horizon te bepalen. We zijn hier één dag. Het plan is domweg om de stad te doorkruisen, lopend; de hoogtepunten te bekijken en verder terrassen te frequenteren. Het wordt een erg warme dag, 35 graden, maar daar hebben we uiteindelijk niet veel last van.dav

We wandelen langs de Romeinse Agora en de bibliotheek van Hadrianus richting de Akropolis-berg en gaan daar de berg op, eerst de ‘view’ vanaf de Areopagus-heuvel op de Griekse Agora, waar Paulus zijn christianisering gestalte gaf, op en dan richting de entree voor Akropolis. Oei, het is wel even wat drukker dan in november. Mèn, wat een toeristenbende is het hier! Het is nog niet eens zo erg, dat er ‘zoveel mensen’ zijn, het is nog eerder de samenstelling van deze groep mensen, die me een wat onbestemd gevoel geeft. Er zijn heel veel mensen uit Oost-Azië bij. Grote groepen drommen samen om een gids heen. Gidsen in veel verschillende talen. davEén dame presenteerde zich aan ons als gids en schakelde zomaar naar het Nederlands, toen ze erachter kwam, waar wij vandaan komen. We hebben het er bij gelaten; wandelen liever zomaar rond, waarbij ik op grond van m’n eigen redelijk recente kennis nog een minimaal gehalte aan gidszijn kon manifesteren.
Het is en blijft erg indrukwekkend om hier te zijn, dit allemaal te bekijken.

Een uurtje later lopen we langs de andere kant langs het Akropolis-museum en gaan richting Anafiotika, het verstilde ‘dorpje’ pal onder de Akropolis. Dit was voor ons (voor davmij en dochter) één van de hoogtepunten, november vorig jaar. Pal boven de Plaka-wijk, dé toeristenwijk, klim je wat straatjes op en waan je je ineens in ‘ver weg-Griekenland’. Stille straatjes, waar trappen omhoog gaan, heel smal, langs de huizen, kriskras. Je kunt bijna verdwalen hier. Witte huisjes, sinasappelboompjes op de binnenplaatsen, blauwe kozijnen. En dan ineens weer een doorzicht naar ‘beneden’, naar de dieper gelegen stad en de Lycabettusheuvel daarachter.
Dit is een heel bijzondere toeristische attractie. Stelletjes staan hier stil en maken romantische foto’s. En de stelletjes vragen elkaar of ze een foto willen maken, wederzijds, van elkaar.

Het is ongelooflijk fijn om hier rond te lopen, maar grappig genoeg denken nét genoeg mensen dit: de meute laat Anafiotika links liggen. En dat is maar goed ook. Zouden hier meer mensen komen, dan was ’t in één keer weer verpest. Nu is het nog een woondorpje, een oase, op een heel bijzondere plek. Het kán eigenlijk bijna niet, maar het is toch zo. Het is werkelijk maar vijf minuten lopen van de winkelstraten in Plaka, waar we – we merken het direct daarna – toch alweer een Kalverstraat-situatie meemaken, al is het nu zondagmorgen dus valt het nog enigszins mee met de feitelijke drukte.

We pakken een tafeltje op straat, pal onder Anafiotika, en gaan wat lekkers lunchen, bier en wijn erbij.
digDaarna een flinke wandeltocht, langs de Poort van Hadrianus, de temple van Zeus, het oude Olympische Stadion en dan gaan we kijken bij de Evzones, die merkwaardig verklede soldaten, die de ‘garde’ zijn bij het presidentieel paleis. Hier kun je mooi stil staan kijken naar deze traditie, die je onwillekeurig toch in een lacherige stemming brengt.
davAls we verderop lopen, achter het parlement langs, zien we dat de wisseling van de wacht voor de Evzones bij het parlement zelf aanstaande is. Ze vertrekken, met z’n drieën, met hun rare stapjes (een combinatie tussen Monty Python’s Funny Walks en een Sovjetmars-stijl, maar iets minder ‘streng’, wat natuurlijk ook logisch is gezien hoe ‘onmannelijk’ ze eruit zien) langs het uitgebreide parlementcomplex naar de voorkant van het parlement. Dat is de plek die de meeste toeristen nemen om de Evzones te bekijken en zeer veelvuldig te fotograferen. We lopen met ze mee. Ze zijn erg onverstoord aan het paraderen, begeleid door een paar ‘echte soldaten’.

We zagen ondertussen dat er een prachtige foto-expositie is, op de gietijzeren hekken langs het parlementsgebouw. davDaar gaan we, na de Evzones wisseling-van-de-wacht te hebben aanschouwd, nog even naar terug. Heel bijzondere foto’s, heel groot afgedrukt, van wereldwijd aansprekende momenten en gebeurtenissen, soms persoonlijk en klein, soms groots, soms triest, soms vrolijk (iets over opzoeken op internet).

We zijn dan al aan de 15.000 stappen, zo vertelt onze intelligente telefoonn (het worden er uiteindelijk 23.000!). En zo voelt het ook aan de voeten. We wandelen een stukje de Ermou-winkelstraat af, gaan wat drinken op een terras bij de kathedraal van Athene en wandelen daarna weer kriskras terug richting Monasteraki, waar we nog een half uurtje langs de ‘flea market’, die helemaal geen vlooienmarkt is, wandelen. Honderd procent massatoerisme hier.
Athene is verre van een mooie stad. Het is wel heel indrukwekkend, die her en der verspreide tekenen van een verre geschiedenis, de tientallen kleine byzantijnse kerkjes en kapelletjes, van weer een heel andere tijd, en de lelijke 19e en 20e eeuwse bebouwing. En de typisch Griekse rommeligheid, die soms eerder aan een Afrikaanse dan aan een Europese stad doet denken.

sdrOm zeven uur zijn we bij het restaurantje Klimataria, waar ik in november twee heerlijke avonden beleefde met mooie live-muziek. Deze muziek is de oude blues van Griekenland, de rembetiko. De stoelen en de microfoons staan klaar. Het is een heerlijk sfeervol restaurantje, een soort van binnentuin met planten die langs het glazen plafond groeien. ‘Wanneer komt de muziek’ vragen we, als we al aan de wijn zitten. ‘O nee, vandaag is er geen live-muziek’ krijgen we dan te horen. Wat een teleurstelling!!

Als we om half tien bij ons AirBnB-adresje aankomen, nemen we de nette kleine kamer in ogenschouw, zetten de koffers weg, en pakken nog even de auto om te gaan kijken naar de Akropolis bij kunstlicht. Dit was in november één van de bijzonderste momenten: ineens de ruïnes bovenop de berg te zien, vol in het licht. Een bizarre combinatie van ‘oud’ en bijna futuristisch. Het leek mij mooi om het exact op die plek (bij Iraklidon) weer te gaan bekijken.
digDaar aangekomen was de entourage geheel anders dan in november: het is een uitgaansgebied met veel restaurants en heel veel grote terrassen. Veel geflaneer nu, op een mooie zondagavond in juni. Het was hier heel stil in november. Maar de Akropolis lag er nu nóg mooier het decor te zijn, met ook nog een volle maan erboven.

Maandagmorgen vroeg nog een ontbijtje om de hoek bij ons BnB-adresje. We gaven de zak met 2 kilo citroenen, cadeautje van Christina, vers geplukt uit de tuin rondom ons zwembad, weg aan de dame van het ontbijtcafeetje. Onze koffers waren al op het maximale gewicht.
En zo de dagreis naar huis aangevangen. Op het vliegveld en tijdens de vlucht lekker doorgelezen in Otmar’s Zonen. ’s Avonds een heerlijke paella bij vrienden; da’s nog eens een thuiskomst!

Peloponnesos (3)

Morgenochtend afreizen, vanaf Agios Adrianos, bij Nafplio. De zes volle dagen op de Peloponnesos zitten er alweer op. Nog een dagje Athene en dan overmorgenochtend het vliegtuig weer in. Maar wederom twee volle dagen om het een en ander over op te tekenen.sdr

Gisteren, vrijdag, zou dan toch wél de relax-dag worden. En dat werd ’t ook. In de ochtend wel drie keer m’n reeks baantjes getrokken, tussen de duikende zwaluwen. En sinaasappels geplukt. En redelijk eindeloos gelezen in Otmar’s Zonen. dig
Op zich leek het een beetje een ‘bummer’, dit Villa Christina, maar we zijn er toch redelijk gesteld op geraakt. Het is een prachtig mooi plekje, waar we gisteravond ook weer vol bewondering de zonsondergang over de bergen, de baai en de stad roder en roder zagen worden. De rode gloed weerkaatste prachtig in het privézwembad.

Maar na de middag zijn we weer naar Kandia gereden, naar het fijne beach resort. Het was er nu nog ietsje bevolkter, maar dan ter verhoging van de gezelligheid, niet de drukte. Ook daar heerlijk zitten en liggen lezen en de nodige Griekse versnapering in en Mythos-biertjes erbij.
Direct vanaf daar, aan het einde van de middag naar Nafplio gereden en weer door ’t stadje gezworven. Het is wel een stadje dat in je vezels kruipt, een stadje dat je in zich opneemt. Het valt ons op dat de Grieken écht erg vriendelijk en toeschietelijk zijn. En eten en drinken zijn werkelijk erg goedkoop. Een goeie maaltijd voor een euro of acht. En een halve liter witte wijn in een kruikje voor drie euro vijftig.

Vanmorgen rustig ontbeten, nog m’n ochtendbaantjes getrokken, sinaasappelsap van net geplukte sinaasappels geperst, en daarna de auto in voor een dagtocht naar Poros. Poros is een eilandje dat aan de zuidoostkant van het Argolis-schiereiland ligt. We reden dus eerst weer naar ‘de andere kant’, oostwaarts, voorbij Epidauros, en dan naar het zuiden langs de kust. Daar zie je in de verte het eiland Egina liggen en daarachter in de verte de bebouwing van Piraeus en Athene. Over de weg is Athene dan nog zo’n 130 kilometer, maar toch zie je ’t heel in de verte liggen. Naar het zuiden het schiereiland Methana (een dik eiland, maar met een heel klein stukje land toch met Peloponnesos verbonden). De weg kronkelt langs de bergwand boven de zee.sdr
Bij Trizinia gaan we er even af. Daar is bewegwijzering naar ‘Devil’s bridge’. Niks over gelezen verder en we zijn er ook niet helemaal naartoe gereden; leek ons te onzeker (hoe ver haalt de auto het over de grintbergweggetjes? Hoe ver moet je dan nog lopen?), maar we kwamen wel uit bij een heel oud klein kerkje, waarbij een ‘klooster’ met één non. Het was juist de afgelopen jaren helemaal opgeknapt, dit romantisch verblijfje (o, welke ironie..) op de berghelling, met een heerlijk kneuterig pleintje, waar juist wat oude mannetjes en dametjes aan de koffie met een bijzonder gerechtje van noten, pinda’s, mais en nog wat waren. davDe oude non, in een soort van zwarte burka, schonk ons koffie in en liet ons proeven van de versnapering. De oude orthodoxe priester vroeg of we ’t niet even wilde filmen als hij de klokken ging luiden. Ha, de broer van de oude priester heet ook Niko (nou ja, Nikos). Dat schept een band.

We rijden verder naar het zuiden en zien al gauw het eiland Poros liggen, met aan onze kant ervan het stadje Poros, dat de heuvel op ligt met bovenaan een mooie klokkentoren. Eigenlijk bestaat Poros uit twee eilanden, die met een brug zijn verbonden. In Galatas, het tegenover-dorpje, nemen we een klein bootje naar de overkant, da’s een 250 meter oversteek. Bootje kost één euro per persoon. Het systeem is, dat je nooit langer dan 10 minuten hoeft te wachten; vol of niet vol, dan vertrekt-ie. Voor auto’s is er ook een kleine ferry, maar het voetvolk neemt zo’n bootje. In de smalle doorgang liggen veel bootjes en boten voor anker. Vissersbootjes zijn er; vissers druk met het verzorgen van hun netten, maar ook schepen die je eerder in Monte Carlo zou verwachten.dig

Aan de overkant dwalen we door de straatjes de heuvel op. Het zijn ook meest trapstraatjes, die bergop gaan. Het doelt wel typisch Grieks aan. Druk is het niet. Helemaal niet. Wel heet. Fenny koopt nog een fraai jurkje in een boetiekje. We komen bij de klokkentoren uit en kijken naar beneden over het witte stadje, de baai, Galatas aan de overkant en daarachter de bergen van de Argolis.dav

Er rijdt een busje, gratis, rond het kleine eiland, het eerste deel, waarop het stadje Poros ligt. We stappen erin en gaan er aan de andere kant, waar de brug is naar het grotere eiland, weer uit. Daar nemen we een taxi naar een aanbevolen strandje, onderaan bij een mooi oud wit klooster.
Daar is het best druk, zijn alle strandligbedden bezet en gaan we even in de wacht, wat gelukkig maar een kwartiertje duurt. En zo komen er een paar absolute strandweldaaduren. Ik ben niet eens in het water geweest (en netjes onder de parasol gebleven). Heb heerlijk uren liggen lezen en glimlachend de totale vakantie-relax-modus ervaren. Dit is een omgeving die verder niet of nauwelijks verpest is. Eén keer zie ik een ski-jet op het water; die komt natuurlijk bij zo’n ‘jacht van een miljoen’ vandaan dat verderop in zee ligt. davVerder is hier totaal geen aanmatigend sfeertje. Gemoedelijk en relaxt. Dat de mensen van dit beach resort bij je ligbed langs komen om te vragen wat je wilt drinken, dat vind ik al hééél luxe!

Later zijn we terug in het stadje op een terras bij het water en kijken op de telefoon naar het Nederlands dameselftal dat Kameroen verslaat op de WK.

sdrWe nemen om ’n uur of zes het bootje terug en rijden de weg weer langs de bergen, nu noordwaarts, kopen nog een pot Peloponnesos-honing langs de weg, kijken een paar maal langs de weg uit over de Saronische Golf met steeds mooier wordend avondlicht, en steken dan het Argolis-schiereiland weer over naar Nafplio, waar we nog een laatste maal het stadje in gaan voor een maaltijd op een terrasje.dav

Om half tien is het nog vroeg genoeg voor twee keer 10 baantjes in m’n zwembad. Juist nu zijn er voor het eerst andere gasten, dus hebben we ’t zwembad voor ’t eerst niet alleen voor onszelf.

Inmiddels alvast de koffer gepakt. Morgenochtend vroeg richting Athene!

Peloponnesos (2)

Donderdagavond, na vier hele dagen de pen weer opgepakt.
Gistermorgen, woensdagmorgen, na fijne start aan het zwembad – ik ontwikkel de gewoonte om standaard 10 baantjes te trekken als ik in ’t water duik – en enige hoofdstukken in Otmar’s Zonen (Peter Buwalda) hebben we de auto gepakt en zijn naar Nafplio gereden: woensdag marktdag in Nafplio.
Eerst weer even bij ons ontbijttentje een koffie met wat lekkers. Nu namen we een ‘frappe’ – iedereen loopt ermee op straat hier – , da’s een soort van ijscappuccino. Heerlijk.sdr
De markt was sfeervol van zichzelf. Niet zozeer iets speciaals, al zitten er weer heerlijk authentieke oude rimpeldametjes en rimpelheertjes achter de groente en het fruit. En ik scoorde potdorie 3 korte spijkerbroeken voor dertig euri, bij elkaar! Een pot lekkere honing van de imker, verse kersen en olijven.

Na de markt hebben we de auto gepakt en zijn naar Mycene gereden, 25 kilometer landinwaarts. Wat is een beschaving en wat is er geen? davIk heb daar niet zoveel definiërends bij, maar het zij gezegd: Mycene was een hele vroege Europese beschaving. Wat je hier aantreft, dat gaat weer zo’n duizend jaar vérder terug dan de Atheense hoogtijdagen. Dus toen Homerus schreef over Agamemnon en z’n maatjes, en over Paris in Troje, toen schreef hij al over geschiedenissen die toen al duizend jaar oud waren. Om e.e.a. maar even in perspectief te zien.
Je moet je van deze dingen vergewissen om meer ‘tekening’ te krijgen bij wat je aanschouwt. En ik verlang weer terug naar de visualiserende doorzichtjes zoals ik ze nog heb van Pompeï, waar je op kunt zien hoe het nu is en, met een transparantje erover, waarop je ziet hoe het er – ooit – uit moet hebben gezien. Ik krijg daar nu geen beeld van en dat maakt het lastig, want alles blijft zo, ach… Jongen, doe wat met je verbeelding!dav
Het is erg warm, er zijn dikke bussen vol met Oost-Aziatische toeristen, maar écht druk is het natuurlijk (gelukkig) niet, het is nog geen hoogseizoen. Ze staan wel continu in het beeld van je camera met hun kekke zonnehoedjes. We klimmen de resten van de burcht op en ik lees de verhalen uit onze gids voor. In de verte zien we de oude burcht boven Argos en nog wat verder, net nog in het zicht achter een bergrug, de contouren van Nafplio met de burchtheuvels erboven. En de uitloper van de Egeïsche Zee, tussen de vinger-schiereilanden van de zuidelijke Peloponnesos. Vroeger moet de zee een stuk verder landinwaarts zijn geweest, dus lag Mycene veel dichter bij zee. We vergaten zowaar nog te gaan kijken bij het koepelgraf van Atreus, maar maakten dat de volgende morgen nog goed (zie verderop).
In het museum bij Mycene vind je veel potten, pannen en oorlogstuig terug. Er is veel tevoorschijn gekomen uit de grote graven, in de 19e eeuw door amateurarcheoloog Schliemann ontdekt. Hij dacht met een prachtig bronzen masker het gelaat van Agamemnon zelf te pakken te hebben, maar helaas: dit masker was zelfs nog tweehonderd jaar óuder dan Agamemnon!

We reden weer terug richting Nafplio en passeerden een groot fabrieksgebouw met antiek en expositie. Er was op dat moment verder niemand en de eigenaar begroette ons hartelijk, liet ons alles zien, inclusief het deel met heel veel antieke megakruiken, dat binnenkort als museum open gaat. Hij maakte zelf ook van alles, vooral keramiek, maar ook prachtige tafels van oude deuren. Ook maakte hij mooie sier met een Hollandse vriend van ‘m: Hans Dagelet. Een ijdel mannetje, maar hij kan en mag zich ergens op voorstaan, de paradijsvogel.

davZo komen we op het heetst van de dag bij de oude burcht van Tiryns. Ook hier gaat het terug tot zo’n 1400 jaar voor Christus. Een megabouwwerk. Het heeft hier maar een paar honderd jaar geduurd; zo rond 1200 voor Christus was het alweer voorbij met de hoogtij. Er is veel oorlog gevoerd hier. Natuurlijk wisten de Spartanen, ook van hier uit de buurt, nogal van strijd leveren.
De muren in het oude Tiryns waren megadik, tot wel 7 meter! Allemaal stenen van 10.000 kilo per stuk opgestapeld. Zoals dat gaat: iedereen naar Epidauros en Mycene en bij zo’n opgraving als die van Tiryns ben je helemaal alleen. We passeren ook nog Ireo, waar ons boekje van vertelt, dat het de moeite waard is en ‘dat er nooit iemand naartoe gaat’. Ik snap ’t allemaal wel, heb zelf ook de nodige moeite om de diepte in te duiken; beperk me ook te veel tot de oppervlakkige verhalen. (Ik heb nog steeds een boek met alle Griekse mythen en sagen, ik heb ’t al 30 jaar. Zou het áltijd nog eens goed gaan lezen, maar het is er nog steeds niet van gekomen..)

Einde van de middag waren we weer thuis en hebben ons weer geïnstalleerd bij het zwembad, om te lezen en te badderen. Nu verblijft de dochter van Christina hier in het huis, samen met haar zoontje. Eigenlijk zou ik ‘zoon’ mogen zeggen, maar hij gedraagt zich alsof hij jaren jonger is dan-ie echt is. Het joch kan schreeuwen, gillen, boos zijn, altijd luidruchtig en onsympathiek. Zowel z’n moeder als z’n oma, Christina, pakken ‘m nooit aan. Nu stond-ie weer naast het zwembad in de bosjes te pissen en zei Fenny er wat van. Het joch ging vervolgens uit z’n dak en schreeuwde ‘fuck you’ richting ons. Oma trok ‘m bij ’t zwembad weg. Dat wel, maar om nou te zeggen, dat ze die jongen davaanpakten, nou nee. Later reed de auto weg en kwam ze vertellen, dat-ie ‘naar z’n vader is gestuurd voor 2 dagen’. Ze schaamde zich wel voor ‘m. Maar nu, 24 uur later, is-ie er weer en vertelt de dochter schuldbewust tegen Fenny, dat ze ’t ‘m alweer vergeven heeft. Erg benieuwd wat voor ellende deze ouders nog meer met dit etterbakje van een jaar of zes gaan krijgen.

dav’s Avonds Nafplio weer opgezocht, door de gezellige avondverlichte straatjes geflaneerd, op een terrasje een moussaka gegeten; Fenny vond ’t nogal een flauw gerecht. Ergens klopt dat ook wel. Maar ja, je eet toch één keer een moussaka als je in Griekenland bent.

Eigenlijk was het de bedoeling om donderdag, vandaag dus, bij ons appartement en zwembad te blijven hangen, maar toen we daar al enige uren hadden doorgebracht, lezend en baantjes trekkend, terwijl de kleine zwaluwen duikvluchten maken om water te drinken uit het zwembad, dachten we toch: hmm, zo duurt een dag wel héél lang! Dus toch andere ideeën opgeduikeld. Wat het werd: een bergtocht in het noordoosten van de Peloponnesos. sdrMaar eerst toch nog even langs de graftombe van Atreus, we kwamen er toch zo goed als langs. We sprintten uit de auto naar de tombe, want er kwamen net drie dikke bussen vol met toeristen aan. Een imposant bouwwerk, eigenlijk vooral omdat het een ‘heel’ bouwwerk is. Een prachtig koepelachtig gewelf, waar naar verluidt een wiskundig genie een hand in heeft gehad. Als je ’t leest, dan overtuigt het, maar die bollebozeninformatie beklijft niet. Gelukkig blijft het indrukwekkende, qua gevoel, dan wel.

davDaarna de grote weg af en bij Nemea de bergen in. Een hele middag kronkelen door de imposante bergen, over hoge passen heen, door kleine bergdorpjes, die evenwel nooit zo authentiek ouderdom en tijdloosheid uitstralen als Franse dorpjes in de Auvergne en zo. Toen we in het dorp Nemea wat dronken en een broodje aten, zie Fenny: dit kon ook wel een Afrikaans stadje zijn. Gewoon om z’n hapsnap-inrichting en de nodige smoezeligheid en drukte.
Maar hier zie je, rijdend door het berglandschap, een omgeving die veel losser van aard is. Met van die smalle hoge cypressen, davolijfboomgaarden, wijnranken, sinaasappelboomvelden. En de rotspartijen zijn soms ineens spectaculair steil. We rijden door Galatas, Psari, Stimfalia. We passeerden een dood dier op de weg, aangereden, en namen dit even in ogenschouw. Het was een das. Da’s apart; nog nooit eerder zo’n beest gezien.sdr
We nemen nog een biertje op een terrasje hoog in de bergen in Mosia en later een kleine picknick met vers fruit en een lekker stuk bladerdeeg met feta en spinazie op een schiereilandje met een sfeervol kapelletje in een stil stuwmeer, Doxa genaamd, op 900 meter hoogte.dav

Richting het noorden, naar de Golf van Korinthe, dalen we, door het schilderachtige dorpje Feneos en kilometerslang over een onverharde weg, de bergen weer af en is de ‘scenery’ nóg veel spectaculairder. Regelmatig de auto uit om de vergezichten goed te bekijken. In de verte de constellatie van haardspeldbochten, die we straks naar beneden zullen nemen. En op de achtergrond de zee en de bergen aan de overkant, het vasteland van Griekenland. davHet berglandschap is heel veelzijdig. In het binnenland meer ‘heuvelachtig’ dan bergachtig, maar hier is het een flink oerlandschap met erg stoere rotspartijen en steile kliffen. We komen langs een kapelletje boven een totaal-steile klif, waar we dieper naar beneden in de rots ingebouwde bouwwerken zien. davHet is al zeven uur ’s avonds; wat te laat om daar nog helemaal naar beneden te gaan; we zien het steile pad naar beneden gaan. Deze spectaculaire plek hebben we in geen van onze boekjes ontwaard. Jammer. Was op zich al een bijzonder reisdoel geweest. Thuis opgezocht. sdrHet heet Katafygiotisa. Via Google en ’afbeeldingen’ vind je mooie plaatjes terug.
In veel gevallen is het best een gok, waar je heen moet. De bewegwijzering is regelmatig alleen in het Grieks.

Nog verder naar beneden komen we bij de snelweg, die de hele noordkant van de Peloponnesos langs gaat, van Korinthe naar Patras. We slaan rechtsaf en zijn driekwartier later bij het Kanaal van Korinthe. De Peloponnesos is sinds 1890 een eiland. Daarvóór was het met het vasteland verbonden met een zes kilometer brede landengte. Hier is toen een kanaal uitgehouwen van op waterniveau 24 meter breed. Het kanaal zelf is 8 meter diep. Moest je daarvóór een hele dagtocht maken over zee om de Peloponnesos te ronden, nu kost het je een uurtje, hooguit.
Wij wilden dit kanaal graag goed bekijken. Het is een bijzondere toeristische attractie, een spectaculaire constructie. sdrAls ze eind negentiende eeuw hadden geweten, dat ze dit kanaal meer voor toerisme zouden graven van voor economische redenen (nou ja, dat kan toerisme nu ook zijn, natuurlijk), dan hadden ze de Peloponnesos wellicht een schiereiland gelaten. De vaarweg is nauwelijks een economisch succes geworden.
Dit kanaal spreekt mij minstens zoveel tot de verbeelding als het equivalent van 50 dorische zuilen. Zo wandelen we over de oude brug over het kanaal en zitten later op een terrasje aan het kanaal souvlaki-spiesjes te eten.
Vanaf dit terras aan het einde van het kanaal zitten we te kijken naar een heel bijzondere brug. Deze brug gaat niet omhoog, maar gaat omlaag. De brug was weg toen we er aankwamen. Onze souvlaki-bediende vertelde dat er een boot is geweest en dat de brug zo weer open is. Huhh, hoe dan? Nou, de brug is nu onder water, hij komt zo weer boven.dig
Jawel hoor, daar komt-ie ineens uit het water opgerezen. Heel apart!

Nog een uurtje rijden terwijl het langzaam donker wordt. Om half tien waren we er weer. Dat was ruim twee uur geleden.