De avond is ongemak..

Ik ga nog uitgebreider terugkomen op dit boek, ben immers nog maar op blz. 60. Maar ik weet nu al, dat dit één van de meest indrukwekkende romans is van de afgelopen tijd, voor mij. De schrijfster wordt vergeleken met – en stelt zelf ook een groot fan te zijn van – Jan Wolkers. Het tig jaar geleden, dat ik Wolkers las. Maar ik krijg er zo inderdaad weer zin in.
Wat ik zo bijzonder vind, dat is dat je qua gevoel (natuurlijk ook door het nogal gereformeerd-bevindelijke karakter van de beschreven familie) helemaal in de jaren 50 zit, doch dat alle feiten van de omgeving gewoon op het heden slaan. Marieke Rijneveld is dan ook nog maar 25 jaar.
Het is een grote tragiek, de rode draad in dit verhaal, maar Rijneveld schrijft zó beeldend, dat de aandacht voor het kleine absurde in alles altijd bovendrijft en het luchtig maakt.
En nog een particulier dingetje: het lezen van zo’n boek relativeert: ik begrijp weer eens, dat ik dan toch vooral lezer moet blijven, geen schrijver. Potdorie zeg, ieder z’n stiel. 😉

Hier alvast een paar van die schitterende beeld- en taalplaatjes:

“De kist stond op het dressoir op een wit gehaakt kleedje waar met verjaardagen kaasstengels op stonden, nootjes, glaasjes met bowl, en net als bij feestjes stonden daar nu ook steeds mensen in een kringetje omheen, met hun neuzen in zakdoekjes geduwd of in andermans nek. Ze zeiden mooie dingen over mijn broer, terwijl de dood lelijk was en zo taai als een verloren tijgernootje dat we dagen na een verjaardag ergens achter een stoel vonden of onder de televisiekast.” (blz. 32)

“Ineens buigt Obbe zich naar mij toe en zegt: ‘Weet je hoe een ongeluk in een voetgangerstunnel eruit ziet?’ Ik prik net met mijn vork vier gaatjes in een snijboon, het sap sijpelt eruit, nu is het een blokfluit. Voordat ik antwoord kan geven, heeft Obbe zijn mond al geopend. Ik zie een waterig aardappelpapje met hier en daar een stukje snijboon, wat appelmoes. Het lijkt op kots. Obbe lacht, slikt het ongeluk door.” (blz. 52)

Advertenties

Groningen – Lauwersoog (v.v.)

Fietsen naar Lauwersoog en terugHet aardappelland is nog kaal; het gras komt nog niet hoog, de bomen zijn nog kaal. Zo kun je de wind nog niet zien. De wind is deze dagen aan het draaien, van west, via zuid, naar oost. En zo wordt het steeds warmer. De wind is er om mij tegengas te geven, gisteren nog westelijk, dus half tegen, vandaag – op de terugweg – zuidelijk, dus wéér half tegen. Mijn bestemming is immers noord-westelijk: Groningen-Lauwersoog. Op het vakantiepark Robbenoort is een (op z’n Brabants gezegd) keileuk huisje en dat is al een halve eeuw, sinds er land is in de Lauwerszee, van mijn schoonfamilie.

Ze waren er al. Ik zou thuis aan ’t werk. Toch nog een keer de hint: ‘pak je fiets, joh, kom hier naartoe!’ Dus toch maar op de fiets gestapt. Het is net half april geweest en het nieuwe seizoen explodeert. Er zit geen baas op me te wachten.

norDeze route rijd ik elk jaar toch wel een keer of vier. Soms rechtop fietsend, samen, soms lekker stoempend, alleen, met de onderarmen op het stierenkopstuur. Er zijn meer varianten. De kortste is door de Gravenburg-wijk richting Aduard, fietspad De Lindt, dan de kronkelende weg door Den Ham, naar Oldehove; bij Aalsum richting Electra, door naar Houwerzijl, Niekerk, en dan kom je boven Zoutkamp bij de dijk en rijd je de Lauwersmeer in, immer gerade aus naar Lauwersoog. Dat was de heenweg.
Vanmorgen een zuidelijker variant, door Lauwerzijl richting Grijpskerk, de Friesestraatweg volgend tot de afslag Den Horn en zo weer terug naar Vinkhuizen in de stad. Deze laatste is zo’n 4 kilometer langer.

Er hangt nog helemaal geen recreatiefietsersluchtje. Wel in de buurt van de dorpen wat joggers en bij bruggen zitten wat oudjes met buikjes op een stoeltje, waarvan je vreest dat ze er weldra door zullen zakken: vissers. In een antraciet vorenveld, dat over ’n maandje de aardappelplanten voortbrengt, zit een boer op z’n knieën. Hij maalt wat in de klei met z’n handen. Wat zou-ie zoeken?
Boven Grijpskerk is een groot natuurpark verrezen rondom de NAM-boorlokatie. Da’s straks mooie oorlogswinst. “Opa, hoe komt dit mooie natuurgebied hier eigenlijk?” “Ja, jongen, vroeger haalden ze hier gas uit de grond. Veel mensen vonden het flink detoneren in het land, al het metaal van de leidingen, pijpen en torens. Toen hebben ze hier heel veel groen gebracht, ter compensatie. Maar al het metaal is natuurlijk allang verdwenen.”

davIn dit land zijn meer ganzen dan alle andere dieren bij elkaar. Soms kleuren ze het hele land bruin. Maar er zijn ook reeën, sierlijke zwarte ouderwetse werkpaarden, nu voor de sier. En exotische koeien in de Lauwersmeer en de uiterwaarden van het Rietdiep, op de oude zomerdijkjes.
Op een groot bord staat dat de koeien weer naar buiten zijn. Net als na de zomervakantie: ‘wij gaan weer naar school’. Vervang ‘school’ door ‘buiten’.
Toch zie ik de nodige giga-veestallen vol met vee. Gáán deze wel echt naar buiten?

(Groningen-Lauwersoog, v.v., 85 km.)

Edna O’Brien – De Rode Stoeltjes

rode-stoeltjes-o-brienDeze gelauwerde Ierse schrijfster is al 86 jaar en deze roman, die uitkwam in 2016, begint inmiddels al aangemerkt te worden als haar meesterwerk. Ongelooflijk dat je op zo’n hoge leeftijd zo’n prachtig boek nog kunt schrijven.
In een dorp in het westen van Ierland komt een vreemde man aan. Een Oost-Europeaan, die zich voordoet als een soort ‘dokter’. In eerste instantie wil hij zich profileren als ‘sex-therapeut’, maar daar ziet hij vanaf als hij begrijpt, dat dat wellicht niet zo goed zal vallen in deze omgeving.
Al snel zijn nogal wat mensen erg van deze ‘dokter Vlad’ onder de indruk. Fidelma, een kinderloze vrouw van in de veertig, met een bijna bejaarde echtgenoot, valt als een blok voor ‘m. Ze begint een affaire met ‘m en raakt zwanger.

Dan blijkt dokter Vlad helemaal geschreven te zijn op de persoon van Radomir Karadzic, te ‘president’ van de Bosnische Serviërs, de ‘slager van Srebrenica’. Hij wordt opgespoord, aangeklaagd en verdwijnt naar het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag.
Ondertussen wordt Fidelma opgespoord door een groepje vijanden van dokter Vlad / Karadzic en deze nare mannen voeren een zeer agressieve abortus op haar uit. Dat overleeft ze ternauwernood. Fidelma vlucht, totaal desperaat, naar Londen.
Hier eindigt het eerste deel van het boek, dat meer dan de helft van het hele boek beslaat. Dit eerste deel is bizar, soms zelfs droogkomisch, maar ook vol van liederlijkheid en tragiek, bijna als in een streekroman. Maar het overtuigt vooral door hoe práchtig O’Brien schrijft. Hoe ze met enige anekdotische schetsen een vol karakter opbouwt, dat is zó mooi, zo kleurrijk.

Het volgende deel speelt zich af in Zuid-Londen, waar ze probeert een nieuw leven op te bouwen. Ze profileert zich nu feitelijk zelf als vluchteling en verkeert tussen allerhande vluchtelingen. Ook hier wordt prachtig geschreven, maar ik miste het directe vervolg op het eerste deel; las snel door op zoek naar het vervolg richting Vlad/Karadzic, dat vast en zeker nog komen moest.
Uiteindelijk komt dat in deel 3, dat maar 30 bladzijden beslaat. Dat deel bevredigde me helemaal niet meer. Je kunt de zinloosheid van Fidelma’s exercitie om toch nog enigszins in het reine met zichzelf te komen, door de confrontatie met Karadzic te zoeken, van mijlenver aan zien komen. En zo gaat het einde precies daar naartoe, waar O’Brien het bedoeld had: nergens.
Ik snap heel goed, dat dat een legitiem en ‘waar’ einddoel is. Er is geen ‘waarom’, er is alleen maar verwerking. Maar het kleurrijke, het fantasievolle, het Ierse land, dat is allemaal erg ver weg. Ook Scheveningen en de Noordzee, als ‘omgeving’ van het tribunaal, moeten het ontgelden: daar is alles grijs en grauw.

De laatste zin van deze roman schiet er nog even prachtig uit: “Ongelooflijk hoeveel woorden er voor ‘thuis’ zijn en wat voor woeste muziek eruit gewrongen kan worden.”

Song van de week (97) : Hannah Williams & The Tastemakers – Work it out

Tijdgeest


Gisteren hoorde ik iemand reppen over de ‘tijdgeest’ als argument of verklaring bij de wijze waarop Dotan zich aan het verontschuldigen is geslagen over zijn zelfgecreëerde schare fans. Een week geleden haalde ik hier zelf al de situatie aan van de Australische cricketers die zich ook al zo (zogenaamd) schaamden voor hun daden. Volgens mij is precies hetzelfde het geval en als het écht met de tijdgeest te maken heeft en als de ‘tijdgeest’ staat voor een maatschappelijke ‘straalstroom’, dan staan we er knap slecht voor met z’n allen.
Wat het geweldige clipje van Hans Teeuwen scherp laat zien, dat is dat het één grote bak hypocrisie behelst. Hoe integer zijn excuses als ze alléén maar het gevolg zijn van ontmaskering. Hoeveel spijt had Dotan vóórdat hij ontmaskerd werd?
Juist die tijdgeest redt Dotan nog: iedereen verwondert zich even, maar is het, zodra Dotan’s nieuwe plaat uitkomt, alweer glad vergeten. Dat was wel even anders toen Jules Croiset, 30 jaar geleden, z’n ontvoering verzon.

 

Het verschil tussen Leerdam, Sap en Orrin Hatch

Jaël Jablabla, een stekkerdoos en een gratis dienst die miljoenen verdient: waar gaat dit over? John Leerdam probeert te maskeren, dat hij ergens niks van af weet en laat zich totaal voor aap zetten door een slinkse journalist. Jolanda Sap toont zich van haar meest humorloze kant, door een stekkerdoos mee te nemen naar de 2e Kamer om zo te laten zien, dat het kabinet de stekker eruit mag trekken. Voor beide is dit het begin van het einde. Ze verliezen hun geloofwaardigheid en kort daarna zijn ze van het toneel verdwenen.

Senator Orrin Hatch gebeurt dat niet. Deze oude Republikeinse tijger, inmiddels 84 jaar, liet gisteren echter onverbloemd zien, dat hij het contact met de werkelijkheid geheel is verloren, waarschijnlijk in een nog veel ernstiger vorm dan Leerdam en Sap. Je zult je maar moeten realiseren, dat je land bestuurd wordt – naast door mensen als Trump c.s. – door iemand als Orrin Hatch, die tijdens het verhoor van Mark Zuckerberg van Facebook vroeg ‘hoe het kan dat het sociale netwerk (Facebook) kan blijven bestaan, als het geen geld vraagt aan zijn gebruikers’.

Gluren bij (mijn eigen) buren

Ook voorgaande jaren zwierf ik met vriendin door de Schildersbuurt, waar her en der de voordeur open stond om buurtgenoten, die als ontvanger meedoen aan het buurtevenement ‘Gluren bij de buren, te verwelkomen. Toen was ik ‘te gast’ in de Schildersbuurt, de buurt waar vriendin haar mooie huisje heeft. Nu is dat allemaal anders geworden: ik ben verhuisd en woon sinds een week zélf in deze mooie buurt. Van de Zeeheldenbuurt naar de Schildersbuurt: een verhuizing naar een plek ongeveer 500 meter naar het noorden, nu op nog slechts zo’n 300 meter hemelsbreed van de Groninger diepenring, dus vlakbij het centrum.

Ik was me er vooraf helemaal niet zo van bewust, maar toch: het voelde wel degelijk ‘anders’, nu als buurtgenoot bij de eigen ‘buren’ binnen te zijn. Her en der gold ook nog eens een ‘van harte welkom in de buurt’-geluid, want velen kenden me immers al, als gast en partner van een Schildersbuurster (meer dan 20 jaar).
Deze zondagmiddag, zo vroeg in april, was er al eentje in optima voorjaarsforma. Dat maakte de hele middag nóg leuker, nog vrolijker. We hebben een erg fijn programma afgefietst. Eerst naar een mini-concertje van Inki de Jong (zang) en Jaap Stegeman (keyboard). Inki zong liedjes en las tussendoor Rarekiekjes voor, die in het Dagblad van het Noorden zijn verschenen en gesitueerd zijn in de Schildersbuurt. Rarekiekjes kun je beetje zien als de ‘Kronkels’ van Carmiggelt. Het leukste liedje was wel het liedje van Hans Dorrestein: Eendjes voeren.

davOp de Adriaan van Ostadestraat is onder het mom van ‘pimp je portiek’ een appartementen-gebouw uit de jaren 40 verfraaid met een vijftal prachtige kunstwerken aan de buitenwand. De maker van de kunstwerken, George Schriemer, vertelde het verhaal over de totstandkoming.

Daarna zijn we naar Erik Mertens gegaan. Erik heeft een verzameling oude draaiorgels sdren kan er geweldig over vertellen. Ondertussen draaide ‘Erik de draaiorgelman’ de liederen. Je ziet ‘m trouwens op de grote foto links in het midden op de Echte Orgeldraaiers-website.

Vervolgens kwamen we terecht bij de maker van de Nono-cartoons. Deze hebben jarenlang regelmatig in het Dagblad van het Noorden gestaan. Dit is een creatie van Harry Kasemir. Nu ze niet meer in het Dagblad staan, kun je wel nog steeds regelmatig nieuwe Nono’s op de Facebookpagina zien. Er is een ‘instructieset’ aanwezig voor het zelf creëren van Nono’s: ze bestaan uit slechts acht pennestreken!
In het huis van Harry zelf hangen ze voor deze middag netjes ingelijst aan de muur. Heerlijk om ze even allemaal weer te bekijken.

Op de Kraneweg bekeken we in het huis van haar ouders mooie uitvergrote foto’s van bladeren en planten van de hand van fotografe Anniek Beije (Studio Joop).

sdrTot slot kwamen we terecht bij een huiskamerconcertje aan de Friesestraatweg. Het Trio Koffie, Thee en Fris speelde lichtvoetig golden oldies van een zeer divers pluimage. Zo werd Harvest van Neil Young opgevolgd door Get Lucky van Daft Punk, waarna SOS van Abba langskwam. Een volle huiskamer blije en meezingende mensen!

Na vijven zat zowel café als terras bij Het Palet helemaal vol met alle gluurders aan wijn en speciaalbier. Wat een heerlijke middag! Helemaal niet verkeerd om in deze buurt te wonen. En de Zeeheldenbuurt was ook al zo fijn. (PS: ik ben om het huis verhuisd, niet om de buurt! ;-))