Mount Batur

Op Bali hebben we ook een vulkaan beklommen. Niet de hoge kegelvulkaan Agung, die meer dan 3200 meter hoog is. Dan moet je nóg een stuk vroeger op om de zonsopkomst boven te aanschouwen. Wel de Batur, die een kilometer of 30 westelijk van Agung ligt. Op de top ben je op 1750 meter hoogte. Deze top ligt aan de westkant van een meer op 1000 meter hoogte. Origineel een kratermeer natuurlijk. Aan de andere kant van het meer is de top 2100 meter hoog. Er zijn op Bali nog meer pieken van boven de 2000 meter.

Om de Batur te beklimmen gingen we met een gids om 4 uur ‘s morgens omhoog. Eerst een heel eind door het bos en toen het laatste stuk door struikgewas en knap steil omhoog klimmend. Geleidelijk werd het lichter en opende zich het gehele landschap; de vergezichten op de andere vulkanen. Op de foto zie je Agung als een ‘schaduw’ achter de vulkaan aan de andere kant van het meer.
Op de top aangekomen voelt het alsof je op een speldeprik-top staan: aan alle kanten om je heen gapende diepten. Het is het hoogtepunt van een kraterrand, die zo goed als helemaal rond loopt, weliswaar op verschillende hoogten. Het is echt magisch om daar te staan, bij zonsopkomst en heel Bali om je heen te zien. In de verte zie je ook de Rindjani-vulkaan op Lombok, die wel 3700 meter hoog is.

We kregen boven ontbijt bestaande uit gebakken banaan en gekookte eieren. Deze zijn verhit door ze te leggen in een rotsspleet, waar hete gassen uit komen. En een dikke bak koffie erbij.
Op die top zo’n drie kwartier geweest, genietend van uitzicht en van het ontbijt. Daarna een langere tocht de andere kant langs naar beneden. Dat was een spectaculair stuk wandelen over de kraterranden. Vaak een stukje van 40 centimeter breed en aan weerszijden gruwelijke dieptes. Niet bepaald een plaats om even rustig om je heen te kijken of een klein misstapje te maken. Vraagt wel enige concentratie en het indammend van verkeerde gedachten.
Om een uur of negen waren we beneden en om tien uur achter in de laadbak van een bemo-truckje onderweg naar Ubud.

Heldere hemel

Tom Lanoye is een hele slimme jongen. Het boekenweekgeschenk van Kader Abdollah, vorig jaar, heb ik niet eens gelezen. Dat was wellicht voor ‘t eerst in tien jaar of zo. Waar kwam ‘t door: zeer matige recensies erover. Van Abdollah had ik wel eens een boek gelezen, van Lanoye nog nooit. Lanoye was (en is?) me teveel een DWDD-figuur, zo voelt ‘t voor mij meestal. Ik probeer me te verzetten tegen deze wat kleinburgerlijke afweerconventie richting deze ‘te vlotte jongens’, maar dat lukt me niet altijd.
Tom heeft zijn boekenweekgeschenkverhaal gekoppeld aan een ware gebeurtenis met een enorm aansprekende kracht. Maar tegelijkertijd een gebeurtenis die enorm ‘vergeten’ is. Zo kon hij een mooi verhaal aan een kapstok hangen en in 90 bladzijden heel veel vertellen en zo kon hij daarnaast er ook nog op rekenen, dat het voltallig journaille ook deze gebeurtenis uit de mottenballen zou halen. En daar stonden de artikelen in de krant over de Russische MIG die in 1989, vlak voor de ‘Wende’, onbemand op een plattelandshuis nabij Kortrijk stortte. Een heel bizarre gebeurtenis.

Lanoye vertelt het verhaal vanuit twee perspectieven. Enerzijds de kant van de straaljager. Eerst over de piloot, daarna over de Amerikaanse militairen die zitten te wijfelen over de wijze waarop ze gaan ingrijpen. Wat ze uiteindelijk helemaal niet doe. En tot slot de redacteuren van de krant die ook zitten te ruzieën over hoe ze dit live-incident moeten gaan benaderen. Dat levert spitse en bijtende kleine confrontaties op. Lanoye vindt het schitterend, dat kun je lezen. Je ziet ook voor je hoe Lanoye dat in de kroeg (naast bij bijv. DWDD) ook heel goed kan: sterke verhalen vertellen. Vooral het laatste stuk over de baas en de hoofdredacteur van de niet nader genoemde Vlaamse krant: hierin Lanoye’s kritiek op de vercommercialisering van het beleid van ook de kwaliteitskranten. De geslepen grote baas, die eigenlijk niéts op heeft met het veel te in zichzelf gekeerde journaille, verwijtend dat deze meer voor zichzelf dan voor het publiek schrijft. En aan de andere kant de kritische journalist in de traditie van het opvoeden van het volk, die het een gruwel vindt, dat een ‘zakenman’ het beleid zit te bepalen.

Aan de andere kant het drama in miniatuur: de bewoners van het huis, waarop zo direct de straaljager valt. Een gezin dan aan duigen valt en waarvan uiteindelijk alleen de zoon op het fatale moment thuis is. De moeder ziet het voor haar ogen gebeuren. Dat einde komt op bijna poëtische wijze tot verhaal. Eíndelijk valt alles voor zoonlief op zijn plaats en bij het aanslaan van de eerste gitaarnoot naar een nieuw leven boort zich de MIG in het huis.
In de verwikkelingen van de moeder en de nieuwe vriendin van de vader ligt ook een kleine roman verscholen. Een verhaal zoals je dat in duizend variaties kunt vertellen. Daar is ook Lanoye goed in hoor: één en al hyperrealisme.

Heldere hemel is een prachtig miniatuurtje. Ik zou dit verhaal ook in een versie met 400 bladzijden verwelkomd hebben. Lanoye heeft veel aan promotie gedaan, natuurlijk. Relatief onbekend als hij is in bredere lagen van het lezerspubliek, beklemtoont hij in woord en daad, hoe je z’n naam moet uitspreken: dus als ‘lanwa’. Zo liet hij het treinreizigers in koor uitroepen, zag ik op televisie vorige week, en zo staat ‘t ook op de kaft van het boek. Enige ijdelheid is Tom dus ook niet vreemd.
Tom hield deze week in NRC-next ook een vurig pleidooi voor de naar zijn zin teveel vergeten Vlaamse grootheid Louis Paul Boon. Ook daarin overtuigde hij mij en gisteren kocht ik in een antiquariaat “De Kapellekensbaan”. Ik ben heel benieuwd.

Baltovenaar Lionel Messi

We moeten ons wel blijven realiseren, dat het een voorrecht is om Messi in de bloei van zijn voetballeven te mogen meebeleven. By far de beste voetballer die ooit op aarde heeft rondgelopen. Niemand beweegt zó snel met een bal. Zijn schot komt altijd eerder dan verwacht.
Messi is er voor iedereen, ook voor wie niet van voetbal houdt. Messi is een tovenaar.

Afbraak oostwand Grote Markt

De oude Friesland-bank en het pand, waar tot een half jaar geleden nog de VVV in zat, ze zijn allebei al helemaal naar beneden gehaald.
De start van het grote project met het Forum! Zal nog heel wat jaren een bouwplaats zijn hier!

Trek de pastoor van z’n fiets

Maarten ‘t Hart in de NRC-next: ….. “Wat zou ik graag zien hoe de mijters van de hoofden werden gesjord en de pastoors van hun fiets werden getrokken. Zelf heb ik overwogen de pastoor met wie ik soms opfiets van zijn rijwiel te trekken. Maar van die pastoor weet ik dat hij al jaren in volle tevredenheid met zijn huishoudster vrijt, en bovendien is het een heel aardige man die mij vrolijk voorhoudt dat ik ook oog moet hebben voor het mysterie. Daar ben ik best toe bereid, maar God verhoede dat dit zijn beslag zou moeten krijgen binnen de muren van een pedofielenkerk. Ik vind het totaal onbegrijpelijk dat nog enig fatsoenlijk mens lid kan zijn of wil blijven van zo’n organisatie. Sterker nog: wij moeten terug naar de 16e of 17e eeuw, toen de kerk in onze lage landen verboden was.”

Live from ergens tussen Woerden en Gouda

Iedereen begint te bellen, nu, in deze trein: afspraken worden afgezegd. Op dit moment nog met wat gelach erbij. Maar of dat zo zal blijven… Er is een technische storing. De machinist zei zonet iets over dat ze ergens tegenaan waren gereden.
Het vriest buiten meer dan 10 graden. Al dagenlang zijn er veel problemen op het spoor. Gisteren waren er mensen, die tegen me zeiden: waarom blijf je niet gewoon thuis morgen?
Tja..
Gewoonlijk is ‘t één doorgaande trein. De spoor-aorta noem ik ‘t altijd: van Groningen naar Den Haag. Maar in Zwolle moesten we al overstappen vanwege een probleem met de trein. Daarna zat ik in een trein die niet verder dan Utrecht ging. Maar ik had beide keren wel geluk: de aansluiting was redelijk en ik kon gaan zitten. Dat kan Ronald Plasterk niet zeggen: die staat al een half uur met een ander kamerlid op het balkon. Veel meer mensen moeten staan. Ik zit 2e klas; 1e klas, pal achter mij achter het glas, was ook al vol. Daar zitten ook nog Lutske Jacobi en Kathleen Ferrier. En er is ook nog een ChristenUnie-kamerlid in deze coupé, hoor ik.

We staan nu een half uur stil. Ik kan al wel alvast gaan declareren,  maar wacht nog even, want deze vertraging kan ook méér dan ‘n uur worden.
De kranten staan bol van kritiek op NS en ProRail: ze maken er een bende van. “Een beetje sneeuw en vorst en de boel raakt in het ongerede!”. Dat is ook zo. Maar ik begreep gisteren wel, dat Zwitserland 2x zoveel mensen structureel aan het werk heeft op het spoor. Logisch ook, want het gaat daar om heel wat meer sneeuw/vorst-problemen en -dagen. Misschien geldt wel, dat het nu het beste is: dat miljard extra wil Nederland toch ook niet ophoesten om het zo goed te krijgen als in Zwitserland.

Laat dan maar wel de Elfstedentocht komen. Het begint er wel steeds meer op te lijken, dat de vorst nét lang genoeg gaat aanhouden.
Heel geleidelijk begint deze wagon wat meliger te worden. Ah, er wordt weer omgeroepen…
De bovenleiding is naar beneden gekomen. “Gelukkig mankeren we niks.”
Tsja…. er gaat dus een evacuatieplan komen! Iedereen begint te lachen om het “eigen leed”-vermaak. Dit gaat dus nog een hele tijd duren. Ik denk dat ik ook maar eens wat mensen op de hoogte ga brengen van mijn situatie….

Naschrift (8/2):
We hebben uiteindelijk tweeëneenhalf uur stilgestaan, tot een diesellocomotief de trein naar Gouda heeft gesleept. Uiteindelijk heb ik precies 6 uren gedaan over Groningen – Den Haag. De Kamerleden waren gaan Twitteren en dat resulteerde erin, dat in Den Haag PowNews de Kamerleden stond te interviewen en bijgaand stukkie vandaag in de Metro stond.

Mayrhofen – Hintertux

Weekendskiën. Velen vinden het gekkenwerk. Ikke niet!
Ik had ‘t vorig jaar erg gemist: mijn 3 winterskidagen – that’s all I need. Drie dagen lekker fanatiek skiën. Ook nu: aan het einde van de derde dag was het helemaal afgerond: de bergen in de benen, de Alpenwinter in het hoofd, geweldige weelderige breedlopige pistes om helemaal uit je dak te gaan…
En dan weer in de bus. Prima zo.

Donderdagavond 18.00 uur zat ik op Stadionplein in Amsterdam in de bus. Het was viés!!! Nog door de regen gelopen vanaf station Amsterdam-Zuid. De volgende morgen om 8.00 uur in Mayrhofen, waar eerst uitgebreid ontbijt. (Ons hotel: Strass. Een megahotel met restaurants, après ski-bars, sauna, zwembad, etc. etc. We zaten echter in een stil huis, een dependance  200 meter verderop. Uitstekend. Ontbijt en diner in Strass waren prima.) Daarna ski’s en schoenen opgehaald en om 9.30 uur waren we boven!
Het was mooi weer. Lucht werd steeds blauwer en de pistes zagen er steeds mooier uit. Helemaal niet zo druk, alles goed te overzien. Ook de HaraKiri lag er mooi bij. (We waren 2 jaar geleden in hetzelfde skigebied; toen in hotel in Finkenberg.) Die HaraKiri is volgens grote borden de steilste geprepareerde piste in Oostenrijk. Geen boekelpiste dus. En dus een heerlijke vollevaartpiste.
Een andere zwarte piste heet “Devil’s Run”. Da’s eigenlijk een blauwe piste maar dan steil. Dan moet je nog oppassen dat je onwillekeurig niet gewoon veel té hard gaat. Want ik kan wel skiën, maar zóóó geroutineerd nou ook weer niet. Toch in drie dagen eigenlijk maar één keer nét even onvoldoende controle gehad en op de bek gegaan (zonder gevolgen).

De tweede van de drie dagen namen we de bus naar Hintertux, aan het einde van het dal, waar de gletsjer is. Daar omhoog tot aan 3260 meter! Daar bovenop die gletsjer kun je verdwalen zonder te verdwalen, zo uitgewaaierd liggen de megapistes erbij. Later in de middag trok de mist de bergen in: bizar is dat; je ziet geen hand meer voor ogen en raakt oriëntatie op hoogteverschillen volledig kwijt.
De derde dag, weer in Mayrhofen, leek het flink mis te zijn met het weer. Maar in de gondel omhoog kwamen we plots boven de wolken uit. Jawel, daar was zon! En de hele dag keken we naar beneden het dal in, waar de dikke wolkensoep de dorpjes helemaal onzichbaar maakte.
Op vrijdag en zondag hebben we heerlijk buiten gezeten, aan de Kaiserschmarren, pizza, spaghetti of broodjes. Ik aan ein groses Bier, de maatjes aan water of cola. Zo gaat dat.
Zondagavond, na nog een restaurantje, de bus weer in voor een nachtje dommelen en zorgen dat je ‘t besef van tijd in de bus weer kwijtraakt. Zo kon ik maandagmorgen, aangekomen in Eindhoven, direct weer aan het werk beginnen, treinend naar Groningen.

Ford Model A (1929)

In 2004 kwam ik voor het eerst in het ouderlijk huis van mijn vriendin, way up north op het Groninger Hogeland. Een museum! Waar maak je nog mee, dat je eigen oude kamertje dertig jaar nadat je het moedernest verlaten hebt nog steeds intact is. Dat je eigen posters er nog hangen!
En wat trof ik in de schuur: een oude A-Ford! Geweldig! Dat bakkie stond daar gewoon te staan!
En nu, 7 jaar later, staat-ie er nog steeds. Geen centimeter is-ie van z’n plaats geweest in de tussentijd. Waarom zou-ie ook! Z’n baasje was er ook in 2004 al enige jaren niet meer.
Er is nooit enige nood geweest om iets met deze wagen te doen. En eigenlijk was iedereen ook wel vertrouwd met z’n aanwezigheid.

Maar onlangs kwam er iemand langs en deed een bod. Nu gaat-ie dus weg.
Voor mij een reden om ‘n nog even vast te leggen. Heb ik zelfs ook met videocamera nog gedaan trouwens.
Online zijn heel wat filmpjes en plaatjes van deze A-Fordjes te zien. Ik denk dat er nog best heel veel zijn, vooral in de VS natuurlijk. Het is werkelijk een supervriendelijk ogend autootje. Jammer dat ik niet tien jaar eerder daar op ‘t Hogeland ten tonele was verschenen. Want dan had ik ‘m met z’n baasje (die net zo leuk moet zijn geweest, maar dat heb ik niet mee mogen maken) kunnen zien rondrijden. Had ik er wellicht eens naast gezeten!

Soms is basketbal geweldig leuk, maar….

..dat was het dus niet bij deze wedstrijd. Gasterras Flames bakte er helemaal níks van en stond tegen Rotterdam (vergelijk: Ajax thuis tegen Almere City!) twee minuten vóór het einde op 50-50! Uiteindelijk was het 2 minuten later 60-50, maar niemand was blij en, echt waar: de ploeg kreeg zelfs wat gefluit en boegeroep toegevoegd. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Je zou denken: da’s ook niet aardig!? Maar toch: ik snapte het heel goed: het hele team toont totaal geen spirit. Als ik dít had getroffen, toen ik 7 jaar geleden zomaar into dit basketbalwereldje geraakt, dan had ik er nooit door gegrepen geworden. Het is een rare situatie: de ploeg draait mee aan de kop van de competitie en iedereen vraagt zich af, of de coach de volgende week nog haalt.
Hét hoogtepunt van de wedstrijd tegen Rotterdam: de bal blijft hangen tussen de ijzeren balken in het basketbouwwerk en moet er met een lange stok weer uit worden gewipt.

De zangeressen van de koning van Bhutan

Linde Nijland was vroeger één van de twee dames Ygdrassil. Ze maakten folk, op de oude Kelten gebaseerd. Annemarieke Coenders is wat eigentijdser gaan musiceren; Linde zit, samen met haar partner Bert Ridderbos, nog steeds midden in de traditionelere volksmuziek.
In 2008 zijn ze samen in een Landrover gestapt en hebben ze 15 duizend kilometer gereden. Einddoel: Bhutan. Onderweg ook nog opnamen gemaakt in Servië en Iran, musicerend met lokale muzikanten. Ik heb gisteren ook de CD, met DVD – film over de reis – aangeschaft: ze hebben mooi verslag gedaan van het avontuur.
De afgelopen weken waren de twee zangeressen en zanger/gitarist (er is een ander woord voor het originele Bhutanese snaarinstrument, maar ik ben ‘t even kwijt) ‘on tour’  met Linde en Bert. Wij maakten het laatste concert mee, in het Koetshuis van de Ennemaborgh in Midwolda.

Om drie uur  liep het Koetshuis helemaal vol. We hadden ons heerlijk geïnstalleerd van de knappende open haard, aan de stamtafel, met een groot glas rode wijn. Uiteindelijk zat het Koetshuis mutjevol met 250 mensen.
Ik had Linde nog nooit eerder live gezien of gehoord. Ze maakte er een mooi geheel van door tussen haar liedjes door te vertellen over de reis en over de tradities van Bhutan. Dat deed overigens één van de twee Bhuatanese zangeressen in goed Engels tussendoor door. Bhutan is een bijzonder landje: ze koning was erg geliefd bij het gehele volk, ook als alleenheerser, maar hij heeft een jaar of wat geleden de macht aan het volk overgedragen (600.000 mensen in een land zo groot als Nederland). Er veranderde echter niks: er lijkt geen sprake van wat voor richtingen- of machtstrijd dan ook.
Men maakt zich wel grote zorgen over de natuur. Zeventig procent van de oppervlakte van Bhutan gestaat uit bos. Maar ook hier zijn de eerste snelwegen aangelegd. En waar tot voor kort in elk dorp een andere dialect werd gesproken, gaat hier ook de verbinding de culturele diversiteit te lijf.
De koning heeft naar het Bruto Nationeel Product ook het ‘Bruto Nationaal Geluk’ als praktische eenheid voor het organiseren van bestuur geïntroduceerd. In het kader daarvan waren ‘zijn zangeressen’ nu ook met hun goeie business bezig.

Hun zang deed me weer denken aan Uma Shagar! Daar heb ik jaar of vijf geleden érg veel naar geluisterd. En dat wil ik nu graag weer gaan doen. Wat een geweldig mooie sfeer roept deze muziek op. Dat geldt ook voor het getokkel op die ‘gitaar’ (zie foto). Pema, de Bhutanese gitarist, speelde ook een mooi stuk samen met Bert, waarbij Bert op een ‘cittern’ speelde. Da’s een middeleeuwse Europese ‘gitaar’. Geef mij maar het luisteren hiérnaar dan allerlei andere transcendente meditatie.
Linde zong wat gospels en oude folkliedjes. Ze deed ook nog een song in het Gronings, terwijl ze dus zelf Fries is.
Net als vorige week bij de ‘Warme Winkel’ in Westeremden: beter kun je zondagmiddagen niet besteden!!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.