Met alle respect

Loge zaal, rij 4, stoel 30. Van te voren heb je geen notie waar dat is. Het was de allerachterste rij beneden, recht voor het podium. Echt een prima plek. Beetje op afstand, maar de Stadschouwburg is zo groot niet. Zaal natuurlijk helemaal vol.
Maassen heeft niks nodig, staat daar in z’n T-shirtje en gaat direct zijn band met het publiek aan vanuit (letterlijk) het motto ‘ik heb er zin in’. Er is ook niks ‘vormgegeven’ aan zijn show. Hij gaat gewoon vertellen en de ene geweldige grap rolt over de andere. Zoals dat altijd gaat, wordt om de eenvoudigste (en dus vaak de flauwste) het hardste gelachen: die denk-seconde ontbreekt. Da’s juist weer mooi om te zien, dat soms een grap helemaal geen grap lijkt en dat je dan de zal heel langzaam ziet reageren, waarna er een halve slappe lach uitbreekt. Maassen houdt dan een tijdje stil in de hele zaal begint wéér te lachen nadat één persoon in slappe lach blijft hangen. Kijkt-ie heel voldaan glimlachend de zaal in.
Regelmatig doet-ie net alsof-ie nét even vergeten is, wat-ie ook alweer wilde zeggen. Kan-ie niet op een naam komen of zo. Mooie truc om de schijn van totale spontaanheid op te houden. Maar het werkt wel.
Een geweldige gimmick was de ‘pauze’. Hij zei plots: ‘ja jongens, het is pauze’ en draaide zich om en ging op zijn stoeltje zitten. Vóórdat hij zat kijk hij achterom en zei (ziende dat er mensen waren opgestaan) “heehee, voor míj hoor, niet voor jullie!”. En toen hij eenmaal zat verwijtend: “Dit heb ik echt nog nooit meegemaakt!”. Ik stonk er zelf ook in, maar zat gelukkig niet op één van de eerste rijen. Ene Simon wel en deze Simon werd regelmatig even aangepakt.
De goocheltruc was ook vintage Maassen: Simon mocht een kaart uit een stapeltje trekken en onthoudend welke kaart het was. Maassen vroeg: “Was het harten tien?”, waarop Simon ‘nee’ zei. Daarna haalde Maassen een briefje uit zijn broekzak, waar met grote letters “NEE” op stond.
Maassen gebruikte zijn collega-cabaretiers bij het stukje over het veelvuldig voorkomend van sexueel misbruik onder de cabaretiers. Dat was lekker grof, maar onschuldig grof. En gierde heerlijk uit de bocht bij het opsommen van iedereen die het land wel mocht verlaten van hem. Uiteindelijk bleef zo’n beetje hij alleen als verlicht despoot over. Toch is er ook het nodige moraal in zijn voorstelling: het is niet zo moeilijk hem te plaatsen op het spectrum van maatschappelijke positionering en te weten, dat hij aardig cynisch is over de ontwikkelingen van de laatste tijd. Jawel, hij is 45 en dat speelt mee: over the hill en terugkijkend op een era en een eigen leven, dat éigenlijk meer voorstelde dan het huidige en de verwachte toekomst. En dat-ie nu ook al een conventioneel gezinsleventje leidt, dat is natuurlijk de totale nederlaag. Vriendin, schoonouders en zelfs z’n eigen dochtertje: ze maken het allemaal nog erger. Maar dat dan weer verpakt is geweldige, soms platte, soms subtiele grappen. (“Ja, één ding deel ik met mijn schoonvader: we geilen beide op zijn dochter!”)
En uiteindelijk wel de cliché-plot: god, wat is het leven, ondanks alles, toch een feestje!

Rainer Maria

In het kader van ‘Weense Herfst’ worden deze maand 5 theaterstukken opgevoerd in Groningen. De eerste daarvan vond op locatie plaats in de boerderij ‘Aylsumaheerd‘ in het veld buiten Westeremden. We waren daar vanmiddag naartoe.

De uitvoerenden zijn een experimenteel jong gezelschap genaamd ‘De Warme Winkel’. Maria Kraakman (ik dacht de hele middag: waar kén ik haar van?) doet als gastactrice mee.

Heel treffend: juist deze dag trad de herfst (rijkelijk laat) echt in op het Groninger land: een grauwe dag, waarop het nooit echt helemaal licht werd. En ook weer een een kouwe bries erbij. Gisteren nog nog 17 graden, maar nu flink wat minder. Groningse herfst met een Weense inslag.
Rainer Maria Rilke heeft veel beeldende taal gemaakt, zo’n honderd jaar geleden. Dit gezelschap hangt een extraverte voorstelling op aan Rilke’s proza en, vooral, poëzie.

Een kleine tribune voor hooguit zo’n vijftig mensen in het midden van de grote stal van de oude boerderij. Daar zaten we onder het gigantische dak met een totale spinnenwebbenwolbekleding. We kropen helemaal naar boven, van waaruit we links over een stapel strobalen met daarnaast een apart gezette koe achter stalen hek en rechts drie hokken met kalfjes.
Een stuk voor 2 dames en 2 heren zonder een concreet begin of eind. Hilarische uitbeeldingen, erg humoristische reacties op de dialogen en monologen van Rilke; samen ‘gedichten maken’, ook semi-proberend samen met het publiek, en elkaar bij- of afvallen met de nodige hilariteit en overtrokken typetjes-spel.
Het is vooral het totaal van sfeer, omgeving en verrassing dat zo’n voorstelling tot een heerlijke ervaring maakt. Om er altijd maar een touw aan te kunnen vastknopen is niet eenvoudig, maar ook niet nodig. De heftigste scene was wellicht zwaar over the top: een gekooide Rilke die werd afgezeken en besmeurd door de anderen. De symboliek lijkt wat al te evident, maar wel wat overtrokken. (Al moet ik bekennen, dat ik verdomd weinig van Rilke weet.)

Boer Janssens op de Aylsumaheerd stelt niet alleen zijn erf en boerderij voor dit evenement beschikbaar, hij heeft daarnaast ook een stuk stal helemaal voor expositieruimte ingericht. Mooie schilderijen van Jaap van den Hoofdakker, ’broer van’  dus.  Inderdaad ook een paar schilderijen met een gedicht van broer Rutger als thema.
En de bomenschilderijen van het Groninger land van de hand van Gertjan Scholte-Albers  zijn geweldig mooi!

Ook heeft Janssens een gemengd bedrijf en verkoopt hij vlees van zijn eigen koeien in een klein winkeltje. We onderhielden ons met een glas wijn met hem over al zijn respectabele bedoeningen en namen op de koop toe nog een verzameling vlees voor de vriezer mee naar huis.
Dit zijn zeer welbestede middagen!!

Prometheus door NNT

Vrijdagavond waren we naar een uitvoering van het toneelstuk Prometheus door het Noord Nederlands Toneel (NNT). Mijn vriendin had al gezegd: het NNT doet altijd van die stukken die moeilijk te volgen zijn, met veel kabaal en vaak ook de nodige viezigheid. Ik had er verder geen ervaring mee. En ik hield haar wel wat van de tekst voor, zoals ik die via internet over het stuk had gelezen. Wees ook wel weer beetje in de door haar aangegeven richting.
Daarin stond natuurlijk meer. Het is een stuk dat nader duidt op maatschappelijke ontwikkelingen. Het nodige cultuurpessimisme komt ruimschoots naar voren. Prometheus had natuurlijk het allerbeste met de mensen voor toen hij hen het vuur gaf. De goden waren boos op Prometheus; hij moest er ook voor worden gestraft. Daar ga je dan met je goeie bedoelingen. Maar ja, de mensen, de mensen, dat is me ook een stelletje!! Geef je ze ’t vuur, maken ze vervolgens overal een zooitje van.

Dat is zo’n beetje waar het allemaal om draait. En waar het dan weer uitkomt op wat mijn vriendin al had verwacht: je kijkt ruim 2 uren naar een flinke stapel opeenvolgende gebeurtenissen, allemaal mono- en dialogen die vaak weer veel te snel gaan, over elkaar heen buitelen, zonder dat je altijd in de gaten hebt, wat de relatie is met het voorgaande en het vervolgende en die je continu maar bij het moment houden om alles bij te benen, waardoor je eigenlijk de hele context, het verband, verliest.
En dan natuurlijk nog de afleiding door de beeldtaal die wordt gebruikt. In dit geval onder meer een enorm modderbad.

Het spel is soms domweg hartstikke leuk. Ik heb geen enkele specifieke herinnering aan een spitse dialoog. Zoals gezegd: het buitelt over elkaar heen. Regelmatig kwamen de ‘Almerianen’ voorbij: een verloren volk uit de polder. Jammer dat ze het stuk niet in Almere spelen!
De spelers zijn bevlogen bezig. Prometheus wordt gespeeld door Frank Lammers; de andere(jonge) acteurs kende ik niet, maar ook zij speelden overtuigend. Frank Lammers voelt zich wel in zijn element in zijn rol als Prometheus. Hij kan ook fijn de registers opentrekken; subtiliteit is niet echt een acteerzaak in dit stuk.
Later, in het artiestenfoyer, schoof Frank nog bij ons aan en dronk een paar wijntjes  mee. Hij zat, als Amsterdamse Brabander, een flinke tijd in Groningen voor dit stuk: paar weken in theater maar ook de hele oefenperiode. Groningen bevalt het wel. In het stuk kon hij zijn eigen gevoelens bij de maatschappelijke ontwikkelingen heel goed kwijt, dat kon hij mooi overbrengen: ‘het wordt wel steeds meer een teringzooi!’

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.