Jack White – Weep themselves tot sleep

Eén van de heerlijkste liedjes van 2012 tot nu toe. En van één van de beste CD’s van dit jaar tot dusver. Natuurlijk het nodige meegekregen van The White Stripes en ook van The Raconteurs en van Dead Weather, maar eigenlijk ontdekte ik Jack White pas op zijn eigen songs op de CD “Rome” van Daniele Lupi en Danger Mouse. En waarachtig: direct daarop maakt-ie een hele CD vol met van die heerlijke songs als Two Against One op ‘Rome’!!
Weep themselves to sleep is heerlijk, maar ook het singletje ‘Love Interuption’, ‘Blunderbuss’ (zoals ook de hele CD heet), ‘Hypocritical Kiss’ en ‘On and on and on’.

Paris, s’eveille

Dit nummer was op de radio, toen we in de auto naar Duitsland reden, op radio Drenthe notabene, afgelopen zaterdag. Ik denk dat iedereen dit liedje wel kent. Het staat ook in de Radio 2 Top 2000 in elke editie van de afgelopen 10 jaar. Het is vooral zo’n liedje dat waar dan ook elk jaar een keer voorbij komt en dat blijft hangen, omdat er geen liedje op de wereld hierop lijkt. Dat stijve staccato zingen van Jacques Dutronc, het lijkt op niemand. En de combi met de fladderende dwarsfluit toont totaal tijdloos én hyper-ouderwets tegelijk. Het liedje stamt uit 1968 en is her en der ook wel een hit geweest.
Ik moest direct denken aan veel andere dwarsfluit-popsongs uit die jaren: de dwarsfluit kwam in die jaren vaker voor in popsongs. Denk aan Barry Hay in Back Home:

Of Thijs van Leer in Hocus Pocus:

De grote favoriet van mijzelf op dit terrein: Locomotive Breath. Wat vond ik dát altijd een prachtige song. Ik vroeg ‘m vaak aan in disco De Wyb in Midsland (Terschelling) bij mijn vakanties daar in 1980 en 1981.

Ludovico Einaudi

Ludovico Einaudi is een Italiaanse componist/pianist en zijn muziek wordt wel ‘eigentijds klassiek’ genoemd. Snap ik eigenlijk niet zo goed; ik weet nooit zo goed wat ‘klassiek’ dan betekent: de meeste van zijn werkstukken laten zich volgens mij goed lenen om er mooie luisterliedjes van te maken.

Hij was vrijdagavond in de Oosterpoort. En waar we een maand geleden bij het concert van Mark Lanegan als bijna-vijftigers nog van gemiddelde leeftijd waren ten opzichte van de rest van het publiek, waren we hier, bij een ‘eigentijds klassiek’ concert nadrukkelijk ouwe lui. Heel veel studenten in een volle grote zaal van de Oosterpoort, weliswaar met alleen zitplaatsen. We gingen eerst ergens beneden aansluiten in de lange stoeltjesrijen, maar ik zat op het balkon de voorste rijen nog leeg. Dat was een goeie keuze: prachtig plekje om te genieten van Einaudi.
Hij begon met een aantal nummer van zijn laatste CD ‘Nightbook’. Wel de CD waarmee hij voor een groter publiek is doorgebroken, maar hij speelde, terecht, ook heel veel oudere nummers van vorige CD’s. Die zijn ook net zo goed. Ik weet ook niet van ‘hits’: al zijn muziek heeft dezelfde sfeer. Maar daarmee verveelt het niet. Andersom ten opzichte van wat ik al zei: het zouden ook allemaal eigen arrangementen kunnen zijn op melodieën van andere liedjes, van andere componisten. In de eigenheid van zijn melodieën zit feitelijk de kracht niet: het is eerder het eigen arrangemente, gegoten in een heerlijke combinatie van ‘minimal music’, atmosferische trance-achtige herhaling en bijna ‘chanson’-achtige composities.

Het publiek tracteerde hem na elk stuk van meestal tussen de 7 en 12 minuten, op langdurig applaus. Einaudi stond een paar keer stram op van achter zijn piano en boog naar het publiek zoals het de klassieke pianist betaamt.
Potdorie, met zo’n uitverkochte grote zaal en toegangsprijs van  €30 verdient hij deze avond heeft goed met het concert in zijn uppie. Mijn concertmaatje had hem al enige malen eerder gezien, spelend in gezelschap, en vond dan uiteindelijk nog éven wat bijzonderder dan dit solo-concert.

De song ‘Nightbook’ is niet echt een liedje-achtig stuk, maar meer een Philip Glass-achtig ‘minimal’ werkstuk.

Kar Kar

Dat is de bijnaam van Boubacar Traoré. Een legende in Mali en gelukkig geen echte onbekende in Nederland: de kleine zaal in de Oosterpoort was maandagavond goed gevuld. En men ként de liedjes van Boubacar Traoré: toen hij bij de toegift “Mariama” inzette, ging er luid gejuich op. Tja, ook ik vindt dat één van de allermooiste liedjes van hem.
Dit is ook bij uitstek een lied dat hem neerzet: een liefdeslied voor zijn tragisch overleden vrouw.
Ik hoef het tragische levensverhaal van Boubacar hier niet te herhalen. Lees het in het heel kort op zijn Wiki-pagina, maar als je echt iets heel moois en dieps wilt lezen, lees dan Mali Blues (het grote verhaal in de bundel) van Lieve Joris. Dat gaat over Boubacar.

Boubacar is nu 70, maar hij heeft al een leven geleid voor minstens 100 jaar. En, o, o, wat is-ie toch nog jóng! Hij tokkelde op zijn gitaar als een jonge God. De echte Afrikaanse blues, maar dan op zijn lichtst en op zijn meest romantisch.
Hij had een virtuoze mondharmonicaspeler bij zich: Vincent Bucher. Wat een geweldenaar. Hij haalde álles uit vijf verschillend gestemde mondharmonica’s. Vincent stond links van Boubacar. Aan de andere kant stond in een mooie boubou zijn percussionist. Op een hoge tafel, met tape op een kussen vastgesnoerd zag daar zijn kalebas om op te trommelen.
Met z’n drieën speelden ze twee uur met ontzettend veel speelplezier. De dag ervoor was Stuart Staples van Tindersticks een uitblinker in het negeren van zijn publiek; Boubacar hoéfde helemaal niet te converseren met het publiek om intens in contact ermee te zijn. Dat is dan toch meer de Afrikaanse weg.
Het concert van Boubacar en zijn twee muzikale maten, afgelopen maandag, was een heerlijke belevenis.

Michael Kiwanuka – I’m getting ready

 De CD ‘Home Again’ van de Engelse soul-singer/songwriter van Oegandese komaf Michael Kiwanuka is een gloedvolle plaat. Een plaat die ook eind jaren 60 had kunnen verschijnen. Nee, niet oudbakken dus, maar tijdloos. Het nummer “I’m getting ready” is een kleinoord, een wondermooi pareltje van eenvoud en warmte.

Tindersticks in De Melkweg

Tindersticks is weer helemaal terug! De nieuwe CD ‘The Something Rain’ is eindelijk weer een heel erg mooie plaat. De voorgaande twee platen vond ik matig (The Hungry Saw en Falling down a Mountain). En zo moet ik terug tot 2003, Waiting for the Moon met ‘My Oblivion’ en ‘Trying to find a home’ om de laatste echt geweldig Tindersticks-songs te horen. Tja, en daarvoor natuurlijk Can our love.. en Curtains, maar dan heb je het al over de vorige eeuw.
Maar nu is er dus ‘The Something Rain’ en deze plaat is echt net zo goed als Curtains! Na drie keer de nieuwe CD te hebben beluisterd heb ik direct mijn maten opgetrommeld en kaarten gekocht voor het concert van gisteren in De Melkweg. Ik zag Tindersticks voor het eerst weer sinds 2004. Héél lang geleden alweer dus.

Ze waren met z’n zessen. Geen violen live deze keer. Wel de saxofonist. De vaste line up bestaat uit drie die-hards, waarvan vooral Start Staples natuurlijk het hart is, hoewel ook David Boulter (keyboards) en Neil Fraser (gitaar) een erg belangrijke rol spelen. Staples is aan de ene kant wel een bijzondere persoonlijkheid met zijn stem uit duizenden, die hooguit bij iemand als Scot Walker referenties treft. Maar anderzijds is het ook een onpersoonlijk figuur. Hij zegt alleen maar kortaf ‘thank you’, zo af en toe na een nummer. De helft van de tijd staat-ie met z’n gezicht naar de gitarist. Vreemd hoor. Publiek lijkt ‘m eigenlijk dus geen donder te interesseren. Dat Beth Gibbons met haar rug naar het publiek stond, ja dat had dan tenminste nog met extreme verlegenheid te maken. Eigenlijk komt dit dan nóg vervelender over.
Maar goed, hij zingt geweldig en de hele band is ook nog geweldig. En dan nog allemaal prachtige songs…. Zo’n concert kan dus eigenlijk niet fout gaan. Wat mankeerde er nog wel aan dan? Misschien juist het feit, dat de live-uitvoeringen niet zo heel veel verder gaan dan het letterlijk en helemaal g0ed naspelen van de plaat. Als de nummers éven wat minder temperamentvol zijn, dan kun je de plaatversie nog hartstikke goed vinden, maar komt ‘t live niet ver genoeg boven de kamermuziek-beleving uit.

Na drie niemendalletjes, die ik wel ken, maar niet exact weet te plaatsen (op welke CD staat deze ook alweer?) begin Boulter met de voordracht van Chocolate: het eerste nummer van The Something Rain. Een nummer van bijna 10 minuten, waar in Boulter in spoken word een heel bijzonder verhaal vertelt, begeleid op een steeds voller bed van geluid, met uiteindelijk geweldige saxofoongesoleer. Prachtig!
Dat bleek ook de Something Rain-opmaak: de hele CD volgde, exact in de CD-songvolgorde ook nog. En dat was dan ook na iets meer dan een uur het einde van het concert. Éven voelde ik me toch beetje bekocht.
Maar Stuart en z’n maten kwamen terug, speelden drie prachtige lange songs live en kwamen ná het volgende ovationele applaus wéér terug voor nog twee songs, waaronder ‘Can we start again’ van Simple Pleasures uit 1999. En zo ging iedereen toch erg enthousiast naar huis.
Die snor stond ‘m trouwens niet goed, hoe begon er zowaar beetje door op Freddy Mercury te lijken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Voyage, voyage

Wordt wat uiteindelijk onze oren bereikt, en wat ons in vervoering kan brengen, in de kern nu gecreëerd door de maker of door de interpretatie? Dat deze vraag niet te beantwoorden is, of anders gesteld: dat het niet zómaar waar is, dat de eerste creatie het primaat heeft, dan bewijst het liedje ‘Voyage, voyage’ voor mij.

Desireless noemde de Franse zangeres zich. Met “Voyage, voyage” had ze haar ‘one day fly’. Een liedje dat nog steeds iedereen wel kent, al is het maar omdat het per ongeluk voorbij komt in de supermarkt of zo. Het was een hitje in 1986. In Nederland nog niet eens zo’n enorme: het kwam op 11 in de Top 40. Maar in wel 8 Europese landen kwam het op nummer 1 terecht. In 2008 is het nummer nog gecovered door een Belgische zangeres en was het wederom her en der een hit.
Luister je nu naar dat liedje, dan komt het je voor als een meezingniemendalletje. Eigenlijk best een leuk liedje al laat het zich gemakkelijk vergeten.

Maar de Oostenrijkse Anja Plaschg, die onder de naam ‘Soap & Skin’ een paar jaar geleden een heel bijzonder album maakte, genaamd ’Lovetune for vacuum’, heeft het nu ook gecovered op haar nieuwe album ‘Narrow’. Ze heeft de drumcomputer weggelaten, ze heeft een enorme vertraging ingebracht. Ze zingt het lied op de wijze, waarop ze ook haar andere liedjes zingt: vol van kwetsbaarheid, pijn en introvertie. Als ze bij het refrein komt, dan versterkt ze het effect ook nog met een viool.
En wat heb je dan? Totaal hetzelfde lied, direct herkenbaar, maar….. ook een totaal ánder lied. Een lied met een diametraal tegenovergestelde emotie.

De versie van Soap & Skin gaat door merg en been, waar Desireless hooguit een tachtiger jaren-discotheekweemoed brengt.

Mark Lanegan

Hij zag er knap slecht uit, gisteravond. Mark Lanegan in een helemaal volle kleine zaak van de Oosterpoort. ‘k Had ‘m nooit eerder live gezien. Met zo’n prachtige zware basstem verwacht je eigenlijk een erg stoere grote vent. Maar Lanegan is eigenlijk maar een schriel mannetje. En met dat puntbaardje, een ingevallen gezicht en beetje Catweazle-kapsel wordt ‘t er niet beter op.
Maar goed, dat is nu eenmaal ook z’n image. Het gebeurde ook wel, dat hij z’n optredens helemaal niet afgerond kreeg als gevolg van drank- en drugsmisbruik. Daarvan gisteravond gelukkig geen spoor.

Hij treedt momenteel op met z’n eigen band: Mark Lanegan Band. En ze spelen alles van de nieuwste CD ‘Funeral Blues’. Deze CD is érg goed. Nog maar kort geleden uitgekomen, maar hij speelde gisteren dus allemaal voor mij al heel bekende en vertrouwde nummers. Ze werden ook ‘gewoon’ integraal gespeeld: geen uitgesponnen live-uitvoeringen of zo. Alleen het lang uitgesponnen laatste nummer van Funeral Blues, ‘Tiny Grain of Truth’, ook het laatste nummer van de set, maakte er een echte finale van. De gitaarsolo daarin was nog beter dan op de plaat. Dat gold dan weer niet voor die lange solo middenin ‘Ode to Sad Disco’, want die is op de CD nog veel mooier.
De begeleidingsband was onopvallend en degelijk, afgezien van de gitarist met James Dean-look en -lok. Op enigszins introverte wijze (hij keek eigenlijk alleen naar zijn gitaar) ging hij geweldig tekeer op zijn gitaar. Lanegan kan ook heel goed murmelen en soms verdween hij gewoonweg enigszins naar de achtergrond met z’n eigen performance.

Zijn ‘thank you’s’ (stuk of 3) waren obligaat; hij stelde onverstaandbaar murmelend zijn bandleden voor en dat was het. Geen ontvankelijke man, die Lanegan. En zoals-ie eruit ziet zou je denken, dat hij nog steeds wel erg into the drugs is.
Het concert duurde netjes 2 volle uren, met 4 nummers als toegift. Er viel gisteren absoluut nergens over te mopperen, zonder dat het nu een echt sprankelende avond was.

Dread Sovereign

Jonathan Meiburg heeft met zijn band Shearwater deze maand weer een nieuwe CD uitgebracht: Animal Joy. Juist dit nummer heeft nog het meeste weg van de muziek op zijn voorgaande CD’s. In die jaren was Shearwater zijn eigen band naast zijn band Okkervil River, samen met Will Sheff. Daar schijnt hij nu mee gestopt te zijn. Okkervil River heeft ook nog maar kortgeleden een mooie CD uitgebracht. Shearwater ligt mij nog wat meer.

Animal Joy is een prachtige plaat. Al ben ik altijd nog op zoek naar een song die naar de kroon van Failed Queen van het album Palo Santo steekt en staat dat er, helaas, niet op. (Recensie Nu.nl)

Tindersticks – The Something Rain

Inmiddels heb ik de nodige recensies online gelezen over deze plaat: de nieuwste, negende, CD van Tindersticks. Na drie keer luisteren en geleidelijk weer helemaal ingepakt te worden in de unieke Tindersticks-sferen, enerzijds met het verstild orkest dat de band is en anderzijds met de tremulanties in de stem van Stuart Staples.
Het meeste ontroerde mij ‘A night so still’. Eerst lijkt het een tussendoorsong, zoals-ie in drievoud op élke CD van Tindersticks staat, maar halverwege gaat de wolk waarop je verkeert in de song geleidelijk op pad, de lucht in, neemt je mee op een zondagmiddagtocht langs de einder. De slaapwaakmodus die dan minutenlang over je komt is weldadig.
Maar de héle CD is geweldig mooi. In ’Chocolate’ wordt een heel bijzonder verhaal vertelt. Zoek de tekst maar eens op, of luister goed: dit een verhaal met een twist in het plot. Een heel bijzondere opener trouwens: een 9-minuten-nummer met alleen maar spoken word!
Op 11 maart komt Stuart met zijn maten in De Melkweg. Eens kijken of het lukt en wie er mee wilt. Er zijn nog kaarten!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.