In drie dagen van Amsterdam naar huis. Met de fiets. Daaraan begonnen we op zondagmorgen, eerste Pinksterdag. Prachtig weer. Een mini-vakantie van drie dagen. Ongeveer 200 kilometer zou het zijn, leek ons. De route: dag 1 langs de IJsselmeerkust tot aan Enkhuizen; dag 2 met de boot naar Stavoren en dan Friesland door tot een slaapplek; dag 3 verder en naar huis.
Aldus: eerst een heel stuk door de stad, vanaf Westerpark tot aan de Schellingwouderbrug, aan het oosten van de stad. Direct over de brug ben je “weg”: daar is het direct boerenland met natuurreservaten. Langs de dijk ben je zomaar in Durgerdam. Een lint oude houten huizen langs de voormalige Zuiderzeedijk. Aan de andere kant ligt de nieuwe IJmeer-wijk; aan de dijk in de haven allemaal witte mastjes van zeilboten. Ongelooflijk veel huizen te koop! Naast prachtige opgeknapte historische huizen ook veel nogal verfomfaaide exemplaren er tussen. Achter de huizen direct de laaggelegen polder met weiland tot de einder. Wat ben je direct ‘ver weg’, hemelsbreed maar enige kilometers van hartje Amsterdam!
Fiets je verder, dan wordt dat alras nog extremer. Binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam zijn er al grote boerderijen. Het dorp ‘Ransdorp’ ligt ook nog in het Amsterdamse buitengebied. Tot 1921 was dit een zelfstandige gemeente; er staat ook nog een oud raadhuis. En er staat een enorme joekel van een oude kerk in het dorp. Rembrandt heeft deze kerk nog getekend; ook toen had-ie al géén torenspits.
Na Ransdorp rijden we Waterland in. Weiland, weiland. Een jonge koe dondert in de sloot voor onze neus. Ah, gauw de boer even waarschuwen, dacht ik nog, maar hij klautert aan onze kant de wal weer op. Toch maar naar de boer fietsen! Maar hij springt gewoon de sloot weer in en kruipt er tot luid geloei van zijn maatjes aan de goeie kant direct weer uit!
Slingerend door het weiland komen we aan bij de dijk bij Monnickendam. We drinken een paar capuccino’s op het terras bij de haven, onder de luifel van het Waaggebouw. Prachtig oud plaatsje met 74 Rijksmonumenten.
Voorbij Monnickendam bij Katwoude een flinke stuk langs de dijk tot we in Volendam aankomen. Op 1e Pinksterdag is het daar natuurlijk véél te druk. Een braderie ook nog. Afstappen van de fiets, bij de haven, want anders gebeuren er ongelukken. Direct achter de dijk zijn kleine grachtjes met heel veel bruggetjes. Ziet er wel pittoresk uit, maar er zijn opvallend weinig echt monumentaal oude huizen te bekennen.
Verder langs de dijk richting Edam. Gek genoeg had ik van Edam veel minder verwacht: wat een verrassend prachtig oud stadje is dit! Midden in het stadje een hoge gewelfde overkapping over de gracht, die zo een brugpleintje wordt. Een mooi stadhuisje, veel prachtige geveltjes en een heel mooi oud torentje. Ik draai gauw nog wat fietsrondjes door het oude stadje heen en bedenk: hier wil ik gauw eens een nachtje heen!
Daarna zoeken we de dijk weer op en fietsen noordwaarts. We picknicken op de dijk. Honderden zeilen op het water. Een geweldige dag: prima windje voor de zeilers, graad of 25 en strakblauwe lucht! Wat een weelde.
In Oosthuizen splitsen we. Onze Amsterdamse vrienden gaan via De Rijp weer terug naar de stad en wij gaan verder naar Hoorn.
In Hoorn een uur op het plein “De Rode Steen” uitgerust. Vroeger moet er hier een geweldig mooi stadhuis gestaan hebben. Dat is helaas verdwenen, maar het West-Fries Museum zit in een heel bijzonder huis en er is ook een heel mooi waaggebouw. En verder in de stad wemelt het van de overblijfselen van de grote tijd van de oude stad Hoorn. In het West-Fries Museum is een expositie gewaagd aan J.P. Coen, van wie een joekel van een beeld op Het Rode Steen staat.
Coen was natuurlijk een heen naar mannetje en daar gaat de expositie feitelijk ook over: is-ie een held of is-ie een naarling. Ik heb de expositie niet gezien, maar vrees dat hem toch teveel heldendom zal worden nagegeven.
We dachten in Hoorn te blijven, maar konden geen goed adresje vinden. Dus toch maar even de tegenwind op de provinciale weg naar Enkhuizen opgezocht. In Enkhuizen troffen we wel snel een prima thuis-adresje uit het boekje van Vrienden op de Fiets.
Met de fiets het stadje even van alle kanten bekeken. De Drommedaris natuurlijk. En de Zuiderkerk met een geweldig fraaie toren. En een stadhuisje, dat een een soort van grote Madurodam-versie is het Paleis op de Dam.
Zowel Hoorn als Enkhuizen hebben een gróte historische binnenstad, vind ik. ‘k Had ze beide al eens eerder gezien, maar bemerk dat ik oud begin te worden: het was al té lang geleden om er nog echt goeie herinneringen aan te hebben.
Redelijk vroeg in bed, flink rozig en nagenietend van heerlijke fietsdag en ‘s avonds nog witbiertjes en een geweldig goeie pizza! En in het vooruitzicht van een volgende dag met nét zoveel zon en een net zo perspectiefvolle fietsomgeving: Zuid-Friesland! (zie vervolg)