Nee, dan maar liever geen voortplanting

Mij trof vorige week in de NRC-next een ingezonden brief:

Geen voortplanting?
Mijn partner en ik hebben een verzamelinkomen boven de 125.000 euro, dus geen kinderopvangtoeslag meer per 2013. Wij hebben vier kinderen onder de 6 jaar voor wie wij aan kinderopvang in 2013 bij elkaar 1940 euro netto per maand moeten betalen.
Ik verdien zelf 2.200 euro netto per maand, dus houd dan 260 euro over. Mijn gehele salaris gaat – op 260 euro na – voor zeker nog vier jaar (tot de jongste naar de kleuterschool gaat) – op aan kinderopvangkosten.
Welke visie zit achter deze maatregel? Moeten goedverdienende tweeverdieners naar een kostwinnersmodel? Mogen goedverdienende tweeverdieners zich niet meer voortplanten?
Monique de Bruijn, Schiedam

Ten eerste: hoezo goedverdienende tweeverdieners Monique? Ik lees dat jij het alleen betaalt en dat je nog veel beter verdienende partner dus NIET meebetaalt. Hij houdt nog best veel over om dik van te leven en heeft misschien wel wat voor jou over ook! En misschien zelfs voor zijn kinderen!!
Maar verder nog: wie moet het dan betalen, Monique? Ik heb de indruk, dat jullie niet in de publieke sector aan het werk zijn met zulke inkomens. Dus hoewel jullie zo goed verdienen, lijkt het je toe dat je medeburgers jullie kwantitatief breed uitgemeten kinderwens maar moeten subsidieren?
Ik mag toch hopen dat dit soort ventilaties van op rechten gefixeerde snobs er gauw uit worden gehamerd met het steeds harder wordende bezuinigingsbeleid. Lijkt mij een mooi voorbeeld van oorlogswinst.

Van Amsterdam naar Groningen op de fiets (dag 1)

In drie dagen van Amsterdam naar huis. Met de fiets. Daaraan begonnen we op zondagmorgen, eerste Pinksterdag. Prachtig weer. Een mini-vakantie van drie dagen. Ongeveer 200 kilometer zou het zijn, leek ons. De route: dag 1 langs de IJsselmeerkust tot aan Enkhuizen; dag 2 met de boot naar Stavoren en dan Friesland door tot een slaapplek; dag 3 verder en naar huis.

Aldus: eerst een heel stuk door de stad, vanaf Westerpark tot aan de Schellingwouderbrug, aan het oosten van de stad. Direct over de brug ben je “weg”: daar is het direct boerenland met natuurreservaten. Langs de dijk ben je zomaar in Durgerdam. Een lint oude houten huizen langs de voormalige Zuiderzeedijk. Aan de andere kant ligt de nieuwe IJmeer-wijk; aan de dijk in de haven allemaal witte mastjes van zeilboten. Ongelooflijk veel huizen te koop! Naast prachtige opgeknapte historische huizen ook veel nogal verfomfaaide exemplaren er tussen. Achter de huizen direct de laaggelegen polder met weiland tot de einder. Wat ben je direct ‘ver weg’, hemelsbreed maar enige kilometers van hartje Amsterdam!

Fiets je verder, dan wordt dat alras nog extremer. Binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam zijn er al grote boerderijen. Het dorp ‘Ransdorp’ ligt ook nog in het Amsterdamse buitengebied. Tot 1921 was dit een zelfstandige gemeente; er staat ook nog een oud raadhuis. En er staat een enorme joekel van een oude kerk in het dorp. Rembrandt heeft deze kerk nog getekend; ook toen had-ie al géén torenspits.
Na Ransdorp rijden we Waterland in. Weiland, weiland. Een jonge koe dondert in de sloot voor onze neus. Ah, gauw de boer even waarschuwen, dacht ik nog, maar hij klautert aan onze kant de wal weer op. Toch maar naar de boer fietsen! Maar hij springt gewoon de sloot weer in en kruipt er tot luid geloei van zijn maatjes aan de goeie kant direct weer uit!

Slingerend door het weiland komen we aan bij de dijk bij Monnickendam. We drinken een paar capuccino’s op het terras bij de haven, onder de luifel van het Waaggebouw. Prachtig oud plaatsje met 74 Rijksmonumenten.
Voorbij Monnickendam bij Katwoude een flinke stuk langs de dijk tot we in Volendam aankomen. Op 1e Pinksterdag is het daar natuurlijk véél te druk. Een braderie ook nog. Afstappen van de fiets, bij de haven, want anders gebeuren er ongelukken. Direct achter de dijk zijn kleine grachtjes met heel veel bruggetjes. Ziet er wel pittoresk uit, maar er zijn opvallend weinig echt monumentaal oude huizen te bekennen.
Verder langs de dijk richting Edam. Gek genoeg had ik van Edam veel minder verwacht: wat een verrassend prachtig oud stadje is dit! Midden in het stadje een hoge gewelfde overkapping over de gracht, die zo een brugpleintje wordt. Een mooi stadhuisje, veel prachtige geveltjes en een heel mooi oud torentje. Ik draai gauw nog wat fietsrondjes door het oude stadje heen en bedenk: hier wil ik gauw eens een nachtje heen!

Daarna zoeken we de dijk weer op en fietsen noordwaarts. We picknicken op de dijk. Honderden zeilen op het water. Een geweldige dag: prima windje voor de zeilers, graad of 25 en strakblauwe lucht! Wat een weelde.
In Oosthuizen splitsen we. Onze Amsterdamse vrienden gaan via De Rijp weer terug naar de stad en wij gaan verder naar Hoorn.

In Hoorn een uur op het plein “De Rode Steen” uitgerust. Vroeger moet er hier een geweldig mooi stadhuis gestaan hebben. Dat is helaas verdwenen, maar het West-Fries Museum zit in een heel bijzonder huis en er is ook een heel mooi waaggebouw. En verder in de stad wemelt het van de overblijfselen van de grote tijd van de oude stad Hoorn. In het West-Fries Museum is een expositie gewaagd aan J.P. Coen, van wie een joekel van een beeld op Het Rode Steen staat. Coen was natuurlijk een heen naar mannetje en daar gaat de expositie feitelijk ook over: is-ie een held of is-ie een naarling. Ik heb de expositie niet gezien, maar vrees dat hem toch teveel heldendom zal worden nagegeven.

We dachten in Hoorn te blijven, maar konden geen goed adresje vinden. Dus toch maar even de tegenwind op de provinciale weg naar Enkhuizen opgezocht. In Enkhuizen troffen we wel snel een prima thuis-adresje uit het boekje van Vrienden op de Fiets.
Met de fiets het stadje even van alle kanten bekeken. De Drommedaris natuurlijk. En de Zuiderkerk met een geweldig fraaie toren. En een stadhuisje, dat een een soort van grote Madurodam-versie is het Paleis op de Dam.
Zowel Hoorn als Enkhuizen hebben een gróte historische binnenstad, vind ik. ‘k Had ze beide al eens eerder gezien, maar bemerk dat ik oud begin te worden: het was al té lang geleden om er nog echt goeie herinneringen aan te hebben.

Redelijk vroeg in bed, flink rozig en nagenietend van heerlijke fietsdag en ‘s avonds nog witbiertjes en een geweldig goeie pizza! En in het vooruitzicht van een volgende dag met nét zoveel zon en een net zo perspectiefvolle fietsomgeving: Zuid-Friesland! (zie vervolg)

Tjeukemeer – Tsjukemar

Heel lang geleden moet het meer gewoon land geweest zijn, waar hier en daar behoorlijk wat bos voorkwam. Net buiten de kleine polder waren eens 2 kleine boerinnen, die terugkwamen van het melken. De ene had twee emmers melk, de andere had geen melk. Toen was er een brandje, hoe het ontstaan is weet men niet. De ene vrouw die geen meld had zei tegen de andere: “Je moet de melk erin gooien, zodat het vuur niet harder gaat branden”. Maar de andere zei: “Je bent niet wijs, dan ben ik mijn melk kwijt. Laat maar branden het is ons land niet.” Ze vertikte het en het vuur wakkerde aan. Toen zei de eerste:  “O, Tsjuke, O, Tsjuke, dat zal je berouwen!”. Ze schold haar daarmee uit, want Tsjuke was vroeger een hondennaam. Waar dat tegen een vrouw zei, maakte haar uit voor een teef.

Anderen houden het erop dat het twee zusters waren: de één met de naam Tsjuke, de ander met de naam March. En toen de boel in de brand stond konden ze elkaar niet meer zien vanwege de rook. Toen riep de ene om Tsjuke en de andere om March en de mensen in de omgeving zeiden: “Dat is Tsjukemar”.

(Bij het oude gemaal vlakbij Echten aan de oever van het Tjeukemeer, langs het Lodo van Hamelpad, met museum én een mooie galerie met expositie met litho’s van Jan Mensinga, staat dit beeld van de zusjes. En een plakkaat met bovengenoemde tekst erbij.)

Gili Trawangan

In Padangbai was ik ook al in 2007 geweest; daarvandaan varen de ferry’s tussen Bali en Lombok. De grote roestbakken zag ik weer liggen in de haven. Wij waren nu in Padangbai om de speedboat naar Gili Trawangan te nemen. Als je met de gewone boot naar de Gili’s wilt, dan mag je eerst met de ferry naar Lombok, daar een heel stuk met een bus en dan nog met een andere boot naar de Gili’s. Dat zou zo’n 8 uren in beslag nemen. De speedboat doet ‘t in ruim één uur. Je kunt zien, dat-ie daar wat power bij gebruikt: 5 joekels van Suziki’s!!

De Gili’s zijn drie eilandjes voor de noordwestelijke kust van Lombok. Daar zijn we weer moslim en hoor je het alluah akbar weer. De Gili’s zijn drie paradijseilandjes: mooi strand, mooie turquoise wateren er omheen, snorkelende mensen én…. geen gemotoriseerd verkeer! Alles gebeurt met paard en wagen. Ook geen brommertjes.

Gili Trawangan is het meest toeristische eilandje van de drie. Het is min of meer rond en heeft een doorsnede van ongeveer een kilometer. Het dorpje is gezellig druk. Waar 20 jaar geleden nog bij uitstek sprake was van een backpackerstoeristenpopulatie zijn er nu ook veel duurdere resorts en zie je ook mensen met rolkoffers de speedboats verlaten. Die speedboats zijn er ook nog maar kort. Is e.e.a. daardoor verpest? Ja, vermoedelijk voor een aardig deel wel, al is het maar hoe je het bekijkt. Het is er nog steeds gemoedelijk, maar de backpacker van 20 jaar geleden zal zich vast en zeker rot schrikken en vinden dat er van de atmosfeer van vroeger niet zoveel over is. (Hetzelfde geldt trouwens voor veel op Bali: Ubud was toen ook nog maar één straat; nu kun je over de hoofden lopen en is er alleen maar herrie van auto’s en brommers.)

We waren met z’n vieren 2 dagen en nachten op Gili Trawangan. Als enige van de drie heeft dit eiland ook een beetje een heuvel; de andere zijn volledig plat. Over de eilandjes heen kijk je op de Rindjani-vulkaan op Lombok uit. Daar ontwikkelden zich dikke wolken. Op beide dagen hadden we uitzicht op een heel zware lucht boven Lombok, terwijl wij in de zon op het strand waren, potjes klaverjassen op een terrasje op het strand. De tweede dag kwam de bui onze kant op en waren we net op tijd binnen om een heerlijke enorme moessoenbui vanonder onze veranda te kunnen aanschouwen.

We aten lekker in cosy kleine halfoverdekte restaurantjes en hebben op de tweede dag de wandeling rondom het eiland gemaakt. Het waren een paar rustige en fijne dagen op Gili Trawangan, maar als je de Lonely Planet erop naleest, dan zou het zo moeten zijn, dat je maar moeilijk weer van die eilandjes vandaan kunt komen. Dat geldt misschien als je je in het nachtelijke partyleven gaat begeven. Dus daarover kan ik niet oordelen. Ik had ‘t na een paar dagen wel gezien op Gili Trawangan.

 
De wandeling rondom het eiland was het mooiste. We wandelden daar trouwens wel langs enige grote en luxe resorts in aanbouw. Potverdorie: het kan best zijn, dat het over een paar jaar uit is gegroeid tot een standaard vakantieparadijs. En als de Australiërs die nu Kuta op Bali verpesten het gaan ontdekken, berg je dan maar.

Gunung Agung

Vanaf de boot terug van Gili Trawangan maakte ik een paar prachtige foto’s van de kust en de bergen op Bali. De vulkaan Agung, 3200 meter hoog, ligt daar majestueus een beetje mysterieus te zijn in de wolken. En de kleurschakeringen van de verschillende achter elkaar liggende heuvels was ook machtig mooi bij het late middaglicht.

Beringin

Deze boom vonden we in 2006. We fietsten toen, mijn vriendin en ik, rondom Ubud en troffen ‘m ergens langs de weg. Je ziet wel vaker die gigantische berringin-bomen, met hun loodrecht naar beneden hangende takken die op het moment dat je de bodem raken ook wortel schieten en daarna van één boom een samenstel van bomen maken. Om om deze boom heen te lopen, was in 2006 wel zo’n vijftig stappen. Een geweldig massief geheel, ook juist op de foto’s van afstand.

We maakten twee weken geleden deze fietstocht nog eens. Nu dus met mijn dochter en haar reisvriend (ik zocht hen op tijdens hun backpacktocht door Zuidoost-Azië). Trof de boom erg gehavend aan. Aan de zijde van het kleine tempeltje was minstens eenderde van de boom verdwenen. En aan het tempeltje te zien, was daar geen menselijk beleid bij te pas gekomen: helemaal aan diggelen.

Aan wat mannetjes gevraagd, wat er aan de hand was. Ze vertelden mij, dat het juist 2 weken geleden zo geweldig veel geregend had, dat de takken met bladeren topzwaar waren geworden en dat er héél veel naar beneden was gekomen. Jammer zeg. Pál voordat ik de boom weer eens kwam bekijken!
Hij blijft nog steeds indrukwekkend en zal ook vast wel weer herstellen. Hij gaat immers ook al wel 500 jaar mee of zo. De Balinezen met wie ik sprak vertelden me ook, dat er veel andere beringgin-bomen een stuk kleiner zijn, maar veel ouder. Zoals ook die twee op 200 meter afstand van deze op het plein van een tempelcomplexje. Die worden namelijk goed onderhouden en deze, min of meer vrijstaande op een weilandje, wordt dat veel minder. Dat was ook de reden, dat-ie zo topzwaar was geworden. (Op de foto’s zie je steeds eerst 2006 en daarna 2012.)

Mount Batur

Op Bali hebben we ook een vulkaan beklommen. Niet de hoge kegelvulkaan Agung, die meer dan 3200 meter hoog is. Dan moet je nóg een stuk vroeger op om de zonsopkomst boven te aanschouwen. Wel de Batur, die een kilometer of 30 westelijk van Agung ligt. Op de top ben je op 1750 meter hoogte. Deze top ligt aan de westkant van een meer op 1000 meter hoogte. Origineel een kratermeer natuurlijk. Aan de andere kant van het meer is de top 2100 meter hoog. Er zijn op Bali nog meer pieken van boven de 2000 meter.

Om de Batur te beklimmen gingen we met een gids om 4 uur ‘s morgens omhoog. Eerst een heel eind door het bos en toen het laatste stuk door struikgewas en knap steil omhoog klimmend. Geleidelijk werd het lichter en opende zich het gehele landschap; de vergezichten op de andere vulkanen. Op de foto zie je Agung als een ‘schaduw’ achter de vulkaan aan de andere kant van het meer.
Op de top aangekomen voelt het alsof je op een speldeprik-top staan: aan alle kanten om je heen gapende diepten. Het is het hoogtepunt van een kraterrand, die zo goed als helemaal rond loopt, weliswaar op verschillende hoogten. Het is echt magisch om daar te staan, bij zonsopkomst en heel Bali om je heen te zien. In de verte zie je ook de Rindjani-vulkaan op Lombok, die wel 3700 meter hoog is.

We kregen boven ontbijt bestaande uit gebakken banaan en gekookte eieren. Deze zijn verhit door ze te leggen in een rotsspleet, waar hete gassen uit komen. En een dikke bak koffie erbij.
Op die top zo’n drie kwartier geweest, genietend van uitzicht en van het ontbijt. Daarna een langere tocht de andere kant langs naar beneden. Dat was een spectaculair stuk wandelen over de kraterranden. Vaak een stukje van 40 centimeter breed en aan weerszijden gruwelijke dieptes. Niet bepaald een plaats om even rustig om je heen te kijken of een klein misstapje te maken. Vraagt wel enige concentratie en het indammend van verkeerde gedachten.
Om een uur of negen waren we beneden en om tien uur achter in de laadbak van een bemo-truckje onderweg naar Ubud.

Op de markt in Ubud

Een echte fotograaf ben ik niet. Te weinig geduld en te weinig aandacht voor techniek en zo. Maar ik vind ‘t wel leuk om op zoek te zijn naar een mooie foto. Deze maakte ik op donderdag 3 mei op de markt van Ubud, op Bali.
De markt op de begane grond, deels binnen deels buiten, is vol en redelijk druk. Maar het lijkt niet echt goed te gaan met de markt. Er zijn ook marktgedeeltes op 1e en zelfs 2e verdieping in open gebouwen. Ik liep daar naar boven; er waren daar ook verloren kraampjes met kleren en andere dingen. Er zaten verveelde dames, die bijna schrokken van mij: een toerist, een toerist!! En dan moet je nog je best doen weer van ze af te komen.

In het trappenhuis maakte ik deze foto. Deze meneer liep heen en weer met deze manden, dus ik kon even rustig afwachten totdat hij op de juiste plek was voor de foto. Dus toch beetje ‘compositie’ en niet uit de losse hand als geluksfoto. Ik vind ‘t m’n mooiste foto van de vakantie van 2 weken op Bali.

Wil de Orka

Vorige week op de Vismarkt in Groningen. Deze winter stond hier nog de grote kerstboom van oude fietsen. Een productie van Maria Koick van Bas-Is (www.bas-is.nl) een creatieve ontwerp- en productiebedrijfje.
Nu heeft Maris ook deze orka gemaakt. Hij lag tot afgelopen week op dezelfde plek als waar de kerstboom stond.
Het betreft een interactief project. Als een ‘flashmob’ werd iedereen uitgenodigd om op 15 april mee te helpen aan een grote schoonmaak: “Ben jij die troep op straat ook zo zat? Vis de troep van de straat en maak deel uit van de Grootste Flashmob van de lente! Bouw mee aan een levensgrote WILDE ORKA van zwerfvuil op de VISmarkt!

Het project heette dan ook “De wilde Orka”: www.wildeorka.nl.
Er hing ook een groot gedicht bij, van Stefan Nieuwenhuis, de Groninger stadsdichter.

Ik vermoed dat het jou ook
is opgevallen dat straatafval
nooit mooi glimt of glanst
hoe de zon er ook op schijnt

nog een reden voor de opruim

laten we het samen doen want
de petflessen zijn in aantocht
de aanvoerders van het vullis
willen ons verpletteren

laat ik het zo zeggen

de mate van beschaving van een stad
wordt afgemeten aan de manier
waarop er met zwerfvuil wordt omgegaan

en daarom eerwaarde burgers
tonen wij ons beste beentje
en zetten wij die voor

Meerkoet, beetje vreemd

Miezerige aprildag, doordeweeks, liep ik langs dit steigertje. Deze meerkoet heeft wat takjes verzameld. Of-ie wel helemaal goed snik is, dat vraag ik mij af: dat witte vlekje naast het beest, dat is een ei!
Hij heeft niet alleen een schamel aantal takjes neergelegd op een nogal onbestemde plek, hij gaat notabene ook nog naast zijn eigen ei zitten!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.