Intouchables

Geweldig genoten, vanavond van Intouchables. Het is een grote hit geworden. Hoort, zegt het voort, en iedereen gaat deze film zien. Kan dan alleen maar tegenvallen, maar dat doet-ie dus niet. Alles klopt namelijk gewoon aan deze film. Genoeg venijn, genoeg pit, genoeg vaart, genoeg hardheid en zachtheid. En ook genoeg open laten, genoeg lucht in de film, genoeg interpretatieruimte.
OK, misschien iétsje teveel ‘feel good’ voor de diehard cynicus. Maar goed, dat ben ik dan ook niet. En één van de mooiste ‘eerste scenes’ ooit: een achtervolging door Parijs, alsof je een totaal ander soort film gaat zien, dan je verwachtte. Die eerste scene zet de toon geweldig.

“Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.” Ik heb ook een interview gelezen met de maker van het verhaal: de écht van kin tot teen gehandicapte. Hij heeft het verhaal vast en zeker iétsje sterker aangezet en de scriptmakers hebben het vast en zeker nóg een beetje filmischer gemaakt, maar het is een heerlijk verhaal. En als je de mentale kracht hebt, dan spreekt het éigenlijk vanzelf, dat je dít met je leven wilt doen, als de énige macht die je nog hebt over je omgeving en over jezelf de macht van het geld is: de hele liederlijke bende eruit flikkeren en zorgen dat er een frisse wind doorheen komt.

Driss (het verhaal speelt in Parijs) solliciteert alleen maar om z’n recht op ‘n uitkering te kunnen behouden, als hulp voor de stinkend rijke, door een ongeluk van kin tot teen verlamde Philippe. De eerste scenes zijn ook een beetje slapstick-achtig, wanneer hij alle vieze klusjes met een gehandicapt lichaam niet wil doen (‘ik ga zijn kont niet legen!’). Is dat eenmaal voorbij, dan kunnen ze de relatie gaan opbouwen. En dan zijn álle scenes leuk en origineel. Nog wat realiteit en drama er doorheen, wanneer wordt ingezoomd op het oude leven van Driss. Ook dat keert ten goede, op het einde.
Dat einde brouwt er zelfs nog een romance aan. Een eenvoudig eindtafereel, maar wel eentje met schoonheid. Philippe, de lamme rijke, die vooral door die glimlach-met-de-ogen sprekend op Dustin Hoffman lijkt, komt het kleine geluk van harte toe. En Driss wandelt weg op het strand, voldaan, zoals Lucky Luke dat altijd deed in de laatste tekening. Ja, deze almost-Dustin Hoffman is echt de typecast: wie kan er beter statisch glimlachen dan hij.
Topscore op IMDB: hij staat met een 8.4 op nummer 128 op de all-time lijst!

Monsieur Lazhar

Gisteravond in het Ketelhuis (Westergasfabriek, Amsterdam) naar de Canadese film ‘Monsieur Lazhar’ geweest. De film gaat over een groep 8-klas (11 en 12 jaar oud) van een basisschool. De (populaire) onderwijzeres heeft zichzelf opgehangen in de klas, tijdens de pauze. Een bizar begin.
De klas is getraumatiseerd. Eén jongetje voelt zich erg verantwoordelijk. Verderop in de film blijkt waarom. Dat is één van de situaties die naar het einde toe moeten worden gelouterd. Een kleine kinderliefde is de andere: hetzelfde jongetje en zijn klasgenote, ze raken verwijderd en ook dat moet bij weer elkaar komen.

Monsieur Lazhar werpt zich op als vervanger van de juf. Hij heeft ook een zwaar verhaal: hij is vluchteling. De school weet niet dat hij eigenlijk helemaal geen leraar is. Zijn vrouw, slachtoffer van een aanslag in thuisland Algerije, was het wel. Hij is niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn kind bij deze aanslag verloren.
De juf van de andere klas, Claire, krijgt een oogje op monsieur Lazhar. Dat is vooral een knipoog-verhaal voor er tussendoor.
De vrouwelijke directeur van de school speelt ook een mooie rol: rechtvaardig maar streng. En tijdens de lerarenvergadering blijken alle leraren een betrokkenheid te tonen, die zich vertaalt naar het op een nette wijze tonen van gevoelens, frustraties en de reguliere problemen op een school. De hele film had zó in Nederland (of Frankrijk) kunnen worden geschoten. Het is bijzonder om te zien, hoe ‘Europees’ een land als Canada is. De film zou heel ‘zwaar’ kunnen zijn, maar wordt dat nooit en dat komt door het continu relativerende gedrag van Lazhar; hij is altijd redelijk en er zijn altijd wel oplossingen voor elke situatie, desnoods met enige ironie.

Hoe realistisch alles ook is of lijkt in deze film, eigenlijk is de hele kapstok, waaraan het verhaal is opgehangen, erg bizar. Zelfmoord plegen als een vorm van wraak op je eigen klas met kinderen, wie doet nou zóiets? Dat blijft eigenlijk ook wat in het midden. Datgene wat een deel van de aanleiding lijkt te zijn geweest, rechtvaardigt dat bij lange na niet.
En wat nog veel verder gaat: de 20 kinderen in deze klas, ze zijn alle 11 of 12 jaar oud, maar lijken zich maar wát vaak te gedragen als jongvolwassenen. De gesprekken en al het gedrag in de klas: het lijkt allemaal heel ‘natuurlijk’, maar hoe langer je kijkt, hoe ‘geconstrueerder’  het wordt. Nóóit vliegt iemand uit de bocht. Dat is erg onrealistisch.
Gek genoeg is het niet storend. Het is en blijft fictie; er wordt een heel bijzonder verhaal verteld, het is erg poëtisch gefilmd, met een mooie symboliek aan het einde, waar monsieur Lazhar zijn eigen opstel door de klas laat beoordelen. En dit opstel is een mooie parafrase op zijn eigen levensverhaal, dat in de film én goed én fout afloopt, maar in ieder geval met een heleboel contemplaties.
Monsieur Lazhar raakt het hart, maar het is ook een film die nogal wat vragen laat. Misschien is dat ook goed; misschien is dat ook de bedoeling.  (IMDB scoort een 7.7)

The Iron Lady

Gelukkig deze week nog The Iron Lady in de bios kunnen zien. Hij draait al ‘n tijdje. We zater er gisteren met nog 5 mensen in het kleine zaaltje van Springhaver in Utrecht naar te kijken. De megarol van Meryl Streep als Margaret Thatcher. Jawel: haar Oscar heeft ze met glans verdiend!
Recensies her en der benadrukten al, dat Streep weer een geweldige vermomming heeft gerealiseerd, maar dat de film ‘an sich’ niet meer dan 3 van de 5 bolletjes mocht verkrijgen. Ben ik het totaal niet mee eens. Ik zou er vier geven. Mijn mening is echter niet echt bepalend: The Iron Lady krijgt slechts een 6.4 op IMDB. Vind ik bijzonder.

De film vertelt het verhaal van haar leven op een ongelooflijk innemende wijze. Zó innemend, dat je voor ijzeren Maggie zeer warme gevoelens gaat koesteren. En dat gaat toch wel héél ver. Ik ben oud genoeg om nogal bewust op het vizier te hebben, hoe ‘dat mens’ zich in de jaren 80 gedroeg.
In de film wordt haar stijfkoppigheid als vasthoudendheid getoond, haar hardheid als een uiterlijke facade die nodig was om te doen ‘wat ze moest doen’. Of dat in het echt ook zo was, dat is nog maar de vraag.
En het écht sympathiserende zit ‘m ook juist in de nogal ‘lieve’ wijze, waarop de beginnende verwarring, de eerste tekenen van Alzheimer, tot uitdrukking komt. Daarin ook het mooie perspectief van de film. Waar veel recensenten zeurden, dat het teveel over bejaarde, dementerende Thatcher gaat, zeg ik: dat is een prachtig literaire wijze om een verhaal te vertellen. Wilden die recensenten dan, dat er sprake zou zijn van een opdracht tot gespeelde documentaire over haar leven? Dat zou ridicuul zijn.

De oude Thatcher kibbelt met haar man. Die zie je ook – een prachtig mooie bijrol van Jim Broadbent, die je ook in zowat élke goeie Engelse film weer op ziet dagen! – maar hij is er echter niet écht, want hij is al enige jaren dood. In de volgende shot, op hetzelfde moment op dezelfde plaats zie je dan ook haar dochter of een verzorgende haar zorgelijk aankijken, want ze heeft in zichzelf zitten praten, tegen haar ingebeelde man Denis. Dat beeld komt in veel situaties terug. Dit geconverseer met haar dode man is ook haar hele terugblik op haar leven. Soms is het komisch, soms melancholiek.

De jonge Thatcher krijgt ook genoeg ruimte. Daarin veel nadruk op de combinatie van een naïeve, verwonderde jonge vrouw, die evenwel daarnaast een echt bijtertje is. Niets onsympathieks aan te bekennen. Conservatief is ook nadrukkelijk progressief: ze is enorm verbeten in haar strijd voor verandering en deze verandering toont zich als een drang naar emancipatie. Maar dan komt de Falkland-oorlog en is Maggie de totale patriot. Het laat haar carrière weer even flink opbloeien.

We keken elkaar aan, bij het einde van de film, met dezelfde vraag: is ze nou eigenlijk al dood of niet?
Nee, ze is er nog. Maar inmiddels is ze de verwarring waarschijnlijk allang voorbij en is het hoofd helemaal leeg.
Zou ze haar staatsbegrafenis krijgen? Daarover is enige jaren geleden enige discussie geweest. Ze zou de eerste zijn sinds Churchill, afgezien dan van de lieden van het koningshuis.

Le Havre

Zondagochtendfilm in ForumImages: Le Havre van de Finse regisseur Aki Karismäki. Het speelt in de havenstad van de filmtitel en gaat over een Afrikaanse vluchteling, die wegvlucht als de zeecontainer op de kade, waaruit de menselijke geluiden kwamen, door de politie wordt opengemaakt. Allemaal vluchtelingen kijken stil in de camera. Idrissa vlucht weg.
Marcel Marx is schoenenpoetser, half aan de zelfkant van het leven, met een vrouw met kanker, een heel klein sober turqoise geschilderd huisje en een hond, Laïka. Hij ontfertt zich over Idrissa en gaat zijn best doen, hem toch nog naar Londen te krijgen.

Dat allemaal heel warmhartige scenes, met de uitbater van het groentewinkeltje en de dame in de bakkerij en de eigenares van het kroegje waar hij zijn wijntjes in één teug achterover slaat. Ze gaan ‘m allemaal helpen. Ondertussen verwerkt zijn tragische, lijzige vrouw het verdriet van haar kanker in haar eentje.
Er wordt een concert georganiseerd om geld in te zamelen voor de boottrip naar Engeland. Het gaat allemaal lukken; je leeft intens met ze mee.
Maar er is ook nog een politieagent die dwars kan zitten. Hij heeft alles door, maar blijkt een man met een hart en zorgt er uiteindelijk ook nog voor, dat het allemaal nog net goed komt.

Ondertussen heb je kunnen genieten van mooie ouderwetse plaatjes en scenes. Het speelt wel degelijk in het nu, maar de auto’s zijn oud, de mensen zijn allemaal van de jaren 50 of zo. Ook de groentekar, waar Idrissa uiteindelijk mee kan wegvluchten voor de politie is niet echt 21-ste eeuw. Maar het maakt de beelden wel heel erg sfeervol. En er is ook in de conversaties nergens iets modern. Nooit een mobiele teleoon in de buurt. De televisie staat nog sociaal te wezen in de kroeg. En Idrissa zet een ouderwetse vinylplaat op bij Marcel thuis.
Toch zie je op die TV waar het écht om draait: de ontmanteling van de kampeerplaatsen vol vluchtelingen in Calais. Jawel, het is een omgeving met een heel tragische werkelijkheid. Dat moet je wel even blijven weten, hoezeer je ook meegenomen wordt in een vorm van kneuterigheid, goeiïgheid, die bijna Schaap met de Vijf Poten-achtig aandoet (vooral met de kroegscenes).
In de epiloog blijkt ook nog eens zijn vrouw spontaan te zijn genezen van kanker. Wie goed doet, goed ontmoet. Wat nou cynisme! Dit is eigenlijk gewoon een sprookje.
Maar niet te diep hoor. Je blijft heus niet flabbergasted in je stoel zitten na afloop. Het is allemaal op glimlachniveau. Ook het spel van de acteurs: het lijkt uiteindelijk toch ook net alsof de regisseur heeft voorgezegd, wat de acteurs moeten zeggen en dat ze dat netjes nazeggen. In een recensie noemde iemand dat ‘even wezenloos als waardig’. Da’s wel mooi gezegd.
(IMDB: 7.4)

Hugo

Scorsese heeft er weer 5 Oscars bij, al geldt deze keer dat ze ‘slechts’ naar zijn film gingen en niet naar ‘beste film’ of ‘beste regisseur’ of zo. De techniek en de visualisatie zijn dan ook echt de prijzen waard. Het is pure poëzie, deze film. De muziek, de zwierige camera, die vaak een vogelvlucht neemt, door glas van buiten naar binnen zwaait, alles zingt in deze film vol beeldkracht.
Het budget was dan ook €170.000.000, waarvan eind februari alweer €115.000.000 was terugverdiend, dus dat komt nog wel goed.

Deze film is een mooi antwoord op al het techno-gedoe en gedigitaliseer in films van nu: op meesterlijke en grootse wijze worden allemaal klokken, radarwerken, tandwielen, in de toren en het gebouw van het grote Parijse treinstation in beeld gebracht. Hugo moet een robot met een metalen constructie weer aan het werk krijgen, want zijn overleden vader heeft daar vast en zeker een boodschap in achtergelaten. Het is een echte ‘voor iedereen’-film, met wat pseudo-kinderromantiek en Dickensiaanse personages.
Hugo zoektocht leidt weer tot een grote ode aan de historie van de film: het onstaan, hoe de eerste films rond de eeuwwisseling gemaakt werden en wat voor verhalen met daarmee maakte. Een machtig mooi stukje geschiedenis, verpakt in een romantisch jasje.

Bij Avatar, paar jaar geleden, dacht ik: ah, daar heb je even een geweldig 3D-sausje! Maar ook: ach, dat is al eens eerder geweest, dat is (en blijft) een geintje voor zo nu en dan. Maar geleidelijk wordt duidelijker, dat het bij het type film als Hugo (en daar zijn er veel meer van) eigenlijk een absoluut toegevoegde dimensie betreft. 3D wordt een blijvertje voor dit soort films, dat geloof ik nu wel.
Het fijnste was dat natuurlijk bij de lange zwevende inzoomers, maar het kwam ook geweldig leuk naar voren bij het centraal stellen van de stationsinspecteur: een heerlijke rol van Sacha Baron Cohen (‘Borat’, weet je nog?!). Wat een goeie casting zeg! En wat knap, dat je kunt zien dat Cohen juist er zo’n geweldige rol van maakt door zich ín te kunnen houden. Hij acteert serieus, ook al is-ie een puur filmisch een grotesk type in deze film. (Een 8.0 op IMDB)

Shame

De laatste weken veel gelezen over deze film. In de NRC-next zelfs een artikel van een vrouw, die  (kennelijk) zelf er had geleden onder de sexverslaving van haar partner. Ze voelde eindelijk enig krediet voor deze nogal bizarre ziekte; beschreef haar eigen man als een slachtoffer ervan.
Michael Fassbender, ook te zien in de vorige film van regisseur Steven McQueen, Hunger, is een aantrekkelijke vent (David) in het New Yorkse zakenleven, maar hij houdt er een schaduwleven op na, waarin hij constant bevredigd moet worden. Door hoeren, door vrouwen die hij her en der versierd, en natuurlijk ook heel veel met de hand, op het toilet op zijn werk, in zijn eigen badkamer, op bed met de PC op schoot met pornosites.

Tegelijkertijd is hij een ‘stud’ die alle vrouwen mee kan krijgen. Ook nog eens behept met een ietwat donkere macho-introverte uitstraling. Halverwege de film wil een mooi donkere collega met hem; ze gaan samen uit eten. Daar komt ook het relatie-cynisme, dat natuurlijk ook het product is van zijn ziekte, naar boven. Dat vindt de dame in kwestie natuurlijk niet leuk, maar ondertussen krijgt hij natuurlijk haar wel.
Dan gebeurt het ergste: met haar blijkt hij het dus niet te kunnen. Dat is een lange scene, waar je hem in zijn vertwijfeling op de badrand ziet zitten. Zijn handen in het haar. De dame is afgedropen.
En dit moet hij natuurlijk direct afreageren met een hoertje.

De tweede laag in de film is de relatie met zijn zus. Een eenzaam meisje met ‘nowhere else to go’. Ze klampt zich enigszins aan hem vast. Hij leunt op twee emoties: hij is haar broer en dat verwart hem, want aan de andere kant is ze een bedreiging: ze kan zijn donkere kanten blootleggen en dat wil hij niet. Ze kan hem kwetsbaar maken. En dat gebeurt dus ook. Hij wijst haar uiteindelijk wel af: los je eigen problemen op en ‘get off my back’.

In de finale van de film draait David door. Hij beledigt in een kroeg een meisje, wordt in elkaar geslagen, gaat dan zelfs in darkroom voor sex met een man en vlak voor het heftige einde volgt nog de allerheftigste trio-sex-scene. Deze is chaotisch gefilmd. Aan alle kanten zie je ze alledrie. In het begin lijkt het nog iets menselijks te zijn, maar al heel gauw is het alleen maar dierlijk en naarmate het vordert ga je voelen, dat het eigenlijk gewoon heel hard wérken is. Dan focust de camera ook steeds meer op het gezicht van hem. En daar zie je dus de grimassen van de atleet in de laatste kilometer van de triathlon.
Op de terugweg is er een zelfmoordenaar voor de metro gesprongen. Hij schrikt en gaat dan in paniek naar huis rennen, waar hij zijn zus met doorgesneden polsen aantreft. “Klootzak” zegt ze tegen hem, als ze bijkomt in het ziekenhuis.
In de epiloogscene zit hij weer in de metro en ziet het mooie meisje weer, waar hij eerder een keer achteraan is gelopen. Je ziet hem twijfelen: welke emotie is het, de me mogelijk haar laat volgen: is het sex, is het meer???

Een aangrijpende film. Een heftige film. Het is vreemd om sex zo verbeeld te zien worden als een exponent van totale eenzaamheid. Tegelijkertijd moet ook niet worden onderschat, hoezeer in deze film sprake is van compassie, van mogelijkheid tot herstel, tot misschien wel catharsis. Juist dat dat in het midden blijft, dat is krachtig in deze film. (IMDB ; vijfsterrenrecensie!)

The Descendants

Ik was helemaal niet onder de indruk van The Descendants! Eigenlijk gewoon een dikke tegenvaller. Onbegrijpelijk dat deze film allemaal Oscars in de wacht zou kunnen gaan slepen. Werd wel enigszins gerustgesteld: zó goed vindt ook het publiek de film niet: een 7.7 op IMDB. Ik zou het bij een 6.7 wel gehouden hebben.
Dat zegt dus, dat ik het heus een aardige film vond. Maar ik begrijp de hype niet. Het is een ‘kleine’ film. Dat maakt de film heus wel sympathiek, een glimlach-film. Maar bovenal vond ik het weer zo’n Amerikaans-zelfgenoegzame bedoening.
Ben je aan het einde van de film, zit nog de meeste sympathie bij het aandoenlijk pseudo-autisme van het dommige vriendje van Alexandra. Juist degene aan wie ik me in het begin nog het meest ergerde. (Dat is toch geen actéren!!) Misschien wel een vorm van underdog-sympathie, want de rest zit maar op een omgedraaide (pseudo-onpathetische) manier pathetisch te doen, de hele film lang. En dan de lulligheid van de filmscore: die Hawaiian-mellow-deuntjes en uiteindelijk de kroegmuziek die wel lijkt op de slechtst denkbare Oostenrijkse jodel!
Clooney kan op een luie manier wat croonen. Slim bedacht hoor: de grote superster te zijn, door zo ‘gewoon’ te doen. En natuurlijk doet-ie dat ook goed. Maar het slaat natuurlijk helemaal nérgens op als hij hiér een Oscar voor krijgt en niet voor ‘O Brother, where art thou?’. Ik heb eigenlijk helemaal niks meer over deze film te vertellen. Sideways en About Schmidt, ook van Alexander Payne, vond ik beter.
Thuisgekomen begon net Hallam Foe (VPRO), met in de hoofdrol de jongen, die tien jaar geleden zo mooi Billy Elliot speelde. Van die film heb ik veel meer genoten.

Filmfestival op Vlieland

Ben inmiddels al drie keer naar het IDFA-weekend op Vlieland geweest. Podium Vlieland is het kleine filmtheater aan de Dorpsstraat in Oost-Vlieland. Initiatief van enige vrienden heeft geleid tot een privé-festival, dat afgelopen weekend voor het eerst is georganiseerd. Een groep van ongeveer 35 mensen was enthousiast om voor dit filmweekend naar Vlieland te komen. Een arrangement is samengesteld in combinatie met kamer met ontbijt bij ‘Hotelletje De Veerman’, een paar honderd meter verderop (winnaar Zoover Award 2011: absolute aanrader!). Tevens heeft onze organisator ook nog een gezamenlijk diner bij De Oude Stoep geregeld. (Mijn favoriete bakker, Bakkerij Westers, was helaas niet open dit weekend!)

In oktober november kon iedereen zijn eigen favoriete film indienen. Toen deze allemaal verzameld waren, zijn ze teruggebracht naar de hele groep, waarna iedereen punten kon toekennen aan een aantal films. Op grond daarvan is een ‘Top 6’ samengesteld: de films die we met z’n allen zouden gaan zien tijdens het filmweekend.
Ik was een beetje bevreesd dat zo’n stemming zou leiden tot een vorm van middelmaat, maar dat was volledig onterecht. Zelfs iemand die toch best veel films ziet (iemand als ik dus) had (misschien ook beetje geluk) toch maar 2 van deze 6 films al gezien. En deze twee waren helemaal niet erg om nóg een keertje te zien.
Het zou verdomd slecht weer worden, maar zoals dat wel vaker gaat op de Wadden: het pakt heel anders uit. En zo hadden we vrijdag en zaterdag weliswaar hartstikke veel wind, maar ook een felle zon tot ons gerief. En op zondag zijn de verwachte hele dikke buien ook helemaal niet gevallen op Vlieland. Dus ook fietsen in de duinen behoorde toch tot ons programma. Evenals 2x een hele dikke bak van de prijswinnende snert bij Zeezicht. Mmmmm!!

Aangezien iedereen in de loop van de vrijdag aankwam, sommigen nog na een werkdag en de meesten vanuit het westen van het land, was er vrijdag eerst nog maar één film: El Secreto de sus Ojos. Een Argentijnse film van regisseur Juan José Campanella. Deze film heeft een 8.2 op IMDB en won de Oscar voor beste buitenlandse film in 2010. Nee, had ik niet gezien; was er niet van gekomen. Hartstikke blij dus, dat-ie verkozen werd. Jawel, geweldig mooie film. Vooral om de volle karakters, het mooie spel en, hoewel het een zwaar drama is, de humor. De rol van de zwaar aan de alcohol zijnde collega van Benjamin Esposito (hoofdrol), was wat dat betreft mooi. Wat is nu leidend in de film: de ongewonnen liefde tussen Irene en Benjamin of de speurtocht naar Isidoro Gomez, de moordenaar?
Ze komen mooi symbolisch bij elkaar in de dubbele scene van een afscheid: twee keer een romantisch afscheid met een vertrekkende trein: hij vertrekt en zij rent over het perron achter de trein aan. De symboliek was nóg treffender (of pathetischer?) bij de letters op kleine aantekenbriefje, waarop Benjamin ‘Te mo’ had geschreven (‘ik vrees’). Benjamin werkte altijd op een oude typemachine, waarvan de ‘A’ het niet deed. Later vulde hij de ‘a’ in bij ‘Te mo’, waardoor er ‘te amo’ kwam te staan: ik hou van jou. Zou hij dit al in het begin bedoeld hebben,  wordt je dan gedwongen om te denken. Is het overdreven? Ik vond ’t wel mooi.

Zaterdag hebben we drie films gezien. We begonnen ’s morgens met ‘Modigliani’. Jawel, weer een film met als finale thema: de liefde. Deze film van Mick Davis uit 2004 heeft verder geen aansprekende prijzen gewonnen (6.8 op IMDB). Had ik ook nog niet gezien. Modigliani wordt gespeeld door Andy Garcia en dat is echt een geweldige rol. Hij kan zich goed uitleven in compromisloos romantisch gedrag, leidend tot de onvermijdelijke zelfdestructie, die vooral ten koste gaat (naast van een verder leven met nog meer prachtige schilderijen) van zijn vrouw Jeanne en zijn kind. De liefde van Jeanne is totaal en op zichzelf ook al destructief.
Maar eigenlijk is er ook nog een ándere liefdesrelatie, die nog belangrijker is in deze film, namelijk die tussen Amadeo Modigliani en Pablo Picasso. Picasso is weliswaar al de schilder vol van sterallures, maar hij is ook mooi ‘klein’ gehouden: diep van binnen weet Picasso dat hij minder voorstelt dan zijn liederlijke collega die niet wil deugen en aan de zelfkant van het leven blijft. Hij lijkt écht zijn best te doen voor Modigliani, maar verliest zich uiteindelijk ook in het gevecht tegen hem.
De film gaat (voor recensenten in ieder geval) uiteindelijk ten onder aan pathetiek. De finale ‘wedstrijd’ tussen de schilders wordt in de film vormgegeven als een soort van duel in een western. Het komt aan, maar het is wel heel erg overdreven. En de blauwe sneeuw die neerdaalt op de stervende Modigliani, hmm, die krachttaal hoefde ook niet.
Maar ondertussen zaten wel de tranen achter m’n ogen. In vergelijking met de Argentijnse film was dit heel veel Hollywood-sentiment, maar dan van het mooie soort.

’s Middags volgde Incendies (ook een 8.2 op IMDB), dat in 2010 ook genomineerd was voor de Oscar voor beste buitenlandse film, maar toen ‘verloor’ van ‘El secreto..’. Had ik óók al niet gezien; wat een mazzel!
Deze film was uiteindelijk ook wel één van de echte favorieten van deze groep van 35 filmliefhebbers. Hier niet zozeer tranen (niet bepaald een sentimentele film!), maar een discrete stilte na afloop. Hoezeer ook geldt, dat de plot van dit verhaal té toevallig, té ‘bedacht’ is om waar te kunnen zijn, het is zó verbeeld dat je er niet onderuit kunt erin mee te gaan.
De tweeling Simon en Jeanne gaan op zoek, geforceerd daartoe door het testament van hun overleden moeder, naar hun roots. Dat stuit op een gruwelgeschiedenis in het zuiden van Libanon gedurende de oorlog. Het verhaal wordt verteld met lange retrospectieven van het leven van hun moeder vanaf de jaren 70.
Geen bekende acteurs. Dat geeft altijd nét iets meer overtuiging aan de film, brengt het nét iets meer richting ‘gespeelde documentaire’. Ik vond dit een heel overtuigende film; een film waar je eerst een tijdje helemaal stil van wordt en waarvan je weet, dat je ‘m niet meer helemaal vergeten zal.

’s Avonds keken we naar ‘Efter Bryluppet’, in het Engels ‘After the wedding’ geheten (een 7.8 op IMDB, en ook genomineerd voor een Oscar!). Het was de inzending van mijn eigen vriendin. We hebben de film vier jaar geleden samen in ForumImages gezien en ook vorige week thuis nog een keer bekeken. Zij moest er per slot van rekening ook nog een korte inleiding over houden, zoals elke uitverkoren inzender dat deed.
Dit was de eerste film die ‘gewoon’ speelde in onze tijd en in onze maatschappij. Zo mag je toch naar Denemarken kijken. En in deze film geen slechte mensen: eigenlijk bedoelt iedereen het goed en is dat juist het Leitmotiv: alles goed bedoelen houdt nog niet in, dat het goed bij de ander landt. Mads Mikkelsen (later zelfs in Hollywood aardig naam makend) speelt een prachtige rol als idealistische hulpverlener in Bombay, die terug moet naar Denemarken om zijn projecten gefinancierd te houden. In Denemarken blijkt er een heel andere reden achter zijn afgedwongen terugkomst te zitten. Een film over familieverhoudingen, verantwoordelijkheid, menselijke zwakte, maar vooral in de kern een mooi liefdesverhaal. Voor veel van onze festivalbezoekers ook weer een tranentrekker. Sommigen staan daar wat weerspanniger tegenover dan anderen.

Zondagmorgen gingen we terug naar de jaren 80: ‘La Femme d’à Coté’ van Francois Truffaut uit 1981 (7.3 op IMDB) met Gérard Depardieu en Fanny Ardant in de hoofdrol.  Bijzonder was ook, dat iedereen Henri Garcin (bijrol) herkende, maar ‘m niet kon plaatsen. Niet zo verwonderlijk, want wie denkt er nou aan een Nederlandse film als Abel van Alex van Warmerdam, wanneer je naar een film over getormenteerde liefde met vergeeld Zuidfrans zonlicht uit 1981 kijkt! Hij spreekt als Vlaming ook vloeiend Nederlands en speelt dus ook in Nederlandse films: hij speelt Abel’s vader (en man van Olga Zuiderhoek).
Fanny Ardant is ook zo’n bijzonder geval. Ze is het prototype van de femme fatale. In eerste instantie is het ‘wauw’, maar kijk je verder dan is ze ook best ‘raar’, bijna mannelijk. Ze komt ‘per ongeluk’ naast haar ex-geliefde (Depardieu) wonen en dan worden de levens van twee echtparen uit elkaar getrokken. Het verhaal is enigszins cliché, het gaat ook om het spel tussen deze twee.
Ook al een mooie film, maar niet iets om niet te vergeten, volgens mij. En ook zeker geen tijdloze film; doet allemaal erg gedateerd aan.

De allerlaatste film, zondagmiddag, was ‘Shine’ van Scott Hicks. Ook hier een Oscar: die voor Geoffrey Rush voor beste mannelijke hoofdrol, 1997. Dat was de enige Oscar die de film won, terwijl er nog 6 meer nominaties waren, onder meer ook voor Armin Muller-Stahl als vader. Ondanks deze nominatie toch ‘slechts’ een 7.6 op IMDB.
Iedereen kwam erg aangedaan weer buiten na deze film. Wát een prachtig drama! Met muziek is het altijd iéts makkelijker om overtuigend sentiment tot stand te brengen. ‘Rach 3’, Rachmaninov’s derde concert, is ook heel erg geweldig om zo verbeeld te zien worden door een zichzelf helemaal gek makende pianist.
Rush maakt een prachtig psychiatrisch geval van de ontspoorde pianist David Helfgott. Het geeft ook net voldoende extra lucht aan de film, want hij is zó sympathiek als verknipte neergezet. Hoezeer ook geldt, dat het goed mogelijk is, dat hier het biografische ten behoeve van de beeldkracht van de film veel geweld is aangedaan, zonder dit tegenwicht zou de film wellicht veel te zwaar zijn geweest.
Geweldig om deze film na meer dan 10 jaar nog weer eens te zien.

Na de laatste film kreeg onze initiatiefnemer veel lof toegezwaaid voor het geweldige filmweekend. En iedereen gaat er nu al vanuit, dat er volgend jaar een vervolg op komt. Tussendoor werd al wat gein gemaakt over de mogelijkheid van een thema-weekend, waarbij het thema ‘postbode’ werd geopperd. Die bleef zo’n beetje hangen; kwamen telkens weer mensen op terug.
Ook ‘El Postino’ had deze keer al op de ‘longlist’ gestaan. Die kan er dan mooi op. En ook ‘The Postman Always Rings Twice’ is een uitgelezen optie. Alex van Warmerdam in De Noorderlingen: ook een postbode. Bij het zien van Henri Garcin in La Femme d’à Coté trof mij het leuke toeval, dat hij in de film Abel (ook van en met Van Warmerdam), als vader van Abel, het wil aanleggen met Annet Malherbe als sexmeisje: zij wil hem alleen maar van dienst zijn, als hij zich als postbode verkleedt. Hij belt dan bij haar aan en zegt: “Zusje, zusje, hier is je postbode! Hij heeft een héél warm pakje voor je!!” (Zie ook de trailer van Abel)

IDFA op Vlieland

Voor derde achtereenvolgende jaar naar het IDFA-weekend op Vieland geweest. Drie maanden na het popfestival Into The Great Wide Open en één maand vóór ons eigen filmfestival op Vlieland. Over dat laatste meer na het derde weekend van januari.
Vorig jaar hetzelfde IDFA weekend met sneeuwstormen op het eiland. Een magische sfeer. Dit jaar, afgelopen vrijdag, vertrokken we met een bijna-storm en er was heel hoog water. ‘s Avonds bij vloed stroomde het water bij de veerboot de kade op. Bij de huizen bij de haven lagen zandzakken voor de deur. Op de vrijdag spookte het soms en troffen felle hagelbuien de ramen van onze hotelkamer. Vanaf zaterdag was het weer prima.
Wederom gehuisvest in het luxe Seeduyn (met geweldig uitgebreid ontbijtbuffet) fietsten we op en neer door het bos tussen strand/duin en dorp. Ook letterlijk op en neer: even aanzetten naar de top en dan keihard naar beneden. In het dorp de beste combi van stilte en drukte: eigenlijk gewoon heerlijk stil, maar er zijn wel 120 IDFA-gangers op het eiland, allemaal op zoek naar deze geweldige combi van rust en reuring.

We hebben uiteindelijk 5 mooie documentaires gezien (for the record: IDFA = International Documentary Festival Amsterdam; heeft jaarlijks haar ‘after party’ op Vlieland (Podium Vlieland)). De verrassingsfilm zaterdagmiddernacht hebben we geskipt: de film die we net gezien hadden had ons in een stemming gebracht die zich (voor ons) slecht leende voor de overstap naar de harde werkelijkheid van de Palestijns-Israelische confrontatie. (Iemand vergewiste ons ervan, dat de verrassingsfilm daarover zou gaan.)
Mijn gevolg (of het gezelschap waar ik zelf het gevolg was) was in de breedte niet over alle films echt te spreken. En er viel ook wel wat af te dingen. We begonnen met ‘Habana muda’. In deze film is een dove echtgenoot en vader wordt Cuba door een homofiele toerist uit Mexico verleidt om naar Mexico te emigreren. Zijn ‘vriend’ biedt ook aan zijn gezin te kunnen gaan onderhouden. Wat betekent dit voor zijn vrouw, zijn kinderen? Kan het vooruitzicht van meer economische welstand compenseren, dat hij zich dan tevens als partner van deze homo kan manifesteren? Op het strand discussiëren de dove echtelieden in gebarentaal, over de hoofden van hun spelende kindertjes, over de implicaties: hij moet het wel met condoom doen met die vent, want anders komt hij er bij zijn vrouw ook niet meer in.
Bizarre situaties. De kritiek op de film (we discussieerden er uitgebreid over) ging met name over de mate van constructie van het verhaal. Voor puristen is dit geen documentaire, want het meeste is in scene gezet. De een heeft daar meer moeite mee dan de ander.

De volgende film was ‘Bad Weather’. Hoewel ook hier de maker een script geconstrueerd heeft en ook naar zijn script toe gefilmd heeft, was hier het documentaire-karakter veel concreter. Een dorpje in de delta van Bangladesh, waar men leeft van prostitutie met de zeemannen op de passerende coasters, terwijl de huizen op de modderige oever steeds meer bedreigd worden door de moessonregens en de stormen.
Een apocalyptische situatie. Dat die mensen daar überhaupt blijven wonen?, vraag je je af, naar de film kijkend. Een fascinerende maar in- en intrieste omgeving en dus ook een trieste film. Al zijn soms de beelden wel heel erg mooi.
Daarna keken we naar ‘Five star existence’ en waren weer helemaal terug in het decadente, door techniek overheerste westen. Een Zweedse filmmaakster raakt verloren in de ratrace, waaraan internettechnologie een grote bijdrage levert. Ze gaat verkennen, waar het allemaal toe leidt, zowel naar positieve dingen als naar negatieve. Fascinerend om te zien, hoe een boer geen koe meer aanraakt en alles met computers en robots doet; om te zien dat een fysiek gehandicapte dankzij computers toch kan communiceren, etc. etc. De ándere kant liet ze vooral zien door in te zoomen op mensen, die de esoterie zoeken als reflectie. Daar had ik dan veel minder mee. Er zijn ook ‘hardere’ manieren om het tegenwicht tegen de ontwikkelingen te schetsen dan vooral de focus op hippie-achtig retrogedrag.
Mijn ‘gevolg’ was absoluut niét te spreken over deze film. De argumenten – allemaal ouwe koeien; dit is een simplistische pastiche, die iedereen wel kan verzinnen – kon ik ook wel onderschrijven. (Beetje Al Gore-achtig?!) Ik ben gewoon minder kritisch, waarschijnlijk (of minder blasé?!), want ik word wél geraakt door zo’n constellatie van onthutsende inkijk in de wereld die wij hier zelf construeren. Ik krijg vluchtneigingen: uít die computer, weg met de drukte, terug naar de natuur, etc… Ook een beetje simpel, I know.

Daarna volgde de film die ons uiteindelijk veruit het meeste bekoorde. En dat was eigenlijk ook helemaal niet een ‘echte documentaire’, want juist het construct van een experiment. Erg ‘bedacht’ dus. Vishram Ghandis is een Amerikaanse jongen uit New Yersey, geboren in de VS, met ouders en grootouders uit India. Hij is gefascineerd door de op Indiase leest geschoolde goeroe’s, waar zoveel westerse mensen achteraan lopen. Uiteindelijk komt hij zover, dat hij het wil proberen zélf een (nep)goeroe te zijn. ‘Misschien krijg ik ook wel volgelingen?’.
Daar gaat de film dus over: hij wordt de goeroe ‘Kumaré’. Het is geweldig om te zien, hoe hij met puur natuurlijk gedrag, eigenlijk bijna zonder te liegen!, volgelingen krijgt. De klemtoon blijft altijd, dat hij overbrengt dat hij zelf ‘niemand’ is, en dat bij iedereen de goeroe in hem/haar zélf zit.
Maar het wordt geleidelijk wel steeds lastiger. Uiteindelijk besluit hij, dat iedereen (zijn volgelingen én hijzelf) zichzelf zal ‘unveilen’. Eén voor één legt iedereen (lekker pathetisch) zijn ware aard bloot, alleen…… hijzelf durft niet.
Hij besluit het uiteindelijk toch te doen. Dat is een geweldige finale in de film, die je zowat als een comedy kunt bekijken. Op de film ziet zijn schare hem zichzelf aankondigen, nog als goeroe. En dan komt hij binnen, weer helemaal geknipt en geschoren en ontdaan van zijn oranje jurk: een stoere jongeman in spijkerbroek. Iedereen flabbergasted. Sommigen trekken het niet, kunne het démasqué niet aan; anderen vinden het juist weer geweldig.
We kwamen allemaal euforische het gezellige Podium Vlieland-zaaltje uit. Dit was dé topfilm van deze IDFA-editie voor ons.

Zondag nog één film: Over Canto; een film over de Canto Ostinato van Simeon ten Holt.
Dit was de film, waar mijn vriendin en ik erg naar uitkeken. Wij waren namelijk bij een deel van de opnamen van de film. Dat was eind juni 2010, toen we de uitvoering van dit bijzondere muziekstuk meemaakten, in de prachtige centrale hal van het centraal station in Groningen. We wisten ook toen, dat er een documentaire gemaakt werd en we zagen ook de camera’s flink in de weer tijdens het concert, waarover ik ook al schreef. (Zie de posting op mijn oude door weblog.nl vernaggelde weblog.)

Natuurlijk kun je goed luisteren naar de prachtige muziek, terwijl je naar de film kijkt, maar dat zijn maar snippers; heel anders dan integraal drie uren lang naar de hypnotiserende ‘monotorie in harmonie’ luisteren. Het gaat vooral om alle verhalen omtrent de Canto, die de eerste jaren na 1979 (toen ten Holt het af had) verguisd werd en geleidelijk, bijna op een hoort zegt het voort-wijze, bij meer mensen bekender werd. De Canto heeft op mensen vaak een heel bijzondere invloed gehad. Het verst gaat natuurlijk de Belgische dame die haar gezin heeft verlaten, na gegrepen te zijn door de Canto, en uiteindelijk zelfs met ten Holt getrouwd is. Goed van Ramon Gieling, de maker van de film, dat hij dit gegeven niet te hoog op de wagen heeft gezet, want het is wel een heel pathetische gevolgtrekking.
De reden dat ik totaal gefascineerd was door deze documentaire heeft meer te maken met mijn eigen passie voor deze muziek (jawel, ook ik weet nog de momenten te herbeleven, waarop ik voor het eerste deze tonen hoorde; kan er over vertellen op de wijze van ‘what did you do when Kennedy died’), dan de ‘kwaliteit’ van de documentaire als documentaire. Na het zien van de documentaire was er een Q&A met Ramon Gieling zelf. Door meerdere mensen werd toen naar voren gebracht, dat Gieling de muziek ontheiligde met de beeldconstructie van nagepeelde herinneringen. Ze vonden dat misplaatst. Op enig moment verbeeldt Gieling bijvoorbeeld het feit, dat iemand mede onder invloed van de Canto zelfmoord had gepleegd, met het laten zien van een doodskist in een mortuarium. Ja, dan kun je zeggen: moet dat nou? Maar ik ben zo niet: ik werd er bijna boos om, dat mensen dat een ‘belediging voor hun intelligentie’ vonden. Echt waar, dat werd Gieling toegevoegd. Wat een snobs zijn dat zeg, ongelooflijk. Dat je zó dingen op jezelf moet betrekken en niet meer in staat bent op een dwarsgolf van een filmmaker mee te deinen.

En zo was het wel een beetje een rode draad, dit weekend: wat is een documentaire? Gieling zelf zei het het scherpst: de enige échte documentaire wordt gemaakt door de bewakingscamera!

In Time

Na onwijs fijne maaltijd in Kohinoor van India (volgens Iens in korte tijd een tóprestaurant!) aan de Oostersingel in Groningen was ik maandagavond nog even met vriend C. naar “In Time” in Pathé. Het was ongepland, dus we leverden ons over aan wat er draaide. Allebei dachten we: ah, da’s waar ook; In Time heeft wel een heel aansprekend fantasie-thema. Maar bij ons was ook blijven hangen, dat de recensies niet allemaal lovend waren.
Ná de film, gisteren, heb ik de recensies nog eens online bekeken. Ze zijn eensluidend en kloppen ook helemaal met onze bevindingen. Net zoals dat het totale publieksoordeel op IMDB, een 6.7, helemaal zo laag niet is voor een film, waar de gemiddelde recensent 2 van de 5 sterren aan geeft.

Het is namelijk een erg boeiende film, met flitsend spel van de acteurs en een prachtige enscerening. Dat vergoedt die gapende gaten in de vertelling toch nét afdoende.

In de eerste minuut krijg je eigenlijk de basisuitleg al. In deze toekomstfantasie wordt iedereen zonder mankeren 25 jaar, maar daarna stopt het verouderingsproces (jawel, alle volwassenen ogen dus 25) en krijg je nog een jaar tijd, waarbij het ruilmiddeld niet meer ‘geld’ is, maar ‘tijd’. Op ieders onderarm staat een digitaal klokje, dat aftelt naar nul. Dan is je tijd op en ben je direct dood. Mensen die out of time zijn, vallen dan ook zomaar dood op straat neer.
In deze wereld regeren de rijken dus. Die hebben in de praktijk ‘het eeuwige leven’. De wereld is verdeeld in tijdzones. Will Salas (Justin Timberlake), is geboren in de tijdzone, die eigenlijk een soort van ‘ghetto’ is. Daar worden mensen gemiddeld niet zoveel ouder dan 25.
Op een dag komt er een misantrope man in zijn café, die nog een eeuw op zijn pols heeft staan. Will redt hem van tijdrovers en later zit hij met hem te kletsen. Deze man is levensmoe; hij wil zijn tijd kwijt. In zijn slaap geeft hij het allemaal aan Will en wacht zijn laatste minuten af op de reling van een brug. Will ziet hem nog net, na zijn laatste seconde, naar beneden storten. Daarna komen de tijdrovers natuurlijk op hem zelf af!
Hij weet, met zoveel ruilbare tijd op zijn pols, te ontkomen naar de tijdzone van de rijkelui. (Eerst nog het trauma: zijn moeder overlijdt door de bus te hebben gemist: ze had haar klokje op tijd kunnen opladen, maar kwam te laat doordat ze het busritje niet meer kon betalen door een plotseling prijs- (dus tijd-)verhoging.)
Daar wint hij in een casino 1000 jaar van degene die eigenlijk de grote machthebber is: de uitdeler van tijd!

De dochter van deze tijdhandelaar blijkt haar leven natuurlijk maar helemaal niks te vinden. Zij heeft al de indruk, dat (onder tijdsdruk) in de andere tijdzones tenminsten “geleefd” wordt. De rijkelui leven niet, die leven maar traag en decadent van dag naar dag, zonder horizon.

De ‘timekeepers’ (de tijdpolitie) gaat op jacht naar Will en Will gijzelt zijn vriendinnetje naar de armere tijdzones. Hij overtuigt haar van zijn missie om ‘het systeem’ aan te gaan vallen. Daarna gaan ze als ‘Bonny & Clyde’ tijdbanken overvallen en aan iedereen tijd uitdelen. De hele currency gaat wankelen en het systeem stort geleidelijk in.

Nou heb ik eigenlijk wel ‘t hele verhaal verteld. Wat erg leuke inkoppertjes zijn, dat zijn de grapjes over tijd in de analogie met geld. Soms hilarisch (‘don’t waste my time’), soms met een filosofische dubbele bodem. Wat een stuk minder goed is, dat is de tweedimensionale ontwikkeling van de liefdesrelatie tussen de twee, de erbarmelijke slecht gefilmde duikeling van de sportwagen van de hoge brug (de zaal moest gewoon láchen hierom, echt waar: het was ineens een speelgoedautootje!) en de hoeveelheid inconsistenties en onuitgewerktheden in het geheel. Dat mondde uit in een belachelijke eindscene, waarin Will en Sylvia uit een luxe limousine stappen voor de trappen van een gebouw dat doet denken aan het paleis van Ceaucescu, hun mitrailleurs doorladen en de eindeloze trappen op beginnen te lopen. (Om dus de bank der banken maar even te gaan overvallen!) Er is niemand te zien. Wel weten we dat de hele wereld in lichterlaaie staat en dat overall billboards hangen: Wanted: Will & Sylvia. En toch, niemand te zien. (Muziek…. doek!!….)

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.