‘s Morgens uitstekend ontbijt bij het seniorenechtpaar, dat deelneemt aan het sympathieke Vrienden op de fiets-netwerk, en daarna gauw naar de veerboot van Enkhuizen naar Stavoren. Op de boot allemaal fietstoeristen, meest dagjesmensen van zekere leeftijd. De boot vaart er 5 kwartier over en (zou je als je niet beter weet misschien niet denken) vaart het hele traject noordwaarts (en niet oostwaarts).
Grote slierten aalscholvers scheren over het water in mooie golfpatronen. Aardig briesje op het water. Altijd veel bootjes in het zicht en altijd ver in de verte wel een Friese en een Noord-Hollandse kust te ontwaren.
Aangekomen in Stavoren even de knooppuntenkaartjes gehaald bij de VVV. Een geweldig systeem, dat knooppuntensysteem van de ANWB. Overal in het land die mooie borden met kaarten en overal de kleine ronde richtinggevende bordjes. Je kunt zo ontzettend gemakkelijk je eigen route bepalen en weten, dat je niet zomaar langs de provinciale wegen aan het trappen bent.
We reden het stadje door; twee zijden met huizen langs een groene gracht. Niet zoveel heel bijzonders te ontwaren in deze oudste stad van Friesland. Verderop het fietspad langs de dijk naar Gaasterland. Daar stonden de politiemensen met hun gekleurde hesjes al: de Elfstedentocht op de fiets en op de motor, jawel: vandaag! We krijgen enige duizenden tegenliggers!
Het begon al snel met de motoren. We zijn maar achter elkaar gaan fietsen en een kilometer of vier verder, bij Laaksum, bleken ze van linksaf te komen en konden wij verder langs de dijk. Fietsen we even lager de Rode Klif op: een ‘klif’ van zo’n 10 meter boven NAP! Er zijn meer dan deze kliffen langs de zuidelijke Friese kust: soort van oude stuwwallen. De Rode Klif (Reaklif) is extra bijzonder omdat-ie een betekenis heeft bij de viering van de Friese vrijheidsstrijd. Vanaf de klif heb je prachtig uitzicht over IJsselmeer en wijds grasland.
Iets ten oosten van Laaksum (dijkhuisje met heel veel klaprozen en margrietjes)heeft iemand een eigen landgoed aangelegd: een soort van modern kasteeltje met een toren met een authentiek zadeldakje. Hij heeft er ook een eigen meer bij gegraven. Ik herkende het landgoed al van kilometers afstand: had er een keer een groot artikel over gelezen in de krant. (Kan gek genoeg niks vinden via Google.)
Bij Oudemirdum het Rijsterbos in. Prachtig dicht bos. Het is stil hier; bijna geen fietsers. Maar komen we aan de andere kant het bos uit, zijn daar ineens al die motoren van de Elfstedentocht weer. Het is daar sowieso een drukte van belang: veel uitspanningen, restaurants, etc. Vast en zeker de natuur-vrije tijdslocatie van Zuid-West Friesland.
We vervolgden de weg door Nijemirdum, Sondel, Wijckel (boerderij met bijzondere klokgevel) naar het mooie oude Friese Elfstedenstadje Sloten.
Geleidelijk steeg ook het aandeel Elfstedentochtfietsers. Die waren ‘s morgens vroeg al vertrokken en gingen ‘over de noord’, hadden hier dus al zo’n 160 kilometer Elfstedentocht gehad. Opvallend veel sportieve 60-plussers op de racefietsen en zo af en toe ook ‘gewone mensen’ op een toerfiets!
In Sloten is het hartstikke druk op het kruispuntje midden in het stadje. Bij golven komen grote groepen fietsers langs die allemaal enorm toegejuicht worden. We eten een ijsje en wandelen even van poort (brug) naar poort.
Na Sloten hebben we nog een stuk of tien kilometers tegendraadse fietskolonnes voor ons.
Wij blijven maar op de autoweg en rijden voorzichtig achter elkaar. Op het fietspad scheuren de racefietsers voorbij.
Geleidelijk rijden we de rust in, aan de westkant van het Tjeukemeer. Stille landerijen, polderwegen. We gaan over de snelweg heen, die daar net van de hoge brug over het meer heen komt: rijd je honderden keren onder het viaduct door, dat je nu voor ‘t eerst van je leven zelf over fietst. Leuk!
In Oosterzee naar de oever van het Tjeukemeer, waar een prachtig fietspad de oever volgt: het Lodo van Hamelpad.
Het Tjeukemeer is nooit druk met bootjes; dat valt vanaf de snelweg ook altijd zo op. Wel strandjes met zwemmers en zonaanbidders.
En even verderop een oud gemaal met klein museum en expositie van prachtige litho’s van Jan Mensinga. (Kom ik nog op terug.)
We steken de Tjonger over middels een pontje, dat je zelf met een lier aan moet trekken. Daar zijn vandaag 5 puberjongens mee zoet; ze verdienen, vanaf de pont het water in springend, er een grijpstuiver mee. Door het Brandemeer-natuurgebied steken we door naar de Lendevallei (je mag ook Linde zeggen) en die vervolgen we een hele tijd, tot aan De Hoeve,
dat al vlakbij Noordwolde ligt. En dan ben je al een eind weegs in de Stellingwerven.
De Lendevallei hebben we tot verrassing de wind eigenlijk gewoon mee. Dat fietst heerlijk. Veel riet, veel vlak natuurgebied met bosjes, met schapen (je ratelt over de metalen buizen-bruggetjes, waar de schapen niet overheen kunnen). Inmiddels wel steeds vaker even op de trappers staan om het achterwerk te ontzien.
Bij Noordwolde komen we aan bij een geweldig mooie Vrienden op de fiets-locatie: een apart gastenverblijf bij een luxe landhuis, van hout opgebouwd. De naam van de eigenaar doet een bel rinkelen en na enig Googelen vinden we uit, dat deze man vroeger wethouder in Groningen was. Da’s toevallig!
‘s Avonds maken we nog een wandeling door het bos achter ons verblijf en springt het reetje, na ons even verschrikt te hebben aangekeken, een meter of tien voor ons de bossages in.