De finale van de zomer van 2011: op Vlieland naar het prachtigste muziekfestival dat Nederland rijk is. De slechtste zomer sinds een eeuw, maar….. begin september en het is zomer op Vlieland (en trouwens in de rest van Nederland ook). Zelfs de zondag, waarvan voorspeld werd, dat deze nog wel eens flink in het water zou kunnen vallen, was prima. Merrill Garbus van Tune-Yards vertelde het publiek, zondag om 11.30 uur ’s morgens, dat ze ontzettend bang was geweest, dat het regenen zou en dat ze tegen een publiek van ongeveer 10 sjacherijnige gezichten zou moeten aankijken, was helemaal laaiend: de zon brak door en het hele veld was al vol! Vorig jaar nog keek ik naar Hauschka, ook in de zon en lagen de amper 100 kijkers in het gras te luisteren.
Tune-Yards was één van de hoogtepunten van het festival. Hoop dat deze dame echt succes gaat krijgen met haar bijzondere muziek. Misschien is dit wel een opmaat voor “iets nieuws” (of ben ik blind en is hier niks nieuws aan?!): ze mixt eerst met haar voeten wat indianengeluiden (uit haar keel) door elkaar, gedubd met wat trommelslagen. Dan heeft ze binnen 30 seconden het fundament van het liedje dat ze gaat brengen. Dan is er niemand meer nodig en heeft ze haar one-woman-band, met een veelheid van geluiden en alle ruimte om er zelf een feestje bovenop te bouwen.
Overigens had ze wel een bassist en 2 saxofonisten bij zich, alledrie ook met indianen-verfvegen over hun gezicht. Ze sponnen de songs soms uit tot heerlijk georkestreerde kakafonie. Het publiek ging op zondagmiddag vroeg al uit zijn dak.
Dat was op de afsluitende zondagmiddag. Na dit concert ook nog naar Eefje de Visser gekeken, die op het podium in het bos speelde. Een feërieke omgeving die goed bij haar past. Ze speelde de meeste liedjes van haar CD ‘De Koek’. Denk dat de meeste mensen de lieflijke muziek verwachtten, die combineert met de atmosfeer, haar bloemenjurk en poppige look. Op zich was het dat ook, maar de combi van het rap-zingen met de naïeve door elkaar kringelende zinnetjes van haar heerlijke bedachten teksten geven het ook een speels en extravert karakter.
Niemand liep weg bij haar concert. Dat was op vrijdag bij Lightning Dust wel anders. Dat sloeg echt totaal niet aan. Wel jammer. Had veel beter gekund. Maar eerst nog even bij zondag blijven.
Na Eefje ging ik kijken bij de Zweedse band Junip, met frontman Jose Gonzalez. Kan me voorstellen, dat veel mensen deze muziek wat saai vinden, maar ik houd erg van het hypnotiserend lang hangen in een mooi gitaarthema. Geen hoogtepunt, dit concert, maar wel heel lekker.
Daarna even naar Pien Feith gekeken in de zaal van De Bolder, maar daar was het véél te druk; kon er nauwelijks meer bij. En ik kon het niet goed herkenbaar krijgen: het was een beetje teveel één geluid, één sfeer, één alles. Denk dat het heel anders bij me binnengekomen was, als ze op het open podium stond, of ook zelfs wanneer ik in een ruimtelijker zaal hiernaar geluisterd had. Te volle zalen benauwen me.
Het laatste concert voor mij was dat van Villagers. Da’s eigenlijk gewoon de Ierse liedjesmaker Conor O’Brien met een paar muzikanten erbij. Dat hij ook flink rocken kan, dat wist ik nog niet van zijn prachtige CD ‘Becoming a jackal’. Het prachtige ‘Pieces’ was een hoogtepunt. En bij ‘That Day’ stuurde hij zijn band weg en bracht het wonderschone liedje in zijn eentje. Ik kende hem al, maar voor velen was hij een positieve verrassing.
Ik heb op die zondag, maar ook op de dagen ervóór ook het nodige gemist, maar gelukkig lang niet zoveel als de mensen op de grote festivals. Het lijkt me frustrerend als regelmatig je eigen favorieten tegelijk optreden en je moet kiezen.
We gingen zondags pas om 20.30 uur met de snelboot weer naar Harlingen, dus hebben het festival helemaal af horen lopen. Na Villagers was er nog een laatste band en daarna nog een DJ. Eigenlijk was er op de zondag geen echte ‘finale’. Op zich denk ik ook, dat dat niet erg is. Ik kwam zelfs op het idee, dat het misschien wel goed is om de zaterdagavond met de zwaarste namen te vullen en van de zondag meer een ‘luisterdag’ (loungeluisteren) te maken.
Ja, die zaterdagavond met dEUS, dat was met recht het hoogtepunt! Sjongejonge, wat was de band goed zeg! De nieuwe CD van dEUS komt volgende week uit. Ze speelden daar ook nummers van maar hadden veel ruimte voor de klassiekers, met natuurlijk ook Suds & Soda en The Architect. De laatste week heb ik ’t vaak tegen mensen om me heen gezegd: dEUS is toch wel het beste wat de Benelux hebben voortgebracht in de afgelopen 25 jaar op het gebied van onafhankelijke, intelligente popmuziek. (Jongen, wat doe je pathetisch!;-)
De avond werd afgesloten met Crystal Fighters: het dieptepunt van het festival. Wat een onzin-band is dat zeg. Met als diepste dieptepunt wel het kinderachtige hitje ‘Do you wanna come to the plage with me’. Gauw vergeten, deze feestmuziek voor dronken jeugd.
Dan was De Jeugd van Tegenwoordig een stuk leuker. Heeft nu een hoog campgehalte. Ze waren ook continu de draak aan het steken met het ‘ouwelullenpubliek’. Zij maakten er écht een feestje van. Je kon goed merken, dat héél veel mensen die anders nóóit naar dit soort muziek luisteren, nu geweldig gelegenheidsplezier hadden. Mensen als ik dus.
Kings of Convenience heb ik niet gezien wel gehoord. Ik was namelijk risotto aan het koken tijdens dat concert. De zuidwestelijke wind bracht het geluid van alle optredens op het sportveld-podium helemaal thuis bij ons tenthuis in de duinen. Klonk goed en ook positieve verhalen over gehoord. Erland Oye van deze band was vorig jaar ook hier, toen met zijn andere band Whitest Boy Alive. Hij vond het toen zo’n geweldig feest (was ’s nachts ook op het strand, musicerend bij het kampvuur met honderden meezingers), dat hij graag weer wilde komen met zijn maatje van de Kings.
Zaterdagmiddag heb ik me in de Bolder laten verrassen door Parne Gadje. Zeer rare naam voor een band, maar goed. Het is een in Nederland residerend balkan-georiënteerd orkestje van vier man. De Nederlandse accordeonist/zanger was geweldig, maar ook de fluitist en de gitarist, veelal op een dobro-gitaar. We waren op deze zonovergoten zaterdagmiddag met slechts zo’n 150 man in de Bolder. Ik stond vlak voor het podium en heb 2 songs helemaal opgenomen met de camera.
Het voelde als een intiem concert; alsof we met elkaar een klein geheim op het festival deelden. Enorme ovaties en gejoel na elk nummer. Het dak ging er echt af. Ik vond ’t geweldig.
Heb daardoor wel GEM gemist; die speelden in het bos tegelijkertijd en daar waren anderen weer erg enthousiast over.
Vroeg in de middag keken we naar een verwacht hoogtepunt, dat het uiteindelijk niet echt werd: Agnes Obel.
Haar liedjes zijn eigenlijk te mooi voor zo’n omgeving vol van afleiding. We waren lyrisch, in mei, toen we haar zagen in de Stadsschouwburg. Nu stond ook de apparatuur heel slecht afgesteld, waardoor de cello verschrikkelijk over het veld bromde. Je ingewanden trilden mee. Heel vreemd: we vertelden het de geluidsman, maar die vond het normaal.
Veel mensen vonden dit concert erg tegenvallen.
Om elf uur ’s morgens was de dag begonnen met Alamo Race Track. Goeie band zeg. Echt zo’n Excelsior-geluid. Hoe goed de muziek is, het lijkt op zich altijd allemaal een beetje op elkaar. Wat mij betreft zijn er toch veel te veel Tim Knolletjes in Nederland. Maar daarmee doe ik Alamo Race Track tekort, want ik vond het een gevarieerd geluid. Ze speelden ook het prachtige nummer ‘Black Cat John Brown’.
Ik vergeet Marike Jager nog. Heb van haar ook nog een half uur meegepikt op het bospodium (genaamd “Naar buiten”). Supermuzikante hoor. Ik hoor haar veel liever van Roosbeef (één van de acts die ik heb geskipt dit weekend). Maar helemaal beklijven deed het niet, zaterdag.
Dat was de zaterdag. Rest nog de vrijdag.
We waren al vroeg op Vieland, vrijdagmorgen om 11 uur. Wat is het altijd weer heerlijk om in de zon de Waddenzee over te steken! Op Vlieland eerst een halve middag met grote glimlach bij ons tenthuis gezeten. Natuurlijk ben ik ook gauw weer naar bakker Wester gegaan om een paar van die heerlijke hartige broodtaarten te halen. Die taart tjokvol olijven is altijd weer het beste! Uniek, die bakker!
Keek eerst naar een gezelschap uit Soweto. Opzwepende teksten over het rauwe leven in Zuid-Afrika, over AIDS, etc. Het is even leuk, maar na een half uur wist ik wel dat de gitarist echt maar 2 akkoorden spelen kon en ging het geforceerd opzwepende nogal vervelen.
Toen naar Lightning Dust in het bos. Amber Webber en Joshua Wells, die samen ook deze band hebben, zijn beide deel van The Black Mountains, een geweldige band uit Vancouver. Met Lightning Dust maken ze wat sympho-folk-achtige muziek. Op de plaat klinkt het soms erg mooi. In het bos kwam het totaal niet uit de verf: veel mensen liepen tussen de nummers door weg.
Daarna naar Pete & The Pirates gekeken, op het grote podium. Een deel van het publiek vond dit echt geweldig. Ik vind het veel te simpel. Ze deden hun best om de liedjes zo kort mogelijk te maken. Nee, is me allemaal te kort door de bochte rampestamperij kinder-rock’n roll.
Daarna ben ik naar Kurt Vile en zijn band gegaan, in de binnenzaal van De Bolder. Dat vond ik een geweldig mooi concert. Aparte jongen, die Kurt: zijn gezicht krijg je niet te zien. Zijn lange haren hangen voor zijn continu naar beneden – naar zijn gitaar – kijkende gezicht.
Hij kon soms semi-croonen als een Bob Dylan, maar net zo vaak kwam de vervormer over zijn gitaar heen en werd het fantastische mega-kabaal. Ik ga de weken weer eens wat meer luistern naar zijn mooie CD ‘Smoke ring for my halo’.
Direct hierna naar het sportveld gerend, waar inmiddels één van mijn grote favorieten, Laura Marling, was begonnen. Ik had haar al eens in het voorprogramma van Elbow gezien, in de Oosterpoort. Ze was heel verlegen (had ik ook al gelezen toen) en durfde bijna de zaal niet in te kijken. Dat viel nu wel mee. Ze is inmiddels ook aardig doorgebroken.
Ze had een flinke band bij zich en dat klank supergoed. Alle geweldige nummers kwamen voorbij, zoals Hope in the air en I speak because I can. Ook van haar komt binnenkort een nieuwe CD uit. Ze speelde daarvan ook veel nummers. Veelbelovend.
Aan het einde van de avond bespeelde Bonobo het publiek op het veld goed. In het begin was het nog wat bezadigd met een soulzangeres erbij. Later werden de nummers meer electro-dance-beat-etc. en deinde het veld helemaal mee.
Dit was het wel zo’n beetje, qua muziek. Het festival zelf was geweldig goed georganiseerd. Heel veel eettentjes en zo; beetje aankleding á la De Parade (of: De Noorderzon). Iedereen is in een opperbeste bui. Je hoeft op zich nergens lang te wachten; er is bijna altijd wel ruimte. Ik had één keer moeite om bij een concert in de Bolder te komen. En toen het net even minder weer was en Bastian in de Bolder speelde, zag ik al van een afstand, dat er veel te veel mensen naartoe wilden.
Ook heb ik nog het akoestische verrassingsoptreden van dEUS in het bos gemist, omdat er niemand meer werd toegelaten. Tja, daar kwamen gewoon téveel mensen op af. Dat drukte verder mijn pret niet echt.
Het geheel van zo’n weekend is gewoon geweldig. Ons huisje op 500 meter van het podium. Een goeie huurfiets tot je beschikking. Wilde ik vanuit mijn luie stoel, thuis, naar een staplaats op 10 meter van het podium, dan was ik bij elkaar 5 minuten onderweg. En je hebt óveral het gevoel dat je op het feestje bent, want over het hele eiland klinkt de muziek.
Volgend jaar gaan we weer. Zeker weten.